· Met ‘Stad in Oorlog’ in het Museum
aan de Stroom (MAS) kwamen er herinneringen opdoemen, opgedeeld in woede en
triestheid.
· Je ziet er heel wat verordeningen die
opgelegd werden door de Duitse bezetters en die ondertekend waren door burgemeester
Leo Delwaide, die van meet af meewerkte met de Duitsers, zo moest er geen
‘oorlogsburgemeester ‘ door de Duitsers zelf worden benoemd. Het is hem later
zwaar aangerekend.
· Je kunt het vergelijken met de verordeningen
voor het sluiten van cafés vandaag de dag die ondertekend worden door
burgemeester Bart de Wever, wat hem zwaar wordt aangerekend door de eigenaars
van die cafés en hun klanten.
· Wat me erg stoorde was het
systematisch gebruik van Nazi-Duitsland. Waren alle Duitsers nazi? Duitsland was
toen een totalitaire staat, waar Hitler als God over heerste. Waarom het dus
niet Hitler-Duitsland noemen, zodat de mensen die geen lid waren van zijn
partij, (de NSDAP Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij) meteen weer
in Duitsers veranderen.
Hitler, die met zijn NSDAP nauwelijks 39,9% van de stemmen haalde, kreeg hulp
van de Deutsche Zentrum Partei (Zentrum) en de Duitse Nationale Volkspartij
(DNUP) om zijn parlementaire meerderheid te verkrijgen.
·
De aan kabels opgehangen ‘vliegende
bom’ (V1), het eerste onbemand straalvliegtuig, is wel het begin van de
ruimtevaart (en dat wordt nergens vermeld). De Duitsers noemden de V1 spottend
Kirchkern (kersenpit: niet elke in de grond gestoken kersenpit zal automatisch
ontkiemen) en Maikäfer.
· Wat me echter woedend maakte waren de
aan de Duitsers gerichte verklikkersbrieven: zus en zo luistert naar de Engelse
radio, U weet wel wat U moet doen. Bij ons thuis was verrader het lelijkste wat je kon zijn.
· Er is ook aandacht besteed aan het
verzet (hoe klein het ook was) en zijn sporadische ‘heldendaden’, die meestal
represailles tot gevolg hadden en waarvoor onschuldigen voor het vuurpeloton
moesten verschijnen en de schuldigen zich broekschijtend op de achtergrond
hielden. Die ‘helden’, met heel wat meer leden aangedikt, waren er natuurlijk
wel bij (liefst met de Belgische armband) tijdens de repressie. Met de Duitse
overgave waren de ‘helden’ de straat opgegaan, om de door hen genoemde ‘zwarten’
op te pakken, en als het effe kon vrouwen kaal te scheren en sommigen – met de
borsten bloot – doorheen hun buurt te laten marcheren. Deze verzetsstrijders en
het gepeupel rond hen had de justitie vervangen. Mij is de wrake klonk
het, maar velen van hun slachtoffers hadden niks, helemaal niks, misdaan. Heel wat
vrouwen waren al kaalgeschoren op vermoedens van collaboratie.
· Veel van de vrouwen/meisjes hadden
het ‘ongeluk’ gehad om verliefd te worden op een Duitse soldaat. Uniformen
maken gewoon deel uit van het hele seks-arsenaal.
·
De ziekte verdween niet met de
Duitsers, want het was ook het geval voor de meisjes/vrouwen die de kauwgom
sjiekende coladrinkers die zich Amerikanen en Canadezen noemen, verwelkomden.
In september 1944 gingen de mossels van de mokkels open. Ook een tante van me,
een zus van mijn vader, deelde in de pret, maar het was een liedje van korte
duur, net zoals in de song ‘Rose, Rose, I Love You’, dat later door Frankie
Laine werd gezongen:
·
Rose, Rose, I Love You with an aching heart
·
What is our future? Now we have to part
·
Standing on the jetty as the steamer moves away
·
Flower of Malaya, I cannot stay
Mijn tante zat wel met een blijvende herinnering.