7 februari 1941 – 8 maart 2026
TONY
ROMBOUTS
Dichter,
Kunstenaar, Uitgever
Den Tony met
wie ik en anderen zoveel meemaakten en gretig naar zijn verhalen luisterden.
Want vertellen kon hij! Zo was er die keer dat hij vanaf zijn kantoor aan de
Grote Markt onze gehaaide dochter Soetkin langs een rij aanschuivende mensen
voor concerttickets trucjes zag uithalen, door iedere keer een bekende in de
rij aan te spreken, zodat ze aan het eind bijna vooraan stond.
Zo was er
zijn verhaal dat hij de zoveelste keer door de Antwerpse politie werd tegengehouden
om de enige reden dat hij altijd met een hoed liep en zich erg dandy kleedde.
Deze keer echter moest hij plaatsnemen in de combi en reden ze met hem naar het
andere kant van de stad. Daar wilden ze hem achterlaten, maar dat was zonder de
waard gerekend. Stadsambtenaar Tony stond erop dat ze hem terugbrachten naar de
plaats waar ze hem oppikten. Het heeft veel voeten in de aarde gehad, maar hij
haalde zijn gelijk.
En er is die
nacht dat ik samen met Tony op stap was en een laatste café bezochten. Daar
zaten heel wat sluimerende en slapende mannen achter een halflege of lege pint.
Tony liep langs de tafeltjes en rammelde met de platte handen de slapers
wakker, die bijna allemaal een nieuw drankje bestelden, wat hem een dankbare
blik van de waard opleverde.
Nu was Tony
ook niet bang van alcohol en dat in de vorm van whisky Cuty Sark. Ik zie hem
nog zitten aan de toog van de VECU. Hij had wat veel van het goede gehad en had
zijn hoofd op de toog gelegd en was aan het dutten. Niemand viel hem lastig, ze
wisten immers dat het dutje van korte duur was. En ja, hij opende de ogen,
dronk het restje whisky op en bestelde een nieuwe.
En dan was
er die keer dat ik samen met Tony op de Antwerpse Grote Markt belandde om 9 uur
in de morgen, na een boekvoorstelling van een boek van Saint-Rémy. Een caféterras
was al geopend en we legden ons resterende geld bij elkaar en bestelden een laatste
glas. In onze mistige toestand hadden we niet bemerkt dat er een finish was van
een rally van oldtimers, wat ons tot de vraag leidde of wij plotseling
tijdreizigers waren geworden. Daaruit werden we echter gewekt toen Nadine, mijn
echtgenote, plotseling opdaagde en mij de volle laag gaf.
Daarnaast
was Den Tony natuurlijk een dichter en Iris, zijn dochter heeft dat duidelijk
gemaakt door het plaatsen van een prachtig gedicht op zijn doodsbrief:
Ik,
die niet
meer ben,
maar toch
als ik hier zit,
ben hier
niet,
zit hier
niet.
Ik vlieg,
vrij als
een vogel
in het
niet.
En
niemand,
maar dan
ook niemand,
die het
ziet.
.jpg)




