Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

donderdag 17 december 2009

AMERIKAAN IN PARIJS

“Gertrude Stein was boos op Ezra Pound omdat hij te vlug op een zwak en ongetwijfeld ongemakkelijk stoeltje was gaan zitten dat ze hem misschien wel opzettelijk had gegeven en daar een barst in had gemaakt of het helemaal had vernield. Dat hij een groot dichter was en een zachtmoedig en edelmoedig mens en best in een normale stoel had kunnen plaatsnemen, werd niet eens overwogen.” schrijft Ernest Hemingway in ‘Amerikaan in Parijs’ (geschreven tussen 1958 en 1960 - uitgave van J.M. Meulenhoff die oorspronkelijk in 1964 verscheen bij A.J.G. Strengholt in 1964) en handelt over de jaren 1921 tot 1926 in Parijs. Spijtig dat men voor deze heruitgave niet een goede redacteur heeft aangesproken om zinnen die nergens naartoe leiden terug op poten te zetten (dikwijls nogal letterlijk vertaalde zinnen, denk ik), verouderde woorden te schrappen en eventueel ook nog eens de zetfouten eruit te halen. Maar dat alles doet niet af aan het feit dat ‘Amerikaan in Parijs’ een fantastisch leesbaar boekje is dat nu bij sommige zaken (De Markies, Hoogstraat, Antwerpen) verkrijgbaar is aan zes euro en beschrijft hoe Hemingway de eindjes aan elkaar moet knopen. Hoe hij op de paarden speelt, zich manifesteert als visser, als bokser, als journalist, als levensgenieter. Als kunstkenner: “Als ik honger had leerde ik Cézanne veel beter begrijpen en zag ik pas hoe hij landschappen maakte. Ik vroeg me dan af of hij ook hongerig was als hij schilderde…” We komen er mensen tegen die we soms vergeten waren zoals auteur Hilaire Belloc, duivelaanbidder Aleister Crowley,

schilder Pascin (Julius Mordecai Pincas)in het gezelschap van twee pikante modellen, beeldhouwer Gaudier-Brzeska, schilder Picabia, schilder Wyndham Lewis (die door Gertrude Stein ‘de Meetworm’ werd genoemd, de verdere beschrijving moet je maar zelf lezen!), dichter Ernest Walsh, de dichter Evan Shipman, de dichter Ralph Cheever Dunning. De enkele schitterende hoofdstukken over Scott Fitzgerald. zijn gewoon hoogstaande literaire geschiedenis.

“Ezra Pound was altijd een goed vriend en hij was altijd voor anderen bezig. (…) Ezra was de grootmoedigste schrijver die ik ooit gekend heb en de meest onbaatzuchtige. Hij hielp dichters, schilders, beeldhouwers en prozaïsten in wie hij geloofde en hielp iedereen die maar in moeilijkheden zat, of hij in ze geloofde of niet. Hij maakte zich zorgen over iedereen en in de tijd dat ik voor het eerst met hem kennismaakte zat hij het meest in over T.S. Eliot (…)”
Als men dit leest en men weet dan dat Ezra Pound tijdens de oorlog nogal wat foute beslissingen nam, weet men dat Hemingway – die dit tenslotte schreef tussen 1958 en 1960 – hem alles had vergeven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten