Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

maandag 26 maart 2018

VAN ONZE AUTOFANAAT


Honderd jaar geleden werd in Fresno, Californië, Vaso Vucurovic geboren, de jongste zoon in een Servisch immigrantengezin van tien, hardwerkend en fier, “arm maar proper” zoals ze zeggen.

Met de tijd werd Vucurovic veramerikaniseerd tot Vukovich. Vaso werd Bill.

Na de dood van vader Yvoan – hij pleegde, moegestreden, zelfmoord op Bill’s veertiende verjaardag - en met de oudste kinderen al het huis uit, kwam de verantwoordelijkheid voor het gezin op de schouders van Bill en zijn broer Eli terecht. In volle Grote Depressie hadden de jongens geen andere keus dan de school eraan te geven en te gaan werken voor het gezin. De twee tieners deden het met liefde, moed, toewijding en veel doorzettingsvermogen. Want het was hard labeur, omzeggens de klok rond. Hun enige verzetje was de aftandse 
Ford T die Yvoan ooit had aangeschaft. Ze raceten ermee door de velden, op jacht naar een prairiehaas voor het avondeten, Bill aan het stuur.

Altijd op zoek naar manieren om een dollar bij te verdienen, kwamen de jongens in de racerij terecht, in die dagen een quasi loutere amateurbedoening. Aspirant coureurs verkochten hun diensten aan rijke en minder rijke auto-eigenaars. Wie talent had, ook al was hij zo arm als een kerkrat, kon een heel end komen in die tijd. Bill hàd talent, en voor de eerste keer in zijn leven had hij zowaar ook wat geluk. In de jaren 30 werden “midget” races, sprintwedstrijden voor snelle eenzitters in zakformaat, van de ene dag op de andere razend populair aan de Amerikaanse Westkust. Bill bevond zich op het juiste moment op de juiste plaats. Hij werd de  ster van de Californische midget racerij.

“The Giant of the Midgets”  werd hij genoemd.

In 1950 trok hij naar de Indy 500. De Indianapolis Motor Speedway is een weidse, intimiderende plek. Veel coureurs kunnen er nooit hun draai vinden. Bill wel. Hij voelde er zich meteen als een vis in het water.

Marlene, Esther, Bill, Bill jr
De Vukovich legende begon in 1952. Bill reed superieur aan de leiding toen hij, op 20 mijl van de finish, door mechanische pech werd uitgeschakeld. In 1953 leidde hij de race vrijwel van start tot aankomst. Hij dubbelde het hele deelnemersveld. Net zo in 1954. Slechts twee coureurs, Mauri Rose en Wilbur Shaw, was het eerder gelukt back to back te winnen, en nooit met zò veel overwicht. 1955 moest de ultieme consecratie worden. Bill, “die kleine Slaaf” zoals hij zichzelf noemde, moest en zou de eerste coureur worden die drie zeges op rij scoorde. In de 57ste ronde van de wedstrijd kwam hij om het leven in een dwaas ongeval waaraan hij part noch deel had.

Zoon Bill junior was elf, zijn zusje Marlene veertien, even oud als Bill senior toen die zijn vader verloor. Marlene zou later, als ze thuiskwam van school, haar moeder Esther vaak aantreffen in haar kamer, waar ze keer op keer “Memories are made of this” van Dean Martin draaide op de platenspeler.

Bill junior werd tweede in de Indy 500 van 1973. We gunden Gordon “Gordy” Johncock de overwinning, daar niet van, maar het ware zo mooi geweest als Bill junior de race had kunnen winnen, twintig jaar na zijn vader…


Geen opmerkingen:

Een reactie posten