Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

maandag 30 april 2018

AGATHA AWARDS 2018


Best Contemporary Novel 
Glass Houses: A Chief Inspector Gamache Novel by Louise Penny (Minotaur Books) (is nog niet vertaald)

Best Historical Novel 
In Farleigh Field by Rhys Bowen (Lake Union Publishing)(nog geen Nederlandse editie)

Best First Novel 
Hollywood Homicide: A Detective by Day Mystery by Kellye Garrett (Midnight Ink) (nog geen Nederlandse uitgave)

Best Nonfiction 
From Holmes to Sherlock: The Story of the Men and Women Who Created an Icon by Mattias Boström (Mysterious Press)(nog niet vertaald)

Best Short Story 
The Library Ghost of Tanglewood Inn” by Gigi Pandian (Henery Press)

Best Children’s/Young Adult 
Sydney Mackenzie Knocks 'Em Dead by Cindy Callaghan (Aladdin) (niet verkrijgbaar in het Nederlands)

donderdag 26 april 2018

SUPER MARIO


Ronnie & Mario

Veertig jaar geleden werd de Italiaanse Amerikaan Mario Andretti wereldkampioen Formule 1.

Mario was geboren in 1940, in Montona in het Italiaanse Istrië. Istrië is één van die droeve grensgebieden die voortdurend aan eerst het ene dan weer het andere land werden toegewezen. Een beetje zoals de Elzas en, korter bij huis, de Oostkantons. Tegenwoordig heet Montona Motovun en ligt in Kroatië.

Want na de Tweede Wereldoorlog werd Istrië Joegoslavisch. En, zoals we rond de laatste eeuwwisseling opnieuw gezien hebben, ze kennen daar iets van etnische zuiveringen. Ook toen al. In 1948 ontvluchtte het gezin Andretti de vervolging van etnische Italianen en Sloveense en Croatische anti-communisten door het regime van Tito. Vader Alvise, moeder Rina en de tweelingbroers Mario en Aldo maakten deel uit van een vluchtelingenstroom van meer dan 300.000 die De Istrische Exodus zou worden genoemd. De Andrettis kwamen terecht in een vluchtelingenkamp in Italië . In 1955 weken ze uit naar de Verenigde Staten en vestigden zich in Nazareth, Pennsylvania.

Mario werd één van de topcoureurs van zijn generatie, van alle tijden eigenlijk. Hij won de Indy 500, de Daytona 500… Hij werd “Super Mario” genoemd tot Nintendo zich vergreep aan die naam. Vanaf dan was het “Magic Mario”. In de VS werd zijn naam synoniem van snelheid, zoals Stirling Moss dat was aan deze kant van de oceaan.

In de jaren 70 zette Mario zijn zinnen op de Formule 1. Na wat huurwerk links en rechts, werd hij in 1976 geëngageerd door de legendarische Colin Chapman, wiens Team Lotus in een dipje zat. Mario en Colin vormden een geweldige tandem. Mario stelde technische spitsvondigheden voor die hij kende van op de Amerikaanse ovals en Colin was enthousiast om ze toe te passen.

In 1978 kreeg Mario de Lotus 79, die officieel John Player Special heette, onder zijn gat. De JPS was een zogenaamde wing car. De volledige body van de auto functioneerde als een (omgekeerde) vliegtuigvleugel en plakte de auto tegen de piste. Mario en ploegmaat Ronnie Peterson, aka SuperSwede, draaiden rondjes rond de concurrentie. Hun dominantie was totaal.

Tegen de op twee na laatste race van het seizoen, Monza, waren er nog maar twee kandidaten voor de titel: Mario en Ronnie.

Eigenlijk was er nog maar één kandidaat voor de titel: Mario. Want Mario was contractueel de eerste coureur van het team. Velen waren er van overtuigd dat Ronnie in feite sneller was dan Mario en enkel tweede was in de stand om het WK omdat teamorders hem beletten de strijd aan te gaan. Gedeeltelijk was dat zo. Maar Ronnie was er ook nog een van de oude stempel: iemand die gemaakte afspraken respecteerde. Colin had hem ingehuurd als tweede rijder om Mario naar de wereldtitel te brengen en dat was wat Ronnie zou doen. Hij hield zich aan zijn woord en de afspraak.

Dat betekende daarom niet dat hij het allemaal even leuk vond. Ronnie was het zat om tweede viool te spelen en had voor het volgende seizoen een contract ondertekend bij McLaren. Het nieuws was pas, in Monza, bekend gemaakt.

Mario leidde het klassement met 63 punten. Ronnie was tweede met 51. Met nog drie races te gaan, 27 punten, was alles nog mogelijk, alleszins mathematisch, en met motorische sporten weet je nooit. (In die tijd gingen er 9 punten naar de winnaar, 6 naar de tweede, 4 naar de derde, en 3, 2 en 1 naar plaatsen vier, vijf en zes.)
Monza 1978
Mario vertrok van op de pole, met naast hem Gilles Villeneuve. Ronnie stond op de tweede rij naast Jean-Pierre Jabouille. De Italiaanse starter maakte er een zootje van. Hij liet de meute los vooraleer iedereen stil stond. Dat maakte dat coureurs uit de achterhoede bliksemsnel naar voor konden rijden. De hele troep stormde zes auto’s breed op de eerste chicane af. Het resultaat was een van de grootste massacrashes uit de geschiedenis van de F1. Met twee gebroken benen zat Ronnie geblokkeerd in zijn JPS, die brandde als een fakkel. James Hunt, Clay Regazzoni en Patrick Depailler slaagden er in hem te bevrijden uit het wrak alvorens hij ernstige brandwonden opliep. Het duurde twintig minuten vooraleer Ronnie medische hulp kreeg, en dan nog enkel omdat Mario, die uiteraard Italiaans spreekt, een dokter doorheen het cordon hysterische carabinieri en andere Italianen wist te loodsen. Ronnie werd naar het Niguarda hospitaal in Milaan gebracht, samen met Vittorio Brambilla, die een wiel tegen zijn hoofd had gekregen en bewusteloos was.

Ronnie’s verwondingen waren ernstig maar niet levensbedreigend. Gedurende het hele avontuur was hij alert geweest en volledig bij zinnen. De race werd herstart en gewonnen door Niki Lauda. Die nacht overleed Ronnie Peterson. Niet aan zijn verwondingen maar door geklungel aan de operatietafel.

Mario Andretti werd de tweede (en tot nader order laatste) Amerikaanse wereldkampioen. Vreemd genoeg was ook de EERSTE Amerikaanse wereldkampioen, de beminnelijke Phil Hill, in 1961 wereldkampioen geworden op het circuit van Monza toen zijn enige concurrent voor de titel, zijn ploegmaat Wolfgang von Trips, om het leven kwam tijdens de race… 

zaterdag 21 april 2018

GROEN


Wie voorzitter Allemachtig van Groen op de radio hoort, vraagt zich dikwijls af welke taal ze wel spreekt, het is volgens mij meer accent dan het taal is en het is echt moeilijk om te blijven luisteren naar haar boodschap. Ik weet dus niet wat ze allemaal heeft gezegd, maar ik weet wel dat rare wezens vaak afgebeeld worden in groen en ook dat groen de kleur van vergif is. 


maandag 16 april 2018

SOETKIN (SoeSoe) 26 SEPTEMBER 1969 – 17 APRIL 2013


April is the cruellest month
(T.S. Elliot: The Burial of the Dead)

Wanneer een geliefde sterft, gaan veel mensen die nooit een gedicht lazen, op zoek naar een citaat dat hen raakte of naar enkele dichtregels die hen de tranen in de ogen brachten. Dat is hier niet het geval, hier thuis werden en worden gedichten gelezen en soms − al was het spottend – voorgedragen. Soms laat je je zelfs inspireren door vrienden, die de nagel op de kop sloegen en je een gedicht stuurden dat alles tegelijk omvat. Ik koos in de eerste plaats voor De pijnfuif van Gust Gils, een gedicht dat men op de gevel van café Köln in Antwerpen kan vinden:
Maar dan waren Nadine en ik helemaal ondersteboven van het citaat van William Wordsworth die de waardevolle woorden die hierna volgen gebruikte in het gedicht Ode on Intimations of Immortality en ook om reden dat Soetkin dichtte in het Engels omdat het Nederlands haar meestal te beperkt was:

“What though the radiance which was once so bright
Be now for ever taken from my sight,
Though nothing can bring back the hour
Of splendor in the grass, of glory in the flower;
We will grieve not, rather find
Strength in what remains behind;
In the primal sympathy
Which having been must ever be;
In the soothing thoughts that spring
Out of human suffering;
In the faith that looks through death,
In years that bring the philosophic mind.”

(William Wordsworth)

zaterdag 14 april 2018

DE VEILIGHEIDSRAAD VAN DE VERENIGDE NATIES


VREDESSPELLETJES

De kinderen op de binnenplaats
speelden oorlog,
ze speelden hun oorlog
luid en schel.
Vanuit het venster
riep ik ze toe:
speel toch eens vrede!
Ik hoopte dat ze dan
minder lawaai zouden maken.
De kinderen beneden
op de binnenplaats waren enthousiast:
Laat ons vrede spelen!
Brulden ze
als uit één mond.
En ze overlegden
wat te doen,
gisten en maakten
alweer ruzie
en dan riep
een ukkepuk
naar mijn raam toe:
oom, hoe speelt men vrede?

PETER SCHÜTT (Duitsland, 1939–)
Uit.
„Wenn das Eis geht, Ein Lesebuch zeitgenössischer Lyrik, Deutscher Taschenbuch Verlag“
Vertaling Germain Droogenbroodt

dinsdag 10 april 2018

OPEN DE BOEKEN !!!


Hugo Schiltz, Walter A.P. Soethoudt, Henri-Floris Jespers, Georges Adé


Beste Lezer

Onderstaande brief (met verbetering van enkele taalfouten) kreeg ik in mijn inkomende mailbox en ik denk dat het hetzelfde is voor velen van jullie. Lees hem eerst moest je hem nog niet gelezen hebben, en ga dan na de brief verder.

Beste lieve vrienden van Henri,

Vandaag een jaar geleden ruilde Henri-Floris het toenmalige met het oneindige. 9 april 2017. Vandaag een jaar geleden werden we er allemaal aan herinnerd hoe plots, hoe onherroepelijk en hoe meedogenloos de dood haar
sluier smijt.
Ondanks alle voorkennis, alle slepen van een geslepen ziekte ten spijt, kwam het voor de meesten onder ons als een verrassing. Met spijt.
Van verrassing naar verassing bleek een kleine stap, maar van daar naar waar zijn eeuwige verdiende rust realiteit wordt zijn nog enkele stappen te zetten.
Deze stappen moeten wij zetten. Het volstaat niet iemand van Henris kaliber zomaar in de grond te steken, ondanks zijn pleidooi "voor mij geen praalgraf".
Geen praalgraf, maar wel een plaats van erkenning, herkenning, herinnering.
Het is ons gelukt dankzij jullie steun en bijdragen de samenkomst in de Zwarte Panter te kunnen realiseren (waarbij wij Adriaan Raemdonck en Frieda van Dun ten zeerste willen bedanken). Met het overige geld hebben we allemaal bijgedragen tot de aankoop van de concessie op Perk N op het Schoonselhof.
We hebben deze concessie kunnen verwerven voor 25 jaar dankzij jullie steun. Maar dat is niet voldoende. Om te mogen liggen op Perk N moet je aan bepaalde esthetische voorwaarden voldoen. En de tijd dringt. We kunnen het graf zijn definitieve vorm geven maar niet zonder
een tweede ronde.
Een tiental onder jullie hebben al een gulle extra bijdrage gedaan om een definitief ontwerp realiteit te laten worden. Waarvoor onze enorme dank, uiteraard is deze brief louter ter uwe informatie.
Beste vrienden en kennissen van Henri,
Renaat Ramon en Jan Scheirs ontwerpen en schenken een
kunstwerk op het graf op dit eigenste ogenblik. Maar we moeten rekening houden de regels van Het Schoonselhof.
Technische complicaties zorgen er wel voor dat zo een graf niet goedkoop is. Bijvoorbeeld hoe diep moeten de funderingen zijn voor een kunstwerk kan geplaatst worden zonder dat het verzakt na een tiental jaar en om dat te berekenen moeten we een budget hebben. En dat geld moet er eerst zijn alvorens we kunnen beginnen.
Weet dat als we een mooi graf kunnen ontwerpen het Schoonselhof het graf voor altijd zal onderhouden onder het patrimonium. Henri ligt wel degelijk op het beroemde Perk N tussen alle groten. Schuin over Paul Van Ostaijen, tussen Burssens en zijn grootvader Floris Jespers.
We hebben dus nogmaals jullie steun nodig als vrienden van Henri.
Henri kende veel mensen, Henri heeft voor veel mensen veel
gedaan. Misschien zijn jullie bereid om dit te doen voor Henri.
Als 100 mensen elk 30 euro geven hebben we een bedrag dat
ongeveer de kosten zal dekken. 3000 euro.
Meer of minder is uiteraard minstens even welkom.
We hopen dit bedrag deze maand bijeen te kunnen brengen. Dan kunnen we straks, hopelijk rond 6 oktober de verjaardag van Henri, jullie allemaal bijeenbrengen aan dat monument met aansluitend een literaire herdenking, hopelijk in het letterenhuis. Hetgene wat over is zal dan gebruikt worden om deze herdenking te kunnen betalen.

U kan storten op volgend rekening nummer opgericht voor de
realisatie van dit graf/
Jan Scheirs KBC
BE79 7450 1492 4733
vermelding : bijdrage onkosten grafsteen Henri-Floris Jespers

Wij, Kris Kenis, Jan Scheirs, Renaat Ramon, en alle mensen die hier in stilte aan meewerken willen u nu al hartelijk danken. De herinnering aan de markante aanwezigheid die hij was en zijn afwezigheid die nog elke dag voelbaar is (???)

"Niets is tijdelijker dan de tijd"

De doden reeds talrijk rond mij, hun aanwezigheid bedrukkend, hun woord te nadrukkelijk doorwegend. Het gedrag der levenden te vaak een laveren in de nacht, tussen verbeelden en vergeten - een wanbericht, een waanbericht.

Uit: Geen seizoenen als vroeger. 1976

Pink Poet.
†Henri-Floris Jespers.
In memoriam.
Etterbeek 6 oktober 1944
Antwerpen 9 april 2017

Allemaal mooi, lieve lieve vrienden, maar mij alles iets te vaag en dat vind ik altijd een veegteken. Als deze lieve mensen die het allemaal zo goed menen er nu eens een nota hadden bijgevoegd, waarin de inkomsten en de te bewijzen uitgaven staan, dan zou ik waarschijnlijk over mijn hart gestreken hebben en die 30 € gestort hebben, maar zoals het er nu voorstaat, van mij geen cent.
Met deze passage uit de brief:
Het is ons gelukt dankzij jullie steun en bijdragen de samenkomst in de Zwarte Panter te kunnen realiseren (waarbij wij Adriaan
Raemdonck en Frieda van Dun ten zeerste willen bedanken).
wordt de suggestie gewekt dat men over de brug is moeten komen om de ruimte van de galerie te mogen gebruiken, WAT NIET HET GEVAL IS – Adriaan gaf die zoals in vele gevallen, volledig gratis. Al wat men daar aan uitgaven deed was de aankoop van de wijn en volgens kenners was dit zowat het slechtste wijntje dat men ooit gedronken heeft. Adriaan gaf dan nog gratis watertjes en biertjes voor mensen die geen - slechte - wijn lusten. Wat ik ook van Adriaan vernam, is dat hij in oktober 2017 al 50 € heeft gestort en dan vraag ik me af of er nog veel anderen dat hebben gedaan.
Om het met een slogan te zeggen:
OPEN DE BOEKEN!!!
Walter A.P. Soethoudt


maandag 9 april 2018

HENRI-FLORIS JESPERS 6 OKTOBER 1944 - 9 APRIL 2017


Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten
Ik mag Henri en zijn poes Vienna niet vergeten

zondag 8 april 2018

AGENTSCHAP BELGA MELDT


De RVA vorderde vorig jaar 99,8 miljoen euro aan allerlei uitkeringen terug, overwegend werkloosheidsuitkeringen. Het gaat om uitkeringen die onterecht zijn uitgekeerd, door fraude en misbruik maar ook door foutieve aanvragen.
Dat geld terugvorderen is niet altijd evident. De terugvorderingen worden vaak betwist en er is de moeilijke financiële situatie van de schuldenaren. Ze zitten in schuldbemiddeling of betalen in gespreide afbetalingsplannen.
Al die bedragen die terugbetaald moeten worden stapelen zich op. De RVA moet in totaal nog 290,4 miljoen euro aan uitkeringen terugkrijgen. Maar de RVA gaat ervan uit dat niet iedereen zal kunnen terugbetalen. De overheidsinstelling rekent er op dat 123 miljoen euro zal kunnen worden gerecupereerd. Of met andere woorden: 167 miljoen euro aan onterecht uitbetaalde uitkeringen zal nooit terugbetaald worden.
Aldus Belga.
De RVA brengt voor sommige mensen meer op dan Bitcoins.

zaterdag 7 april 2018

MIJMERINGEN


* Erdogan stuurt bommen, tanks en troepen omdat de Koerden op zowat 20 kilometer van de Turkse grens zitten. Honderden sterven. De wereld kijkt toe en zwijgt.
* Israel schiet met scherp op Palestijnen die op enkele meter van de grens met molotovcocktails en stenen komen en daarbij worden er ‘enkelen’ gedood. De wereld is verontwaardigd en de VN komt in spoedzitting bijeen.
* Zus van ISIS weduwe: Pedofielen krijgen een nieuwe kans, waarom mijn zus niet? Inderdaad pedofilie is vuig, smerig, maar het is en blijft een ziekte, terwijl ISIS een bende godsdienstfanaten zijn die moorden prettig vinden en iedere hulp daarbij moet gestraft worden.
* Waarom zeggen mannelijke moslims steeds als je een woordenwisseling met hen hebt: ‘Ik zal je moeder neuken!’? Ze zijn blijkbaar nog altijd die moordende, verkrachtende bende van de profeet die onderwerping propageerde.
* De stad Antwerpen betoelaagt diverse islamitische vzw’kes die bijvoorbeeld moskeegidsen (mensen die rondleidingen willen geven) willen betalen en andere louche instellingen. Maar er was geen geld om zegge en schrijven 10.000 exemplaren van ‘A Dog of Flanders’ gratis uit te delen in Engeland. Liever moslim ‘toeristen’ dan Engelsen?
* Als er in Amerika één zwarte wordt vermoord door een blanke (veel zwarten worden vermoord door hun soortgenoten) breken er rellen uit en kijkt de wereld vol afschuw toe. Als er de zoveelste blanke boer wordt vermoord in Zuid-Afrika raakt dat blijkbaar niemands koude kleren.

vrijdag 6 april 2018


Morgen, 7 april is het 50 jaar geleden dat Jim Clark verongelukte op de lamme Hockenheim-ring in Duitsland, in een Formule 2 race van keskeschiet. Normaal had Jim moeten starten in een sportwagenrace in Brands Hatch, maar de organisatoren waren financieel niet over de brug gekomen. Dus trok Jim, een rechtgeaarde Schot uit the kingdom of Fife, naar Hockenheim. Waar ze kennelijk wél betaalden.
De race werd betwist over twee reeksen, zoals dat in die tijd gebruikelijk was in de Formule 2. Clark’s Lotus schoot aan welhaast topsnelheid opeens uit de baan en ramde de bomen die in Hockenheim overal vlak naast de piste stonden.
Men vermoedt dat een leeglopende band, of een band die was losgekomen van de velg, het ongeluk veroorzaakte, maar de oorzaak is bij mijn weten uiteindelijk nooit officieel benoemd.

Jim Clark was zonder discussie een van de allergrootsten ooit. Hij was toen hij stierf recordhouder met 25 overwinningen in Grands Prix voor het wereldkampioenschap, één meer dan de legendarische Juan Manuel Fangio. In 1965 won hij de beruchte 500 Mijlen van Indianapolis, waar hij ook tweemaal tweede eindigde (1963 en 1966) en één keer moest opgeven toen hij aan de leiding reed (1964).
Hij won ook nog eens 19 F1-races die niet meetelden voor het WK. In die tijd was dat soort races nog een courant verschijnsel.

In vergelijking met Michael Schumacher’s 91 overwinningen lijkt 25 misschien een beetje pover. Maar men moet de dingen in perspectief bekijken.
In 1967, het laatste volledige jaar van Clark in de F1, waren er 11 WK-races. In 1962 en 1966 waren er amper 9. In 2012, het laatste seizoen van Schumacher, waren er 20. In de tijd van Schumacher duurden racecarrières veel langer. Schumacher racete van 1991 tot en met 2006 en opnieuw van 2010 tot en met 2012, een totaal van 19 seizoenen.
Clark racete slechts 7 volledige seizoenen, van 1961 tot en met 1967. Carrières waren beduidend korter omdat de racerij zo godsgruwelijk veel gevaarlijker was. In 1968, het jaar waarin Jim Clark verongelukte, kwamen nog drie andere F1-coureurs om het leven. Jo Schlesser in de Grand Prix van Frankrijk, Mike Spence in de trainingen voor Indianapolis, Ludovico Scarfiotti tijdens een klimkoers in de buurt van Berchtesgaden.
In 1969 verongelukten de F1-coureurs Lucien Bianchi (de grootoom van Jules), Paul Hawkins, Moise Solana en Gerhardt Mitter.
In 1970 kwamen Bruce McLaren, Piers Courage en Jochen Rindt om het leven.  In 1971 Ignazio Giunti, Pedro Rodriguez en Jo Siffert.
In de rest van de jaren 70: Joakim “Jobo” Bonnier, Roger Williamson, François Cevert, Peter Revson, Silvio Moser, Helmut Koinigg, Mark Donohue, Tom Pryce, Ronnie Peterson…
Het kan zijn dat ik er een paar vergeten ben.
Dat hakt er in, natuurlijk. In de jaren 60 waren er maar weinig coureurs die 90 starts in de F1 haalden, laat staan dat ze 90 overwinningen konden boeken.

Toen Jules Bianchi in 2015 verongelukte in Japan, was het geleden van 1994 dat er nog een dode was gevallen in de F1 (Roland Ratzenberger en Ayrton Senna in Imola). Een comfortabele 21 jaar. De kans is zeer reëel dat er in die tijd meer doden zijn gevallen in de wielrennerij of het boksen. Absolute cijfers zeggen dus niet veel. Wat veel meer zegt, zijn percentages. 

Jim Clark behaalde 25 overwinningen op 72 gestarte wedstrijden. Dat komt overeen met een winstpercentage van 35%. Schumacher’s 91 overwinningen werden gehaald op 306 gestarte wedstrijden. Dat komt overeen met 30%. Heel flink, daar niet van, maar wel 5% minder, en dat in een tijd waarin de auto’s veel betrouwbaarder waren geworden, en de concurrentie veel zwakker (want alsmaar meer pay drivers…), dan in de jaren 60 het geval was.
(De absolute recordhouder is trouwens Juan Manuel Fangio, die zijn 24 overwinningen boekte op 51 starts. 49%. Een indrukwekkende tweede is Alberto Ascari: 13 overwinningen op 32 gestarte wedstrijden. 40%.)

Jim Clark was met grote voorsprong mijn favoriet. Ik heb ‘m (slechts) twee keer zien racen, beide keren in 1967. In het voorjaar in de Grote Prijs van Limburg voor Formule 2 wagens op het circuit van mijn geboortedorp Zolder. En vlak voor de zomerexamens in Francorchamps, in de Grand Prix van België. In Zolder won hij één van de twee reeksen maar moest het in aggregaat afleggen tegen John Surtees of Jean-Pierre Beltoise, dat weet ik niet meer.
In Francorchamps leidde hij de race in de eerste ronden maar de nieuwe Lotus 49 had nog kuren. Hij eindigde derde, denk ik.


We zaten daar op de tribune tegenover start en finish, waar niet echt veel te beleven valt. Maar in Zolder, “ons” circuit, wisten we maar al te goed waar we moesten wezen om de stuurkunstenaars optimaal aan het werk te zien. 
Eén van die plekken was de bochtencombinatie voorbij de Sacramentshelling, de bochten die in 1982 Gilles Villeneuve fataal zouden worden. Daar konden zelfs snotapen van 14 jaar het verschil zien! Bij Clark ging het allemaal zo… moeiteloos! Zo vloeiend, zo precies helemaal vanzelf!

Echt veel verstand van de mechanische kant van de zaak had Jim Clark niet, zegt men. Maar hij kon beter dan wie ook “om de problemen heenrijden”. Clark paste zijn rijstijl aan aan de auto, eventueel aan de defecten. Hij heeft races gewonnen in auto’s met overslaande cylinders, of zonder koppeling, of met een versnellingsbak die vastzat in de hoogste versnelling… Clark was smooth als geen ander en dat kon je echt zien, omdat je ook de anderen aan het werk zag op dezelfde plek en kon vergelijken.

Voor een goed begrip: we stonden daar op een meter of drie, vier, zeker niet meer, van de rand van de piste, achter een afsluiting van kippendraad waar je overheen kon kijken. Dat was het. Veiligheid, mon oeil! Niemand zat er over te zagen, de redenering zijnde, als iemand er überhaupt al bij stilstond, dat niemand je verplichtte om daar te gaan staan. Hier en daar waren er vangrails, maar zelden of nooit aan de binnenkant van de bochten. En de binnenkant van de bochten waren het meest interessant, want racewagens gaan in een bocht altijd naar de binnenkant…

Het was nog de tijd vóór de integraalhelmen en de brandvrije balaclavas. Coureurs droegen open helmen; sommigen, niet allemaal, knoopten een Nomex zakdoek voor hun mond en neus. Ik zie de uiteinden van Clark’s zakdoek nog wapperen in de luchtstroom… Hij hield zijn hoofd in de bochten een beetje scheef, mee in de richting van de bocht. Je kon zijn handen aan het stuurwiel bezig zien als hij stuurcorrecties uitvoerde… Dan flitsten die handen op een fractie van een seconde een paar centimeter, of minder, heen en terug… Zo magnifiek mooi! Als we zoiets zagen, keken we mekaar aan met een reusachtige grijns op onze kleine smoelwerken en schreeuwden vaak van enthousiasme en opwinding…

Ach, ach… Waar is der oud’ren fierheid nu gevaren…



donderdag 5 april 2018

THE POLISH VICTORY LAP


Alan Kulwicki
Vijfentwintig jaar geleden kwam NASCAR-coureur Alan Kulwicki om het leven in een vliegtuigcrash. Hij was op dat moment de regerende Winston Cup kampioen. 

In 1988 introduceerde hij, tot groot jolijt van de fans, wat sindsdien bekend staat als "the Polish Victory Lap": een ereronde in tegenovergestelde rijrichting. 

In juli van dat jaar verongelukte ook Davey Allison in een helikopterongeval.
Na de laatste race van het seizoen, de Hooters 500 op de Atlanta Motor Speedway, maakten racewinnaar Rusty Wallace en kampioenschapswinnaar Dale Earnhardt samen, zij aan zij, een Polish Victory Lap ter ere van Kulwicki en Allison. Je kunt hem zien als je de link aantikt.