Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

maandag 30 december 2019


https://gellerreport.com/2019/12/chanukah-stabbing-monsey-machete-assailant-is-a-recent-muslim-convert-and-may-be-linked-to-another-brutal-synagogue-stabbing.html/


In de pers alhier wordt er gemeld dat een derde van de inwoners van Monsey joods is, maar niet dat Thomas een bekeerde moslim is. Hoogstens wordt hij een "terrorist", tussen aanhalingstekens, genoemd. De BBC noemt hem de "suspected knifeman", voor De Standaard is hij "de 37-jarige verdachte", De Morgen noemt de dader niet eens bij naam. Kwestie van zijn privacy te respecteren, ongetwijfeld. 

woensdag 25 december 2019

KERSTGEMIJMER



De Gucht, senior, meent dat de kiezer dom kiest, dus eerst IQ test invoeren voor alle stemgerechtigden (Open VLD) – eerst een IQ-test voor politici a.u.b.



Koen Geens meent dat elke kiezer vijf stemmen moet kunnen uitbrengen (CVP) – eerst graag alle stemmen evenwaardig a.u.b.



De Wever donderpreekt over een komende implosie waar enkel extreemlinks en extreemrechts baat bij heeft (NVA) – doe liever eerst iets aan de mocro-explosies alvorens met nationale implosie te dreigen.



Nu nog een socialist die voorstelt dat elke kiezer een stem mag uitbrengen namens ieder van zijn minderjarige kinders.



Een groene die voorstelt dat je meer stemmen krijgt naargelang het aantal zonnepanelen, bakfietsen en bomen je bezit.


Een kandidaat van het Vlaams Belang die zoveel stemmen krijgt als het aantal Vlaamse Leeuwenvlaggen die hij in huis heeft.

zondag 22 december 2019

THE LAST AMERICAN HERO



Junior Johnson 1931-2019




Afgelopen vrijdag overleed Robert Glenn "Junior" Johnson, de moonshine-smokkelaar die een van de beste NASCAR-coureurs en -teambazen uit de geschiedenis werd. Junior groeide op in diepe armoede in Ronda, North Carolina, in een landbouwersgezin met zeven kinderen dat geteisterd werd door De Grote Depressie en The Dust Bowl. De familie was van Schots-Ierse afkomst en vestigde zich in North Carolina in het begin van de 17de eeuw.

Junior's overgrootvader langs moederskant was generaal-majoor Bryan Grimes van de Confederatie. De familie Johnson stortte zich, teneinde te overleven, in de productie van en handel in moonshine lang voor Junior geboren werd. Zijn vader zou bijna twintig van zijn drieënzestig jaren in de gevangenis doorbrengen. Ook Junior zelf werd veroordeeld voor het opereren van een illegale stokerij en bracht 1956-57 in een cel door. Nochtans slaagde het FBI er nooit in hem te klissen op de weg bij het transport van de illegale alcohol. Daar was Junior, die altijd op blote voeten reed, gewoon te snel voor. 

Hij was zo een beetje de uitvinder van de high speed U-turn, een tactiek die de revenooers* (speciale agenten van de belastingdienst), verbijsterde. Het ene moment achtervolgden ze een Ford Coupe smokkelauto, het volgende moment draaide die auto, zonder snelheid te minderen, 180° in het midden van een landweggetje van keskeschiet en kwam vol gas pal op hen af! Bliksemsnel gingen ze aan de kant en een grijnslachende Junior maakte zich uit de voeten. 

Zijn NASCAR carrière begon in 1955 met vijf overwinningen en een zesde plaats in het kampioenschap. Zoals gezegd waren 1956 en 1957 minder succesrijk maar in '58 kwam Junior terug met zes overwinningen. 

In 1960 won hij de Daytona 500, de iconische NASCAR-race. Hij reed een oudere Chevrolet Biscayne die 35 km/u trager was dan de snelste concurrenten. Johnson, die er altijd een beetje slaperig uitzag maar bij de pinken was als geen ander, paste in de race voor het eerst de tactiek van het draften toe: vlak achter een voorganger blijven zodat die je meesleept in het vacuüm van zijn kielzog zonder dat je je gaspedaal moet aanraken, en dan op het laatste moment uit dat kielzog komen en met een dot gas een veel snellere auto voorbijsteken. Eens te meer stond de concurrentie er verbijsterd bij te kijken. Tegenwoordig is draften een onmisbare techniek geworden in de oval-racerij.

Johnson hing de helm aan de wilgen in 1966 met 50 overwinningen op zijn palmares. Hij bleef in NASCAR als teameigenaar en -racemanager en behaalde zes titels, drie met coureur Cale Yarborough (drie op rij, 1976, '77 en '78, op dat moment nooit eerder vertoond) en drie met Darrell "Jaws" Waltrip (1981, '82 en '85).

Benevens een Goed Mens, met hoofdletters, was Johnson een 
begenadigde coureur, een efficiënte teamleider en een gewiekste zakenman. Het was Johnson die sponsor Reynolds Tobacco Company introduceerde bij NASCAR. Van 1971 tot 2003 heette het NASCAR-kampioenschap "The Winston Cup" – naar één van de sigarettenmerken van Reynolds – wat in de 2006 PIXAR-film 'Cars' (de laatste rol van Paul Newman) "The Piston Cup" werd. 



Junior, die er meestal een beetje bijslofte alsof het hem allemaal niet aanging, sprak tot de verbeelding als geen ander. In 1965 schreef Tom Wolfe (later van 'The Right Stuff' en 'The Bonfire of the Vanities' faam) een groot artikel over Johnson voor het tijdschrift Esquire waarin hij hem voorzag van de bijnaam "The Last American Hero", een bijnaam die voor altijd zou blijven hangen. In 1973 werd het artikel de basis voor een biografische film met Jeff Bridges in de hoofdrol.



In 'Cadillac Ranch' van Bruce Springsteen horen we 

James Dean in that Mercury '49
Junior Johnson runnin' through the woods of Carolina
Even Burt Reynolds in that black Trans Am
All gonna meet down at the Cadillac Ranch


In 1986 verleende president Ronald Reagan Junior een presidential pardon voor zijn veroordeling als moonshiner. 

Junior, die leed aan Alzheimer, overleed op 20 december in de palliatieve afdeling van een ziekenhuis in Charlotte, North Carolina. 


zaterdag 21 december 2019

DAG JOHN


 Aan de heer John Riedijk
Beste John

Gisteren was ik 80 jaar en drie maanden. Voor de samenkomst voor mijn 80ste verjaardag had ik me een aantal beeldjes van de Boeddha aangeschaft, zodat ik iedere gelukwenser dit beeldje kon meegeven. Enkelen waardeerden het voor datgene waar het voor staat, wat eigenlijk niet mijn bedoeling was, maar het is mooi meegenomen.
Eigenlijk ging het hier om de steen die verpakt was in een beeldje van de Boeddha, dat is namelijk sodaliet. De krachten die het gesteente toegewezen worden in de mineralogie zijn o.a. trouw blijven aan jezelf; het stimuleren van het rationeel denken en objectiviteit; ruimte maken voor toepassing van nieuwe inzichten.
Dat wilde ik mijn gasten meegeven. Helemaal in de stijl van jou John, die ons dertien jaar geleden aan ons (Nadine en ik) lot overliet.

Walter

maandag 16 december 2019

MIJMERINGEN

Raadslid Peeters


      

    "Als voorzitter vind ik de uitspraken van raadslid Peeters totaal onaanvaardbaar. Hij begint terug verdeeldheid te zaaien in de Gentse Open VLD-afdeling. (…) Dit na één jaar oppoken is een slag in het gezicht van vele hardwerkende afdelingen, militanten en mandatarissen.”

VAN VELE? ZEG MAAR DAT DE OPEN VLD ERG GEKROMPEN IS EN DAT RAADSLID PEETERS GROOT GELIJK HEEFT. OF IS DE OPEN VLD OP WEG OM TERUG PVV (PEST VOOR VLAANDEREN) TE WORDEN.

    
        In Israël bestaat een wet die de verzamelde politieke partijen verplicht om een regering te vormen binnen de drie maanden en dan worden er nieuwe verkiezingen uitgeschreven.

GEEN SLECHT IDEE VIND IK. WELKE PARTIJ DURFT DIT AAN TE KAARTEN?

      
   
   Welke advocaat, of advocatengroep kan eens wat orde brengen in het vragen van een losgeld voor de IS-vrouwen aan de Belgische Staat die hen niet wil? Stamp die advocaat toch uit de orde! Die IS-vrouwen en hun gebroed hebben deel uitgemaakt van een groep die de wapens heeft opgenomen tegen een land waarmee België niet in oorlog is. (Om van de aanslagen over de gehele wereld maar niet te spreken.) Ik denk dat art. 113 (als het nog bestaat) hier duidelijk van toepassing kan zijn. In ieder geval zijn de voormalige Oostfronters hier op veroordeeld.



       We zijn nu toch bezig. Misschien kan de een of andere ziel eens nadenken over het voor het gerecht brengen van de Belgische overheid, die al maanden lijdzaam toeziet hoe de wil van een grote groep kiezers gewoon met de voeten wordt getreden. Voor iedere dag langer uitstel een schadevergoeding van 1000€ aan iedere kiezer van Vlaams Belang en N-VA, en voeg er ook maar de CD&V bij.

woensdag 11 december 2019

DE LIEFDE VOOR EEN HUIS



Sommige mannen of vrouwen worden hun hele leven achtervolgd door de herinnering aan hun eerste liefde, die soms idyllisch, soms triest is afgelopen. In het geval van Daphne du Maurier gaan de herinneringen niet over mensen maar over een huis dat ze nooit het hare heeft kunnen noemen.

Ze had nog niet lang haar twintigste verjaardag gevierd toen haar ouders het oude veerhuis in Bodinnick (Cornwall) kochten. Aan de overkant van het water lag de kleine haven Fowey.

Na behoedzame korte wandelingen in de nabije omgeving werd haar radius steeds groter. Het duurde achttien maanden vooraleer Daphne op onderzoek durfde te gaan naar het huis dat boven de bossen achter Fowey uitstak. Ze kwam er niet onbeslagen, want ze had al heel wat informatie over het huis verzameld. Ze wist dat het huis Menabilly was gedoopt, dat het stamde uit de zestiende eeuw en dat in het bezit was van een oude Cornische familie, de Rashleighs, waarvan de nazaat en huidige bezitter, een oude dokter was, die alleen maar een herinnering had aan de ongelukkige jeugd die hij er had gesleten en daarom Menabilly nauwelijks bezocht.

Gesteund door haar zus Angela zocht ze naar de overgroeide ingang, maar faalde. Echter, niet getreurd, en bij een tweede poging lukte het wel. Angela typeerde het huis als een hoopje oude stenen, maar Daphne zag alleen maar hoe mooi het huis kon zijn met wat tender loving care. Door de besmeurde ramen zagen ze stoffige meubels en een hobbelpaard dat erop zou kunnen wijzen dat hier ooit een kind gelukkig geweest was.

De liefdesvlam sloeg direct over bij Daphne; Menabilly werd haar droomhuis en het moest het hare worden. Bijna drie jaar lang verkende ze iedere centimeter van het huis, haar liefde groeide bij iedere nieuwe speurtocht, en dan kwam het moment dat ze gewoon mocht doen wat ze voorheen illegaal had gedaan.

Daphnes romantische ziel begon harder te kloppen toen ze vernam dat Menabilly ook zijn eigen geest had, de blue lady, die  gestorven was omdat een galante heer haar pijn had gedaan. Het geraamte van een jonge soldaat dat teruggevonden werd in een geheime kamer maakte alles nog raadselachtiger.

Menabilly was niet altijd in handen van de Rashleighs geweest, er kleefde bloed aan de muren uit de periode dat het huis geregeld van eigenaar veranderde tijdens de Burgeroorlog, die met enkele pauzes liep van 1642 tot 1651.

In 1931 verscheen Daphnes eerste roman The Loving Spirit die gebaseerd was op ware gebeurtenissen. Toen een majoor verzocht om haar te mogen spreken over haar debuutroman werd Daphne van de sokken geblazen bij de verschijning van een militair met de dure naam Frederick Arthur Montague Browning, beter bekend als ‘Tommy’ of ‘Boy’. Deze bijnamen waren het bewijs dat hij niet alleen erg getapt was bij zijn soldaten, maar eveneens bij de burgers. Ze verloofden zich. Tijdens hun verloving schreef Daphne nog twee boeken die respectievelijk gepubliceerd werden als I'll Never Be Young Again (1932) en Julius (1933). Toen Browning haar in 1933 ten huwelijk vroeg moest ze niet lang nadenken. Enkele maanden na hun trouwdag werd Browning verplaatst naar een garnizoen in Egypte en Daphne volgde hem. Hiermee was haar eerste opdracht geslaagd; het vinden van een man,  bovendien een man die een zeker aanzien genoot. Maar het 

Christian, Daphne, Tommy, Tessa, Flavia
had ook zijn nadelen: diezelfde man verlangde naar kinderen en de geboortevan dochter Tessa (1933) was een feit. Dat het een meisje was betekende een teleurstelling, want de kinderkamer die was voorbereid was helemaal blauw, omdat Daphne ervan overtuigd was dat ze een jongen zou baren. Daphne was echter niet écht een moeder en ze liet veel over aan een kindermeisje, want Daphne wilde schrijven en wanneer ze dat deed was ze helemaal niet aanspreekbaar. Tessa verklaarde ooit dat ze zich niet één knuffel van haar moeder kon herinneren.


Inderdaad had Daphne het te druk met het scheppen van Jamaica

Inn dat verscheen in 1936. 1936 was het jaar waarin een tweede dochter werd geboren, Flavia. Tot grote teleurstelling van haar ouders bleek het dus weer een meisje. Flavia schrijft in haar A Daughter’s Memoirs (1994): ‘Rebecca and I were conceived about the same time in 1936, but whereas the novel was very much planned and thought out, I was unquestionably a mistake.’ Inderdaad, Rebecca verscheen in 1938. Het echtpaar zou tot 1940 moeten wachten om Christian – bijgenaamd Kits – te begroeten. De twee dochters zagen soms met lede ogen aan dat Daphne ook moederlijke gevoelens koesterde, maar die beperkten zich echter tot de lang verwachte zoon.



Hoewel  Jamaica Inn en Rebecca niet geschreven waren in Cornwall,  spookte de sfeer van Cornwall en Menabilly op iedere pagina. Het Manderley van Rebecca is echter niet het Menabilly van haar dromen, maar is meer gebaseerd op het huis waarin ze opgroeide, terwijl het toch alle kenmerken van Menabilly vertoont: de bloedrode rododendrons, de toren en de knik in de oprijlaan.

In 1941 schreef Angela een brief aan Daphne, die ergens in een garnizoensplaats leefde terwijl haar man deelnam aan de Tweede Wereldoorlog. De brief vermeldde dat er een meubelverkoop plaats had op Menabilly en vroeg of ze geïnteresseerd was. Daphne, die in een gemeubileerd huis woonde met haar drie kinderen, sloeg het aanbod af al was het met pijn in het hart. Het moest Menabilly zijn met alles erop en eraan. Ze was niet opgehouden met opzoekingen naar Menabilly te doen en ontdekte tot haar grote verbazing dat de huidige bewoner Rashleigh aan handen en voeten gebonden was: Menabilly was onvervreemdbaar erfgoed.

In 1943 waren Daphne en de kinderen in Fowey en daar zag ze hoe Menabilly langzaam totaal verkommerde. Het vereiste nogal wat spraakwater om de Rashleighs te overtuigen om haar dan minstens het huis te verhuren. Dat lukte.

Ze engageerde een troep metselaars, timmerlieden en aanverwante vaklui, naast elektriciens en een leger schoonmaaksters. Tegen de tijd dat Tommy met kerstverlof van de oorlog kwam, was het huis een blinkende parel en daarbij volledig gemeubileerd.

Soms vroeg Daphne zich wel eens af of haar passionele liefde voor het huis de liefde voor haar man en kinderen in de weg stond, maar ze wuifde deze gedachte zo snel mogelijk weer weg.
Ook was er de steeds knagende vrees dat het huis nooit het hare zou worden en dat er in een nabije toekomst een Rashleigh zou opdagen om het huis op te eisen. Daphne en Menabilly waren één geworden, het huis kende haar geheimen en zijn kende de geheimen van het huis. Toen ze verplicht werd haar intrek te nemen in Kilmarth, het huisje dat bestemd was voor de weduwen Rashleigh, begreep ze dat niets en niemand haar nog kon helpen, niet haar enorme fortuin, niet de wet, niet haar man – die zich sinds zijn thuiskomst van de oorlog steeds vreemder ging gedragen en erg verveeld zat met de enorme opbrengsten van haar boeken – hoewel hij vrienden en kennissen had tot in de nabijheid van de koningin. Wanneer Tommy Browning sterft in 1965 heeft hij net het huurcontract voor Kilmarth verlengd. Op Kilmarth schreef ze het ene boek na het andere. Het meest succesvolle The King’s General (1946) speelt tijdens de Burgeroorlog en heeft ook een rol voor Menabilly en zijn bewoners. Menabilly bleef haar droomhuis. De verzoening tussen haar en de Rashleighs werd een feit en ze mocht wekelijks op de koffie komen. Als ze echter weer eens verdwenen was, dan kon je haar terugvinden in de tuinen van Menabilly. Zo lang ze leefde was er geen vergiffenis in haar hart voor de Rashleighs die haar, althans volgens haar, de toegang tot het paradijs hadden ontzegd.

maandag 2 december 2019





HLN kopt:



“Ik had Demir, met haar barslecht beleid, zo graag in de ogen gekeken”

Terwijl klimaattop start in Madrid, zit Anuna De Wever op Martinique


Ongetwijfeld zal Zuhal Demir nu opgelucht ademhalen, maar los daarvan: tegenwoordig trekken Vlaamse tieners dus naar Chili (en vandaar desnoods naar Madrid) om een Belgische politica "in de ogen te kijken"? Als je van dat soort dingen een kick krijgt, kan dat dan niet gewoon in België?


Het is trouwens opmerkelijk dat zelfs een vrouw met buitenlandse roots geen genade kan vinden in de ogen van de politiek correcte elitestormtroepen als ze bij de verkeerde politieke familie zit. Als Demir een SP.A-er zou zijn, zou haar beleid ongetwijfeld de hemel worden ingeprezen. Als ze daarenboven nog lesbisch of transseksueel zou zijn, zou er massaal bij elke volle maan gedanst worden rond haar afgodsbeeld.