
Terug van 12 dagen vakantie in Frankrijk. Alles bij elkaar 4 dagen zon, waarvan de twee reisdagen inbegrepen. Gelukkig wat kunnen lezen. Ik zal wel niet de eerste zijn om de lof van Arthur Japin te zingen, deze vakantie was het
'Een schitterend gebrek', eigenlijk over de vrouw die Casanova zijn leven bepaalde. Maar meer nog - en ik weet het, veel te laat - heeft
'Allerzielen' van Cees Nooteboom me naar de strot gegrepen. De filmische waarnemer Nooteboom schildert in zijn erudiete roman een stuk Berlijnse geschiedenis, met waarnemingen over Spanje, kunst, Nederland, de Russische ziel, filosofie, psychologie. Ja wadde. En dan was er nog het echt gebeurde
'Het knoopjeskabinet' van Edmund De Waal. Hierin volgen we een verzameling netsukes vanaf hun aanschaf in 18zoveel tot nu door een joodse bankierszoon, van Parijs over Wenen, Duitsland tot Engeland. Een stuk Joodse geschiedenis en tegelijkertijd wereldgeschiedenis. Een echte aanrader.
Dan heb je het voetbal. Die
bladder (windbuil) die zich Sepp Blatter noemt, mag het voor mij aan zijn
bladder (blaas) krijgen, met zijn
blather (kletskoek) over het al dan niet gebruik van de elektronische middelen. Als hij zo voortgaat met zijn
blather (zwetsen) moet hij maar opstappen. Als je in één match zes gele kaarten ziet geven, waarvan er zeker twee rood moesten zijn weet je dat de scheids helemaal geen autoriteit heeft, daarnaast toonde de scheids van Engeland-Duitsland dan weer te veel autoriteit in het nemen van verkeerde beslissingen, de scheids van Argentinië-Mexico was al geen haar beter. Ergernis, o ergernis.
Op mijn zondagochtendwandeling loop ik regelmatig langs het Elzenveld waar twee spoken van mijn overleden vriend Albert Szukalski in de tuin staan. Ik bekijk ze dan vanop een tegen de muur staande bank. Vorig jaar was die bank verdwenen. Ik vroeg aan een passerende member of the staff van het hotel wanneer die terug zou komen. Zij wist het niet. Deze zondag zag ik een heer - later bleek hij aan de receptie van het hotel te staan - ostentatief de ketting die het grasperk afsluit dichtmaken terwijl hij me aankeek alsof ik die van het haakje had gehaald. Ik volgde hem naar binnen en vroeg hem wanneer die bank er weer zou komen. Komt er net een dame die wil afrekenen. Ik wacht en wanneer ze doorgaat, stel ik mijn vraag opnieuw. De man is duidelijk geïrriteerd en zegt dat het daar geen openbare plaats is, wel als de balie van een hotel geen openbare plaats is wat dan wel, en wendt zich dan tot een stel dat eveneens wil afrekenen. Ik loop naar buiten en heb een praatje met de Nederlandse dame die het eveneens lariekoek vindt van de baliebediende. Tja, je vraagt je af wat zo iemand in een klasse hotel als het Elzenveld komt doen. Maar ondertussen wacht ik nog altijd op mijn bank om de spoken van Albert in alle rust te kunnen bewonderen.