Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

dinsdag 8 juli 2014

ONDERTUSSEN IN DE ALGARVE


Ik weet niet of jullie al wel eens het spelletje gelijkenissen spelen. Het bestaat erin van wildvreemde mensen te vergelijken met voor jou bekende mensen. Zo hadden we in ons hotel in de Algarve – waar we 10 dagen verbleven – een ober rondlopen die erg leek op zoontje Tobback, alleen was hij niet zo op zijn eigen navel gericht, maar stond helemaal ten dienste van de mensen. Naast Tobback was er ook een vrouwtje dat zich om alles en niets bekommerde in de eetzaal, ze was klein en had zwart haar en een ietwat scheef mondje en onmiddellijk doopten we haar Mietje Boonen naar de internationaal bekende artieste. Maar de opvallendste gelijkenis die we tegenkwamen was een man die de vuile borden ophaalde, die leek in profiel in alles op Henri-Floris Jespers en nog meer wanneer hij lachte, het eigenaardige was echter dat wanneer er enkele mooie meiden bij elkaar zaten, hij in hun omgeving te vinden was en dan liefst nog zwarte meisjes en jonge vrouwen. Door de bank genomen waren de mensen aan de receptie zonder uitzondering vriendelijk, behalve die ene die erg op Jef Geeraerts leek en je bekeek alsof je stront was met de achterliggende gedachte “jij kunt hier wel je vakantie houden maar ik ben veel slimmer dan jij en moest deze rotbaan aanvaarden”.

In de vakantie lees ik nog meer dan anders en uit de erfenis van onze dochter koos ik de in mijn boekenschabben ontbrekende De Slaapkamer een verhalenbundel van Roger van de Velde (1925 – 1970) . Ik had net de korte verhalen van Ernest Hemingway achter de kiezen en dus was ik een beetje verwend, dacht ik. De Slaapkamer bevat 7 verhalen, waarvan ik er twee niet echt kon smaken, maar de vijf andere waren gewoon van wereldformaat. Wat een mensenkennis, wat een kennis van de vrouwelijke ziel. Een uitgever zou zich best eens gaan verdiepen in het totale werk van Van de Velde, het is immers van 2001 geleden dat er nog eens een herdruk verscheen, nl De Knetterende Schedels.

Ik las ook nog Inmiddels op Aarde van mijn geleerde vriend Paul Verhuyck.

Ik leerde Paul kennen langs de Antwerpse uitgeverij De Vries-Brouwers om, waar hij Het Mandement van Bacchus. Antwerpse kroegentocht in 1580 publiceerde in 1987 en het daaropvolgende jaar Ulenspiegel, De sa vie de ses oeuvres, Edition critique du plus ancien Ulespiègle français du XVIe siècle,
(voor beide verzorgde Nadine – mijn echtgenote - de vormgeving). Ik bleef hem volgen en bij de publicatie van De Doodbieren in 1991
wist ik dat Paul pas was begonnen. Het is altijd een droom geweest van onze dochter Soetkin om deze schitterende roman te vertalen naar het Engels, maar haar ziekte heeft dat belet. Als ik in het boekenschab kijk zie ik daar ook nog De echte Troubadours staan dat in 2008 bij The House of Books verscheen. Dus inmiddels op aarde… op zijn recentste roman staat op de rugtekst “Over jeugdig elan, grote verwachtingen – en de onvermijdelijke desillusies” en deze enkele woorden vatten het hele boek samen. Alles begint met een klassenfoto gemaakt in april 1958 waarop de 11 staan die we gaan volgen, de auteur inbegrepen. Het wordt een aftelrijmpje wanneer de ene na de andere de ijle sferen van het vagevuur gaat opzoeken, het vagevuur zijnde de maan “hij is naar de maan”, de zon is de uiteindelijke eindbestemming. Mijn andere geleerde vrienden zullen over dit boek waarschijnlijk lyrische pagina’s vullen, maar mijn woordenschat is te beperkt om zoveel eruditie te verwoorden. Je vindt er trouwens al eentje op http://inktspat.com/2014/06/08-06-14-paul-verhuyck/

En toen begon ik aan Baltische Zielen van Jan Brokken, maar dat is voor een volgende keer.
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten