Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

donderdag 31 januari 2019

DAG VAN DE POËZIE


Jantje zag eens pruimen hangen,
o, als eieren zo groot.
De tuinman zag zijn bolle wangen
en sloeg de vuile gapper dood.

John O'Mill
Breda 11 januari 1915 - Breda 13 september 2005

John O'Mill was het pseudoniem van Johan (Jan) van der Meulen. Hij gebruikte ook het pseudoniem Johan Mühlemans. De pseudoniemen zijn de vertaling van zijn naam in het Iers en Duits. In de 'Groene Amsterdammer' gebruikte hij op 1 april 1975 het pseudoniem J.J. van den Meulenbeeke.

zondag 27 januari 2019

HOLOCAUST DAG





The United Nations designated January 27—the anniversary of the 1945 liberation of Auschwitz-Birkenau—as a day for member states to honor the Jewish victims of the Holocaust and millions of other victims of Nazism.


vrijdag 25 januari 2019

ALBERT SZUKALSKI


Albert Szukalski
4 april 1945 - 25 januari 2000

Goldwell open air Museum, Nevada, U. S. A.

woensdag 23 januari 2019

MON AMI MATE




Op 22 januari was het zestig jaar geleden dat op de Guildford ringweg John Michael “Mike” Hawthorn om het leven kwam in een dwaas verkeersongeval. Hij was op dat moment de regerende wereldkampioen Formule 1, de eerste Britse wereldkampioen.

In de steriele, om niet te zeggen gecastreerde, 21ste eeuw moet het verhaal van Mike Hawthorn wel ongelooflijk klinken. Opgroeiend onder het naoorlogse Britse soberheidsbeleid – Mike was geboren in 1929, te jong om als Spitfirepiloot te dienen in de Battle of Britain, wat hij anders zeker zou gedaan hebben- gingen Mike en zijn vader Leslie, een garagehouder uit Farnham, op een gegeven moment autoracen. Aanvankelijk was dat met een paar oude clunkers uit Leslie’s garage maar toen al snel bleek dat Mike aanleg had, begon Leslie op iets groters te broeden. De tijden waren somber en heel, heel moeilijk en als er ergens een kleine kans was om het leven wat beter te maken, werd die kans al snel genomen.

Samen met een drinkebroer van ‘m, een man die fortuin had gemaakt met de in die tijd nog zeer winstgevende smokkelhandel met het continent, kocht Leslie een Formule 2 Cooper-Bristol. Het ding kostte 1800 pond, in hedendaags geld ongeveer 40.700 euro. Geen klein bedrag maar anderzijds heb je heden ten dage voor die prijs geen auto waarmee je kan deelnemen aan Formule 1 wedstrijden…

Dat kon Mike met de Cooper-Bristol wèl en hij deed het ook. In zijn eerste WK grand prix, de Grote Prijs van België van 1952, eindigde hij vierde. In de tweede race die hij uitreed, de grand prix van zijn vaderland, werd hij derde. In Nederland was hij opnieuw vierde. Hij eindigde vijfde in de eindstand van het WK en werd prompt geëngageerd door Ferrari voor het seizoen 1953.

A legend was born.

In 1953 won hij zijn eerste WK grand prix op het Franse stratencircuit van Reims, na een racelang duel op het scherp van de snee met niemand minder dan Juan Manuel Fangio, die hij met een wagenlengte klopte op de meet. De wedstrijd kreeg toen de bijnaam “de Race van de Eeuw”.

Mike was een staaf dynamiet op en naast de piste. Als hij zijn dag had, was hij een harde, genadeloze racer maar altijd fair. Hij werd “the Farnham Flyer” genoemd. De Fransen noemden hem “Papillon” omdat hij altijd racete met een keurig blauw vlinderdasje met witte bolletjes… Hawthorn was altijd van ver te herkennen met zijn witte broek en hemd, vlinderdasje, British green jack en zwarte helm met witte klep. Omdat hij lang was van postuur, zat hij altijd een beetje voorover gebogen in de cockpit, wat hem een schijn van dringendheid gaf…

Mogelijk was dat meer dan enkel maar schijn. Mike had een ongeneeslijke nierziekte. Hij wist dat hij niet oud zou worden, dus genoot hij van het leven zoveel hij kon. Zijn overwinning in de Franse grand prix van 1953 vierde hij in de armen van een lokale deerne van Café Brigitte. Zo werd hij vader van Arnaud Michael Delaunay. Mike was een lady’s man, zoveel was duidelijk, en om te trouwen had hij “geen tijd”, maar een deel van zijn prijzengeld ging steevast naar de moeder van de kleine Arnaud Michael.

In 1955 nam hij voor het Jaguarteam deel aan de 24 Uren van Le Mans. De grote tegenstanders van de Jaguars waren de Mercedessen van het team dat geleid werd door Alfred Neubauer. De oorlog lag nog maar pas achter de rug en de Fransen waren nog niet vergeten dat er een paar kilometer voorbij de bocht van Mulsanne een interneringskamp was geweest… Ze supporterden allemaal voor Jaguar. Mike van zijn kant, die sinds de oorlog ook niet bepaald dol was op Duitsers en/of Duitse auto’s, vertelde aan wie het horen wilde dat er geen enkele reden was waarom “a Kraut car would be better than a British car”. Het was een beetje alsof de Tweede Wereldoorlog nog eens dunnetjes werd overgedaan op een racebaan.

Fangio, in een Mercedes, en Hawthorn gingen er tegenaan alsof het geen 24-uursrace betrof maar een sprintrace. Het ging er opnieuw aan toe zoals in Reims 1953. In de eerste tweeëneenhalf uur van de race werd het ronderecord keer op keer gebroken. Twee van de beste coureurs ter wereld gingen er voor de volle 100%, en mogelijk zelfs wat meer, tegenaan.

Misschien was Hawthorn, die sowieso nooit in optimale fysieke conditie was, vermoeid toen hij besloot naar de pits te gaan om te bevoorraden en het stuur aan zijn ploegmaat Ivor Bueb af te staan. Misschien wou hij alleen maar de Kraut cars van Fangio en Fransman Pierre Levegh, die hem op de voet volgden, zo lang mogelijk achter zich houden. Feit is dat hij een tragische inschattingsfout maakte. Hij sneed zijn landgenoot Lance Macklin de pas af en ging boven op zijn remmen staan om de pits in te duiken. Maar de schijfremmen van de Jaguar waren veel sterker dan de remmen in de Healey van Macklin. Macklin had de keus tussen de Jaguar in zijn gat rijden of uitwijken. Hij week uit en leek even de controle over de Healey te verliezen waardoor hij in het pad van Pierre Levegh terecht kwam.

Wat volgde was de ergste crash die zich ooit in de autoracerij heeft voorgedaan. De Mercedes van Levegh werd uiteengereten tegen de betonnen muur van een tunnel en de wrakstukken gingen als zeisen door het dicht opeengepakte publiek.

Er is nog steeds geen officieel dodental van “de Ramp van Le Mans”. Cijfers schommelen tussen de 80 en de 120 en de betreffende politiedossiers blijven gesloten.

Hawthorn, die het ongeval meer had voelen dan zien gebeuren, stopte aan de pits, stapte uit zijn auto en verdween. Nogal wat ooggetuigen (Levegh’s ploegmaat John Fitch, Donald Healey, de eigenaar van Macklin’s auto, F1 teameigenaar Rob Walker…) verklaarden later dat Hawthorn op dat moment alle schuld van het ongeval op zich nam. Maar later werd hij onder handen genomen door de Jaguar teambaas, Lofty England, en zondagnamiddag om vier uur vierden Hawthorn en Bueb hun zege met champagne. Men kan zich voorstellen wat dat gaf in de kranten. Mercedes had het spel slimmer gespeeld. Die hadden hun auto’s teruggetrokken uit de race en waren ’s nachts met de noorderzon verdwenen.

Autoracen werd tijdelijk verboden in Frankrijk en voorgoed in Zwitserland maar een week na Le Mans ging op het circuit van Zandvoort gewoon de Grote Prijs van Nederland door alsof er niets gebeurd was. Het leven zat nog een beetje anders in mekaar in die tijd.

Het WK Formule 1 van 1958 werd betwist tussen Stirling Moss en Tony Brooks, beide in een Vanwall, en Mike Hawthorn in een Ferrari. Moss en Brooks wonnen elk drie races (op een totaal van elf) en Hawthorn één. Maar zijn regelmaat en snelheid (in 1958 ging er in elke race een punt naar wie de snelste ronde had gereden; de racewinnaar kreeg 8 punten) bezorgden Hawthorn de titel.

Meteen kondigde hij zijn pensioen aan. 1958 was, eens te meer, een jaar met hoge kosten geweest. In Reims was Hawthorn’s ploegmaat Luigi Musso verongelukt, in Casablanca Vanwall-rijder Stuart Lewis-Evans. Maar wat Mike het ergste had geraakt was het dodelijk ongeval van zijn boezemvriend, zijn “mon ami mate”, Peter Collins, op de Nürburgring.

Op het einde van het jaar werd hij gevierd in de British Racing Drivers Club in Londen en kreeg daar een (gevuld…) barmeubel ten geschenke. Hij nodigde al zijn collegae uit om het samen met hem te komen ledigen…

Op die koude, regenachtige 22ste januari van 1959, op weg naar Londen, zag Mike opeens voor zich op de weg een auto opdoemen die hij kende. Het was de Mercedes Gullwing van zijn vriend Rob Walker.

Waarom zou een Kraut car sneller moet gaan dan Mike’s Jaguar…? Mike gaf een dot gas. In een flauwe bocht op de ringweg van Guildford ging de Jaguar zonder te remmen rechtdoor. Men neemt aan dat Mike, die door de dokters op dat moment hooguit nog een jaar of twee werd gegeven, een blackout heeft gekregen.

donderdag 17 januari 2019

PANCHO VILLA



In het jaareinde van 1972 vertrok de net tot Bondskanselier verkozen Willy Brandt op een door de dokter voorgeschreven rustvakantie. Zijn stem was schor geschreeuwd en de kliniek was eraan te pas gekomen. Het was allemaal niet zo gemakkelijk gelopen met het vormen van een coalitie en Brandt had heel wat tegenkantingen moeten over overwinnen.

Brandt vertrok met zijn familie op kerstvakantie naar het Canarische eiland Fuerteventura. Hierop zat de dienst toerisme blijkbaar te wachten, want op dat moment waren er nauwelijks twee hotels die door Duitsers bezocht werden. De plannen van een Duitse onderneming om meerdere hotels te bouwen op het schiereiland Jandía stonden nog maar enkel op papier – werkkrachten moesten worden gevonden onder de plaatselijke bevolking, die er nauwelijks was, en wiens leven nu eenmaal verbonden was met de zee en al wat de zee te bieden heeft.


Willy Brandt en de kinderen bereden ezels en kamelen in het heuvelachtige gebied van het vulkanische eiland. De hobbyvissers van toen spraken van wonderbaarlijke visvangsten, zodat er meer en meer hengelaars het eiland ontdekten. Tegenwoordig zijn er ook heel wat fietsers die het eiland ontdekken.

Maar de regeringszaken moesten voortgang vinden en dat was moeilijk in een gebied waar nog geen telefoonverbindingen waren. Daar moesten militairen aan te pas komen. En toen kwam Walter Scheel samen met zijn vrouw naar het paradijselijke eiland om Brandt te overtuigen om Duitse president te worden. Maar Brandt wimpelde dit af met de woorden dat hij daarvoor nog niet oud genoeg was.



De gevolgen van Brandts reis zullen alle tegenwoordige toeristen
geweten hebben, want de daaropvolgende jaren begon de toeloop van Duitse toeristen naar zowat alle Canarische eilanden. Het kwam zelfs zover dat je er nog nauwelijks Spaans hoort spreken. Wanneer je je aan de balie van een hotel aandient, word je haast automatisch in het Duits aangesproken. Je kunt er ARD, ZDF en WDR bekijken (de laatste wordt in onze contreien jammer genoeg niet door Telenet aangeboden). En kort geleden kreeg Willy Brandt zijn standbeeld op een toeristische passage, dit samen met zijn hond.


Daar gaan je twee à drie jaar Spaanse les! Als je van de heerlijke lente- en zomerdagen het hele jaar door wil genieten op de Canarische eilanden, leer dan een mondjevol Duits en je kunt met haast iedereen een gesprek beginnen.


woensdag 16 januari 2019

MIM EL MESSAOUDI



Mim en haar dochter Yasmina

Op de doodsbrief staat dat je de afscheidsviering op zaterdag 19 januari om 10 uur in de Sint-Niklaaskerk kunt bijwonen van Mim (Irma Hildegard) Van Keer, verhalenvertelster, geboren in de lente van 1947 en overleden in de winter van 2019 in Kapelle-op-den-Bos.


Ik leerde Mim kennen in 1997 toen ze me een brief schreef, nadat ze mijn dagboek van één week had gelezen in De Bond, waarin ik vertelde dat ik werd aangezocht om opa te zijn van Nathan en Djamilla – kleinkinderen van mijn schoonzusje – die langs beider zijde van de familie geen opa meer hadden. Ik vermeldde dat ik het wel wat vreemd vond, maar dat ik het had aangenomen. Ik zei er ook nog bij dat het om een Joodse en een Arabische naam ging en dat ik het erg zinnebeeldig vond.



De brief van Mim bevatte de vraag of ik niet geïnteresseerd was in een verhaal over Vreemde Grootmoeders. Ik antwoordde positief en enkele dagen later stak het manuscript in mijn bus.

Het boek verscheen in 1998 bij mijn toenmalige uitgeverij Facet (later ook als grote letter boek). Dit verhaal gaat over Karim (Mim’s oudste heet ook Karim), 10 jaar, zoon van een Marokkaanse vader en een Vlaamse moeder (eveneens het geval bij Mim) die voor het eerst naar Marokko gaat en daar zijn oma ontmoet die volgens de gebruiken van haar streek leeft (met nogal wat bijgeloof), terwijl hij thuis in Vlaanderen wordt geconfronteerd met zijn andere oma die vreemd gedrag begint te vertonen omwille van haar dementie.

“Soms vragen vrienden van me of het niet vervelend is een moeder en een vader van twee verschillende landen te hebben.
“Ik vind van niet, zeg ik dan. Integendeel, ik heb een land meer dan mijn vrienden.”


Het boek is ook uitgegeven als CD bij Luisterpunt, het werd ingesproken door Jaak Buckinx.

Later werd het ook een vertelmonoloog die opgevoerd werd in theater Sering en Mostafa Benkerroum speelde er bijna 200 voorstellingen. Toen hij ermee stopte nam  Souliman de Croock (ook een halfje) de rol over. Het stuk werd over heel Vlaanderen gespeeld en kreeg zelfs een uitstapje naar Nederland waar in Bussum en Rotterdam een ruim publiek kwam kijken.

In 2000 verscheen bij Manteau Mim’s eerste boek voor volwassenen Vrouw, ziedaar Uw zoon. Het gaat om een zogenaamd brievenboek, waarin een Vlaamse vrouw die gehuwd is met een Marokkaan een levende getuigenis van de universele liefde tussen moeders en zonen geeft. Dit naar aanleiding van een nachtelijk dodelijk ongeval van een Marokkaanse illegaal die bevriend was met haar man. Een naar de keel grijpend boek.


 

In 2004 verschijnt bij Facet Nadhira, de heks van het Rifgebergte. Het is een verzameling van verhalen die door Mim verteld worden aan haar dochter Yasmina. Volksverhalen die net zijn zoals de Vlaamse volksverhalen, soms saai, soms belerend, maar steeds zinvol.


Mim’s laatste boek is Amira Wallada, of het verhaal van een geheime liefde. Het boek verscheen bij Kramat. Mim schreef het om op de steeds weerkerende vraag van haar man Abdelhhamid te antwoorden. Het is het verhaal van prinses Wallada bent El Moustakfi (1011-1091) en de dichter Al Walid Ahmed Ben Abdell ibn Zaidoun (1003-1070), dat ook een verhaal van deze tijden is, waarin niet-moslimjongens, verliefd worden op een moslima.
Mim ging ook de boer op om haar verhalen te vertellen en wat zij te zeggen had over 50 jaar migratie en de helende kracht van Arabische en Berberse sprookjes.



Mim (Irma Wilhelmina) Van Keer schreef onder het pseudoniem Mim el Messaoudi.



dinsdag 1 januari 2019





Brandweerwagen vernield en apotheker geplunderd in Molenbeek, hulpdiensten bekogeld met stenen en vuurwerk.


  Wat zei Trumpie nu alweer? Hell Hole!