Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

zaterdag 22 juni 2013

All kinds of everything remind me of you


In aanloop tot onze vakantie las ik ‘De kip die over de soep vloog’ (vijftiende druk, oktober 1990) van de nu reeds totaal vergeten Frans Pointl, een erfenis uit de bibliotheek van onze dochter. Deze verhalenbundel vertelt met de nodige humor over een van de meest gruwelijke periodes voor het joodse deel van de wereldbevolking. En zie, er zijn vergelijkingen te vinden met de kinderen van de collaboratie. Na de oorlog spraken de joodse mensen voortdurend over hun niet teruggekeerde familie en vrienden, de kinderen van de collaboratie deden dat eveneens, alleen kwamen de meeste van die familieleden en vrienden als ze al dan niet aan het Oostfront hadden gevochten, wel terug uit hun gevangenschap. Een manke vergelijking? Inderdaad, maar voor die kinderen niet en ik kan het weten.

Het eerste boek dat ik las tijdens mijn vakantie (woensdag 19 juni) was de prachtig verzorgde gebonden uitgave van ‘Perdida’s droom’ (2010) van Patrick Conrad. Was er maar meer aandacht besteed aan wat er tussen de mooie band zit.

Een goede corrector zou fouten hebben gevonden als
Just a gigolo Perry Como = er is er maar één die er de top mee bereikte en dat is Louis Prima
Zij leidt van lijden
Niet echt vlijend van vleien
Stuyvenberg als het Stuivenberg moet zijn
Leuze (dat) moet die zijn
Pallieterke –café De Pallieter

Maar vooral werd er een fout gemaakt wat betreft het speelgoedbeertje ‘one eyed jack’ dat deze naam volgens getuigenverklaringen van spelers in het boek al zou hebben meegekregen vooraleer hij een oog verloor.

Apart van dat is ‘Perdida’s droom’ een sterke roman noir die je meesleurt doorheen het leven van een privédetective die probeert het verleden van een aan geheugenverlies lijdende jonge vrouw te reconstrueren, en dat brengt hem en de lezer vele verrassingen. Ook moet gezegd dat Conrad een meester is in het beschrijven van droomsequenties.
Een zichzelf roman noir noemende literaire thriller maar ook een sleutelroman, waarin een (niet bestaand) café op de hoek van de Antwerpse Perenstraat wordt aangehaald en waar het hoofdpersonage met de naar bed verlangende uitbater een gesprekje heeft en die wil liever een pornoromannetje gaan lezen (woon ik toevallig in de Perenstraat en heb porno geschreven en uitgegeven). En zo zullen er nogal wat mensen zichzelf herkennen.

De tweede vakantiedag (donderdag 20 juni) nemen we een uitgebreid ontbijt. In de gelegenheid, Amadeus (Oostduinkerke-Bad) zitten al een aantal klanten en enigen van hen zitten al hun tweede of derde biertje – het is acht in de morgen. Naast de ingang staat een kooi met een roodstaartpapegaai die lustig fluit en verhalen vertelt. Die van onze dochter Soetkin deed dat nooit, daarvoor was hij te zenuwachtig, maar iedereen werd zenuwachtig in haar bijzijn, hij plukte zichzelf kaal en stierf veel te jong (net als onze dochter trouwens) en zij liet hem cremeren en zijn as bewaarde ze in een piepkleine urne, net zoals de as van al haar overleden dieren – Soetkin kon van niets of niemand afscheid nemen: kapotte radio’s, kapotte sinds lang uit de mode zijnde televisies, kapotte bromfietsen, kapotte fietsen, noem het maar en wij vonden het in haar huis. Op de radio horen we dat Black Sabbath een nummer één hit heeft, dat zou Soetkin waarschijnlijk tot de uitspraak ‘Punk is not a fashion, Punk is a lifestyle’ hebben geïnspireerd.

Tegen de middag aan begin ik aan ‘Duvelstoejager’ (1989) van Charles Bukowski (in een sterke vertaling van Diederik van den Abeele) – jammer dat de rugtekstschrijver Henry Chinaski in Henri verandert. Ook al geërfd van dochter Soetkin, een Bukowski die nog niet in mijn kast stond.
Aan de hand van de door het leger afgekeurde zuipschuit Chinaski – een man van dertien stielen en veertien ongelukken die te lui is om te werken - wordt een beeld geschetst van het onverschillige Amerika, dat enkel bevolkt lijkt met vol gescheten onderbroeken, met door kotsbedekte neuk grage lijntrekkende mannen en vrouwen die doen alsof W.O. II niet bestaat, en die dan boos zijn wanneer de oorlog gedaan is en de teruggekeerde soldaten hun luizige baantjes inpikken.

Op mijn iPod hoor ik Memphis Minnie ‘I’m Bad Luck Woman, I Can’t See the Reason Why’ zingen en het is alsof ik Soetkin voor de zoveelste maal hoor zeggen ‘ik ben stront en zal waarschijnlijk altijd stront blijven’.

Vrijdag 21 juni brengt ‘Tango assassino’ (2013) een thriller van Patrick Conrad. Vooreerst enkele opmerkingen van over het hoofdgeziene zaken:
Lange Kievitstraat wordt ergens De Kievitstraat
Scheerde zich (alle onregelmatige werkwoorden worden tegenwoordig gemakshalve regelmatig, maar ik ben toch liever geschoren dan gescheerd)
Bulken en barsten (bulten)
Wit-zwarte foto’s
In de oorlog verscheen Signaal en niet Het signaal.

Foutief gebruik van verlof en vakantie

Toch opletten wanneer je een rugtekst schrijft, deze vermeldt: wanneer de oude man vermoord wordt teruggevonden – terwijl we in het boek tot pagina 94 moeten wachten om hem terug te vinden.

Maar het moet gezegd, Conrad levert weer een goedgeschreven, hoewel voor een lezer van thrillers iets te doorzichtig plot af en deze maal zijn de droomsequenties beperkt gebleven en heeft de tango en al zijn geheimen de plaats van de dromen ingenomen.

4 opmerkingen:

  1. All kinds of everything remind me OF you. Flater in de titel. Anoniem2

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Duvelstoejager BUKOWSKI

    Storende fout.

    Anoniem2

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Ok, een beetje flauw. Toevallig las ik dinsdag, woensdag en donderdag óók Perdida's Droom tijdens een verblijf in het ziekenhuis. Inderdaad een fraai boek.
    Anoniem2.

    BeantwoordenVerwijderen