Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

dinsdag 20 september 2016

BIJ MIJN 77


Foto Bert Bevers
Laat ik beginnen met een van mijn stokpaardjes: film. In de filmwereld heeft men het begrip ‘auteursfilm’, wat kan betekenen dat de regisseur het verhaal verzon en daarbovenop ook zelf het scenario schreef. Een andere betekenis van het woord is dat de regisseur zijn persoonlijke stempel op de film heeft gedrukt.
Eigenlijk is de Franse nouvelle vague uit de jaren vijftig van vorige eeuw verantwoordelijk voor deze term. Deze jonge cineasten, de meesten waren geschoold in de filmkritiek, verzetten zich tegen wat men toen de cinéma de papa noemde. Godard, Truffaut, Chabrol waren de vernieuwers.
Volgens deze heren waren niet de auteur of de scenarist de auteur van een film, maar de regisseur. De Fransen brachten zelfs hun idee over naar Hollywood en riepen Orson Welles uit als auteur van zijn films. Maar was Booth Tarkington niet de schrijver van het boek The Magnifent Ambersons (1942)? Schreef Eric Ambler niet de originele roman van Journey Into Fear (1943)? Schreef Franz Kafka niet Das Urteil (1962)? Was Whit Masterson niet de auteur van Badge of Evil dat de basis vormde voor Touch of Evil (1958)?
En dan was daar Alfred Hitchcock. Ik herinner me geen enkele film waarvoor Hitch een origineel verhaal leverde, hij was een genie in het naar zijn hand zetten van verhalen van anderen, maar hem daarom als de maker van auteursfilms bestempelen gaat mij een beetje te ver.
In de boekenwereld zijn er andere nuances, een uitgever van boeken als auteur bestempelen van de boeken die hij uitgeeft lijkt voor iedereen waanzin. Auteurs blijven auteurs. En als auteurs 60, 70, 75 of 80 jaar worden, neemt er hier en daar wel iemand het initiatief om een viering te organiseren. Zeer dikwijls met bijbedoelingen, want een product kan altijd wel een beetje publiciteit gebruiken.
Kun je zonder uitgever wel auteur zijn? Uiteraard kun je dat, maar uitgeven in eigen beheer wordt smalend bekeken en komt de verspreiding van het boek helemaal niet ten goede. Tante Bertha en oom Harold vonden het goed, en dan heb je nog de buren die de schrijver beleefd groeten, en daar blijft het dan bij. Natuurlijk kan een auteur nu Printing on Demand (POD) doen, als hij iets van computeren afweet, of zijn boek met heel minieme kosten klaarmaken als e-boek en dan proberen zijn vriendenkring te motiveren om het boek op het net te vinden en te bestellen.
Stellen dat een uitgever een auteur maakt, lijkt volgens mij geen gedurfde stelling, want is het niet belangrijk dat je bij een meer bekende uitgeverij wordt uitgegeven, die meestal een goede distributie van het boek kunnen garanderen? Maar uitgevers gaan op rust en niemand denkt er nog aan om hen op hun 60, 70, 75, 80 jaar te vieren, ze hebben hun werk volbracht en dat is het. Sommige zelfstandige uitgevers – en ik reken mij daarbij ‒ zijn gewoon mensen die geldelijke risico’s namen om er in veel gevallen zelf niets aan over te houden. Tien jaar nadat ze hun uitgeversloopbaan achter zich zullen laten, zal niemand zich de Van Halewijcks, de Vanschoonbeeks, de Dirk de Muyncks, de Eloy Arnolds, de Bart Desmyters,  de Leo Peraers en de Germain Droogenbroodts meer herinneren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten