Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

donderdag 22 september 2011

MET HET OOG OP DE GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN 2011


Ik herinner me maar al te goed dat we ongeveer drie jaar geleden een brief in de bus kregen van ’t Stad (’t Stad is van iedereen), brief die ons meedeelde dat de werken in onze straat dat jaar zouden aanvangen. Een actie ‘Zonder gaten straat’ verder – je moet lawaai maken willen die van het stadhuis luisteren – zijn ze dit jaar begonnen in mei, dus drie jaar later. En terwijl ze nu – september - nog aan de afwerking bezig zijn, krijgen we zo’n mooie vierkleurenfolder in oblong formaat (rechthoekig met de langste zijde in de breedte) in de bus. De folder doet me een beetje denken aan wat we allemaal kunnen zien in Playboy en Penthouse, alles bewerkt met fotoshop, zodat je je duimen en vingers kunt aflikken. Daarnaast kun je het boekje ook klasseren in het rekje sciencefictionromans.
Wat is nu de bedoeling van dit boekje? Maar mensen toch, bekijk het gewoon als verkiezingspubliciteit. Het huidige Antwerpse bewind voelt zwaar weer aankomen en heeft nog eens flink in de stadskas gegraaid om deze vierkleurenfolder te betalen, zodat ze dat zeker niet moeten doen van het verkiezingbudget. En dan halen ze naast een hele boel loze beloften ook nog linke streken uit, want er wordt al over 2020 gesproken, alsof dat al voor de deur staat, zodat ze een volgende legislatuur met hun leugens opzadelen en dat die het maar moeten uitzoeken en de vervloekingen van de bevolking over zich heen zullen krijgen.
’t Stad, we werken eraan, is een leugenachtige brochure die je best ineens bij het papIerafval legt, want ze is als zoveel toekomstdromen, dromen die toch nooit uitkomen.

donderdag 15 september 2011

DE ANTWERPENAAR IN ZIJN HEMD


Ik weet al sinds jaren dat correctiewerk van een tekst geen sinecure is, maar wat De Antwerpenaar er tegenwoordig van bakt, loopt wel een beetje uit de hand. Het gebeurde vroeger wel iets minder, hoewel er toen ook van verlof in de plaats van vakantie werd gesproken.
In het recentse nummer wordt er gesproken over een voetpad, laat dat volgens Nijhoffs 'Zuid-Nederlands Woordenboek' een purisme voor trottoir of stoep zijn, maar als je de purist wil uithangen moet je wel juist schrijven. Misschien is een literatuuronkundige wel opgescheept geworden met een kort artikeltje - ho, we moeten ook aan cultuur doen - over Zuiderzinnen. Ja hoor, daar staat HEMMINGWAY te pronken, zowel in de titel als in het artikel zelf.
Misschien gebeurde dat wel onder invloed van het boekje 'Amerikaan in Parijs' waarover ik op 17 december 2009 op deze blog schreef:

“Gertrude Stein was boos op Ezra Pound omdat hij te vlug op een zwak en ongetwijfeld ongemakkelijk stoeltje was gaan zitten dat ze hem misschien wel opzettelijk had gegeven en daar een barst in had gemaakt of het helemaal had vernield. Dat hij een groot dichter was en een zachtmoedig en edelmoedig mens en best in een normale stoel had kunnen plaatsnemen, werd niet eens overwogen.” schrijft Ernest Hemingway in ‘Amerikaan in Parijs’ (geschreven tussen 1958 en 1960 - uitgave van J.M. Meulenhoff die oorspronkelijk in 1964 verscheen bij A.J.G. Strengholt in 1964) en handelt over de jaren 1921 tot 1926 in Parijs. Spijtig dat men voor deze heruitgave niet een goede redacteur heeft aangesproken om zinnen die nergens naartoe leiden terug op poten te zetten (dikwijls nogal letterlijk vertaalde zinnen, denk ik), verouderde woorden te schrappen en eventueel ook nog eens de zetfouten eruit te halen.

Een ding is wel zeker, de naam van de schrijver was juist gespeld.