Gezien op linkedin
Op beelden van Pride Amsterdam verdwijnt de regenboog soms bijna tussen de Palestijnse vlaggen. Leuzen over Gaza overstemmen die over de rechten van LHBTI’ers.
Vrijwel gelijktijdig wordt de Pride in Berlijn getroffen door een islamistisch gemotiveerde aanslag, met een dode en vele gewonden.
Die gebeurtenissen maken niet iedere Palestijn, moslim of Pride-deelnemer verantwoordelijk voor elkaar. Maar ze naast elkaar leggen mag wel. Sterker: het is moeilijk ze níét naast elkaar te leggen.
Pride ontstond uit de strijd van homoseksuelen, lesbiennes en transpersonen om zichtbaar en veilig te kunnen leven. Juist daarom wringt het wanneer een evenement voor lhbti-emancipatie steeds nadrukkelijker een podium wordt voor andere progressieve strijdpunten.
Een Palestijnse vlag op Pride hoeft niets te kapen. Lhbti’ers mogen zich vanzelfsprekend uitspreken tegen het lijden van Palestijnse burgers. Mensenrechten gelden ook voor mensen die onze opvattingen niet delen.
Maar wanneer de Palestijnse zaak het beeld en de politieke boodschap van Pride gaat beheersen, verschuift er iets. Pride wordt dan minder een beweging rond seksuele vrijheid en steeds meer een algemeen links-activistisch verzamelpunt.
Dat heeft gevolgen.
De Palestijnse homo verdwijnt uit beeld. Over zijn veiligheid onder Hamas en binnen streng religieuze gemeenschappen wordt opvallend weinig gesproken. Na de aanslag in Berlijn wordt dat stilzwijgen nog ongemakkelijker.
De geloofwaardigheid van Pride wordt er zo niet groter op.
Maar ook dichter bij huis raakt iemand uit beeld: de rechtse of conservatieve homo.
Hij kan voor gelijke rechten zijn, tegen discriminatie en voor de vrijheid om openlijk homoseksueel te leven — en tegelijkertijd niets voelen voor Palestina-activisme, antikapitalisme, klimaatacties of andere progressieve campagnes. Toch krijgt hij steeds sterker de boodschap dat Pride alleen werkelijk van hem is wanneer hij het hele bijbehorende politieke pakket onderschrijft.
Formeel mag hij meelopen. Cultureel is hij er steeds minder thuis.
Dat is geen detail. Een emancipatiebeweging die zegt alle lhbti’ers te vertegenwoordigen, kan niet stilzwijgend één politieke richting tot norm verheffen. Dan wordt homoseksualiteit geen gedeelde grond meer, maar toegangsbewijs tot een veel breder ideologisch kamp.
Pride hoeft niet neutraal te zijn. Maar zij moet wel weten wie zij vertegenwoordigt.
Wanneer ieder progressief strijdpunt onder de regenboog wordt geschoven, dreigt Pride juist die mensen van zich te vervreemden voor wie zij ooit is ontstaan: lhbti’ers van alle politieke overtuigingen.
Dan resteert een ongemakkelijke vraag:
Is Pride nog van alle homoseksuelen — of alleen van degenen die ook politiek links genoeg zijn?






