Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

woensdag 15 februari 2017

RESIDENTIE VAN ARTEVELDE


Residentie van Artevelde van Patrick Conrad vangt aan met “Bij dageraad tijdens de hondsdagen in augustus, genoot ik ervan om, ver van het toeristisch gejoel rond de kathedraal en op de Grote Markt, door de warme, stille straten van Antwerpen naar huis te flaneren en… enz”.
Ik is Bernard Steveniers en die woont boven de B.S.-P.V. Gallery aan de Minderbroedersrui op nummer 18.
P.V. staat voor Paul Vermeiren, maar die is sinds een tijdje verdwenen. Volgens de vriendin van Steveniers, inspecteur van politie Claude de Man, zou Vermeiren samen met de Roemeense videast Bogdan naar Berlijn vertrokken zijn (hoewel er van het tweetal niets meer werd gehoord!).
P.V. was de levenspartner van B.S. en deze laatste houdt er in zijn alleenheid een nieuwe hobby op na, namelijk het bespieden van zijn overburen in Residentie van Artevelde, waar ooit het huis stond van een collaborateur, die op een nacht aan het einde van de oorlog verdween naar Zuid-Amerika. Steveniers kent alle bewoners, hoewel die hem op straat straal voorbijlopen. Hij schreef er zelfs de aanzet tot een boek over en het is dat boek dat Claude de Man vindt wanneer Steveniers plotseling van de aardbodem verdwenen lijkt en men op zijn bed een stapel ingewanden vindt. Steveniers wordt erg gemist in het café DE TWEE B’S, vooral door Bob en Brendan die er tappen, door Bob de Boekhouder en Halve Swa, die zijn andere helft verloor bij een ongeval. Halve Swa zal Claude de Man helpen bij haar onderzoek. Wie er ook helpt is Gabriel, een Argentijnse jongen van een onwereldse schoonheid die werd opgepikt door Steveniers wanneer hij op zoek was naar een nachtje genot en hoopte dat te vinden bij de jongens van de Abattoir (op het Damplein nabij het Antwerpse slachthuis), die allemaal aan hun spul en soms ook onderdak komen bij Pa Coke en Kristel Meth, die een bouwval bewonen die rechtstreeks in verbinding staat met het Antwerpse riolenstelsel.
Maar het onderzoek gaat ook een andere richting uit, namelijk naar de bewoners van Residentie van Artevelde, waar enkele ‘waardevolle’ burgers wonen. Onder hen zijn een ex-politiecommissaris die boeken schrijft en ze dankzij betaling ook gepubliceerd ziet, een stel winnaars van een grote lottopot die hun tijd meestal in het buitenland doorbrengen, mijnheer Rosignol, een handelaar in van alles en nog wat, waaronder enkele Precolumbiaanse mummies, wat mevrouw Perelmans ertoe aanzette om Rosignol regelmatig te bezoeken omdat ze, zoals ze zelf zei als lerares aardrijkskunde van alles op de hoogte moest zijn, maar nooit praatte ze over het feit waar Rosignol zijn handen wel eens liet fladderen en dan is er ook nog de heer De Wit en Blonde Chantal waar mijnheer Perelmans dan weer graag op bezoek gaat.
Kortom, een Conrad die opnieuw de wereld van zijn BA! en Moço bezoekt en grapjes uithaalt met zijn lezer wanneer hij in een opsomming van kunstenaars: Nam June Paik, Christo, de monochromist Yves Klein, plotseling Marcel van Acker opneemt, dezelfde Van Acker over wie hij een ingenieuze biografie schreef (Leven & Werk van Marcel van Acker – Houtekiet, 2009), spijtig dat Van Acker nooit heeft bestaan. Daarnaast zijn er ook nog de Antwerpse figuren, zoals stadsgids Castelijns die steeds in zijn duffelcoat rondloopt en de kunstenaar Kobalski, die je dan weer doen denken dat het hier om een sleutelroman gaat, zoals een van Conrads vorige boeken Walker.
Het moet niet altijd Vera, CSI, Tatort, Politeiruf 110 of Spreewaldkrimi zijn, voor een uitstekende thriller met een Antwerpse setting moet je bij Patrick Conrad zijn.

(Patrick Conrad – Residentie van Artevelde, ISBN: 9789460015236, uitgeverij Vrijdag, 320 pag, paperback 19,95)


1 opmerking:

  1. Lijkt me een mix van bijvoorbeeld Hitch's Family Plot en Greene's The Third Man.

    BeantwoordenVerwijderen