Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

dinsdag 26 december 2017

EEN VERHAAL VOOR NIEUWJAAR


FLUITEND DOOR HET LEVEN
Walter A.P. Soethoudt
“Ik weet een goed adresje om te eten,” zei een mees, van wie ik de naam al vergeten ben, toen we samen in een boom in het park zaten en beurtelings een liedje hadden gefloten.
Ik vind mezen over het algemeen ietwat opdringerig, kijk maar naar de familie Pimpelmees, die met haar kleine gedrongen lichaam een hoge gele borst opzet. Ik kan het wel vinden met de familie van de Grijze Mezen, die wonen in Amerika, maar ik ontmoette er hier een in Antwerpen die ontsnapt was uit de Zoo, jammer genoeg sprak ze een soort Engels dat ik nooit heb geleerd. Hij had helemaal geen kapsones en was zelfs een beetje jaloers – dat zei hij toch – op mijn gitzwarte vederdos en mijn oranje snavel.
Oh, ja, ik ben helemaal vergeten om me voor te stellen. Mijn voornaam is Kerel, mijn achternaam is de Merel (met kleine d). Ik weeg ongeveer honderd gram. Ik behoor tot het geslacht van de Lijsters, waarbij de families Roodborst lijsters en Zanglijster verre familie zijn en het meest opvallend, maar ze zijn allemaal kleiner dan ik.
Ik scharrel mijn kostje bij elkaar al wippend op de grond, op zoek naar wormen, insecten, gevallen bessen, brood, soms afval en nu en dan vogelvoer. In de herfst loop ik wippend rond en gooi de dode bladeren op, op zoek naar alles wat eetbaar is. Maar dat begint wat schaars te worden en ik ben nu op weg naar, dat adresje dat de mees me gaf. Het ligt aan de achterkant van een laag flatgebouw en op de richel staan enkele bloempotten, in een ervan is een halve appel vastgeprikt. In de hoek van het raamkozijn hangt een zaadballetje waar mezen zich te goed aan doen, en de rommel die ze maken wordt lustig opgepikt door de mussen die ook al de weg hierheen hebben gevonden.
Tot zover, alles goed. Ik doe me al een hele week tegoed aan appels. Maar wees nu eens eerlijk met jezelf, alle dagen hetzelfde? Insecten zijn er nog nauwelijks, bessen zijn er ook al niet meer en het wordt kouder, dus gooien mensen hun broodoverschot liever in de vuilbak dan het aan de eendjes in het park te voeren (en aan ons merels dus).
Gisteren kwam er een grote groep vogels overvliegen, de lucht zag er zwart van. Ik mengde me onder hen, misschien waren ze ook wel appelmoe. Ik probeerde een gesprek aan te knopen, want ten slotte waren het allemaal lijsters, verre familie dus, en voor zover ik het begrepen heb, kwamen ze allemaal van Scandinavië en waren ze op weg naar Spanje. Vervolgens zouden ze dan de Middellandse Zee oversteken langs de Straat van Gibraltar, daar even rusten in Marokko en dan de Sahara over.
“Nou moe,” zei ik tegen mijn gesprekpartner, “liever jullie dan ik.”
“Ja,” antwoordde hij of zij, “wij noemen jullie bij ons dan ook de familie Schijtlijster, omdat jullie die tocht niet aankunnen of aandurven.”
Ik kon hem niet aan het verstand brengen dat het bij ons niet echt zo koud werd als in bijvoorbeeld Noorwegen, of Finland en hoe die andere landen ook mogen heten. Ik deed verder dan ook geen moeite en keerde terug naar mijn park en de appels. Ik heb me ondertussen ook een vrouwtje uitgezocht, ze zei dat ze weduwe was, ze is natuurlijk niet zo knap als ik, maar het kan er wel mee door. We zijn ondertussen getrouwd en zij heet nu officieel Karin de Merel (met kleine d) en ze eet mee van de appels.
Antwerpen 9 november 2017

1 opmerking:

  1. jawél, maar ondertussen is er een tweede Kerel opgedoken die wedijvert om Karin de Merel. We gaan nog spannende tijden tegemoet. Kunnen enkel zorgen dat er genoeg appels in voorraad zijn. het konijn van balkon schuin/lager krijgt nu ook terug bezoek van de familie "de Merel", Nijn Konijn aanschouwht het rumoer met knagend geduld...

    BeantwoordenVerwijderen