Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

woensdag 20 april 2011

FOSSIELEN


Eyskens, Tobback, Martens de Belgische fossielen hebben samen met hun liberale vriendjes de aanval op Bart De Wever ingezet. Maar waarom ook niet tegelijk op het Waalse strikje? Zou het niet kunnen dat het niet De Wever is die de hele santekraam tegenhoudt, maar de leider van de PS die van een verrottingsstrategie gebruik maakt, om alzo opnieuw een Belgische hit te scoren?
Om te beginnen hebben de groenen zichzelf al uitgesloten door te zeggen dat de kerncentrales dicht moeten, wat niet zal gebeuren, want dat zijn leuke melkkoeien voor den Belgiek die geld nodig heeft. Hoera een typisch Belgische oplossing komt er aan, een tripartite en Vlaanderen wordt weer eens genaaid.

CANNES: QUINZAINE DES RéALISATEURS


Gust Van Den Berghe


De Quinzaine des Réalisateurs (ook bekend als Directors’ Fortnight) werd door de Franse Regisseursgilde opgericht als reactie op de gebeurtenissen van Mei’68. Bedoeling was om zowel media als publiek via dit platform nieuwe filmmakers en –stromingen te helpen ontdekken.
Van bij aanvang toonde de Quinzaine de eerste speelfilms van o.a. Rainer Werner Fassbinder, Nagisa Oshima, George Lucas, Martin Scorsese, Ken Loach, Michael Haneke, Chantal Akerman, Spike Lee, Luc et Jean-Pierre Dardenne, Sofia Coppola, Manoel de Oliveira, Stephen Frears, William Friedkin en Francis Ford Coppola. Ook De helaasheid der dingen van Felix van Groeningen werd in 2009 in de Quinzaine vertoond.
Voor de Vlaamse film is het , na een jarenlange afwezigheid, het vierde jaar op rij dat er een speelfilm geselecteerd is (2008: Aanrijding in Moscou/ 2009: Altiplano; De helaasheid der dingen; Lost Persons Area / 2010: En waar de sterre bleef stille staan / 2011: Blue Bird).

Naast Blue Bird van Gust Van den Berghe (Borgerhout, 1985) werden dit jaar de korte films Badpakje 46 van Wannes Destoop voor Officiële Competitie, en Bento Monogatari (Lunchbox Story) van Pieter Dirkx geselecteerd voor de Cinéfondation competitie geselecteerd. Blue Bird is gebaseerd op het toneelstuk 'De blauwe vogel' van Maurice Maeterlinck (een zeer goede vertaling van de hand van taalvirtuoos Maarten van Nierop verscheen bij de uitgeverij van mezelf en is enkel nog in het antikwariaat te verkrijgen).
Blue Bird vertelt het verhaal van de twee kinderen, Mytyl en Tyltyl, van een houthakker die de blauwe vogel van het geluk en het raadsel van het bestaan willen opsporen.
Gust trok in de zomer van vorig jaar een maand naar Togo en besloot de film daar te draaien. In december ging de regisseur aan de slag. Van den Berghe deed niet alleen voor de cast maar deels ook voor de crew een beroep op de lokale bevolking: de Batammariba of het Tamberma volk.
Gust is de zoon van auteur Kristien Dieltiens en van haar heeft hij duidelijk het verteltalent, zoals zij haar beelden tekent met letters, maakt hij beelden van zijn verbeelding.

maandag 18 april 2011

TOEKOMSTVERHAAL

Het jaar 2035. De Waalse eisen worden verworpen met een meerderheid van drie stemmen: twee zonen en een dochter van Bart De Wever zorgden voor die meerderheid, dit tegen de wil in van de zonen van De Croo, Tobback, De Gucht en Dehaene.

REBELLEN

Ik geloof pas in de oprechtheid van de anti-Gadaffi coalitie op de dag dat de rebellen vrijheidstrijders worden.

woensdag 6 april 2011

EEN MANNEKENSBLAD VAN INDRUKKEN


Zelfportret (lino)


* Volgens de Nederlandstalige WIKIPEDIA werd Lucienne Stassaert in Antwerpen geboren op 10 februari 1936, volgens de Engelse WIKI is dat 10 januari en ook in 1936, deze laatste is dus de juiste. Stassaert debuteerde in 1964 met 'Verhalen van de jonkvrouw met de spade' en stopte er tot op de dag van vandaag niet mee. Ze deed en doet nu en dan een uitstapje naar de schilderkunst (recent nog in het Elzenveld te zien), terwijl eigenlijk muziek haar grote inspirator was, maar plankenkoorts speelde en speelt nog steeds. Dus Lucienne werd 75 en werd gisteren 5 april gehuldigd op het Antwerpse stadhuis, waar iedereen die een klein rolletje heeft gespeeld in het Antwerpse theater wel eens aan de beurt komt, op zijn zeventigste, op zijn vijfenzeventigste, op zijn tachtigste en niet allemaal hebben ze de verdiensten die Stassaert kan voorleggen. Stassaert is een beminnelijke feministe (en dit is zéker niet pejoratief bdoeld!)Lucienne is nu niet direct een optimiste want als je haar werk leest komen thema's zoals doodsobsessie, levensangst, waanzin, tijd en herinnering aan bod.

* Vorige thema's kun je Ferre Grignard (DE ferre) niet ontzeggen. Ferre floepte uit zijn moeder op vrijdag de 13de maart 1939, een gelovige bijgelovige had je al dadelijk kunnen vertellen dat het niet goed met Ferre zou aflopen en dat hij nauwelijks 43 jaar zou worden (8 augustus 1982). Maar Ferre is niet vergeten, want een jongeman die zijn moustache en bakkebaarden laat groeien om zijn jeugdige leeftijd te verbergen is de conservator van de tentoonstelling over Ferre in het COAndries (loopt nog tot 29 april). Het is een leuke tentoonstelling geworden die is samengesprokkeld door Philippe Colbert en die je zeker moet gaan kijken, al was het alleen maar om Ferre op een affiche net onder Champion Jack Dupree te zien staan en om sommige van zijn schilderingen te zien, want ook Ferre was een duo-talent.
Een echt pronkstuk is van de hand van Fred Bervoets die Ferre's binnenste helemaal wist bloot te leggen in een portret. Fred die de avond van de opening weer eens het hoge woord had en voerde. De vernissage werd afgesloten met een concert en het grappige ervan was dat op de deur van de concertzaal de volgende tekst was aangebracht:
OPTREDEN
Ferre Grignard
Uitverkocht
Ja, de Ferre leeft!



* Nog iets meegeven voor de anti-tabaksliga. Dit kwam ik een tijdje geleden tegen in een mail van een Amerikaanse vriend:
I HATED CIGARETTES TILL I SAW MY FIRST NO SMOKING SIGN.
Of: wat verboden is, is lekker!

vrijdag 1 april 2011

ELSSCHOT STUURDE ZIJN KAT


Prof. Dr. Abied Alsulaiman was en is de bezieler van de Arabische Taalweek aan de Lessius Hogeschool Antwerpen. Gisteren, donderdag, was er een avond die helemaal was gewijd aan de vertalingen van Vlaamse auteurs naar het Arabisch. Willem Elsschot was niet aanwezig, hoewel was aangekondigd dat zijn ‘Kaas’ zou verschijnen bij de Egyptische uitgeverij National Center for Translations. Er werd me echter verzekerd dat hij een goeie reden had om niet te komen.
Wie er wel was, was Marc Pairon, die maar liefst twee titels bij dezelfde
uitgeverij zal uitgeven, namelijk een vertaling van zijn romandebuut ‘De Kinderspelen’ en een bloemlezing uit zijn gedichtenbundels ‘Ontbijt op bed’, ‘Franse zoenen’, ‘Fanmail’ en ‘TOP 50 Intiemste liefdesverzen’. Maar ook deze auteur kreeg geen boek overhandigd, de verklaarbare reden was natuurlijk de opstand in Egypte, die heeft het uitgeefschema van het National Center duidelijk erg overhoop gegooid. De professor verzekerde het aanwezige publiek (ongeveer 70 mensen) dat de boeken ten laatste einde mei van dit jaar zullen arriveren. Niet getreurd dus.
'In tegenstelling tot het Nederlands taalgebied is poëzie binnen de Arabische wereld reeds eeuwenlang de populairste discipline,’ zegt Alsuleiman, 'en daarom ook de keuze voor Pairon, wiens stijl volledig aansluit bij de hedendaagse liefdespoëzie'.
Pairon las zijn gedichten op de manier die hem eigen is, virtuoos dus. Na elke strofe volgde onmiddellijk de Arabische vertaling, gelezen door diverse studenten: Dua, Hossein, Sofia, Yassine en Joke. Deze laatste had de dankbare taak de stukken uit ‘Fanmail’ te mogen debiteren, in een geweldige interactie met de auteur himself. Maar je kunt er niet tussenuit dat het Arabisch blijkbaar is gemaakt om poëzie te vertolken.
De muzikale omlijsting was van de deels Russische Sacha Gaidar die de avond – ondertussen waren we twee uur verder – afsloot met een ontroerend poëtisch lied.
Sommige keren hadden de Arabisch onkundigen – onder wie ik mezelf reken - wel de indruk dat de vertalingen erg vrij waren, maar een andere mogelijkheid is ook dat het Arabisch meer woorden nodig heeft om de liefdesgedichten van Pairon hun oorspronkelijke glans te geven. Sommigen, die dan wel weer het Arabisch machtig waren, zeiden dat de vertalingen erg subtiel waren, wat dat ook moge betekenen.