skip to main |
skip to sidebar
TONEELGROEP AMSTERDAM: THE FOUNTAINHEAD VAN AYN RAND
De democraat Truman zag de stormwolken samentrekken boven zijn eventuele herverkiezing en besloot het republikeinse spelletje mee te spelen door alle ambtenaren die ooit communistische sympathieën hadden betoond de laan uit te sturen. Dat hij hiermee volledig in de kaart speelde van de roodvreters van het comité was duidelijk. De latere HUAC-verhoren van maart 1951, geleid door John S. Wood, en de verhoren in 1952 door het Intern Veiligheidscomité onder leiding van Pat McCarran werden berucht door het namen noemen. Iedereen die moest voorkomen kon zich haast helemaal vrijpleiten als hij bereid was namen te noemen. Het was uit dit namen noemen dat de zogenaamde Blacklist resulteerde. Het directe resultaat was dat 324 mensen hun baan in de filmbusiness verloren en niet langer voor een filmstudio mochten werken.
Dat de invloed van dat alles nog steeds doorwerkt, kun je lezen op Wikipedia, waar de auteur van het artikel over Song of Russia

letterlijk schrijft: "Heavy with propaganda featuring an idealized Soviet Union."
De film is het verhaal van de Amerikaanse dirigent John Meredith (Robert Taylor) die op tournee gaat doorheen de Sovjet-Unie en daar verliefd wordt op een pianiste, die overdag op een tractor het land bewerkt en ’s avonds pianiste is. Op zijn tocht doorheen het land doet hij veertig steden aan en ziet daar gelukkige, gezonde mensen, die lachen en met volle teugen de communistische droom leven. Het speelt allemaal net voor de inval door nazi-Duitsland.
Het HUAC vond de film aanstootgevend en riep de hulp in van schrijfster Ayn Rand, grondlegster van het objectivisme en bewonderaarster van het kapitalisme. Rand schreef zelf enkele weinig succesvolle films, maar kreeg wat meer bekendheid toen haar roman The Fountainhead in 1949 werd verfilmd door King Vidor, met Gary Cooper.
Ze kreeg dus de film uit 1944 voorgeschoteld om haar al op voorhand vaststaande mening te geven. Over een scène waarin men enkele Russen ziet lachen, schreef ze: "Het is een van de gewone trucs van de communisten om lachende Sovjet-arbeiders te tonen." Omdat er dus lachende Russen werden getoond in een Amerikaanse film, was deze film communistische propaganda.
Tijdens een debat ontspon zich volgende dialoog met Ayn Rand:
Vraag: ‘Wordt er in Rusland niet meer gelachen?’
Antwoord: ‘Wel, als je het me op de man af vraagt, neen.’
Vraag: ‘Ze lachen dus helemaal niet?’
Antwoord: ‘Niet helemaal juist, maar als ze lachen is dat in hun privéomgeving en toevallig. Ze lachen niet om hun instemming met het systeem te betuigen.’
In Capitalism Magazine van 19 januari 2005 kreeg Ayn Rand nog eens gelijk, naar aanleiding van de boekbespreking van het boek Ayn Rand and Song of Russia: Communism en anti-Communism in 1940s Hollywood.
Blacklisted producent Paul Jarrico, die medeverantwoordelijke was voor de screenplay van Song of Russia, produceerde in 1954 Salt of the Earth (trouwens zijn enige productie). De film speelt in Mexico in een zinkproducerende fabriek waarvan de arbeiders staken. De hele staking wordt bekeken vanuit de ogen van de vrouwen en dit in een erg neorealistische stijl.
De film werd subversief genoemd omdat de Internationale Unie van mijn-, pletterij en smeltovenarbeiders de film sponsorde en verschillende personen die op de blacklist stonden geholpen hadden bij de productie ervan. De unie was eruitgegooid bij de CIO (federatie van vakbonden in de industrie) wegens de dominantie van communisten in de leiding. Regisseur Herbert J. Biberman was een van de Hollywood Ten, die direct na de gevangenis – na 6 maanden cel – aan deze film begon te werken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten