De Twijfelaar

Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

dinsdag 11 december 2018

RODE KAART


Als je natrapt bij het voetballen, krijg je dadelijk een rode kaart en later een straf van de bond die beoordeelt hoeveel speeldagen je niet mag spelen.
Wanneer het natrappen in de politiek gebeurt, word je beloont met een ministerpostje in een regering die 31% van de bevolking vertegenwoordigt.
Democratie is verworden tot een smerig spel.

vrijdag 30 november 2018



In een open brief zeggen 36 Afrikaspecialisten dat België de voorwerpen moet teruggeven die het tijdens de koloniale periode uit Afrika haalde. Vaak zijn die werken verworven door diefstal of plundering. Dat schrijven De Standaard, Het Nieuwsblad en Het Belang van Limburg vandaag.

Volgens de ondertekenaars bevinden negen op de tien Afrikaanse klassieke kunstwerken zich buiten Afrika. Ze schitteren onder meer in het AfricaMuseum in Tervuren. Aangenomen wordt dat er zich 500.000 stukken van Afrikaanse origine in Europa bevinden, waarvan 120.000 in Tervuren. (aldus HLN)

Als je mij vraagt zijn die dingen allemaal dubbel en dik betaald door de Europese landen die in Afrika de beschaving brachten, en die uit een aangepraat schuldgevoel nog steeds ontwikkelingshulp bieden. Trouwens een deel van die schatten werden ‘eerlijk’ gekocht van Arabische handelaars in slaven.



Waarom die dingen terugsturen?

1.   Binnenkort zitten alle Afrikanen toch in Europa?

2.   En indien men er toch op zou staan, stuur ze dan telkens maar terug in bootjes bemand door minimum 12 (trans)migranten uit het Afrikaans continent...

3.   Na de terugzending van de ‘schatten’ kunnen we ook de ontwikkelingshulp stoppen, want niet 1 procent hiervan gaat naar vrouwenrechten.


maandag 26 november 2018

MOET JUST NIKS



GROEN:


Dat mag niet   Dat kan niet    Dat MOET

Dat mag niet   Dat kan niet    Dat MOET

Dat mag niet   Dat kan niet    Dat MOET

Dat mag niet   Dat kan niet    Dat MOET

Dat mag niet   Dat kan niet    Dat MOET

Dat mag niet   Dat kan niet    Dat MOET



MOET JUST NIKS








zaterdag 24 november 2018

Vanochtend in de Klappei afscheid genomen van Willy Magiels (1944-2018)



Dit is een tekst die ik zou uitspreken als ik durfde te spreken voor een publiek.

Vaarwel Willy

Hoe noemden we elkaar? Kennis, kameraad, vriend? Ik weet het niet, ik noemde je wel mijn vriend, en die heb je niet veel. We hadden uiteraard gezamenlijke interesses, sciencefiction was daar een van, mooie vrouwen – denken we maar aan de films van Russ Meyer die je naar Antwerpen bracht – en Marilyn, ik herinner me nog dat we in de dubbelganger jury zaten naar aanleiding van het uitbrengen van een film die weer een uitmelken van haar was (Marilyn: The untold story?). In het horrorgenre volgde ik je niet helemaal, maar tant pis. En de muziek? Toen ik je over de Clancy Brothers sprak ging je het lijstje van jouw Clancy’s af en toen bleek dat ik The Clancy Brothers & Tommy Makem (Recorded live in Ireland) niet had, leende je ze me even uit.

Er waren de uitnodigingen voor de persvisies waar men terechtkwam in een groep met gelijke interesses, den John, de Guy, de Cor, den Bram, den Hugo, de Wim, de Jan en de Roger, en ook Monique e.v.a.

Toen ik aan mijn Duister Verleden begon te schrijven en het eerste boek klaar was, was je bereid om hem helemaal door te nemen en de fouten – vooral in de namen − te corrigeren. Daar bleef het echter niet bij, je moedigde me aan om verder te gaan, en dat heb ik ook gedaan. Tegen het einde van dit jaar, begin volgende jaar komt het vierde deel, dat zal ik aan jou opdragen.

Op mijn laatste mail aan jou kreeg ik antwoord van Greta die me antwoordde dat je in het Elisabeth lag met kamer en bed erbij. Toen ik je enkele dagen later ging opzoeken, vond ik daar een leeg opgemaakt bed en de schrik sloeg me om het hart. Ik probeerde je te bellen op je mobiel en kreeg je aan de lijn in Sint Augustinus. Oef, het ergste was niet gebeurd. Het was een zeer kort gesprek omdat iemand me erop wees dat je beter niet kunt bellen in een ziekenhuis.

Een week later kwam dan het bericht en ook het zelfverwijt kwam hiermee. Waarom was ik niet naar Sint Augustinus gegaan? ‘t Ja, waarom? Waarom?

Walter