Zoals
Clive James de grote Argentijn ooit omschreef: "A lot depends on Carlos'
mood. If he feels like
winning, then he goes like the Argentine Air Force. If he feels unhappy, then
he fades away like the Argentine Army".
Dat was, uiteraard, na de Falkland oorlog van 1982,
het seizoen waarin Carlos (twaalfvoudig Grand-Prixwinnaar, vice-kampioen in
1981) zijn laatste Grand Prix reed, die van Brazilië. Met zijn Britse
Williams-Cosworth eindigde Carlos op die 21ste maart van 1982 op de zesde
plaats. En toen verdween hij. Spoorloos. Zonder boe of ba.
Twee weken later bezette zijn vaderland de Britse
Falklands. Velen hebben zich sindsdien afgevraagd of Carlos in maart 1982 iets
wist wat de rest van de wereld nog niet wist.
Er
volgde een succesvolle carrière als politicus. Hij was gedurende acht jaar
gouverneur van Santa Fe en werd meer dan eens aangezocht om te dingen naar het
presidentschap. Wat hij telkens weigerde. Van 2003 tot zijn dood zetelde hij in
de senaat.
Hij
werd liefkozend "Lole" genoemd, een overblijfsel uit zijn kinderjaren
toen hij moeite had met het uitspreken van los lechones
("varkentjes" of iets van die strekking).
Lole
was een raadselachtige coureur. Je kon zien dat er zich van alles afspeelde in
die Aztekenkop van 'm (he certainly looked the part!) en het was
doodjammer dat hij, de gentleman die hij was, bij Williams op de a**hole
Alan Jones stootte. (En op Frank zelf, for that matter... Frank Williams
had bitter weinig kaas gegeten van het beheren van human resources,
vraag maar aan Damon Hill, Nigel Mansell of Thierry Boutsen.)
Carlos
had zeker een wereldtitel verdiend, wellicht meer dan Jones.