![]() |
| FOTO: Arlette Stubbe Bert De Bruyne en Walter Soethoudt vieren samen het feit dat Walter voor de tweede keer op de VU-lijst stond. (1982) |
Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.
Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.
Het is nu 17 jaar geleden dat John Riedijk overleed. John vertaalde voor onze toenmalige uitgeverij enkele boeken en verdween dan van het toneel. Hij kwam vanachter de schermen tevoorschijn toen we enkele jaren later een brief uit Nederland ontvingen waarin John vertelde dat hij een Indiaas avontuur achter de rug had en daar niet in armoede had geleefd omdat hij naast zijn ontwikkelingsarbeid vertaalwerk van boeken voor enkele Nederlandse uitgeverijen had verzorgd. Nu hij terug was, wilde hij de oude banden met onze uitgeverij nauwer
HUMO
ONAFHANKELIJK WEEKBLAD
Nr 4345/12 december
Pagina 74/tweede kolom
Bespreking van '"The Best Exotic Marigold Hotel"
Ongegeneerde feelgoodfilm waarin de kruin van de Britse acteursgilde ontspannen door het Indiase decor sloft.
De kale kruin bij monniken heeft een naam: tonsuur (kruinschering). Dat woord is afgeleid van het woord tonsura, het middeleeuwse Latijnse woord voor de bekende kale plek op het hoofd van monniken. Tonsura komt weer van het klassiek Latijnse woord tondēre, dat zoiets als scheren en maaien betekent. Daar danken we ook het woord tondeuse aan.
Net als Dominic Behan (broer van Brendan) de melodie van "The Merry Month of May" voor zijn nummer “The Patriot Game” gebruikte en gezongen werd door Liam Clancy, zo deed Bob Dylan het voor zijn “With God on Our Side ". Behan bekritiseerde Dylan publiekelijk door de melodie als een originele compositie te claimen. Hij ergerde zich omdat de eerste twee coupletten van Dylans lied een parodie waren op zijn eigen lied. Behan was van mening dat de herkomst van Dylans hele oeuvre in twijfel moest worden getrokken. Mike Evans schreef “dat volgens de legende" Dominic tijdens een vroege tour van Dylan door Groot-Brittannië Dylan op zijn hotelkamer belde met een compromisloze tirade. Toen Bob Dylan suggereerde: "Mijn advocaten kunnen met uw advocaten spreken", antwoordde Behan: "Ik heb twee advocaten, en ze zitten aan het einde van mijn polsen.”
Patriot Game
Author: Dominic Behan
Come all ye young rebels, and list while I sing,
For the love of one's country is a terrible thing.
It banishes fear with the speed of a flame,
And it makes us all part of the patriot game.
My name is O'Hanlon, and I've just turned sixteen.
My home is in Monaghan, and where I was weaned
I learned all my life cruel England's to blame,
So now I am part of the patriot game.
This Ireland of ours has too long been half free.
Six counties lie under John Bull's tyranny.
I've thrown out my Bible to drill and to train
To take up my part in the Patriot game.
It's nearly two years since I went away
With the local battalion of the bold IRA,
For I read of our heroes, and wanted the same
To play out my part in the patriot game.
And now as I lie here, my body all holes
I think of those traitors who bargained in souls
And I wish that my rifle had given the same
To those Quislings who sold out the patriot game.
Tune: One Morning In May, or God on Our Side
Copyright Clifford Music Co., Ltd.
With God on Our Side
Author: Bob Dylan
Oh my name it ain't nothin'
My age it means less
The country I come from
Is called the Midwest
I’s taught and brought up there
The laws to abide
And that the land that I live in
Has God on its side
Oh the history books tell it
They tell it so well
The cavalries charged
The Indians fell
The cavalries charged
The Indians died
Ah the country was young
With God on its side
The Spanish-American
War had its day
And the Civil War too
Was soon laid away
And the names of the heroes
I’s made to memorize
With guns in their hands
And God on their side
Enzovoort
https://www.youtube.com/watch?v=5y2FuDY6Q4M
BRENDAN BEHAN
Borstal Boy is een autobiografisc boek uit 1958 van Brendan Behan . Het verhaal toont een jonge, vurig idealistische Behan, die zijn naïviteit verliest gedurende de drie jaar van zijn straf tot een jeugdgevangenis , waardoor zijn radicale Ierse republikeinse houding wordt verzacht en hij zich opwarmt tegenover zijn Britse medegevangenen. Vanuit technisch oogpunt valt de roman vooral op door de kunst waarmee hij de levendige dialoog van de Borstal-gevangenen vastlegt, waarbij een verscheidenheid van de vele subtiel onderscheidende accenten van Groot-Brittannië en Ierland intact blijft. Uiteindelijk toonde Behan door zijn bekwame dialoog aan dat de Ierse katholieken en de Engelse protestanten uit de arbeidersklasse feitelijk meer met elkaar gemeen hadden via de klasse dan ze hadden aangenomen, en dat de vermeende barrières van religie en etniciteit slechts oppervlakkig waren en werden opgelegd door een angstige middenklasse. Het boek werd in 1958 om onbekende redenen in Ierland verboden ; het verbod liep af in 1970 ‘Borstal Boy’ werd in 2000 opnieuw uitgegeven
Ontwaakt, verworpenen der aarde!
Ontwaakt, verdoemde in hongers sfeer!
Reedlijk willen stroomt over de aarde
En die stroom rijst al meer en meer.
Sterft, gij oude vormen en gedachten!
Slaafgeboornen, ontwaakt, ontwaakt!
De wereld steunt op nieuwe krachten,
Begeerte heeft ons aangeraakt!
refrein:
Makkers, ten laatste male,
Tot den strijd ons geschaard,
en D’Internationale
Zal morgen heersen op aard.
(Nederlandse bewerking van de Internationale door Henriette Roland Holst.)
Welke socialist kent deze woorden nog? In de tijd (1950) toen mijn vader de
kelder aan het witten was, werd er aangebeld en de beller drong er bij mijn pa op
aan of hij het werkje wilde stoppen omdat men op 1 mei NIET werkt. Toen zongen
ze nog met geheven vuist en uit volle borst dat de Internationale zou heersen
op aard. Toen blies de socialistische fanfare op 1 mei alle sossen en andere
mensen uit hun bed.
Wel die sossen zijn verdwenen, zijn verweekt. Ze durven
enkel nog, in een gezelschap van gelijken, hun mond opendoen. Die sossen verdwenen
uit onze buurt omdat er steeds meer buitenlanders kwamen wonen, dat was hun
iets teveel, en gingen op zoek naar onderdak in de volgens hen iets betere
wijken.
En nu is er een Conner, een Conner die in een fout
gezelschap zijn hart luchtte. Gaat hij veel stemmen verliezen? Neen, want het
grootste deel van die oude sossen zijn het volledig met hem eens. Die sossen,
houden niet van hypocrieten, maar van mensen die hun buik rechtuit spreken.
Wij woonden in Cairo in 1948, toen de staat Israël werd uitgeroepen, ik was toen 13 jaar en herinner het mij nog heel goed !!!
Israel's fourth prime minister (1969 - 1974), Golda Meir, reveals the main cause of the current conflict:
· Met ‘Stad in Oorlog’ in het Museum
aan de Stroom (MAS) kwamen er herinneringen opdoemen, opgedeeld in woede en
triestheid.
· Je ziet er heel wat verordeningen die
opgelegd werden door de Duitse bezetters en die ondertekend waren door burgemeester
Leo Delwaide, die van meet af meewerkte met de Duitsers, zo moest er geen
‘oorlogsburgemeester ‘ door de Duitsers zelf worden benoemd. Het is hem later
zwaar aangerekend.
· Je kunt het vergelijken met de verordeningen
voor het sluiten van cafés vandaag de dag die ondertekend worden door
burgemeester Bart de Wever, wat hem zwaar wordt aangerekend door de eigenaars
van die cafés en hun klanten.
· Wat me erg stoorde was het
systematisch gebruik van Nazi-Duitsland. Waren alle Duitsers nazi? Duitsland was
toen een totalitaire staat, waar Hitler als God over heerste. Waarom het dus
niet Hitler-Duitsland noemen, zodat de mensen die geen lid waren van zijn
partij, (de NSDAP Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij) meteen weer
in Duitsers veranderen.
Hitler, die met zijn NSDAP nauwelijks 39,9% van de stemmen haalde, kreeg hulp
van de Deutsche Zentrum Partei (Zentrum) en de Duitse Nationale Volkspartij
(DNUP) om zijn parlementaire meerderheid te verkrijgen.
·
· Wat me echter woedend maakte waren de
aan de Duitsers gerichte verklikkersbrieven: zus en zo luistert naar de Engelse
radio, U weet wel wat U moet doen. Bij ons thuis was verrader het lelijkste wat je kon zijn.
· Er is ook aandacht besteed aan het verzet (hoe klein het ook was) en zijn sporadische ‘heldendaden’, die meestal represailles tot gevolg hadden en waarvoor onschuldigen voor het vuurpeloton moesten verschijnen en de schuldigen zich broekschijtend op de achtergrond hielden. Die ‘helden’, met heel wat meer leden aangedikt, waren er natuurlijk wel bij (liefst met de Belgische armband) tijdens de repressie. Met de Duitse overgave waren de ‘helden’ de straat opgegaan, om de door hen genoemde ‘zwarten’ op te pakken, en als het effe kon vrouwen kaal te scheren en sommigen – met de borsten bloot – doorheen hun buurt te laten marcheren. Deze verzetsstrijders en het gepeupel rond hen had de justitie vervangen. Mij is de wrake klonk het, maar velen van hun slachtoffers hadden niks, helemaal niks, misdaan. Heel wat vrouwen waren al kaalgeschoren op vermoedens van collaboratie.
· Veel van de vrouwen/meisjes hadden
het ‘ongeluk’ gehad om verliefd te worden op een Duitse soldaat. Uniformen
maken gewoon deel uit van het hele seks-arsenaal.
·
·
Rose, Rose, I Love You with an aching heart
·
What is our future? Now we have to part
·
Standing on the jetty as the steamer moves away
·
Flower of Malaya, I cannot stay
Mijn tante zat wel met een blijvende herinnering.
België heeft in 2021 een bedrag van € 19,5 miljoen aan Palestina toegekend om de humanitaire en ontwikkelingsbehoeften van de Palestijnse bevolking te ondersteunen. Het bedrag is bestemd voor verschillende sectoren, waaronder gezondheid, onderwijs, water en sanitaire voorzieningen, en economische ontwikkeling .
Uitgeverij Vrijdag heeft zich door de jaren heen een reputatie opgebouwd op het gebied van uitgaven van thrillers.
Later kwamen veel Vlaamse auteurs die hun sporen verdienden bij
andere uitgevers bij Vrijdag aan de deur kloppen, een deur die bereidwillig
werd geopend voor: Benny Boudewijns, Guido Eekhout, Rudy Soetewey, Patrick
Conrad, Jos Pierreux en Anne-Laure Van Neer.
Hier moesten geen buitensporig hoge vertaalkosten voor
worden opgehoest!
Al deze kwaliteit trok uiteraard ook debutanten naar de deur
van Vrijdag en ook hier scoorde men met de Hercule Poirot-prijswinnende
Dominique Biebau die zich met “Russisch voor Beginners” zomaar ineens een
plaats veroverde en zich in het rijtje prijswinnende Vrijdag-auteurs plaatste.
In ”Bot Mes” vertelt hij over een Brussel dat met lede ogen
het hoofdkwartier van Europa naar Straatsburg zag verhuizen, en in het zog
daarvan alle belangrijke bedrijven. Een Brussel dat zijn grenzen gesloten heeft
naar Vlaanderen en Wallonie/France en waar de misdadigers hun slachtoffers in
het kanaal droppen, het voorbeeld van New York volgend, dat haar lijken in de
Hudson deponeert.
In dat Brussel krijgt een Vlaamse journalist een inreisvisum voor twee dagen, tijd genoeg om zijn dochter, die uit het kanaal is opgevist te komen herkennen in het Brusselse lijkenhuis, en vervolgens terug op te rotten. Dat zal niet lukken, want zou het niet die dochter zijn die achter de diefstal en verdwijning van een Breughel zit, die nog steeds niet is teruggevonden, niet door de enige niet corrupte politievrouw, niet door een Amerikaanse miljardair, niet door… Volg het spoor van verrassende plotwendingen en ambigue personages.
“Bot
Mes” verscheen op 20 september, mijn verjaardag, dus kwaliteit gegarandeerd. Groetjes
vanuit een even smerig Antwerpen, maar wel met haar financiën op orde.
***antipodo kun je in het Antwerpse stadspark vinden
Tekst overgenomen van website 'Stad Antwerpen
He worked 12-hour shifts for several days alongside other
firefighters, searching for survivors in the rubble of the World Trade Center.
Buscemi, now 65, had taken the Fire Department of the City of New York (FDNY) civil service test when he was 18 and
used to work as a FDNY firefighter in downtown Manhattan in
the 1980s.
He later left the service to become an actor but has remained in
touch with New York firefighter causes. He is often seen speaking at union
rallie, and hosted the HBO documentary A Good Job: Stories of the FDNY.
At the time, Buscemi said of his efforts during the rescue: “It
was a privilege to be able to do it. It was great to connect with the firehouse
I used to work with and with some of the guys I worked alongside. And it was
enormously helpful for me because while I was working, I didn’t really think
about it as much, feel it as much.
He rarely discusses his contributions to the rescue efforts, but
did reflect on the experience in an interview on Marc Maron’s WTF podcast.
“I was depressed, I was anxious, I couldn’t make a simple
decision,” said the 63-year-old Buscemi of the moment he learnt of the attacks.
He called his old firehouse then, receiving no reply, headed to the site, where
he found his former engine company.
“I asked if I could join them,” he said, adding: “I could tell
they were a little suspicious at first, but I worked with them that day.”
Buscemi told Maron that, while he hadn’t experienced any health
issues, he “definitely” suffered from post-traumatic stress disorder (PTSD).
“I was only there for like five days, but when I stopped going
and tried to just live my life again, it was really, really hard,” he said.
The Fargo star said he can still feel triggered
on anniversaries, or when asked about that time.
“There are times when I talk about 9/11 and I’m right back
there,” he said. “I start to get choked up and I realise, ‘Ah, this is still a
big part of me.’”
In 2013, the Brotherhood of Fire Facebook page reminded people
of his selfless act of courage, writing beneath a picture of Buscemi: “Do you
recognise this man? Do you know his name? Lots of people know he’s an actor,
and that his name is Steve Buscemi. What very few people realise is that he was
once one of New York’s Bravest.
“In 1976 Steve Buscemi took the FDNY civil service test when he
was just 18 years old. In 1980 Steve Buscemi became a New York City
Firefighter. For four years, Buscemi served on one of FDNY’s busiest, Engine
Co. 55 in Manhattan’s Little Italy. He later left the fire service to become a
successful actor, writer and director.
“After 9/11/2001... Brother Buscemi returned to FDNY
Engine 55.
“On September 12, 2001 and for several days following Brother
Steve worked 12-hour shifts alongside other firefighters digging and sifting
through the rubble from the World Trade Center looking for survivors.
“Very few photographs and no interviews exist because he
declined them. He wasn’t there for the publicity.”
Buscemi also been an advocate for firefighters’ welfare, telling
CBS News: “Firefighters are great at helping others, they’re great at helping
each other. But they’re not always—they don’t always know that they,
themselves, are in need.
“Their first reaction would be: ‘Oh, the next guy has it worse,
you know?’”
A total of 343 firefighters and paramedics died during the 2001
attacks, while a further 341 firefighters, paramedics and civilian support
staff have died in the years since from post-9/11 illnesses.
Buscemi still serves on the Board of Advisors for Friends of
Firefighters, an organisation dedicated to New York firefighters and their
relatives, alongside fellow actors including Kevin Smith and Gary Sinise, and
Twisted Sister frontman Dee Snider.
In de
Engelse taal is er de uitdrukking “Not room enough to swing a cat’ en er wordt
al eens gegist naar de oorsprong en de betekenis ervan. Die zou kunnen zijn dat
‘cat’ wordt begrepen als ‘kat’ die zoals het bekende spreekwoord zegt negen
levens heeft, die op hun beurt verwijzen naar de negen knopen in de zweep
waarmee vroeger zeelui – die beneden deks verbleven - tot de orde werden
geroepen aan dek, omdat beneden geen ruimte genoeg was voor de kat (zweep).
Waarom een kat een kat werd genoemd, is dat de wonden die de zweep naliet een
gelijkenis vertoonden met de sporen die een kattenklauw naliet.
Deze inleiding om het eens te hebben over minister quiki-pipi en zijn negen levens. Je moet maar even denken aan de eerste joint die werd gerookt in het parlement, ja quiki kan hiervoor op de borst kloppen en hij kwam ermee weg. Toen hij begreep dat hij bij de Volksunie geen enkele kans maakte om het tot landelijk minister te brengen – net zoals enkele anderen de huik naar de wind zetten, ja toch heer Somers – ging hij bij VLD onderdak zoeken, waar de bende veel kleiner was ‘je moest niet echt bekwaam zijn want er moest maar gekozen worden uit een klein groepje’ en de blauwe elite was maar wat blij dat er iemand bij de bende kwam die ze in de steek konden laten als er stront aan de knikker was. Ja er is die NVA-dame die de kat gebruikt.
Wat me echter
spijt is dat die mevrouw van de NVA, die quiki als prooi heeft bestempeld, zulke
verschrikkelijke stem heeft. Maar misschien denkt ze dat haar stem al ‘cat’ genoeg
is…
Voor quiki is er misschien nog plaats bij Hedebouw's groepje, hij moet echter weten dat bij diens partijtje de knoet gebruikt wordt.
De knoet is een vooral uit tsaristisch Rusland bekende variant op de kat met negen staarten, waarbij zich aan het eind van de staarten in plaats van een knoop een ijzeren gewichtje bevond. Honderd tot honderdtwintig slagen met de knoet stonden vrijwel gelijk met een doodvonnis
Vorige week had de BBC weer eens het goede idee om een compilatie te maken van een beroemde artist. Deze keer werd er in drie afzonderlijke bijdragen gefocust op het werk van The Everly Brothers. In een Amerikaanse documentaire werd er ingegaan op de streek waar ze vandaan kwamen, het mijnwerkersstadje Brownie in de staat Kentucky, waar enkele takken aan de country-boom door zowat de hele bevolking werden beoefend. Er was ook het beroemde reünieconcert uit 1963 en dan was er nog een documentaire over 'the harmony' waarin muzikanten en componisten aan bod kwam, met vooral een grote pluim voor het echtpaar Felice en Boudleaux Bryant die hits aan de lopende band produceerden voor de Everly's.
Tot zover alles goed. Maar waar is die ene song van het tweetal gebleven 'Ebony Eyes'? Indertijd, 1961, werd deze song op alle BBC-kanalen verbannen en werkte deze verbanning door tot en met vorige week?
Op WIKIPEDIA kun je een artikel vinden met de naam Ebony Eyes https://en.wikipedia.org/wiki/Ebony_Eyes_%28John_D._Loudermilk_song%29
Nu nog even genieten: https://www.youtube.com/watch?v=0GUxCVnv0dU
Helen Joy Davidman: Dichter en bekeerlinge
Zoals met veel vrouwen het geval is, werd het leven van Helen Joy Davidman vorm gegeven door anderen. In Engeland wordt ze meestal als een gescheiden vrouw van middelbare leeftijd met literaire aspiraties neergezet, of erger nog, de Yoko Ono van de jaren vijftig. Kijken we maar naar de film Shadowlands (1993), waarin ze sterft, enkel maar om C.S. Lewis (Anthony Hopkins) de gelegenheid te geven om te rouwen. Maar ze was heel wat meer dan dat. Als men over Davidman wil praten, dan moet men het volgens mij hebben over die Davidman die de Yale Younger Poets Series Award kreeg, voor haar bundel Letter to a Comrade uit 1938. De jongere Sylvia Plath schreef in haar dagboek – de twee vrouwen vochten op de een of andere manier dezelfde strijd – dat ze een moord wilde begaan voor die eer. Een jaar later werd Davidman samen met Robert Frost, die voordien al in 1924, 1931 en 1937 de Pulitzer Price voor poëzie kreeg, bekroond met de Russell Loines Memorial Fund die 1.000 $ bedroeg (huidige waarde 16.393 $).
ROBERT FROST (Uit zijn debuutbundel Mountain Interval (1916)
THE ROAD NOT TAKEN
Two roads diverged in a yellow wood,
And sorry I could not travel both
And be one traveler, long I stood
And looked down one as far as I could
To where it bent in the undergrowth
Then took the other, as just as fair,
And having perhaps the better claim,
Because it was grassy and wanted wear;
Though as for that the passing there
Had worn them really about the same,
And both that morning equally lay
In leaves no step had trodden black.
Oh, I kept the first for another day!
Yet knowing how way leads on to way,
I doubted if I should ever come back.
I shall be telling this with a sigh
Somewhere ages and ages hence:
Two roads diverged in a wood, and I—
I took the one less traveled by,
And that has made all the difference.
Romans
Joy Davidman schreef ook twee romans, Anya (1940) en Weeping Bay (1950). Kirkus review schreef over Anya: “It is a strange book; it is as essentially Jewish as Magnolia Street with all its emphasis on the mores; it is not a book for the conservatives, though it is, oddly enough, never gloatingly lascivious.” Over Weeping Bay: “The unctuous Cure of the church does not wish to see his simple (if starving) flock contaminated by materialism and prefers to keep them poor, while his brother, the Chief of Police, rapes and ruins a waitress in the town’s hotel. But there are moments of rebellion all along the line; Herve, a factory worker, hot-bloodedly fights for his and others’ rights; Mireille, afraid to have children because they will starve, aborts herself; Marie-Ange defies the priest and uses birth-control methods... Apparently a plea for a more flexible Catholicism, this is alive and tense and wellwritten.” Duister verleden Deel 1.indd 290 9/02/16 16:55 helen joy davidman 291 Haar laatste boek, de dichtbundel Smoke on the Mountain – nog steeds te koop – is een levendige, provocerende interpretatie van de Tien Geboden. Praten met leeuwen Davidman werd geboren in een familie van Poolse en Oekraïense Joodse immigranten in 1915. Ze las al toen ze drie was, op haar achtste las ze H.G. Wells’ Outline of History en verklaarde zichzelf atheïst. Ze had een fotografisch geheugen en haar I.Q. lag boven de 150. Haar broer, psychiater Howard Davidman, vertelt met voorliefde het verhaal over hoe hij en Joy samen naar de zoo in de Bronx gingen om er te praten tegen de dieren. Maar de 14-jarige wilde een inniger contact met de grote katten. Samen met haar broer deed ze een inbraak in de zoo, na het vallen van de duisternis, en daar praatte ze met de leeuwen, die ze naar de tralies lokte en hen uit haar hand liet eten, om hen vervolgens te strelen, en dat deden ze niet een keer, maar vele malen. Daarmee was ze zeker de voorloper van Aslan (wat leeuw betekent in de Turkse talen), een personage uit alle delen van De kronieken van Narnia door C.S. Lewis. Davidman ging op haar 14de naar het Hunter College en haalde haar academische titel, om vervolgens aan de Columbia universiteit haar master in de Engelse literatuur te halen in drie semesters, terwijl ze ondertussen nog les gaf aan de Roosevelt High School. Haar eerste gedichten verschenen in Poetry, een prestigieus magazine, waarvan de uitgever haar onmiddellijk inlijfde als lezer, corrector en uitgeefster, wat ze aanvaardde en waarvoor ze haar baan als lerares opzegde. Agressief, ongeduldig en onverdraagzaam Enkele weken voor ze afstudeerde aan het Hunter College had Joy, midden in de Grote Depressie, een meisje – een weeskind zoals later bleek, dat vele dagen niet had gegeten – uit wanhoop van het dak van een building zien springen. Dat bleef haar gedurende jaren achtervolgen en dat dreef haar naar de communistische partij, die ze als de universele oplossing zag voor wat er fout ging in de wereld. Ze werd een typische ‘radical’ van de jaren dertig: agressief, ongeduldig en onverdraagzaam. Haar toetreding tot de partij viel ongeveer samen met de publicatie van Letter to a Comrade. Pulitzer Price winnaar Stephen Vincent Benét schreef er een vooraf voor. Daarin zegt hij: “Hier is wat een intelligente, gevoelige en levendige geest denkt over zichzelf en de wereld rondom haar. Het zal iedereen die Letter to a Comrade leest duidelijk zijn, dat de helden en demonen van de Twenties niet juffrouw Davidmans helden en demonen zijn. Wat niet zo voor de hand ligt is het feit – belangrijk voor iedere jonge auteur – dat ze een behoorlijke techniek heeft en dat ze zich succesvol kan uitdrukken in de diverse vormen van poëzie. Juffrouw Davidman kan de dingen die ze waarneemt, accuraat en fris weergeven.’ De bundel bevatte enkele gedichten die overeenstemden met haar politiek engagement zoals Snow in Madrid, waarin ze het heeft over de Spaanse burgeroorlog, die de links denkende mens van die dagen na aan het hart lag:
SNOW IN MADRID
Softly, so casual, Lovely, so light, so light,
The cruel sky lets fall Something one does not fight.
How tenderly to crown The brutal year
The clouds send something down
That one need not fear.
Men before perishing
See with unwounded eye
For once a gentle thing
Fall from the sky.
Ze kan commentaar geven, ofwel vurig en vol van verbeelding, ofwel zoals in Spartacus 1938 beheerst, maar daarom niet minder emotioneel en krachtig. SPARTACUS 1938 (verschenen in New Masses) (Grote delen van Moabit (Berlijn) zijn traditionele arbeiderswijken; delen daarvan hadden politiek actieve bewoners, zoals de Rote Beusselkiez en de aangrenzende Rostocker Kiez, en golden na de machtsovername door de Nationaalsocialisten in 1933 als communistische verzetshaarden.) Ernest Thälmann was de leider van de Kommunistische Partei Deutschlands tijdens de Weimarrepubliek.
Thälmann is buried under the peat bog,
under the rain, under the tufted grass.
He is buried under crisscross
tracks of birdfeet made all day by the moorhens as they pass.
He lies below the feet of prisoners
come all day from the concentration camp;
the lean marsh iris and the angled sedge
set their roots in grey and green water;
Thälmann lies where the shovel’s edge
crisscross cuts peat all day long
and the night smooths it over with water.
But Thälmann is buried under Moabit lying
living in the heavy stone.
When Romans killed Spartacus the gladiator they did not put him under earth alone;
along the Roman road they set a cross, a little way beyond another cross,
so for some miles, and every cross a man;
so the tall gladiators on the Roman road blackened
until the Roman flocks of crows turned from the new corn in the spring.
This was done to Spartacus and the moneyless men in the name of sweet peace,
order and tranquility, in the name of large lands belonging to one man.
The name of grain brought from Egypt to give the poor,
in the name of the rich man’s house, the name of his sleep
and the fat ancestral spirits of his gods.
This was done in the name of the smoke on altars.
Spartacus being a slave was beaten with rods.
And the slave lives in the ergastulum
and the slave lies chained to the outer door,
and the slave wears away the palms of his hands working for the Roman state.
Spartacus lies with his heart buried at the foot of the whipping-post.
(But Thälmann is held in Moabit, the door is locked, the key is lost, the cause is lost.)
The prisoners from the concentration camp leave wet footmarks on the rainy moor.
They never had a key to open the door,
and when they leave, they leave by the back door of a bullet,
he coffin sent home with an official seal;
but the prisoner shall set his heel into firm earth,
but he shall stand firm,
but he shall live by the lean gun
and he shall earn his death like honest bread and there shall be bread.
And this shall be in our lifetime, in our bitter lifetime, Thälmann.
The grass shall sleep upon the moor.
Assault the door, break down the door, break open the door.
In de schaduw
Davidman was niet de eerste vrouw wier bekendheid overschaduwd werd door die van haar man. Alleen gebeurde het haar wel tweemaal. Lang voor C.S. Lewis ten tonele kwam, huwde ze William Gresham, een veteraan van de Spaanse burgeroorlog die ze ontmoette in 1942 op een vergadering van de communistische partij. Gresham wordt meestal in het lijstje van de populaire fiction ondergebracht, wat echter niet strookt met de bekendheid die hij heden ten dage nog steeds geniet. Gresham publiceerde in 1946 de bestseller Nightmare Alley (opgedragen aan Davidman), een groteske noir, spelend in de kermiswereld. Later werd er nog een boeiende film van gemaakt. Een recensent beschreef het boek als “een harde, meedogenloze, kleurrijke roman, die de onbekende wereld van de freaks beschrijft, met de bedoeling commentaar te leveren op onze zieke, verrottende wereld. Het verhaal van een waardeloze spiritist die rijke, lichtgelovige dames bedriegt, en zo uiteindelijk zijn eigen ondergang bewerkstelligt”. Een beetje zoals Gresham zelf. De zich als een zuidelijke alcoholist gedragende Gresham kon zijn vuisten niet thuishouden en zowel zijn vrouw als zijn kinderen waren daar het slachtoffer van; daarnaast was hij chronisch ontrouw, een figuur regelrecht uit de pagina’s van O’Neill, Faulkner of Tennessee Williams gestapt. Meermaals vuurde hij zijn geweer af in het plafond, om zijn spanningen te ontladen, en op een dag sloeg hij een fles kapot op het hoofd van hun zoon Douglas. Op een nacht in 1946 werd Davidman opgebeld door Gresham, hij leek helemaal in de war en vertelde haar dat hij een zenuwinzinking had. Davidman bracht hun twee zonen naar bed en voor het eerst in haar leven voelde ze zich hulpeloos en verslagen. “Dat was de nacht dat God in mij kwam,” zegt ze. “Hij was daar, mijn bewustzijn registreerde hem, hij was zo echt, alles tot dan toe was een schaduwspel geweest. En ik, ik was meer levend dan ooit. Mijn perceptie van God heeft misschien een halve minuut geduurd.” Davidsmans bekering vergrootte de kloof met Gresham nog meer. Gresham was een alleseter, hij dweepte met Dianetics, de voorloper van Scientology, met de tarotkaarten en raadpleegde de I Tjing. Nadat ze gezinshulp had gevraagd aan haar nicht (die een toevluchtsoord zocht omdat haar doorgaans dronken echtgenoot haar sloeg), ging Joy op pelgrimstocht naar Engeland om advies te zoeken bij haar mentor en sinds enkele tijd ook penvriend C.S. Lewis. De Engelse uitstap was een succes; thuis lag het anders, Gresham was een verhouding begonnen met Davidmans nicht. Gresham wilde een echtscheiding, Davidman wilde verzoening: “Bill begroette me door me enkele keren doorheen de kamer te boksen… Twee dagen nadat hij me bijna gewurgd had, vroeg hij me in alle ernst: ‘Ben ik ooit brutaal en onvriendelijk geweest’?”
Angst voor het rode gevaar
Davidmans emigratie naar Engeland wordt meestal in verband gebracht met haar scheiding van Gresham en de vlucht in de armen van de stabiele Oxford don, C.S. Lewis. Weinigen hebben nagedacht over die andere mogelijkheid en wel de ondervragingen van The House Un-American Activities Committee, hoorzittingen die toen in volle gang waren. Davidman had, samen met anderen, scherpe artikels persklaar gemaakt voor New Masses (een prominent marxistisch blad) en was actief geweest in de procommunistische League of American Writers. Ze had ook even, zonder succes trouwens, haar kans in Hollywood gewaagd als scenarist. Had ze angst dat zij – en Gresham – zouden worden opgeroepen om te zingen voor senator Joe McCarthy? Omstreeks de tijd van haar eerste vlucht naar Engeland in 1952 was het Amerikaans congres volop bezig met het dagvaarden van een ander echtpaar dat banden had met Hollywood: Dashiell Hammett en Lilian Hellman. Deze bezorgdheid zul je niet in haar brieven vinden en er kon ook niet openlijk over worden gepraat. Zo was het in die dagen, de dagen dat het zogenaamde rode gevaar Amerika zogenaamd bedreigde. De Engelsen verschilden echter niet veel van McCarthy. Volgens A.N. Wilson die in 1990 C.S. Lewis: A Biography publiceerde, vonden de vrienden van Lewis haar “ruw in de mond, gemelijk en te assertief” en zette ze door haar pessimistische kijk op de dingen de domper op de samenkomsten van de Inklings (een informele letterkundige discussiegroep verbonden aan de universiteit van Oxford).
Aantrekkingskracht
Natuurlijk hadden ze nooit een vrouw zoals zij gekend en meegemaakt, maar Davidman werd meteen als het originele en uitgestorven Amerikaanse type geklasseerd: een agressieve, briljante New Yorkse Joodse intellectueel, die een kleurenfilm was in vergelijking met de ouderwetse grijsheid van het naoorlogse Engeland. Ze was even onverteerbaar voor de Britten als de lange, blonde, van het Smith College afgestudeerde, wat later op het toneel verschijnende Sylvia Plath, die net als Davidman met bijtende verontwaardiging werd begroet. Maar Lewis aanbad Joy. Zijn broer schreef in een brief: “For Jack the attraction was at first undoubtedly intellectual. Joy was the only woman whom he had met... who had a brain which matched his own in suppleness, in width of interest, and in analytical grasp, and above all in humour and a sense of fun.” Na Davidmans dood aan kanker in 1960 schreef Lewis midden in een geloofscrisis A Grief Observed, waarin hij God vele vragen stelde, en ook schreef over Davidman: “Zij was mijn dochter en mijn moeder, mijn leerling en mijn leraar, mijn onderdaan en mijn meester; en altijd mijn vertrouwde kameraad, vriend, scheepsmaatje, medestrijder… Als wij nooit verliefd waren geworden, zouden we toch altijd samen zijn geweest, en zouden een schandaal hebben ontketend.” Op haar graf liet hij de volgende tekst zetten:
Here the whole world (stars, water, air, And field, and forest, as they were Reflected in a single mind)
Like cast off clothes was left behind In ashes, yet with hopes that she, Re-born from holy poverty, In lenten lands, hereafter may Resume them on her Easter Day
Latere gebeurtenissen
Davidman was volgens velen de inspiratie voor wat als het beste boek van C.S. Lewis wordt beschouwd, Till We Have Faces (1956), een navertelling van de Griekse mythe rond Cupido en Psyche, waarin zij de hoofdrol van de sterke en onoverwinnelijke heldin, Orual, vertolkt. Ook was zij het, wordt beweerd, die C.S. Lewis inspireerde om Aslan, de leeuw uit De kronieken van Narnia in zijn verhaal op te nemen. Wat haast niemand opmerkte bij het verschijnen van de film The Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe in de zalen, is dat bij het begin als coproducent Douglas Gresham wordt vermeld. Lewis stierf kinderloos, net zoals zijn broer. Davidmans jongere zoon, die zijn stiefvader aanbad, werd de toortsdrager van de erfenis van Lewis, tot zover de enige aanwijzing van de aanwezigheid van Joy Davidman in het leven van C.S. Lewis in de nu heersende Narnia-mania