Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

vrijdag 18 augustus 2023

EBONY EYES by The Everly Broters

Vorige week had de BBC weer eens het goede idee om een compilatie te maken van een beroemde artist. Deze keer werd er in drie afzonderlijke bijdragen gefocust op het werk van The Everly Brothers. In een Amerikaanse documentaire werd er ingegaan op de streek waar ze vandaan kwamen, het mijnwerkersstadje Brownie in de staat Kentucky, waar enkele takken aan de country-boom door zowat de hele bevolking werden beoefend. Er was ook het beroemde reünieconcert uit 1963 en dan was er nog een documentaire over 'the harmony' waarin muzikanten en componisten aan bod kwam, met vooral een grote pluim voor het echtpaar Felice en Boudleaux Bryant die hits aan de lopende band produceerden voor de Everly's.

Tot zover alles goed. Maar waar is die ene song van het tweetal gebleven 'Ebony Eyes'? Indertijd, 1961, werd deze song op alle BBC-kanalen verbannen en werkte deze verbanning door tot en met vorige week?

Op WIKIPEDIA kun je een artikel vinden met de naam Ebony Eyes https://en.wikipedia.org/wiki/Ebony_Eyes_%28John_D._Loudermilk_song%29

Nu nog even genieten: https://www.youtube.com/watch?v=0GUxCVnv0dU





donderdag 17 augustus 2023

INLEIDING TOT 'SHADOWLANDS' BBC 2 om 15.05 ZONDAG 20 AUGUSTUS

Helen Joy Davidman: Dichter en bekeerlinge

Zoals met veel vrouwen het geval is, werd het leven van Helen Joy Davidman vorm gegeven door anderen. In Engeland wordt ze meestal als een gescheiden vrouw van middelbare leeftijd met literaire aspiraties neergezet, of erger nog, de Yoko Ono van de jaren vijftig. Kijken we maar naar de film Shadowlands (1993), waarin ze sterft, enkel maar om C.S. Lewis (Anthony Hopkins) de gelegenheid te geven om te rouwen. Maar ze was heel wat meer dan dat. Als men over Davidman wil praten, dan moet men het volgens mij hebben over die Davidman die de Yale Younger Poets Series Award kreeg, voor haar bundel Letter to a Comrade uit 1938. De jongere Sylvia Plath schreef in haar dagboek – de twee vrouwen vochten op de een of andere manier dezelfde strijd – dat ze een moord wilde begaan voor die eer. Een jaar later werd Davidman samen met Robert Frost, die voordien al in 1924, 1931 en 1937 de Pulitzer Price voor poëzie kreeg, bekroond met de Russell Loines Memorial Fund die 1.000 $ bedroeg (huidige waarde 16.393 $). 

ROBERT FROST (Uit zijn debuutbundel Mountain Interval (1916) 

THE ROAD NOT TAKEN

Two roads diverged in a yellow wood,

And sorry I could not travel both 

And be one traveler, long I stood

And looked down one as far as I could 

To where it bent in the undergrowth

Then took the other, as just as fair,

And having perhaps the better claim,

Because it was grassy and wanted wear;

Though as for that the passing there 

Had worn them really about the same, 

And both that morning equally lay

In leaves no step had trodden black.

Oh, I kept the first for another day! 

Yet knowing how way leads on to way,

I doubted if I should ever come back.

I shall be telling this with a sigh

Somewhere ages and ages hence:

Two roads diverged in a wood, and I— 

I took the one less traveled by,

And that has made all the difference.


Romans 

Joy Davidman schreef ook twee romans, Anya (1940) en Weeping Bay (1950). Kirkus review schreef over Anya: “It is a strange book; it is as essentially Jewish as Magnolia Street with all its emphasis on the mores; it is not a book for the conservatives, though it is, oddly enough, never gloatingly lascivious.” Over Weeping Bay: “The unctuous Cure of the church does not wish to see his simple (if starving) flock contaminated by materialism and prefers to keep them poor, while his brother, the Chief of Police, rapes and ruins a waitress in the town’s hotel. But there are moments of rebellion all along the line; Herve, a factory worker, hot-bloodedly fights for his and others’ rights; Mireille, afraid to have children because they will starve, aborts herself; Marie-Ange defies the priest and uses birth-control methods... Apparently a plea for a more flexible Catholicism, this is alive and tense and wellwritten.” Duister verleden Deel 1.indd 290 9/02/16 16:55 helen joy davidman 291 Haar laatste boek, de dichtbundel Smoke on the Mountain – nog steeds te koop – is een levendige, provocerende interpretatie van de Tien Geboden. Praten met leeuwen Davidman werd geboren in een familie van Poolse en Oekraïense Joodse immigranten in 1915. Ze las al toen ze drie was, op haar achtste las ze H.G. Wells’ Outline of History en verklaarde zichzelf atheïst. Ze had een fotografisch geheugen en haar I.Q. lag boven de 150. Haar broer, psychiater Howard Davidman, vertelt met voorliefde het verhaal over hoe hij en Joy samen naar de zoo in de Bronx gingen om er te praten tegen de dieren. Maar de 14-jarige wilde een inniger contact met de grote katten. Samen met haar broer deed ze een inbraak in de zoo, na het vallen van de duisternis, en daar praatte ze met de leeuwen, die ze naar de tralies lokte en hen uit haar hand liet eten, om hen vervolgens te strelen, en dat deden ze niet een keer, maar vele malen. Daarmee was ze zeker de voorloper van Aslan (wat leeuw betekent in de Turkse talen), een personage uit alle delen van De kronieken van Narnia door C.S. Lewis. Davidman ging op haar 14de naar het Hunter College en haalde haar academische titel, om vervolgens aan de Columbia universiteit haar master in de Engelse literatuur te halen in drie semesters, terwijl ze ondertussen nog les gaf aan de Roosevelt High School. Haar eerste gedichten verschenen in Poetry, een prestigieus magazine, waarvan de uitgever haar onmiddellijk inlijfde als lezer, corrector en uitgeefster, wat ze aanvaardde en waarvoor ze haar baan als lerares opzegde. Agressief, ongeduldig en onverdraagzaam Enkele weken voor ze afstudeerde aan het Hunter College had Joy, midden in de Grote Depressie, een meisje – een weeskind zoals later bleek, dat vele dagen niet had gegeten – uit wanhoop van het dak van een building zien springen. Dat bleef haar gedurende jaren achtervolgen en dat dreef haar naar de communistische partij, die ze als de universele oplossing zag voor wat er fout ging in de wereld. Ze werd een typische ‘radical’ van de jaren dertig: agressief, ongeduldig en onverdraagzaam. Haar toetreding tot de partij viel ongeveer samen met de publicatie van Letter to a Comrade. Pulitzer Price winnaar Stephen Vincent Benét schreef er een vooraf voor. Daarin zegt hij: “Hier is wat een intelligente, gevoelige en levendige geest denkt over zichzelf en de wereld rondom haar. Het zal iedereen die Letter to a Comrade leest duidelijk zijn, dat de helden en demonen van de Twenties niet juffrouw Davidmans helden en demonen zijn. Wat niet zo voor de hand ligt is het feit – belangrijk voor iedere jonge auteur – dat ze een behoorlijke techniek heeft en dat ze zich succesvol kan uitdrukken in de diverse vormen van poëzie. Juffrouw Davidman kan de dingen die ze waarneemt, accuraat en fris weergeven.’ De bundel bevatte enkele gedichten die overeenstemden met haar politiek engagement zoals Snow in Madrid, waarin ze het heeft over de Spaanse burgeroorlog, die de links denkende mens van die dagen na aan het hart lag: 

SNOW IN MADRID

Softly, so casual, Lovely, so light, so light,

The cruel sky lets fall Something one does not fight.

How tenderly to crown The brutal year

The clouds send something down

That one need not fear.

Men before perishing 

See with unwounded eye

For once a gentle thing

Fall from the sky. 

Ze kan commentaar geven, ofwel vurig en vol van verbeelding, ofwel zoals in Spartacus 1938 beheerst, maar daarom niet minder emotioneel en krachtig. SPARTACUS 1938 (verschenen in New Masses) (Grote delen van Moabit (Berlijn) zijn traditionele arbeiderswijken; delen daarvan hadden politiek actieve bewoners, zoals de Rote Beusselkiez en de aangrenzende Rostocker Kiez, en golden na de machtsovername door de Nationaalsocialisten in 1933 als communistische verzetshaarden.) Ernest Thälmann was de leider van de Kommunistische Partei Deutschlands tijdens de Weimarrepubliek.

Thälmann is buried under the peat bog,

under the rain, under the tufted grass.

He is buried under crisscross

tracks of birdfeet made all day by the moorhens as they pass.

He lies below the feet of prisoners

come all day from the concentration camp;

the lean marsh iris and the angled sedge 

set their roots in grey and green water;

Thälmann lies where the shovel’s edge

crisscross cuts peat all day long

and the night smooths it over with water.

But Thälmann is buried under Moabit lying

living in the heavy stone.

When Romans killed Spartacus the gladiator they did not put him under earth alone;

along the Roman road they set a cross, a little way beyond another cross, 

so for some miles, and every cross a man;

so the tall gladiators on the Roman road blackened

until the Roman flocks of crows turned from the new corn in the spring.

This was done to Spartacus and the moneyless men in the name of sweet peace,

order and tranquility, in the name of large lands belonging to one man.

The name of grain brought from Egypt to give the poor,

in the name of the rich man’s house, the name of his sleep

and the fat ancestral spirits of his gods.

This was done in the name of the smoke on altars.

Spartacus being a slave was beaten with rods.

And the slave lives in the ergastulum

and the slave lies chained to the outer door,

and the slave wears away the palms of his hands working for the Roman state. 

Spartacus lies with his heart buried at the foot of the whipping-post.

(But Thälmann is held in Moabit, the door is locked, the key is lost, the cause is lost.)

The prisoners from the concentration camp leave wet footmarks on the rainy moor.

They never had a key to open the door,

and when they leave, they leave by the back door of a bullet, 

he coffin sent home with an official seal;

but the prisoner shall set his heel into firm earth,

but he shall stand firm,

but he shall live by the lean gun

and he shall earn his death like honest bread and there shall be bread.

And this shall be in our lifetime, in our bitter lifetime, Thälmann.

The grass shall sleep upon the moor.

Assault the door, break down the door, break open the door.

In de schaduw

Davidman was niet de eerste vrouw wier bekendheid overschaduwd werd door die van haar man. Alleen gebeurde het haar wel tweemaal. Lang voor C.S. Lewis ten tonele kwam, huwde ze William Gresham, een veteraan van de Spaanse burgeroorlog die ze ontmoette in 1942 op een vergadering van de communistische partij. Gresham wordt meestal in het lijstje van de populaire fiction ondergebracht, wat echter niet strookt met de bekendheid die hij heden ten dage nog steeds geniet. Gresham publiceerde in 1946 de bestseller Nightmare Alley (opgedragen aan Davidman), een groteske noir, spelend in de kermiswereld. Later werd er nog een boeiende film van gemaakt. Een recensent beschreef het boek als “een harde, meedogenloze, kleurrijke roman, die de onbekende wereld van de freaks beschrijft, met de bedoeling commentaar te leveren op onze zieke, verrottende wereld. Het verhaal van een waardeloze spiritist die rijke, lichtgelovige dames bedriegt, en zo uiteindelijk zijn eigen ondergang bewerkstelligt”. Een beetje zoals Gresham zelf. De zich als een zuidelijke alcoholist gedragende Gresham kon zijn vuisten niet thuishouden en zowel zijn vrouw als zijn kinderen waren daar het slachtoffer van; daarnaast was hij chronisch ontrouw, een figuur regelrecht uit de pagina’s van O’Neill, Faulkner of Tennessee Williams gestapt. Meermaals vuurde hij zijn geweer af in het plafond, om zijn spanningen te ontladen, en op een dag sloeg hij een fles kapot op het hoofd van hun zoon Douglas. Op een nacht in 1946 werd Davidman opgebeld door Gresham, hij leek helemaal in de war en vertelde haar dat hij een zenuwinzinking had. Davidman bracht hun twee zonen naar bed en voor het eerst in haar leven voelde ze zich hulpeloos en verslagen. “Dat was de nacht dat God in mij kwam,” zegt ze. “Hij was daar, mijn bewustzijn registreerde hem, hij was zo echt, alles tot dan toe was een schaduwspel geweest. En ik, ik was meer levend dan ooit. Mijn perceptie van God heeft misschien een halve minuut geduurd.” Davidsmans bekering vergrootte de kloof met Gresham nog meer. Gresham was een alleseter, hij dweepte met Dianetics, de voorloper van Scientology, met de tarotkaarten en raadpleegde de I Tjing. Nadat ze gezinshulp had gevraagd aan haar nicht (die een toevluchtsoord zocht omdat haar doorgaans dronken echtgenoot haar sloeg), ging Joy op pelgrimstocht naar Engeland om advies te zoeken bij haar mentor en sinds enkele tijd ook penvriend C.S. Lewis. De Engelse uitstap was een succes; thuis lag het anders, Gresham was een verhouding begonnen met Davidmans nicht. Gresham wilde een echtscheiding, Davidman wilde verzoening: “Bill begroette me door me enkele keren doorheen de kamer te boksen… Twee dagen nadat hij me bijna gewurgd had, vroeg hij me in alle ernst: ‘Ben ik ooit brutaal en onvriendelijk geweest’?” 

Angst voor het rode gevaar

Davidmans emigratie naar Engeland wordt meestal in verband gebracht met haar scheiding van Gresham en de vlucht in de armen van de stabiele Oxford don, C.S. Lewis. Weinigen hebben nagedacht over die andere mogelijkheid en wel de ondervragingen van The House Un-American Activities Committee, hoorzittingen die toen in volle gang waren. Davidman had, samen met anderen, scherpe artikels persklaar gemaakt voor New Masses (een prominent marxistisch blad) en was actief geweest in de procommunistische League of American Writers. Ze had ook even, zonder succes trouwens, haar kans in Hollywood gewaagd als scenarist. Had ze angst dat zij – en Gresham – zouden worden opgeroepen om te zingen voor senator Joe McCarthy? Omstreeks de tijd van haar eerste vlucht naar Engeland in 1952 was het Amerikaans congres volop bezig met het dagvaarden van een ander echtpaar dat banden had met Hollywood: Dashiell Hammett en Lilian Hellman. Deze bezorgdheid zul je niet in haar brieven vinden en er kon ook niet openlijk over worden gepraat. Zo was het in die dagen, de dagen dat het zogenaamde rode gevaar Amerika zogenaamd bedreigde. De Engelsen verschilden echter niet veel van McCarthy. Volgens  A.N. Wilson die in 1990 C.S. Lewis: A Biography publiceerde, vonden de vrienden van Lewis haar “ruw in de mond, gemelijk en te assertief” en zette ze door haar pessimistische kijk op de dingen de domper op de samenkomsten van de Inklings (een informele letterkundige discussiegroep verbonden aan de universiteit van Oxford).

Aantrekkingskracht

Natuurlijk hadden ze nooit een vrouw zoals zij gekend en meegemaakt, maar Davidman werd meteen als het originele en uitgestorven Amerikaanse type geklasseerd: een agressieve, briljante New Yorkse Joodse intellectueel, die een kleurenfilm was in vergelijking met de ouderwetse grijsheid van het naoorlogse Engeland. Ze was even onverteerbaar voor de Britten als de lange, blonde, van het Smith College afgestudeerde, wat later op het toneel verschijnende Sylvia Plath, die net als Davidman met bijtende verontwaardiging werd begroet. Maar Lewis aanbad Joy. Zijn broer schreef in een brief: “For Jack the attraction was at first undoubtedly intellectual. Joy was the only woman whom he had met... who had a brain which matched his own in suppleness, in width of interest, and in analytical grasp, and above all in humour and a sense of fun.” Na Davidmans dood aan kanker in 1960 schreef Lewis midden in een geloofscrisis A Grief Observed, waarin hij God vele vragen stelde, en ook schreef over Davidman: “Zij was mijn dochter en mijn moeder, mijn leerling en mijn leraar, mijn onderdaan en mijn meester; en altijd mijn vertrouwde kameraad, vriend, scheepsmaatje, medestrijder… Als wij nooit verliefd waren geworden, zouden we toch altijd samen zijn geweest, en zouden een schandaal hebben ontketend.” Op haar graf liet hij de volgende tekst zetten:

Here the whole world (stars, water, air, And field, and forest, as they were Reflected in a single mind)

Like cast off clothes was left behind In ashes, yet with hopes that she, Re-born from holy poverty, In lenten lands, hereafter may Resume them on her Easter Day


Latere gebeurtenissen

Davidman was volgens velen de inspiratie voor wat als het beste boek van C.S. Lewis wordt beschouwd, Till We Have Faces (1956), een navertelling van de Griekse mythe rond Cupido en Psyche, waarin zij de hoofdrol van de sterke en onoverwinnelijke heldin, Orual, vertolkt. Ook was zij het, wordt beweerd, die C.S. Lewis inspireerde om Aslan, de leeuw uit De kronieken van Narnia in zijn verhaal op te nemen. Wat haast niemand opmerkte bij het verschijnen van de film The Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe in de zalen, is dat bij het begin als coproducent Douglas Gresham wordt vermeld. Lewis stierf kinderloos, net zoals zijn broer. Davidmans jongere zoon, die zijn stiefvader aanbad, werd de toortsdrager van de erfenis van Lewis, tot zover de enige aanwijzing van de aanwezigheid van Joy Davidman in het leven van C.S. Lewis in de nu heersende Narnia-mania

woensdag 2 augustus 2023

TOM LANOYE VERBANNEN NAAR GEEL

 


Volgens goedingelichte bronnen werd Tom Lanoye (65) vanuit de Antwerpse Boerhaavestraat overgebracht naar de kolonie in Geel. Er werd een gevaarlijke vorm van Weveritis bij hem vastgesteld, wat zou kunnen leiden tot de drang om het onderwerp van zijn woede naar het leven te staan. Meer nieuws volgt...