Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

donderdag 25 juni 2020

BEELDENSTORMERS



Je ziet ze nog nauwelijks die winkeltjes waar ze borstbeelden van verdienstelijke mensen in sport, cultuur en muziek verkopen.

Je moet al erg ver gaan zoeken om ergens een mooie Ludwig van Beethoven-kop op de kop te tikken, of laat ons zeggen van de priester-dichter Guido Gezelle.

Het is eigenlijk over deze laatste dat ik het wil hebben. Tijdens de repressiedagen, die dagen vlak na de oorlog, zag  ik met eigen ogen hoe zo’n winkeltje op de Turnhoutsebaan in Borgerhout, bestormd werd door de zichzelf ‘rechtvaardigen’ noemende meute. Met plezier werden Vlaamse vlaggen verscheurd en de koppen van bekende Vlamingen vlogen door de lucht, een enkeling, die zich snel een witte armband had aangemeten, had de euvele moed – dacht hierbij waarschijnlijk aan Brabo – de buste van Guido Gezelle met een zwaai op de straat te gooien, dit met de woorden: “Daar heb je niet van terug hé, smerige Verschaeve!”.
Pas jaren later heb ik begrepen wat zich daar afspeelde.

Ja, beeldenstormers kunnen zich al eens vergissen.

woensdag 24 juni 2020

EEN STROP VOOR DE PC'ERS



Het Amerikaanse Openbaar Ministerie zal niet tot vervolging overgaan, “omdat er geen misdrijf is gepleegd”. 
De strop leek in eerste instantie bestemd voor Wallace, de enige zwarte piloot in de populaire Nascar Cup Series. 
De 26-jarige Amerikaan was erg aangedaan door de vermeende doodsbedreiging aan zijn adres en kreeg volop steunbetuigingen, 
met name ook van zijn collega’s in het racecircuit.
Maar volgens de FBI kreeg Wallace pas een week voor het begin van de race, die maandag werd gereden, box 4 op het circuit toebedeeld. 

Mede dankzij opgespoord videomateriaal kan de FBI bewijzen dat de strop daar al ruim een half jaar lag. 

Niemand kon volgens de FBI eerder dan een week voor de Nascar-wedstrijd hebben geweten dat Wallace die box toebedeeld zou krijgen.

Bron: De Standaard



Het was voor de pc pers een mooie gelegenheid om NASCAR nog eens in een kwaad daglicht te stellen, na de hetze tegen de Confederate battle flag. Bubba heeft trouwens een tijd rondgereden met de uitdagende, hatelijke BLM-slogan op de flank van zijn auto. Kijk, als je dat per se wilt doen moet je ook maar tegen een reactie kunnen, vind ik.

Bubba heeft "de strop" zelf nooit gezien. Hij werd gevonden door een van de mechaniciens. "De Strop" bleek trouwens al snel gewoon onderdeel te zijn van het ophaalsysteem van de garagedeuren, maar toen was de geest al uit de fles.


vrijdag 19 juni 2020

RACISTISCHE RIJST?


Uncle Ben’s rijst, is racistisch, hij wil niet meer door de mond van zwartmensen, daarom moet hij zich vermommen. Nu was er eens een zwartmens die zijn brood kon verdienen tot spijt van wie het benijdt en nu moet ie d'r aan.

maandag 15 juni 2020

VAN ONZE CORRESPONDENT LANGS HET CIRCUIT



Afgelopen zondag 7 juni veertig jaar geleden, 7 juni 1970, trok ik samen met een makker per trein naar Francorchamps voor de Grote Prijs Formule 1. Voor hem de eerste keer, voor mij de derde. Ik had in 1967 Dan Gurney zien winnen in zijn machtige Eagle-Weslake en een jaar later Bruce McLaren in zijn eigen McLaren-Ford, de eerste zege van een McLaren in de F1.

In 1969 was er geen Grote Prijs van België geweest. Jackie Stewart had het oer gevaarlijke oude stratencircuit, 14 kilometer en centiemen doorheen velden en dorpsstraten, afgekeurd; zijn vakbroeders hadden zijn advies gevolgd en hadden geweigerd te racen. In de Franstalige pers werd Stewart uitgescholden voor het vuil van de straat maar de Schot hield glimlachend het been stijf. Om de Grote Prijs terug op de agenda te krijgen, zou er voor vele miljoenen (in die tijd nog franken…) moeten geïnvesteerd worden in veiligheid. Wat de organiserende Royale Automobile Club de Belgique uiteindelijk deed, schuimbekkend, maar het alternatief zou geweest zijn de organisatie van de Grote Prijs kwijt te spelen aan -Godbetert!- het Vlaamse Zolder! Het Francofone België stond op zijn achterste poten, eiste subsidies van Brussel en liet het werk uitvoeren door Vlaamse firma's. Er is op veertig jaar tijd op sommige vlakken weinig veranderd.

1970 zou echter sowieso de laatste keer zijn dat de Grote Prijs werd verreden op het glorieuze oude stratencircuit, waar het hedendaagse onnozele Mickey-Mousebaantje volstrekt niets meer mee te maken heeft. De Formule 1 en, met enige vertraging, de rest van de wereld betraden argwanend het politiek correcte Nirwana van health and safety.

Francorchamps 1970 zou ook de laatste keer zijn dat we Piers Courage, een van onze helden in de Formule 2 op het circuit van Zolder en een van de laatste gentlemen drivers, zouden zien racen, maar daarover zo meteen meer.

De Can-Am auto van juni 1970
Wie er niet bij was bij de start op die 7de juni 1970, was de winnaar van 1968, Bruce McLaren. Bruce was vijf dagen eerder op het circuit van Goodwood om het leven gekomen tijdens een testrit met zijn nieuwste CAN-AM racewagen, een monster met een 7 liter Chevy achterin, dat zonder veel problemen snelheden tot 320 km per uur haalde. Bruce wilde nog snel even een paar rondjes draaien voor de geplande middagpauze, in de haast vergat iemand een sluiting van de carrosserie te controleren… Op de Lavant Straight werd het aerodynamische bodywork over de motor van de auto losgerukt. Het plotse verlies aan downforce veranderde de racewagen in een ongeleid projectiel. Hij ramde een betonnen bunkertje dat nog dateerde uit de Tweede Wereldoorlog toen Goodwood een RAF vliegveld was.

Enkele jaren eerder had Bruce een soort tussentijdse biografie gepubliceerd, 'From the cockpit', vooral om zijn  vader in Nieuw-Zeeland, "Pop", een plezier te doen. Daarin vertelde hij over de toespraak die hij had gegeven op de uitvaart van zijn vriend Tim Mayer, de jongere broer van Teddy, die na het overlijden van Bruce het team zou leiden tot het in 1980 werd overgenomen door het Grote Geld met de vleesgeworden eigenwaan Ron Dennis aan het roer. In zijn grafrede stelde Bruce dat Tim, nauwelijks 26 toen hij verongelukte, in zijn korte leven meer had gepresteerd dan de meeste mensen met decennia meer op de teller. Wat Bruce deed besluiten dat "life is measured in achievement, not in years alone". De frase zou zijn eigen grafschrift worden. Hij werd 33.

Wij kwamen enthousiast terug van Francorchamps, ook al misten we in Landen de laatste trein naar Hasselt en moesten we geëvacueerd worden door een vriendelijke buurman die een auto had. Tijdens de terugreis waren er plannen gesmeed om twee weken later naar Zandvoort te gaan. Daarbij hadden we geen rekening gehouden met twee factoren: de altijd penibele toestand van onze financiën en het absolute veto van onze ouders. Begin juni naar Francorchamps gaan was één ding, in het midden van de proefwerken naar Zandvoort nog iets heel anders. Kinderen luisterden nog naar hun ouders, zelfs wat oudere tieners.
Dus volgden we op 21 juni de Grote Prijs van Nederland op het kleine scherm. Dat in die tijd nog ècht klein was, en zwart-wit, en miserabel van kwaliteit, zeker als je vanuit België naar een Nederlandse zender keek. De sinistere zwarte rookwolk die ergens rond de 20ste ronde opwalmde van boven de duinen aan de andere kant van het circuit was echter duidelijk zichtbaar. En iedereen wist wat ze betekende.
Zandvoort 1970. Jochen leidt voor Jacky Ickx.

Geen pace car in die tijd, geen rode vlag. "Lokaal geel", verder dan dat ging het niet. De race ging onverminderd door alsof er niets aan de hand was. De commentator van dienst meldde dat er ergens een auto van de baan was geraakt en in brand gevlogen -zoveel vermoedden we al- maar wist niets meer te melden dan dat. In die tijd stonden er geen camera's langs het hele parcours en communicatie tussen het ene deel van het circuit en het andere was nagenoeg onbestaande. Niemand van de wedstrijdleiding of van de tv-ploeg kwam op het simpele idee om gewoon te checken welke coureurs er voorbijkwamen aan de start-finishlijn en welke niet. Er werden nog geen camera's onder de neus van een kersverse weduwe geduwd; daar was de wereld nog te kies voor.
Sommige auto's konden we herkennen, zelfs op het belabberde beeld. De March van Jackie Stewart, de Ferrari's van Jacky Ickx (donkere helm) en Clay Regazzoni (witte helm), de Lotus van Graham Hill (wiens donkere helm met acht witte verticale strepen overal herkenbaar was, zelfs op een Loewe Opta uit Jezeke's tijd), de BRM van Pedro Rodriguez, de winnaar van Francorchamps...
Daar arriveerde Jo Siffert lopend in de pits. Was het zijn auto die in brand stond...?


Piers Courage, mooie jonge god en oud Etonian. De zwarte streep op zijn zilveren helm verwijst naar het prestigieuze College.
Ik weet niet meer precies hoe lang het duurde eer we vernamen dat de immer vriendelijke Piers Courage, erfgenaam van de bierbrouwersfamilie, "levend verbrand" was in zijn auto, zoals de commentator het nodeloos plastisch uitdrukte. Wat natuurlijk onzin was. Zelfs als Piers de klap had overleefd, was hij hoogstwaarschijnlijk gestikt voor het vuur hem bereikte. Maar de kans dat hij de klap had overleefd was klein. Zijn helm, zilver met de zwarte strepen van Eton College, lag in het midden van de piste. Het buizenchassis van zijn De Tomaso was gemaakt van een magnesiumlegering. Het ding brandde als een fakkel en water kon het niet blussen. De Zandvoortse racemarshalls vonden er niets beter op dan het brandende wrak onder te spitten met duinzand. 

Ik heb hier nog een gehandtekende foto van Piers, en een paar foto's die ik in de paddock area van het circuit van Zolder heb gemaakt, ik vermoed in 1969, bij de Grote Prijs Formule 2. Op één van de foto's staat hij samen met Jochen en Nina Rindt te ginnegappen, flesje Cola in de hand.
Op 21 juni 1970 won Jochen Rindt de Grote Prijs van Nederland.

Er bestaat een droevige foto van 'm op het podium, een armetierige lauwerkrans rond zijn hals

Hij staart wezenloos in de verte; heeft net een van zijn beste vrienden verloren en zijn tweede race van het seizoen gewonnen...
Hij won ook de drie volgende races van de kalender, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland. In zijn thuisrace, Oostenrijk, moest hij al na enkele ronden opgeven.
Toen kwam Monza.

In de weken voor de Grand Prix van Italië had Rindt in interviews zijn bezorgdheid geuit over de veiligheid van zijn fonkelnieuwe Lotus 72. Hij vond de auto te licht gebouwd en er zaten allerhande gimmicks op die geen zoden aan de dijk zetten en de auto alleen maar riskanter maakten. Inboard remmen, bijvoorbeeld, een nieuwigheid in die tijd. Jochen had Lotusbaas Colin Chapman laten weten dat hij voor de rest van het seizoen niet meer met de 72 wou rijden en wou teruggrijpen naar het vorige model, de 49.
Chapman had er geen oren naar en bracht enkel 72's naar Monza, geen 49's. Jochen was van zijn stuk gebracht maar hij besefte dat dit niet het moment was om te gaan stechelen met zijn teambaas. Hij kon de wereldtitel ruiken.
Misschien heeft hij toen gedacht aan de raad die zijn vriend Bernie Ecclestone hem had gegeven toen Jochen na het seizoen 1968 zijn zitje bij Brabham wou inruilen voor Lotus. Bernie, die ook in die tijd al zelden een blad voor de mond nam, had het kort en bondig samengevat: als je wereldkampioen wilt worden, moet je naar Lotus gaan; als je wilt blijven leven, moet je bij Brabham blijven.
Wat er ook van zij, Rindt klom in zijn 72 en begon zijn oefenritten. En kon zich niet hoger opwerken dan ergens in het midden van het deelnemersveld. De auto had simpelweg geen snelheid. Niemand bij Lotus snapte wat er aan de hand was maar er lag een simpele, hoewel niet risicoloze, oplossing voor de hand: de achtervleugel weghalen. De auto zou dan minder downforce hebben, en bijgevolg minder stabiel zijn, maar zou hogere snelheden kunnen halen. En in Monza is snelheid primordiaal.

Monza 1970. De vleugelloze Lotus 72 boort zich onder de vangrail.
Rindt vertrok, zonder achtervleugel, voor nieuwe kwalificatierondes en stak op het rechte stuk voor de Parabolicabocht de McLaren van Denny Hulme voorbij. Die zag Rindt's Lotus aan meer dan 240 km per uur eerst naar rechts en vervolgens scherp naar links wegschieten, waar hij zich met volle snelheid in, of beter onder, de vangrails boorde. De Lotus 72 had een uitgesproken wigvormige neus en daar waren de vangrails niet op berekend. Tot overmaat van ramp had Rindt de slechte gewoonte om nooit de kruisgordel van zijn vijfpunts veiligheidsharnas vast te maken. Hij werd met vele G-krachten in de neus van de auto geperst, die na een paar gewelddadige pirouettes in een enorme stofwolk tot stilstand kwam. Rindt's voeten, in een onmogelijke bocht gewrongen, staken uit de afgerukte neus van de Lotus 72.
Bernie Ecclestone kreeg op alle punten gelijk. Rindt werd in 1970 wereldkampioen, maar wel postuum.

zaterdag 13 juni 2020

HET LIED BLIJFT...


https://www.youtube.com/watch?v=VN6cMXz_1U8


Centraal Station Antwerpen
Ik zag nen aave man, 'et s'ôeves langst de strôet
Een zwette redingotte, ne lange witten boed
Hij ei ne wandelstok, ne zilvere kepi
Ik wei ni zaine nôem, k'nôem em Leopold II

Ik em ma afgevroegd as ek em zu zag goen
Wôe goet em heine en wôe komt em vandoen
En wôe vui wandelt, om middernacht, op 't strôet,
Kuining Leopold II me zaine witten bôed?

En vantaaid blaaift em stoen en schud em me zain huufd
Et es persees of hij nog ni geluuft
Da dad echt Brussel es wa dad em rond em zeet
Zain uuge weudde ruud, hij eit te vuil verdreet...

Verdreet uiver zain stad dee afgebrouke weud,
Het es iene chantier en et es e gruut steut,
Wôe da na parkings stoen, dôe spelden em as kind
De nachte weudde kôud en oeile dôet de wind.

Wa da vuiroeitgang es, da kan em ni verstoen
De gôeie joere dei zain allang gedoen
En uiverdag es er te vuil lawaait,
Allien de nacht es nog 'lak in den taait.

Wannier den ochend gloêt, dén raidt den iesten tram
En dui de stad, lupt er nen aave man
Hij ei ne wandelstok, ne zilvere kepi
Ik ken ni zaine nôem, k'nôem em Leopold II


GOODBYE...



·      “Goodbye Casablanca (1942). We can’t have Ilsa referring to Sam as “Boy.”
·      Goodbye Holiday Inn (1942). We can’t have Bing Crosby singing in blackface.
·      Goodbye High Sierra (1941). We can’t have Willie Best doing the minstrel.
·      Goodbye Animal House (1978). We can’t have the black bar scene (that Richard Pryor personally approved of).
·      Goodbye Lenny Bruce and George Carlin and M*A*S*H and  You Only Live Twice and Big Trouble In Little China and Silver Streak and Cotton Comes to Harlem and Car Wash and Pulp Fiction and Billy Madison and Treasure of the Sierra Madre and Driving Miss Daisy and Black Hawk Down and True Lies and The Green Mile and Blazing Saddles, Scarface, Sixteen Candles, Soul Man, Breakfast at Tiffany’s, The Good Earth, The Good, the Bad, and the Ugly, Loony Tunes, Seinfeld, The Jeffersons, Married With Children, Sanford and Son, Soap, All In the Family, and every one of Woody Allen’s films…”

dinsdag 9 juni 2020

DE GESCHIEDENIS LEERT ONS


Blanke politiemannen en leden van de instanties wassen de voeten van leiders van de zwarte geloofsgemeenschappen in North-Carolina

Dit doet spontaan denken aan Wenen 1938 na de aanhechting, we weten allemaal hoe dat afliep.


maandag 8 juni 2020

HEILIGE FLUIT BID VOOR ONS





De ietwat ongelukkige dood van misdadiger George Floyd heeft half Amerika terug naar de tijd van de burgeroorlog gebracht en de protesten gaan de wereld rond. Natuurlijk was die ene agent een halve gare en de drie anderen stonden gewoon onder zijn invloed en waren dus even gaar. Floyd kwam naar Minneapolis nadat hij werd losgelaten uit een Texaanse gevangenis waar hij zat voor een overval met bezwarende omstandigheden. Hij was onder de invloed van Fentanyl (sterke verslavende pijnstiller) en methamphetamine (ook gekend als crystal meth, een sterk verslavende amfetamine) op het ogenblik van zijn arrestatie. Hij zat al minstens vijf keer in de bak, drugs, diefstal, inbraak, overval met bezwarende omstandigheden, en een keer voor het inbreken in het huis van een vrouw waar hij een revolver op haar maag gericht hield terwijl hij op zoek ging naar drugs en geld.
Als ik de slogan ‘Black lives matter’ lees en hoor krijg ik de kriebels, het lijkt wel dat andere levens er niet meer toe doen.
Ieder leven is belangrijk en als misdadigers dat niet snappen, dan moeten ze gewoon de gevangenis in.