Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

dinsdag 28 oktober 2014

ALS JE MET MODDER GOOIT, KUN JE MODDER TERUG VERWACHTEN

Dit kreeg ik aangeboden als waarheid!


Laurette Onckelinx en haar familie: De vader van Laurette, een Limburger, vond in 1950 werk in Ougrée, werd regionaal vakbondslid, toen schepen en tenslotte burgemeester. Haar moeder is een Francaise van Algerijnse afkomst. Laurette werd geboren in Seraing op 2 oktober 1958 en heeft vijf broers en zusters. Zij studeerde rechten aan de Universiteit van Luik en werd later advocaat. Zij huwde met de Marokkaan Abbès Guenned. Wegens zijn bedrijvigheid in het drugsmilieu, vaardigde Marokko in 1996 een internationaal aanhoudingsmandaat tegen hem uit.

Op 31juli 1997 werd hij op de luchthaven van Zaventem gearresteerd, maar hij maakte gebruik van een diplomatiek paspoort, wat hij illegaal bezat, want hij is nooit een diplomaat geweest. Op dat moment was echtgenote Onckelinx minister-president van de Franse gemeenschap.
Om verdere schandalen te vermijden, scheidde Laurette heel snel van hem. Na één maand was de scheiding al officieel geregeld. De snelste echtscheiding in België ooit. Op 20 november 1999 huwde Laurette de constitutionele advocaat Marc Uyttendaele. Een van de getuigen bij dit huwelijk was haar ex ! ! !

Nog wat over haar ex. Na de poging tot arrestatie van Abbès Guenned op de luchthaven van Zaventem, waarbij hij gebruik maakte van diplomatie onschendbaarheid met een illegaal diplomatiek paspoort, dat hij als 'gift' had gehouden, werd hij één jaar later, op 21 juli 1998 voor dezelfde feiten opnieuw gearresteerd, dit keer op de luchthaven Izmir, Turkije. Hij moest daar een tijdje de cel in, maar onder druk van de Belgische regering, werd hij nooit aan Marokko uitgeleverd en om een diplomatieke rel te vermijden zelfs vrijgelaten.
Sinds kort is Abbès weer opgedoken (je gelooft het niet) als rijkelijk betaald adviseur, op het kabinet van Laurette Onckelinx met als taken de communicatie tussen het kabinet en de islamitische verenigingen te onderhouden en het grote stedenbeleid.


In 'La Libre Belgique ' van 15 jan. 2004 deed hij een oproep tegen het verbieden van hoofddoeken bij moslimvrouwen en hij gaf zijn steun aan het oprichten van de vereniging COIFE (gezamenlijke verenigingen tegen het verbod van hoofddoeken in scholen). Eén van de medewerkers van Abbès is Kissi Benjelloun, voorzitter van de Unie van moskees (slager van beroep). Deze wordt ervan beschuldigd de controle van de moslimvleesmarkt uit te voeren voor zijn persoonlijk profijt.

Even recapituleren:  Eerst was ze getrouwd met een Marokkaan, die op die manier Belg werd. Op een gegeven ogenblik werd die echtgenoot in België aangehouden wegens drugsbezit. Op de een of andere manier kwam hij vrij (voorspraak?) in België, maar werd hij later opgepakt in Turkije, ook al omwille van drugs.
Turkije wilde hem toen uitleveren aan Marokko, waar hij ook al gezocht werd (!), maar kwam terug naar België, nadat er vanuit ons land 'enige diplomatieke druk' werd uitgeoefend om hem naar hier te krijgen.
Wat later scheidde Onkelinx en trouwde ze met de Brusselse advocaat, Marc Uyttendaele, die sindsdien zijn advocatenpraktijk gevoelig heeft kunnen uitbreiden en waarvan gezegd wordt dat hij de man achter de schermen is in de hervormingen bij het Belgische gerecht.

Uyttendaele en Onkelinx zijn nog steeds een koppel, maar zouden niet meer bij elkaar wonen. Hij is in Brussel gebleven en zij zou een onderkomen hebben ergens in de buurt van Louvain-la-Neuve.
 
Nog pikanter wordt het als men weet dat Laurette's eerste man, bij haar op het ministerie van Justitie zou werken
en daar zou instaan voor de contacten met de buitenlandse islamitische groeperingen... voor een héél vet loon ? En voor zover je het zou vergeten zijn: Laurette Onkelinx was minister van Justitie!
 


maandag 27 oktober 2014

EEN PRIJZENREGEN



De aankondiging van de winnaars van de Specsavers Crime Thrillers Awards 2014 had plaats in het Londens Grosvenor House Hotel.

De Ian Fleming Steel Dagger Award ging naar  An Officer and a Spy (De officier) van Robert Harris.

Op een ijskoude dag in januari 1895 wordt de Joods-Franse officier Alfred Dreyfus voor het oog van een woedende menigte van zijn zwaard en rang ontdaan en veroordeeld tot levenslange opsluiting op Duivelseiland. Dreyfus is schuldig bevonden aan spionage voor de Duitse aartsvijand. Een van de toeschouwers is Georges Picquart, officier van de Franse geheime dienst. De slimme en vindingrijke Picquart krijgt de opdracht om een geheim onderzoek te leiden naar de Dreyfus-affaire. Enkele maanden later ontdekt hij dat de werkelijke spion nog steeds in het Franse leger actief is en hij zet een listige operatie in werking om hem in de val te lokken. Het resultaat van de operatie is echter vele malen schokkender dan verwacht: een spoor van corruptie en leugens leidt tot in de hoogste regionen van het Franse leger en de regering.
De memoires van Picquart lagen meer dan honderd jaar achter slot en grendel; ze vertellen het ware verhaal van een schandaal dat Frankrijk volledig op zijn kop zette.
(TEKST: Literatuurplein)

De CWA Goldsboro Gold Dagger for Best Crime Novel of the Year ging naar This Dark Road to Mercy, van Wiley Cash.

De
CWA John Creasey (New Blood) Dagger
ging naar The Axeman’s Jazz, van Ray Celestin.


De CWA Ian Fleming Steel Dagger ging eveneens naar An Officer and a Spy van Robert Harris.

Crime Thriller Book Club Best Read ging naar de net verschenen
Entry Island
van Peter May.

Cold in July kreeg The Film Dagger, de film werd gedraaid naar de gelijknamige roman van Joe E. Lansdale

Happy Valley  kreeg The TV Dagger

The International TV Dagger ging naar True Detective, Season 1

The Best Actor Dagger ging naar Matthew McConaughey voor True Detective

The Best Actress Daggerging naar Keeley Hawes for Line of Duty

James Norton kreeg The Best Supporting Actor Dagger voor Happy Valley

The Best Supporting Actress Dagger was voor Amanda Abbington voor Sherlock

woensdag 22 oktober 2014

HET BEGINT KLEIN


Marc Goblet, algemeen secretaris van het ABVV- FGTB vindt het heel normaal dat de "stakers" bij het spoor het gebouw van de MR hebben besmeurd.
Zo zijn de nazi's ook begonnen, mijnheer Goblet, met de huizen van Joodse Duitsers, en die hebben de drinkbeker (goblet) tot op de bodem moeten ledigen.

EEN FILM UIT DE VERGETELHEID HALEN


Volgend jaar op 9 juli 1955 is het zestig jaar geleden dat The Phenix City Story in Chicago, Illinois in première ging;

THE PHENIX CITY STORY (1955)
Allied Artists Pictures
REGIE: Phil Karlson
SCENARIO: Daniel Mainwaring samen met Crane Wilbur.
MET: John McIntire, Richard Kiley, Kathryn Grant, James Edwards 

The Phenix City Story betekende heel wat voor de ex-journalist Daniel Mainwaring (Man-a-ring), zoveel zelfs dat hij afzag van het pseudoniem Geoffrey Homes dat hij voor al zijn boeken en andere films gebruikte.

De film lijkt veel op een gespeelde documentaire. We maken kennis met een stadje in Alabama, waar de penozewereld het voor het zeggen heeft. Prostitutie en caféspellen zijn hun racket en corrupte politielui knijpen de ogen toe, wanneer gangsters gewelddadig caféspellen vervangen door hun eigen spellen. Hun klanten zijn vooral de soldaten van het fort dat aan de overkant van de rivier ligt en die zich geen vragen stellen hoe de meisjes die ze bezoeken in de prostitutie terecht zijn gekomen.

De film start, nog voor de generiek, met de radiojournalist Clete Roberts die een rist mensen interviewt die het hele gebeuren in werkelijkheid hebben meegemaakt, wat wel eens tot een ‘spoiler’ kan leiden. Dan begint de film van Phil Karlson (die enkele jaren daarvoor in Scandal Sheet (1952) naar de roman The Dark Page van Sam Fuller eveneens de maffia op de korrel nam) die het verhaal vertelt van advocaat Albert Patterson die zijn hele leven in de stad woonde en zijn zoon, John, eveneens een advocaat, die net is teruggekeerd uit naoorlogs Duitsland waar hij deelnam aan het proces van Nuremberg. Al snel heeft hij zijn buik vol van wat hij in zijn stad ziet gebeuren. Samen met zijn pa, Albert, besluiten ze dat pa naar de positie van Openbare Aanklager moet dingen om de gangsters de genadeslag toe te brengen. Maar dat is buiten de waard gerekend, want nog voor hij het ambt kan opnemen, wordt hij neergeschoten op straat.

De moord op zijn vader maakt dat John nog meer verbeten en hij aanvaardt de baan als Openbare Aanklager in het zog van zijn vader en gaat achter de gangsters aan. Hij maakt gebruik van Ellie Rhodes, die kaarten deelt in een illegale goktent, om bewijsmateriaal te vergaren tegen Rhett Tanner en zijn lijfwachten John Larch en Clem Wilson. We zien ook hoe de dochter van de zwarte Zeke Ward – die de bende openlijk beschuldigde - wordt vermoord en op de oprijlaan van John Patterson wordt gedeponeerd, als waarschuwing voor John, zijn vrouw en familie.
 


The Phenix City Story is een van de meest politieke Amerikaanse films. Zo is er het ongewone dat de inhoud een weergave is van de hoofdartikels van die dagen. De dialogen en het aanpakken van zaken zoals de relaties tussen de rassen zijn gedurfd – ook nu nog. Veel ‘politieke’ films zijn gevuld met voorzichtige compromissen, gemaakt door calculerende angsthazen die op een schaaltje afwegen hoever ze kunnen gaan om het publiek niet af te stoten, dat doet deze film niet, hij koestert de vrijheid van het woord en zegt wat hem op de maag ligt. De ongeremde aanpak is zelfs in het huidige Hollywood ongezien.

Daarnaast is de film goed gemaakt en een aantal minder bekende acteurs en actrices leveren duidelijk hun topprestatie.

The Phenix City Story gaat ook het rassenprobleem met de zwarten niet uit de weg. De film toont de systematische discriminatie en vooroordelen waar ze tegen aankijken. Er zijn ook sympathieke, waardige zwarte personages, die lichtjaren verwijderd zijn van de stereotypes die meestal de Hollywoodfilms bevolkten. Hier en daar kan een echte filmfan zelfs de eerste verschijnselen van de Civil Rights movement in de dialogen ontdekken. De film is daarbij uitgesproken pro-zwart en pro-gelijkheid.

Mede-scenarist Crane Wilbur was ook al niet bang om tegen zere schenen te schoppen. Crane, schrijver, acteur en regisseur, had al diverse stille films op zijn actief in de regiestoel, maar met Tomorrow’s Children (1934) die de tagline "The Most Daring, Sensational Drama Ever Filmed!" meekreeg ging hij blijkbaar te ver voor vele ‘goedmenende’ burgers. Hierin klaagt hij de ‘leer’ aan van de rasveredeling, de zogenaamde eugenetica. Hij doet dit aan de hand van een echtpaar dat door de welzijnszorg verplicht wordt zich te laten steriliseren. Tomorrow’s Children toont aan dat veel mensen tegen hun wil werden gesteriliseerd zonder dat het gerecht er ook maar aan te pas kwam. De film werd verboden in de staat New York op grond dat hij immoreel was, dat hij kon leiden naar corrumperende daden en dat het aanzetten was tot misdaad. Natuurlijk ging Crane in beroep maar het verbod werd niet opgeheven en in verbreking werd in het vonnis vermeld dat het hier om verspreiding ging van informatie over geboortebeperking, die toentertijd illegaal was. De uitspraak van Daniel Mainwaring: “Seems like everything people oughta know they just don't want to hear.  I guess that's the big trouble with the world.” helemaal van toepassing is op deze film.
 
 



maandag 20 oktober 2014

ENKELE BESPREKINGEN




No Need to Panic: Selected Poems is een postume dichtbundel met een selectie van Engelstalige gedichten die Lucienne Stassaert maakte uit de nagelaten poëzie van de betreurde Soetkin Soethoudt (a.k.a. Medusa, SuSu, SoeSoe, 26 september 1969-17 april 2013).
  
Het is een mooi vormgegeven bundel met een fotokatern waarin we haar zien opgroeien van baby tot jonge dame. De foto's contrasteren heel sterk met de gedichten die sterke, goed geschreven revoltes zijn tegen alles wat in en rond haar leeft. Een verbale kracht gedrenkt in creaviteit werkt soms beter dan een tastbaar wapen. Ze was een woordkunstenares puur sang, dat is in alles heel duidelijk. Persoonlijk vrees ik dan ook dat ook de titel No Need to Panic meer een afweerreactie was tegen een paniek die altijd en overal op de loer lag.
 
Haar strijd tegen demonen was fel, dat wordt uit elke zin en elk woord duidelijk. Een heel mooi voorbeeld hiervan is: Starting to hide / Please step inside/ My private collection of Masks, een steeds terugkerende strofe uit 'Don't watch the clown'.
  
De lezer wordt niet direct vrolijk van deze poëzie die een hevige innerlijke strijd uitademt van het begin tot het eind. Maar het zijn wel gedichten die je aanspreken wanneer je je er voor openstelt en ze zouden je de uitspraak 'Cry me a river' kunnen ontfutselen. Alhoewel dat nogal vrij zwak klinkt tegenover haar eigen uitspraak in 'Funny Farm':"You've gotta be down to go over the top, / and I can't seem to make this sarcastic grin stop."
 
"No Need to Panic" is een bundel die ik verschillende keren doorgelezen heb, want er zitten heel mooie dingen tussen, die je bij het nekvel grijpen en die de vrijheidsdrang maar ook de levensangst van de dichteres onderlijnen.
 
André Oyen (blog Ansiel)


Congratulations on turning tragedy into art! That's what artists do. I feel a sense of kinship with your daughter, as I have often thought about suicide myself. I consider it a writer's disease because writers like to control the narrative of their life in the same way they control the narratives on the page. And serious writing requires a solitude and reflection, an examination of the underbelly of humanity, that can often lead to depression.

I'm touched you sent me this. You did a wonderful job. It's a beautiful book. I'm sorry I never met SuSu, but I feel I know her now.

Mark Schreiber (author of Princes in Exil)


 



zondag 19 oktober 2014

BEDENKINGEN EN VASTSTELLINGEN


* 20% korting op alle women jassen (WE - Meir)

* 20% korting op alle women knitwear (WE - Meir)

* AUTUM (United Colors of Benetton - Meir - of all places)

* Als ik nu iemand met een fles Martini op het hoofd sla, is dat dan drankmisbruik?


maandag 6 oktober 2014

RIJSTPAP MET GOUDEN LEPELS




NOG NOOIT TEGENGEKOMEN IN ANTWERPEN


La femme du Maghreb Fashion Show
 
 

TONEELGROEP AMSTERDAM: THE FOUNTAINHEAD VAN AYN RAND


De democraat Truman zag de stormwolken samentrekken boven zijn eventuele herverkiezing en besloot het republikeinse spelletje mee te spelen door alle ambtenaren die ooit communistische sympathieën hadden betoond de laan uit te sturen. Dat hij hiermee volledig in de kaart speelde van de roodvreters van het comité was duidelijk. De latere HUAC-verhoren van maart 1951, geleid door John S. Wood, en de verhoren in 1952 door het Intern Veiligheidscomité onder leiding van Pat McCarran werden berucht door het namen noemen. Iedereen die moest voorkomen kon zich haast helemaal vrijpleiten als hij bereid was namen te noemen. Het was uit dit namen noemen dat de zogenaamde Blacklist resulteerde. Het directe resultaat was dat 324 mensen hun baan in de filmbusiness verloren en niet langer voor een filmstudio mochten werken.
Dat de invloed van dat alles nog steeds doorwerkt, kun je lezen op Wikipedia, waar de auteur van het artikel over Song of Russia
letterlijk schrijft: "Heavy with propaganda featuring an idealized Soviet Union."
De film is het verhaal van de Amerikaanse dirigent John Meredith (Robert Taylor) die op tournee gaat doorheen de Sovjet-Unie en daar verliefd wordt op een pianiste, die overdag op een tractor het land bewerkt en ’s avonds pianiste is. Op zijn tocht doorheen het land doet hij veertig steden aan en ziet daar gelukkige, gezonde mensen, die lachen en met volle teugen de communistische droom leven. Het speelt allemaal net voor de inval door nazi-Duitsland.
Het HUAC vond de film aanstootgevend en riep de hulp in van schrijfster Ayn Rand, grondlegster van het objectivisme en bewonderaarster van het kapitalisme. Rand schreef zelf enkele weinig succesvolle films, maar kreeg wat meer bekendheid toen haar roman The Fountainhead in 1949 werd verfilmd door King Vidor, met Gary Cooper.
Ze kreeg dus de film uit 1944 voorgeschoteld om haar al op voorhand vaststaande mening te geven. Over een scène waarin men enkele Russen ziet lachen, schreef ze: "Het is een van de gewone trucs van de communisten om lachende Sovjet-arbeiders te tonen." Omdat er dus lachende Russen werden getoond in een Amerikaanse film, was deze film communistische propaganda.
Tijdens een debat ontspon zich volgende dialoog met Ayn Rand:
Vraag: ‘Wordt er in Rusland niet meer gelachen?’
Antwoord: ‘Wel, als je het me op de man af vraagt, neen.’
Vraag: ‘Ze lachen dus helemaal niet?’
Antwoord: ‘Niet helemaal juist, maar als ze lachen is dat in hun privéomgeving en toevallig. Ze lachen niet om hun instemming met het systeem te betuigen.’
In Capitalism Magazine van 19 januari 2005 kreeg Ayn Rand nog eens gelijk, naar aanleiding van de boekbespreking van het boek Ayn Rand and Song of Russia: Communism en anti-Communism in 1940s Hollywood.
Blacklisted producent Paul Jarrico, die medeverantwoordelijke was voor de screenplay van Song of Russia, produceerde in 1954 Salt of the Earth (trouwens zijn enige productie). De film speelt in Mexico in een zinkproducerende fabriek waarvan de arbeiders staken. De hele staking wordt bekeken vanuit de ogen van de vrouwen en dit in een erg neorealistische stijl.
De film werd subversief genoemd omdat de Internationale Unie van mijn-, pletterij en smeltovenarbeiders de film sponsorde en verschillende personen die op de blacklist stonden geholpen hadden bij de productie ervan. De unie was eruitgegooid bij de CIO (federatie van vakbonden in de industrie) wegens de dominantie van communisten in de leiding. Regisseur Herbert J. Biberman was een van de Hollywood Ten, die direct na de gevangenis – na 6 maanden cel – aan deze film begon te werken.

LITERAIRE TRIVIA


De Deense filosoof Sören Kierkegaard was niet wars van een pseudoniem min of meer, voor de meeste ervan ging hij te rade bij de romans van Charles Dickens en de films van W.C. Fields: Victor Emeritus, Johannes DeSilentio, Nicholas Notabene, Virgilius Haufniensis, Hilarius Bookbinder, Johannes Climacus, Frater Taciturnos en Constantin Constantinus.

De Poolse auteur Jerzy Kosinski (1933-1991) sprak en las Pools, Russisch, Italiaans, Spaans, Oekraïns en Esperanto (ooit door een Pool ontworpen) maar om hulp met zijn Engels draaide hij laat op de avond regelmatig de '0' en vroeg de schakelbordbedienaars van de telefoonmaatschappij om info over spraakkunst of de betekenis van een woord.
Kosinski begon te publiceren onder het pseudoniem Joseph Novak.

Nobelprijsdrager voor literatuur, Sinclair Lewis, heeft wel eens de baan van ghostwriter waargenomen voor Jack London. Lewis haalde wel meer literaire en andere grapjes uit, zo doopte hij zijn zoon Wells naar zijn favoriete auteur, H.G. Wells, en in het begin van de jaren twintig reed Lewis door de Londense straten en riep iedere keer als hij iemand met een baard zag: Bever!
Lewis stierf in een verzorgingstehuis in Rome.

donderdag 2 oktober 2014

NO NEED TO PANIC




HET BOEK IS VERKRIJGBAAR BIJ:

Sant’ Egidio Shop
Kammenstraat, 49  – 2000 Antwerpen
Tel.: +32 (0)3 229 04 10
Fax: +32 (0)3 226 07 37
Email: 
info@santegidio.be

Open van maandag tot zaterdag van 10 tot 18 uur

woensdag 1 oktober 2014

IEDERE FOTO IS EEN HERINNERING


Een jonge Bill Clinton en John F. Kennedy



Marilyn Monroe en Sammy Davis Jr.



Ian Fleming en Sean Connery