Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

maandag 29 maart 2010

SALON DU LIVRE


Mens erger je niet, zul je zeggen, maar ik denk dan: als je je niet meer ergert dan leef je niet meer. Neem nu die longdokter die woensdagavond (24/3) bij Phara zat. Als je die moet geloven, sterven alle mensen die roken aan longkanker. Hij zal wel voor een deel gelijk hebben, maar al diegenen die doodgaan door gewoon de stadslucht in te ademen daar spreekt hij niet over, nee, helemaal niet, want dan moet hij de industrie aanvallen en de automobilisten en van die laatsten zijn er veel meer dan er rokers zijn. Als ik zo rond mij kijk en de beroete gevels zie langs de inkomende en uitgaande wegen van een stad, weet ik haast zeker dat ik even weinig kans heb om oud te worden als een roker.
Donderdagochtend hoor ik Kris Peeters aan het woord. Hij heeft het over langs de ene kant, waar het aan de ene kant moet zijn, zegt dan ergens door hun waar het door hen moet zijn en vergeet dat zeker en vast vast en zeker moet zijn. Een Vlaamse premier moet geen Vlaemsch maar Nederlands praten, mijnheer.

Voor de rest van de week zit ik voor de eerste maal van mijn leven in Parijs. De start hiervoor werd gegeven door de uitnodiging voor de vernissage op donderdagavond (25 maart) van een tentoonstelling van Gilbert Shelton en zijn ‘Wonder Wart Hog’. Eigenlijk een tegenvaller, want er hangen enkel volledige strips van Wonder Wart aan de muur, op zichzelf natuurlijk grappig, maar ik ben toch een grotere fan van ‘Fat Freddy’s Cat’. Alles werd natuurlijk goedgemaakt door de innemende Gilbert himself.
Ik stel vast, na drie dagen ronddweilen door de stad, dat ook in Parijs de multiculturaliteit niet is geslaagd: Japanse restaurants troepen samen, in een passage vind je Indiaanse en Pakistaanse restaurantjes bij elkaar jandorie om geen tandoori te moeten zeggen, de straten waarop deze passage uitloopt zijn bevolkt door winkeliers van Noord-Afrikaanse origine, zwarte medemensen troepen samen aan de Boulevard Strasbourg, en daar tussenin heb je nog de vele uit de boot gevallen in lompen gehulde lieden die hun hele hebben en houden meeslepen in enkele plastic tassen en de meest opdringerige bedelaars zijn dan weer de zigeuners. Aan de Gare du Nord zie je zwarte mensen die zijn uitgedost zoals de lui die deel uitmaken van de streetgangs van New-York. Daartussenin zitten enkele in Armani pak gestoken mooie zwarte mannen die inpraten op enkele blanke meisjes die er een beetje verlopen uitzien, maar mits enkele ingrepen er best nog goed tot zeer goed kunnen uitzien. Aan de place Vendôme en de omliggende straten zie je alle voornoemden niet, daar zie je enkel vijfsterren hotels met livreibedienden die passagiers uit dure auto’s helpen en kun je je vergapen aan de uitstallingen van de dure kledingzaken en andere Chanels.
En dan het lawaai. Politie- en brandweerwagens die om de haverklap met loeiende sirenes voorbijstuiven. Ik denk dat ik meer sirenes heb gehoord dan iemand die naast een brandweerkazerne woont in zijn hele leven hoort.
De beroemde bouquinistes aan de Seine zijn nog maar voor de helft bezet, de leegstaande zijn zo verwaarloosd dat je met stellige zekerheid weet dat ze nooit meer open zullen gaan. Trouwens veel boeken kun je er niet meer vinden, ze zijn meer overgegaan op kunstreproducties, ansichtkaarten en mooie foto’s die vele jaren geleden als pornografisch werden beschouwd en ook afbeeldingen van pop- en cultuursterren vind je er in overvloed.
In de Sacré Coeur zijn ze nog bezig met de paasopschik en bezig de ‘zilveren’ Jezus op te poetsen, terwijl zijn moeder aan de andere kant al helemaal klaar is. Ze vragen dan ook nog vijf euro om in de toren te mogen klimmen, terwijl je wel zelf de 300 treden moet doen, en dat na de klim naar boven zelf. De crypte is dan weer gesloten. Enkele nonnen in vol habijt runnen daar de zaken.
Aan de Notre Dame de Paris staan ze met honderden in een lange rij om naar binnen te mogen. Vrije toegang. Maar er zal wel veel worden geofferd en er zullen wel heel wat kaarsen worden aangestoken, want een geldwagen van Brinks staat aan een zijingang te wachten op zijn lading.

Op het kerkhof Père Lachaise is het wat zoeken, maar het met lipstick overdekte graf van Oscar Wilde is makkelijk zat te vinden, het graf waarin Abelard en Heloïse zijn verenigd staat in de stelling. De laatste rustplaats van Amedeo Modigliani – overleden in 1920 - is nauwelijks te vinden en moet nodig eens opgefrist. Hij ligt er samen met zijn geliefde (en geliefd model) Jeanne Hébuterne die twee dagen na zijn dood uit het raam sprong maar pas in 1930 bij hem kwam te liggen toen haar familie zich niet langer verzette. Simone Signoret ligt er samen met haar geliefde Yves Montand. Ook Gertrude Stein’s rustplaats moet nodig eens worden opgefrist, maar dat geldt voor vele graven daar.
In de Passage Jouffroy, een van de eerste overdekte verwarmde winkelcentra (gebouwd in 1847) koop ik ‘The long march’ (de eerste gebonden editie) van William Styron voor 5,5 euro (voor die prijs kun je het toch niet laten liggen). Want boeken zijn toch het eerste doel van deze trip, het Salon du Livre loopt van 26 tot 31 maart en in de marge hiervan heb ik enkele ontmoetingen gepland. Men weet natuurlijk nooit wat de uitkomst zal worden, want ik had nog geen materiaal genoeg om het boek ‘De Kinderspelen’ van Marc Pairon te kunnen plaatsen. Het wachten is trouwens op de Franse, Engelse, Duitse, Spaanse, Afrikaanse en Arabische vertalingen die klaar zullen zijn tegen het einde van mei.

EN MAAR BLIJVEN ZWIJGEN

maandag 22 maart 2010

De getto's van Brussel


Deze tekst doet al een tijdje de ronde op het internet. Voor diegenen die hem nog niet lazen:

MOETEN WE BANG ZIJN OM ONZE WAARDEN OP TE DRINGEN?

LUCKAS VANDER TAELEN is het beu naast een getto te leven waar allochtone
jongeren hem behandelen alsof hij op hun privéterrein loopt. 'Waarom durven
wij niet opkomen voor wat eigenlijk essentieel is: respect voor de wetten en
de waarden van het land waarin wij leven?'

Ik woon vlakbij een buurt in Vorst, van de Merodestraat tot het Zuidstation,
die je zelfs met de meest multiculturele vooringenomenheid niet anders dan
als een getto kunt omschrijven.

Mijn dochter heeft het al lang opgegeven om in die wijk te gaan. Daarvoor is
ze net iets te vaak uitgescholden voor veel onfraais. Ik fiets er elke dag
door en beleef steeds een ander avontuur. Dubbelgeparkeerde auto's,
bestuurders die een kruispunt blokkeren om met elkaar te praten,
rondhangende jongeren die je bekijken alsof je op hun privédomein komt.

Probeer vooral niets te zeggen als je weer eens bijna omver gereden wordt:
de laatste keer dat ik dit toch deed, werd ik de huid vol gescholden door
een omstaander van geen zestien jaar, die zijn beledigende tirade afsloot
met een boodschap die ik niet vertaal: 'Nique ta mère.' Dat was minder erg
dan de vorige keer, toen een andere jonge Maghrebijnse chauffeur zich door
mijn gedrag beledigd voelde: ik had het aangedurfd mijn voorrang te nemen.
Zijn eer was dusdanig gekrenkt dat hij dit blijkbaar enkel kon rechtzetten
door me in het gezicht te spuwen...

Dus vooral: zwijgen. Want als je probeert duidelijk te maken dat 70 km per
uur veel te snel is in een zone 30, dan heb je meteen recht op een
confrontatie met het eergevoel van een jonge nieuwe Belg die het niet kan
hebben dat iemand hem ook maar iets verbiedt en die bereid is je daarom in
elkaar te rammen.

Twintig jaar geleden was ik ervan overtuigd dat de jonge nieuwe Belgen snel
geassimileerd zouden worden. Maar nu is in Brussel een generatie van rebels
without a causeopgegroeid die zich altijd verongelijkt en te kort gedaan
voelt. Nooit voor iets verantwoordelijk, het is altijd de fout van iemand
anders: van de overheid, van de racistische Belgen. En ook binnen hun eigen
families blijven de jonge Maghrebijnse mannen onaantastbaar. Toen de politie
in Molenbeek een jongen oppakte, organiseerde de vader meteen een betoging
omdat zijn zoon 'nog geen appel zou stelen.'

De inspanningen van de overheid in de probleemwijken hebben ervoor gezorgd
dat de jongeren de noodzaak niet voelen die te verlaten, toonde een
ULB-studie vorig jaar aan. Zo creëer je de bekrompenheid van een dorp in de
grote stad.

Een dochter van Marokkaanse vrienden heeft een Belgisch vriendje. Met hem
gaat ze nooit uit in de wijk, omdat ze meteen wordt nageroepen. Want bijna
al de jonge allochtonen mogen dan wel de Belgische nationaliteit hebben,
enige identificatie met dit land hebben zij niet. Integendeel: 'Belge' is
een scheldwoord...

Jonge vrouwen alleen zie je overigens bijna nooit in de wijk. En zeker niet
in de cafés: daar worden ze zelfs niet gedoogd. Toen een medewerkster van de
gemeente er een koffie vroeg, werd haar snel duidelijk gemaakt dat ze er
niet moest op rekenen om bediend te worden. Als ik de Merode-wijk
binnenfiets, dan weet ik dat ik tot ver voorbij het Zuidstation niet één
vrouw op een caféterras zal zien. En dan heb ik het nog niet over de dubbele
seksuele moraal die van jonge allochtone vrouwen nog steeds verwacht dat ze
tijdens de huwelijksnacht hun maagdelijkheid bewijzen, ook al weet iedereen
dat Brusselse hospitalen met een eenvoudige ingreep maagdenvliezen
herstellen...

Een gerenommeerd Frans-Marokkaanse kunstenaar stelde tot vorige week een
merkwaardige installatie tentoon in Brussel: een reeks bidtapijtjes met
schoenen. De kunstgalerij kreeg onmiddellijk dreigtelefoons, het glas voor
het kunstwerk werd bespuugd en beschadigd. De commotie kwam er omdat er bij
één bidtapijtje rode vrouwenhakken te zien waren. De kunstenaar wou op die
manier 'de plaats van de vrouw in de Islam' aankaarten. Maar dat kan al niet
meer in Brussel: na een paar dagen werd het kunstwerk verwijderd.

Misschien moeten we ons eens afvragen hoe het komt dat we aanvaard hebben
dat principes als de vrijheid van de kunstenaar en gelijke rechten voor man
en vrouw niet voor iedereen gelden in dit land. Waarom durven wij niet
opkomen voor wat eigenlijk essentieel is: respect voor de wetten en de
waarden van het land waarin wij leven? Een hoofddoekenverbod is geen
oplossing. Maar misschien moeten we toch eens nadenken over hoe we op een
assertieve manier kunnen duidelijk maken dat wij durven verdedigen wat wij
belangrijk vinden.

Het is de verdienste van links geweest om meer aandacht te vragen voor
discriminatie en sociale achterstand. Het probleem ligt jammer genoeg
dieper: we zijn bang geweest om onze waarden op te dringen aan allochtonen.
Die waarden zijn mij echter te dierbaar om ze verloren te laten gaan.

LUCKAS VANDER TAELEN
Vlaams Parlementslid voor Groen!

zondag 21 maart 2010

OPVANG


Op de CD&V gezinsdag, waar men bijna enkel en alleen van die jonge Vlaamse gezinnen zag met een redelijk behoorlijke opleiding en het daarbij passend inkomen en ongeveer 2 kinderen - waarover het Vlaams Belang het zo graag heeft - werden 2.000 nieuwe opvangplaatsen voor kinderen aangekondigd. En waar zullen die naartoe gaan, vraag je je dan af, als je weet dat het geboortecijfer bij voornoemde gezinnen nog steeds niet in verhouding staat met datgene van hen die zichzelf de nieuwe Belgen noemen, maar toch hun tweede nationaliteit niet opgeven. Kwestie van waarborg?...

vrijdag 12 maart 2010

BIJ DE DOOD VAN EEN STAATSMAN


Toen Hans van Mierlo zijn D66 oprichtte was België dat stukje slechte weg tussen Nederland en Frankrijk. Nu Hans van Mierlo gisteravond overleed is België opnieuw dat stukje slechte weg tussen Nederland en Frankrijk. De cirkel is rond.
Jaren geleden was ik bezig, vóór iemand anders in het Nederlands taalgebied er ooit had aan gedacht, een boek samen te stellen met beroemde toespraken. Daardoor kwam ik in contact met Hans van Mierlo, die dadelijk instemde om zijn speech tegen de plaatsing van kruisraketten in Nederland in het boek te laten opnemen. Hij zou daar staan naast de beroemde speech van opperhoofd Seattle ‘Het antwoord van Seattle’ of ‘Hoe kun je lucht bezitten?’ en de ongelooflijk sterke tekst van het diep christelijke Engelse parlementslid William Wilberforce (William Wilberforce's speech supporting his motion to abolish the slave trade, 2 April 1792) die de afschaffing van de slavernij in Engeland in een stroomversnelling zette, naast de speech van Theobald Wolfe Tone (From my tenderest youth I have considered the union of Ireland with Great-Britain as the scourge of the Irish nation), de Ierse advocaat die katholieken en protestanten achter de banier van de Franse revolutie ‘Vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid’ wilde krijgen en hiervoor officier werd in het Franse leger en toen hij werd opgepakt een supersonische toespraak hield bij zijn proces. Er was ook de ‘I had a dream’ toespraak van Martin Luther King. Frank Albers vertaalde zelfs al die Engelse teksten (en werd ervoor betaald, hoewel dat niet zo vet was).
Van Mierlo was geen politicus, Van Mierlo was een staatsman, een filosoof en een romanticus. Ik herinner me nog dat tijdens een samenkomst van Volksunie Jongeren Hugo Schiltz, die andere romanticus, een verhandeling kwam geven en toen aan het eind iemand hem vroeg: ‘Waar staan wij als Volksunie eigenlijk?’ hij antwoordde: ‘Mijn doel is een links-liberale partij, net zoals D66 in Nederland’ en daar heb ik me altijd in kunnen vinden.