Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

woensdag 2 december 2009

DE RUSTELOZE


Je hebt zo van die mensen waar je je van afvraagt: wanneer slapen die? Iedereen kent wel zo iemand, bij mij is dat Lukas De Vos. Zoals je weet is hij de Europa deskundige van de VRT en je hoort hem regelmatig over klimaatconferenties en andere Europese aangelegenheden op radio één verslag geven. Daarnaast teistert hij regelmatig de pagina’s van Meervoud - Links Vlaams-nationaal maandblad. Hij is vertegenwoordiger van de European Shipping Press Association, voorzitter van de Vlaams Filmpers (VVF), is jurylid van de Hercule Poirot Prijs en schrijft het juryverslag, is ondervoorzitter van de Stichting Arkcomité van het Vrije Woord vzw en samensteller van het boekje dat je bij de uitreiking krijgt, schrijft voor Ons Erfdeel, Volksbelang (Liberaal Vlaams Tijdschrift), levert bijdragen voor de Pen-tijdingen (Pen Vlaanderen), schrijft schitterende speeches en inleidingen voor diverse gelegenheden, kortelings kon je hem nog horen bij de uitreiking van de Gouden Mira aan Chris Lomme, en lezen kon je zijn inleiding voor Litanie (de dichtbundel van Marc Pairon en Nic van Bruggen). Ook kan je hem tegenkomen ergens in het land waar hij als interviewer van een auteur of politicus voor de zaal zit of moderator is bij een politiek of literair debat. Dat al deze bezigheden samen stof voor boeken opleveren is nogal logisch. Toen hij nog voor RVI (Radio Vlaanderen Internationaal ofte Wereldomroep) werkte, kon je hem overal ter wereld tegenkomen. Dat hij daarbij zijn ogen en oren open hield (dikwijls aan de schenkbank staande) kun je lezen in het boek ‘Iets meer naar het Oosten’ (Kramat), waarin zijn kennis over Thailand, Mongolië, Macau, Hong Kong en andere oostens je voortdurend verbaasd doet staan. Geen gewone reisverhalen, maar echt beleefde verhalen op de bus, trein en in de kroeg. Dit jaar leverde hij ‘Doek. Erflaters van de film in Vlaanderen’ (Pelckmans) af en op een eigenzinnige manier rekent hij af met mensen en dingen. Wanneer je de hoofdstukken over zijn vriend Hugo Claus leest, vind je tussen alle lof toch ook nijdige uithalen, Claus zorgde altijd wel dat er een vrouw in de buurt was die hem in geval van nood kon onderhouden, Claus maakte films omdat hij de daarin vervatte landschappen en mensen niet kon schilderen zoals hij het zelf wenste. Neen Lukas zalft en bijt tegelijk en vele groten der filmaarde bijten in het zand, terwijl hij dan weer illustere onbekenden zoals een Paul Frees vanonder het stof haalt in het hoofdstuk ‘The man with the X-ray eyes’ (over de journalist in de film), of het heeft over ene George Bruggeman die de echte yell van Tarzan heeft gemaakt en daarnaast krijgen ook de calicoschilders een beurt, calico zijnde de geschilderde uithangborden aan de cinema’s vroeger. We hebben nog wat tijd te vullen dacht Lukas waarschijnlijk en zocht zijn door de jaren heen verzamelde stukken over foute schrijvers en bundelde die in ‘Verbrande schrijvers’ (Academia Press). Samen met Yves ‘tSjoen en Ludo Stynen gaat hij op zoek naar de redenen voor collaboratie van auteurs als Pol le Roy, Bert Peleman, Ferdinand Vercnocke, Blanka Gijselen, Ernest Claus, Wies Moens, André Demedts en Filip de Pillecyn. Een uitvoerige belichting van de culturele collaboratie voor echte vorsers, want gewone stervelingen struikelen her en der en regelmatig over woorden die soms zelfs niet in de grote staan. Maar het blijft interessant, net zoals Lukas interessant blijft voor iedereen die hem kent.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten