Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

donderdag 30 april 2009

HEEFT HOLLYWOOD EEN DIKKE NEK?

Als het op particuliere detectives aankomt wil Hollywood wel eens van het standpunt uitgaan dat dit genre enkel en alleen in Amerika kan worden gemaakt. Zowel als schrijver als als filmmaker. En meestal is dat ook zo, maar iemand als James Hadley Chase – die Engelsman was – haast geen enkele filmkans geven was gewoon van kwade wil getuigen. Chase was met zijn ‘No orchids for Miss Blandish’ in 1939 de hele Amerikaanse noir zwik voor wat betreft sadisme en erotiek. (Blandish werd eerst verfilmd in Engeland in 1948 – de film veroorzaakte een rel - en later in 1971 als ‘The Grissom Gang’ door Robert Aldrich. Nog later (1978) omhelsde Claude Barma het nog eens voor tv met dialogen van Frédéric Dard.)
Maar niet getreurd, naast enkele Engelse en Duitse films (waaronder eentje van Volker Schlöndorff) werd Chase in de Franse filmwereld, waar de roman noir misschien nog populairder is dan in Amerika, als held binnengehaald en werd er tientallen malen verfilmd. Staken er hun handen aan: Julien Duvivier, Henri Verneuil, Bernard Borderie, Joseph Losey (met Frans-Italiaans geld), Guy Hamilton (co-productie Frankrijk-USA), Georges Lautner om er enkelen te noemen.
Het is niet dat Bertrand Tavernier te klagen heeft als filmmaker, maar in Amerika moet men hem niet zo. Als hij door de Mississippi delta trekt om er de documentaire ‘Mississippi blues’ te maken over de muziek aldaar heeft men geen goed woord voor hem over, als hij ‘Coup de torchon’ naar de roman van Jim Thompson ‘Pop. 1280’ van Potts County in het diepe zuiden van Amerika verplaatst naar een Franse kolonie in noordelijk Afrika, maait de kritiek hem neer. Het betere Amerikaanse publiek echter gaat in drommen kijken naar deze onnavolgbare film noir met een even onnavolgbare Philip Noiret. Frankrijk geeft hem 10 César nominaties (hij krijgt er geen) en zendt hem in voor de Oscar voor beste Buitenlandse film nadat de Unie van de Franse Filmkritiek hem de hoogste prijs toekent. De schitterende muziekfilm ‘Round midnight’ (1986), losjes gebaseerd op het leven van de jazzgroten Bud Powell en Lester Young, krijgt wel twee Oscarnominaties, de Amerikaan Dexter Gordon als beste acteur in de hoofdrol en de Amerikaan Herbie Hancock die hem ook wint voor de beste originele muziek. Tavernier wordt voor het gemak vergeten.
Wie dacht dat de globalisering ook in de film zou toeslaan, heeft het verkeerd gedacht. Ook de nieuwe film van Bertrand Tavernier ‘Into the electric mist’ – de roman dateert uit 1993 - krijgt de Amerikaanse kritiek over zich heen. Oké, er zitten heel wat gaten in, maar dat ligt dus niet aan Tavernier maar aan de Amerikaanse auteur James Lee Burke. Burke, tweemaal winnaar van de prestigieuze Edgar Award en sinds vandaag ook Grandmaster van de Mysterie Writers of America, werd pas laat ontdekt voor de film. ‘Two for Texas’ uit 1982 werd in 1998 een tv-film met Kris Kristofferson en speelt zich tijdens de Texaanse vrijheidstrijd. Twee jaar eerder werd ‘Heaven’s prisoners’ (1996) verfilmd – de roman dateert uit 1988 - Alec Baldwin speelt daarin de rol van Dave Robicheaux. Robicheaux is nu in de vaardige handen van Tommy Lee Jones. Wat zegt de kritiek: Tommy zou niet geloven in wat hij doet (terwijl hij volgens mij beter is dan in ‘No country for old man’) en John Goodman is een ongeloofwaardige boef.
James Lee Burke werd geboren in Houston (Texas) en groeide op aan de kust van de golf Texas-Louisiana. Hij woont nu afwisselend in Montana en Louisiana en kent daarom zijn Cajun pappenheimers erg goed. Deze Engels-Franse mengeling blijkt ook Tavernier te liggen want zijn electric mist is doorspekt met cajunmuziek van de bovenste plank. De Louisiana-moerassen en de haast eeuwige nevel die er boven hangt werden perfect in beeld gebracht en als er dan schimmen opduiken die in de Amerikaanse Burgeroolog thuishoren, is men bereid ook dit te aanvaarden. Misschien zijn de Amerikaanse critici wel in hun gat gebeten omdat in een film van een Fransman het Amerikaanse racistische verleden aan de kaak wordt gesteld, en vinden zij dit eerder voorbehouden aan de Amerikanen zelf? Ik ben het met de humo criticus eens: een merkwaardige, hypnotiserende thriller.

woensdag 29 april 2009

DE WIND IN DE WILGEN

Op 1 mei verschijnt bij de Engelse uitgever W W Norton 'The annotated Wind in the Willows' van Annie Gauger. Dit kinderboek van Kenneth Grahame - ook wel familieboek genaamd – is sinds zijn verschijnen in 1908 in Engeland en andere Engelssprekende landen een longseller. In het Nederlands - voor het eerst verschenen in 1949 als 'De wind in de wilgen' - is het nooit echt iets geworden. Blijkbaar doen, op enkele uitzonderingen na, leesboeken met dieren in de hoofdrol het niet zo goed in onze taal. Na enkele miserabele uitgaven verscheen er in 2000 een luxe-editie bij Ploegsma en dit met de originele tekeningen.
Grahame zou zijn hoofd in ongeloof hebben geschud als na het verschijnen van zijn boek iemand had beweerd dat zijn verhalen rond Toad, Mole, Ratty en Badger honderd jaar later nog zouden worden gelezen. Want ze waren helemaal niet voor publicatie bedoeld, laat staan als boek. Ze werden geschreven om zijn enige zoon Alastair te vermaken. Deze was een prematuutje met een aangeboren cataract, welke hem blind liet in zijn rechteroog en met zijn linkeroog loenste hij. Dat maakte dat zijn vader zijn ‘Mouse’, zoals hij hem noemde, verwendde tot op het randje van het onredelijke. En Alastair was een bizarre knaap, zonder enige reden viel hij andere kinderen aan die speelden in Londen’s Kensington Gardens, of hij ging in het midden van de straat liggen waardoor hij het hele verkeer stillegde. Grahame moest dus duidelijk niet ver zoeken om het slechte gedrag van Mister Toad neer te pennen. Toen zoonlief naar het pensionaat werd gezonden en brieven schreef aan zijn vader met het smekend verzoek om een bezoek, kreeg hij meestal een afwijzend antwoord van Mister Toad. Psychiaters zeggen wel eens dat Grahame op de loop was voor het vaderschap en Toad als zijn plaatsvervanger had aangesteld. Het zijn die antwoorden van Mister Toad die uiteindelijk 'De wind in de wilgen' werden. Het was de Amerikaanse literaire agente Constance Smedley die Grahame benaderde, nadat hij succes had geoogst met zijn jeugdherinneringen 'The Golden Age', om zijn brieven tot een boek te maken. Het werd een onnavolgbaar succes. Met Alastair liep het echter minder goed af, hij mislukte aan de eliteschool Rugby, later in Eton liep het ook al niet lekker, vooral omdat de school helemaal niet was aangepast aan gehandicapte leerlingen. Alastair pleegde zelfmoord in Oxford vijf dagen voor zijn twintigste verjaardag door zich op de treinrails te leggen. Na de dood van zijn zoon droogde de pen van Grahame langzaam op. Maar hij bleef veel anderen inspireren en dat tot op de dag van vandaag.
In 1996 waagde de Franse tekenaar en scenarist Michel Plessix zich aan een vierdelige, erg geslaagde stripversie die in 2003 bij Standaard Uitgeverij begon te verschijnen. Het werd een der leukste kinderstrips van de laatste jaren. Het succes zette Plessix ertoe aan om een vervolg met dezelfde figuren te maken: 'De wind in de woestijn'. Ook het theater speelde in op het succes van het boek en in 1929 creëerde A.A. Milne (ja, de maker van Winnie the Pooh!) het toneelstuk 'Toad of Toad Hall' naar het boek van Grahame. In deze bewerking zou acteur Ian McKellen in 1962 in het Belgrade Theatre in Coventry zijn eerste rol als boef spelen. De Coventry Evening Telegraph schreef dat hij een perfecte, hatelijke Wezel speelde. Alan Bennett’s bewerking werd in 2005 gespeeld in het Coliseum Theatre (Oldham) en bleef te dicht bij het boek, waarin erg lange passages de aandacht niet echt lang kunnen vasthouden. Zeer recent nog zond PBS televisie 8 april 2007 in de serie Masterpiece Theatre een schitterende bewerking van Lee Hall uit, met de Britse komiek Matt Lucas in de hoofdrol en met Imelda Staunton.
De belangrijkste personages uit het boek zijn:
Water Rat: uiteraard woonachtig aan een rivier. Een verstandige, intelligente levensgenieter.
Mole (Mol): trouw, eenvoudig en een bangbroek. Woont in een ondergronds huis.
Badger (Das): Wijs, gerespecteerd en gevreesd. Woont in Wild Wood. Is erg verstandig, maar zijn humeur is soms niet te pruimen, daarom is hij het liefst alleen.
Toad (Pad): Woont op Toad Hall (Paddenburg). De deuren van zijn landgoed staan open voor alleman en iedereen, maar hij is erg verwaand en nog meer onvolwassen, wat dan weer wordt goedgemaakt door zijn vriendelijkheid en welbespraaktheid. (Ik verdenk heer Bommel er soms van dat hij familie van Toad is.) Pad is gek op boten, hete luchtballons, auto’s (die erg schaars waren toen Grahame het boek schreef) en tweedpakken. Zijn imitatie van een toeter is historisch: ‘Poop-Poop”. Zijn dwaasheid over auto’s gaat zelfs zover dat hij er op een dag een steelt en hem vervolgens in de prak rijdt, wat hem een gevangenisstraf oplevert. Maar muren kunnen hem niet tegenhouden en hij ontsnapt, verkleed als een wasvrouw en wint de oorlog tegen de wezels om Toad Hall. Hij wordt nooit opnieuw opgepakt, wat een raadsel blijft.
Een eerste verfilming komt er in 1946 en dit naar de toneelbewerking van A.A. Milne. De mij onbekende Alan Reid is Toad en Kenneth More die een van zijn eerste optredens in film maakt is Badger. In 1949 is er een animatiefilm uit de Disneystudios. The adventures of Ichabod and Mr. Toad (verteld door Basil ‘Sherlock Holmes’ Rathbone) vormt samen met het behoorlijk wrede 'The legend of Sleepy Hollow' – over de hoofdloze ruiter - van auteur Washington Irving (vertelt door Bing Crosby) een geheel. Eric Blore gaf zijn stem aan Toad.
Het jeugdprogramma van de BBC ‘Jackanory’ bracht tussen 1966 en 1970 zowat 25 vertelafleveringen. In 1983 maakte studio Cosgrove Hall een animatiefilm van 75 minuten. Een BAFTA award en een Emmy award vallen deze versie ten deel. David ‘Frost’ Jason is Toad. Als gevolg van dit succes werd er een tv serie van 52 afleveringen geproduceerd in opdracht van Thames Television en ITV zond uit tussen 1984 en 1987. Het succes bleef duren en er werden nog eens 60 minuten 'A tale of two toads' (1989) en 13 afleveringen 'Oh! Mr Toad' (1990) aan toegevoegd. Er wordt foutief beweerd dat er werd gefilmd in ‘claymation’, maar het is een stop-motion animatie proces met schaalmodellen en figuurtjes die in pose kunnen worden gezet, te weten een metalen skelet overdekt met latex rubber. Wat deze serie enig maakt.
Een animatiefilm die Kenneth Grahame’s goedkeuring zeker zou hebben meegekregen werd in 1985 geproduceerd door Rankin/Bass productions. De versie was trouw aan het boek, maar kreeg er nog zes liedjes aan toegevoegd, ‘Wind in the willows’ incluis en gezongen door Judy Collins. Toad kreeg de stem mee van Charles Nelson Reilly en ook deze van de Nederlandse acteur Coen Flink (De kleine waarheid, Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen mijnheer, Kapitein Haddock in de Kuifje animatie van Ray Goossens). Is het hierdoor dat de productie uiteindelijk pas in 1987 zijn eerste uitzending kreeg? José Ferrer was Badger, Roddy McDowall was Ratty.
In 1988 waagde men zich aan een Australische tv-animatieversie, dit in een serie films die waren gebaseerd op meestal Europese klassiekers. Burbank Films was de producent en nam het niet zo nauw met de originele tekst, deze werd naar kinderen toe aangepast, de plot werd ingekort en sommige personages werden toegevoegd en andere weggelaten.
Enkele zeer grote acteurs, zoals Alan Bennet (Ratty) die zoals voordien gezegd een eigen toneelversie maakte, Michael Palin (Mole), Michael Gambon (Badger), Rik Mayall (Toad) zijn de helden in de 1996 animatiefilm van Television Cartoons in Londen. Zelfs Vanessa Redgrave kwam opdraven om haar stem te geven aan de grootmoeder.
Het werd weer eens tijd voor een live-action film moet Terry Jones hebben gedacht in 1996 en riep enkele van zijn vrienden bij elkaar. Steve Coogan die gestalte geeft aan Alan Partridge werd Mole, Eric Idle was Rat, Terry Jones wilde en kreeg uiteraard Toad, John Cleese was de advocaat van Toad, Michael Palin mocht de zon zijn en ook Stephen Fry, Julia Sawalha en Victoria Wood waren van de partij. De film werd nooit uitgebracht in België.
We zijn tien jaar later, 2006, en opnieuw komt er een live-action adaptatie, een samenwerking tussen UK, Canada en Roemenië. Matt Lucas die roem heeft verworven met Little Britain wordt Toad, Bob Hoskins is Badger en Lee Ingleby is Mole.
In 2003 werkte Guillermo del Toro aan een nieuwe adaptatie voor Disney, het zou een live-action mix met CG animatie worden, maar Del Toro die het boek prachtig vond, werd door de Disneyheren gevraagd om Toad een skateboard te geven en hem dingen zoals ‘radical dude’ te laten zeggen en dat was hem te veel.

dinsdag 28 april 2009

VERVOLG VAN 7 FEBRUARI

Rataplan krijgt toch subsidie
De vzw Rataplan kan voor de periode 2010-2012 dan toch op subsidies rekenen van de Vlaamse regering. Eerder kreeg het kunstencentrum van de beoordelingscommissie Kunstencentra een negatief pré-advies. De commissie buisde de vzw Rataplan vanwege hun gebrek aan internationale inbedding en het uitblijven van nieuwe ontwikkelingen binnen één of meer kunsttakken. Minister Bert Anciaux en de Vlaamse regering volgden die argumenten niet en keurden afgelopen vrijdag de financiële ondersteuning goed. Rataplan zelf was na het negatieve pré-advies gestart met een petitie. De vzw verzamelde 6.982handtekeningen. (vjb) (Geknipt uit Het Nieuwsblad)

woensdag 22 april 2009

BOB MENDES


Het is dinsdag 21 april en uitgerekend op Canvas is er voetbal, KV tegen Cercle. Mij goed. Maar dan besluiten de heren er een gelijkspel van te maken en komen er verlengingen en juist, ja... strafschoppen. Ondertussen zit ik te wachten op de uitzending van 'Verloren Land' over Bob Mendes. Niets dus. Waarom heeft ons aller VRT niet nu en dan een berichtje over het scherm laten lopen dat Mendes verbannen werd naar ergens een datum in juni of juli, ik heb het niet echt meer gehoord, want de stoom kwam al uit mijn oren. Dit berichtje had helemaal niet storend gewerkt in tegenstelling tot andere voorbeelden...

maandag 20 april 2009

BEDENKINGEN

* Vanochtend hoorde ik Luk de Vos en Gorki op de radio en maakte me de bedenking dat hij de plaatsvervanger op aarde is van Eddy Wally. Geweldig! Eddy die indertijd zelfs de Nachten van de Poëzie van Guido Lauwaert mocht opluisteren en daar op een spottend: Eddy...Eddy...Eddy... werd onthaald en er zich geen bal van aantrok en net als Liberace zegt 'I cry all the way to the bank'. De Vos is zoiets als de Zangeres zonder Naam die gek werd gedraaid op punkfuiven en hij wordt jaarlijks, samen met Mia, door de luisteraars van Radio 1 voor gek gezet op de tophonderd.

* Nu en dan is er een Nederlander die zo mooi praat dat hij voor een Vlaming zou kunnen doorgaan.

* Enkele weken geleden kon je hier lezen over de Duitse taal die haar intrek heeft genomen in nogal wat vakantieoorden. Iemand gaf me daar een goeie uitleg voor: vele Duitsers spreken geen tweede taal en samen met hun geld dringen ze dan ook hun taal op. Zo simpel is het. De Nederlanders hebben geen ander land dan Vlaanderen om hun taal aan op te dringen en dat doen ze dan ook! Misschien is het wel zo dat Nederlanders zo erg op Duitsers gelijken dat ze hen daarom zo haten?

* Eergisteren, zaterdag, stonden jongens en meisjes driehoekige doosjes met daarin 3 builtjes thee van Lipton uit te delen in de Antwerpse straten. Leuk voor mij, want iedere ochtend en middag drink ik thee. Drie soorten thee zaten er in het doosje. Ik noem er één van: Thé Vert - Fruits des Tropiques - Tropical Fruit Tea. Dat is het. Pour les Flamands la même chose...

zondag 5 april 2009

GAY-CITY




Je bent moslim en dat is je goed recht. Je bent homo en dat is je goed recht. Je bent moslim en lid van een sportclub en dat is je goed recht. Je bent homo en je bent instructeur bij een sportclub en dat is je goed recht. Wat je goed recht niet is dat je als moslim een homofoob bent en daarom besluit de homofiele instructeur maar even te verbouwen, zodat die met een gebroken neus en een blauw oog van hier tot Chicago rondloopt.

Ik stel voor, nu we toch zo'n goeie relaties met Amerika en zijn president hebben, een nieuw soort Guantanamo in te richten. Deze maal echter in de gekende Gay-city van San Francisco of in het door Gay- en Lesbian overheerste Key West. De homofoben die aanvallen op holebi's hebben gepleegd, moet men daar onderbrengen in een flatgebouw en met een elektronische enkelband, zodat ze beperkt blijven in hun bewegingen en het Gay-gebied niet kunnen verlaten. Tegelijkertijd zal men hen verplichten om sessies te volgen die hen van hun fobie moeten genezen.

En als dat niet helpt mogen enkelen van de door hun verachte mensengroep hen eens goed bijtimmeren en liefst een paar keer per dag.

woensdag 1 april 2009

BERICHT VAN 'ZONDER GATEN STRATEN'...

"Als dit zo blijft duren gaan we bovengronds!"

Weinigen weten het, maar al zolang er rioleringen bestaan, bestaan er mensen die deze moderne grotten bewonen. Het fenomeen wordt wereldwijd in tal van steden gedoogd, zo ook in dit land. Vooral Brussel en Antwerpen kennen al decennialang een aanzienlijke ondergrondse gemeenschap. Zolang de bewoners geen overlast veroorzaken en over geldige verblijfspapieren beschikken, laat de overheid ze met rust. In ruil voor het melden van defecten aan het systeem krijgen ze zelfs elektriciteit en mogen ze water van de toevoerleidingen gebruiken om te wassen en te koken.

Het lijkt een onmenselijk bestaan, maar volgens de betrokkenen zelf zijn ze veel beter af dan de daklozen bovengronds: het is er warmer, droger en, niet onbelangrijk, veel veiliger. Al lijkt dat laatste niet langer overal het geval: In het noorden van Antwerpen klaagt een groep ‘buizenaars’, zoals ze zichzelf noemen, over de slechte staat van het buizennetwerk. Omdat hun vragen aan het stadsbestuur systematisch onbeantwoord blijven, doorbreken ze nu dan toch noodgedwongen de jarenlang streng bewaarde stilte. “Het is niet omdat we onder de grond leven, dat we ons levend moeten laten begraven.” klinkt het uit de mond van Karel, een van de anciens en de spreekbuis van de bewoners. “De betonnen buizen zijn hier al zeker veertig jaar niet vernieuwd, we ontdekken echt dagelijks nieuwe breuken. Telkens er hierboven een vrachtwagen overvliegt, kraakt het hele systeem in al zijn voegen. Onlangs nog is een truck met zijn wiel vast komen te zitten in een put, en een goed jaar geleden is om de hoek een buur bedolven onder een autobus die los door het wegdek was gezakt! De arme man was op slag dood. Toen hebben ze dat stuk van de riolering wel vervangen, maar de rest blijft even gevaarlijk. Moeten we echt wachten tot er nog doden vallen vooraleer er iets ondernomen wordt? Dit kan zo niet langer!”

Welke acties er precies zullen volgen willen ze niet kwijt, maar dat ze het hier niet bij laten staat vast, aldus nog Karel: “We zijn misschien onzichtbaar, maar zeker niet onbestaand! Als dit zo blijft duren, gaan we bovengronds!”