Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

vrijdag 13 juli 2012

MORGEN 21 JAAR GELEDEN GING EEN DICHTER HEEN

De wereld is vol roerloze objecten die op een artiest wachten om tot dromen te ontluiken.
Henri-Floris Jespers

Nic van Bruggen en Walter Soethoudt 1984

Nic van Bruggen was kunstcriticus, sportjournalist, reclametekstschrijver, beeldend kunstenaar, maar in de eerste plaats dichter.
Vijfendertig jaar geleden, 1977, verscheen bij mijn uitgeverij ‘100 gedichten’ van Nic van Bruggen pp (1938- 14 juli 1991), een selectie uit vorige bundels, aangevuld met nooit eerder in boekvorm gepubliceerde gedichten. Dichter, redacteur en prozaschrijver Henri-Floris Jespers (1944) haalde in zijn woord vooraf schrijver, vertaler en criticus Eugène van Itterbeek (1934-2012) aan: “Dichten is in de eerste plaats het ‘registreren van taal’ en niet zozeer het optekenen van ervaringen of het in kaart brengen van de voorwerpen uit onze omgeving bij middel van taal. Het hele denken en voelen van Nic van Bruggen geschiedt in de wereld van de taal. Het is ermee versmolten, zodanig zelfs dat de tastbare dagelijkse werkelijkheid niet meer bestaat.”
In datzelfde woord vooraf staat: “De kracht van Nic van Bruggen pp is steeds geweest dat hij een eigen poëtische werkelijkheid wist op te roepen – met de woorden van Paul Snoek pp (1933-1981) – ‘gedichten zoals elke dichter er zou willen geschreven hebben, zoals men er zelden ontmoet in een letterkunde.’”

Gedicht

Die in dit oord van woorden woont
is de totem en de rite
mijn lichaam ingelegd en opgelegd.

Het westers mos der bomen.
Het oosters licht der ochtend.
Het oorlogsbloed der liefde.

Wat ik het meest van Nic van Bruggen heb geleerd is dat weemoed een ziekte is die eeuwig is.


1 opmerking: