De Twijfelaar

Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

dinsdag 14 april 2026

13 & 14 APRIL

 


IK VRAAG HET AAN

 

Het tv-programma ‘Ik vraag het aan’ moet het even van herhalingen hebben. Geen bezwaar daartegen, integendeel, het programma heeft een rist Vlaamse/Belgische artiesten in de kijker gezet. Onder hen sommigen waarvan je nog nooit had gehoord en dit zowel in de zetels als aanvragers als optredende performers, om van het supersonisch sterke orkest niet te spreken. Het ging in veel gevallen om het perfect nazingen van de oorspronkelijke hits, weer anderen kozen voor een eigen interpretatie – wat niet altijd geslaagd was. Het is zo, terwijl je thuis in je zetel kijkt, alleen of met anderen, altijd kun je wel bedenken wat jezelf zou aanvragen. In het geval van Nadine en ik kwamen we er al snel uit, het zou ‘Les enfants de la guerre’ van Charles Aznavour worden. Gewoon omwille van de titel, die ons herinnerde aan de tweedaagse uitstap in West-Vlaanderen. Nadine groeide op in Oostende en studeerde in Brugge en Antwerpen, ze wist – ondanks het feit dat ze zelf een slachtoffer was van WOII – weinig of niets van de provincie. Voor mijzelf die in de puinen van de V-bommen speelde, was het een confrontatie met het feit dat ik ontsnapt was en dat ik tijdens mijn dienst enkel oorlogje had moeten spelen, wat als artillerist makkelijker was dan als infanterist.




Toen onze uitgeverij ‘Facet’ in het jaar 2000 het boek ‘Ver van Ieper’ uitgaf, zijnde een geïllustreerde inleiding op de Eerste Wereldoorlog, geschreven en getekend door Marvano en Marvel Rouffa, was er een gelegenheid om haar haar eigen provincie beter te leren kennen. In het boek lees je over het graf van Peter Pan, luistert naar de dagelijkse taptoe in de Ieperse Menenpoort, hoort er over Dikke Bertha en hoe het prikkeldraad werd uitgevonden.

Door nauwkeurige, sfeervolle illustraties en een heleboel weetjes hebben de auteurs de waanzin van een oorlog in beeld gebracht. Verhalen over de loopgraven, verrassingsaanvallen en het leven van de soldaten worden afgewisseld met brieven van de auteurs.

Onze uitstap werd goed voorbereid, ons reisdoel was Tyne Cot, daar zouden wij – come rain come shine – het boek neerleggen. Maar waarom we een cassettebandje vol met Franse hits meenamen weet ik niet. In ieder geval was ons eerste doel Poperinge

https://www.talbothouse.be/

waar we overnachtten. In Poperinge zagen we ook de lange staken waarvan de hopplanten gebruik maken om naar boven te klimmen. We leerden dat de vrouwelijke plant diegene was die werd gebruikt om bier te maken. De enige keer dat Nadine en ik hop degusteerden, was in gezelschap van Anthony Horowitz in een restaurant nabij Antwerp Expo waar de boekenbeurs doorging.

De volgende dag was gewijd aan Kate Kolwitz en daarvoor moet je als inleiding meer over Roggeveld weten.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Roggeveld

Wie er nog veel meer over wil weten kan best hieronder aantikken:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Deutscher_Soldatenfriedhof_Vladslo

De volgende dag, ondertussen was het cassettebandje reeds enkele keren afgespeeld, we hadden Gilbert Becauds ‘Nathalie’ – een favoriet van Nadine, Francoise Hardys ‘Tous les garçons et les filles’ een favoriet van mij, en ‘Le Plat Pays’ van Jacques Brel al diverse keren gehoord en de Franse slag was ook onze begeleider op weg naar Tyne Cot.

https://passchendaele.be/tyne-cot-cemetery/tyne-cot-cemetery/#:~:text=CWGC%20Tyne%20Cot%20Cemete

Toen we daar aankwamen was het alsof we in een roman van Hubert Lampo of Johan Daisne waren beland, bleek het magische realisme echt te bestaan. Toen we voor de ingang van de begraafplaats stopten begon Aznavour aan zijn aanklacht tegen de oorlog: ‘Les enfants de la guerre’. Met de autoraampjes wijd open en het volume op zijn hoogste brulden we mee, wat ons afkeurende blikken van enkele passanten opleverde, waarschijnlijk Frans onkundigen…

donderdag 9 april 2026

VANDAAG


 is Henri-Floris Jespers al negen jaar dood. Snel even zijn 'Toekomstig en onafwendbaar herdenkingsceremonieel' herlezen.

zondag 15 maart 2026

DEN TONY

 



7 februari 1941 – 8 maart 2026

TONY ROMBOUTS

Dichter, Kunstenaar, Uitgever



Den Tony met wie ik en anderen zoveel meemaakten en gretig naar zijn verhalen luisterden. Want vertellen kon hij! Zo was er die keer dat hij vanaf zijn kantoor aan de Grote Markt onze gehaaide dochter Soetkin langs een rij aanschuivende mensen voor concerttickets trucjes zag uithalen, door iedere keer een bekende in de rij aan te spreken, zodat ze aan het eind bijna vooraan stond.

Zo was er zijn verhaal dat hij de zoveelste keer door de Antwerpse politie werd tegengehouden om de enige reden dat hij altijd met een hoed liep en zich erg dandy kleedde. Deze keer echter moest hij plaatsnemen in de combi en reden ze met hem naar het andere kant van de stad. Daar wilden ze hem achterlaten, maar dat was zonder de waard gerekend. Stadsambtenaar Tony stond erop dat ze hem terugbrachten naar de plaats waar ze hem oppikten. Het heeft veel voeten in de aarde gehad, maar hij haalde zijn gelijk.

En er is die nacht dat ik samen met Tony op stap was en een laatste café bezochten. Daar zaten heel wat sluimerende en slapende mannen achter een halflege of lege pint. Tony liep langs de tafeltjes en rammelde met de platte handen de slapers wakker, die bijna allemaal een nieuw drankje bestelden, wat hem een dankbare blik van de waard opleverde.

Nu was Tony ook niet bang van alcohol en dat in de vorm van whisky Cutty Sark. Ik zie hem nog zitten aan de toog van de VECU. Hij had wat veel van het goede gehad en had zijn hoofd op de toog gelegd en was aan het dutten. Niemand viel hem lastig, ze wisten immers dat het dutje van korte duur was. En ja, hij opende de ogen, dronk het restje whisky op en bestelde een nieuwe.

En dan was er die keer dat ik samen met Tony op de Antwerpse Grote Markt belandde om 9 uur in de morgen, na een boekvoorstelling van een boek van Saint-Rémy. Een caféterras was al geopend en we legden ons resterende geld bij elkaar en bestelden een laatste glas. In onze mistige toestand hadden we niet bemerkt dat er een finish was van een rally van oldtimers, wat ons tot de vraag leidde of wij plotseling tijdreizigers waren geworden. Daaruit werden we echter gewekt toen Nadine, mijn echtgenote, plotseling opdaagde en mij de volle laag gaf.

Daarnaast was Den Tony natuurlijk een dichter en Iris, zijn dochter heeft dat duidelijk gemaakt door het plaatsen van een prachtig gedicht op zijn doodsbrief:

Ik,

die niet meer ben,

maar toch als ik hier zit,

ben hier niet,

zit hier niet.

 

Ik vlieg,

vrij als een vogel

in het niet.

 

En niemand,

maar dan ook niemand,

die het ziet.


PEUKEN!

 



donderdag 12 maart 2026

VAN HOREN ZEGGEN




Wat doet een mens wanneer hij vermoedt dat zijn naam ergens voorkomt in een namenregister? In mijn geval kan ik mezelf terugvinden op pagina 460 van het 918 blz. tellende boek Hugo Schiltz: Homme hors catégorie. Daar staat: “Walter Soethoudt, uitgever van onder meer poëzie, softporno en kinderboeken, en in de jaren 80 ook van Schiltz boeken.” Wat is dit? Is het een poging om Hugo een veeg uit de pan te geven? Softporno? Neen verdomme, harde porno voor die tijd! Je kan auteur Van De Casteele toch niet verdenken van het feit dat hij eigenlijk niks op heeft met zijn onderwerp. Eric gaat opnieuw de mist in met, ik citeer: “Legendarisch waren de wilde feestjes aan het begin van de zomer met halfnaakte danseressen…” wat uit de mond komt van Henri-Floris Jespers die meerdere malen journalisten bij de neus nam en de onwaarschijnlijkste verhalen voor waarheid kon vertellen.

Ik kan het weten, want ik was vanaf het begin lid van VECU. Als er al eens iets naakt te zien was, dan was dat de blote kont van HFJ, die hij graag liet zien wanneer hij zat was. Als je Van De Casteele zou vertellen dat ‘Ik ben zo eenzaam zonder jou’ over een homofiele liefde gaat, zou hij dat waarschijnlijk ook geloven.

Tja, van horen zeggen kan ik boeken vullen! 

vrijdag 6 maart 2026

Homme hors catégorie

 




Het moet een hele opdracht geweest zijn voor Jan Vanriet (1948) om aanwezig te zijn bij de voorstelling in het Antwerps provinciehuis van het boek Hugo Schiltz Homme hors catégorie van de hand van Erik Van de Casteele (Uitgave Ertsberg, 928 blz, 49,95 €).

Jan is namelijk de ontwerper en tekenaar van het omslag (geen gelijkenis met bijgaande foto) en kreeg een bedankje van Karl Drabbe, uitgever bij Ertsberg.

Net voor de hapjes en drankjes kon Jan zich onopgemerkt laten verdwijnen. Wie Jan kent, weet dat hij een grondige hekel heeft aan al wat naar Vlaamse Beweging ruikt. Tussen haakjes “hij moet wel geschrokken zijn toen bekend werd dat zijn vriend Hugo Claus ook aangebrand was”.

De hele reutemeteut interesseerde hem geen barst en zeker niet de hele Vlaemsche bende die de zaal vulde. Waren de ouderen onder hen (Schiltz was van 1927) ook lid geweest van de Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen tijdens WO II? Wie het weet, zegge het.

Nu terug naar Jan de communist, belgicist en unitarist, die zijn hele leven de doctrines die hem thuis waren ingeprent heeft nageleefd en die de Belgische socialisten doetjes vond.

In ieder geval werd met dit boek en zijn omslag een hamer en sikkel- en een Belgische vlag over de kist van Hugo gelegd.

Onder de aanwezigen Willy Claes en Jan Peumans (ooit een Amadees!).

Misschien was het om dit alles dat er geen Schiltzen aanwezig waren.

zondag 22 februari 2026

MIJMERINGEN OP EEN ZONDAG

Ook Bart Swings kan Belgische eer niet redden, titelt De Zondag. Moeten het nu altijd Vlamingen zijn die België redden? Neen toch Bart?

Ik weet niet of jij, lezer van deze mijmering, ook geteisterd wordt door de onzin die de Antwerpse schepen Nabilla Ait Daoud bijna dagelijks op Linkedin post. Het jammere is dat ze meestal borst kloppend glorieuze gebeurtenissen laat weten. Maar nu in De Zondag heeft ze het – terwijl ze lachend op de foto staat – over de vele zorgwekkende dingen: zoals o.a. de leerkrachten die er na vier jaar de brui aan geven. In navolging van Zuhal heeft ze het ook over de teloorgang van de Nederlandse taal en de aangevochten beslissing om samen te werken met de Thomas More hogeschool, en dan zegt de trotse schepen ook nog dat er eerlijke kansen voor elk zijn. Wel Nabilla die zijn er altijd geweest, en het tussentaaltje dat je hoort in de Seefhoek, komt van lieden die hun jas vegen aan onze taal en genoeg verdienen als dealer en uithaler. 

 KOOP LOKAAL staat er op de bladwijzer van de Antwerpse boekhandel Stad Leest. Wel dat is relatief! Toen ik het boek “The Safest Place” van Svetlana Pironko per mail bij hen bestelde, kreeg ik als antwoord dat hun leverancier dit boek niet voerde. Ik liet Svetlana op Linkedin weten dat ik het boek in België niet kon bestellen, die antwoordde met een link naar de website van Amazon. Tja probeer dan maar lokaal te gaan. Met een beetje initiatief en zonder aan enig winstbejag te denken, zou IK dat boek als boekhandelaar zelf hebben besteld en hem vervolgens aan mijn klant hebben geleverd. Misschien een hint?