Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

maandag 7 september 2009

SCHRIJVERS VAN NU EN TOEN

Als je de schrijvers moet geloven, is het erg gesteld met de uitgevers van boeken. De grote althans. Bij hen komt het er volgens de schrijvers niet meer op aan om een goed boek af te leveren, neen de schrijver moet ervoor zorgen dat hij een bekendheid is vooraleer zijn boek aan een uitgever aan te bieden. Het gevolg hiervan is dat schrijvers die uiteindelijk bekendheid hebben verworven heel wat slechte boeken afleveren onder druk van hun uitgever, boeken waarvan je je wel eens afvraagt wie die rotzooi nog leest. Gelukkig heb je nog de kleinere uitgeverijen die zich wensen te onderscheiden en onderafdelingen van grote uitgeverijen die vrij spel krijgen, maar uiteindelijk op kortere of langere afstand het hoofd moeten buigen voor de boekhouders.
Academici hebben ook meer kansen dan de man uit het volk – en dat terwijl volgens mij althans, de grootste dichters uit het volk komen - een recent voorbeeld hiervan in Vlaanderen is Marc Pairon



die door het volk wordt aanbeden en verkopen realiseert van duizenden en duizenden dichtbundels, maar door de critici (meestal academici) onbesproken wordt gelaten. Maar als het stramien van Remco Campert wordt gevolgd dan zal Pairon binnen een tiental jaren als een groot dichter worden beschouwd.
Mogelijkheden voor schrijvers dezer dagen is ervoor zorgen dat ze aanwezig zijn op het web, liefst met een blog die blauwe plekken veroorzaakt. Of beginnen met publiceren op het net, zodat de door uitgeverijen aangestelde personen die het net afzoeken als beroep, kennis kunnen maken met hun werk. (‘De Celestijnse belofte’ is hier een voorbeeld van.) Dat kan hen helpen op hun moeilijke weg naar boven, die ze meestal achterwaarts moeten afleggen en dat liefst op één been – beeldspraak.
Het kan ook helpen als je er in slaagt om lezingen doorheen het land te versieren die vele mensen op de been brengen. Hiermede creëer je een platform. Dan komen de uitgevers wel vanzelf aan je deur kloppen. In Engeland bijvoorbeeld was er een bekend professor, die de 60 al voorbij was, die lezingen hield over zijn reis doorheen Zuid-Amerika, in z’n eentje, met als doel salsa te leren dansen wat hij meestal deed met dames van losse zeden in nachtclubs van laag allooi. (Zijn vrouw had hem een pak condooms meegegeven.) Zijn lezingen maakten hem een beroemdheid en de uitgevers stonden aan te schuiven.
Als je genoeg in de kijker loopt, kan het je wel gebeuren dat de een of andere politieke of andere beroemdheid je aanspreekt om een boek te schrijven waarop zij dan hun naam zetten. Als het boek dan een redelijke verkoop kent, krijg je wel meer van dat werk toegeschoven.
Je vraagt je wel eens af of het vroeger ook zo was en of zogenaamde longsellers van vandaag vroeger ook zo weinig kans maakten. En na wat opzoekwerk kom je tegen dat ‘Moby Dick’ van Herman Melville erg slecht werd ontvangen en eigenlijk meer dan zeventig jaar moest wachten op een degelijke bespreking.
William Goldings ‘Lord of the flies’ (Heer der vliegen) werd zowat door iedere uitgever afgewezen met een gemiddelde van 49 dagen tussen opsturen en afwijzing. Agatha Christie moest met haar eersteling, ‘The mysterious affair at Styles’ (De zaak Styles) een vier jaar lange tocht langs tientallen uitgevers afleggen vooraleer ze een (niet erg enthousiaste) uitgever vond (maar dat laatste begrijp ik als ex-uitgever wel, ik heb nooit erg hoog opgelopen met haar schrijverij). En dan is er het schrijnende voorbeeld van de Australische auteur Fergus Hume die zijn debuutroman ‘The mystery of a handsom cab’ (Het mysterie van het huurrijtuig) uit 1886 in eigen beheer uitgaf, omdat iedere Engelse uitgever die hij benaderde hem afwees. Uiteindelijk verkocht hij de Engelse en Amerikaanse rechten voor 50 Australische dollar, wat pijnlijk is als je weet dat er meer dan 400.000 exemplaren over de toonbank gingen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten