Geert van Istendael begon zijn rubriek op het radio één programma 'Nieuwe Feiten', tijdens de week voor de Boekenbeurs, altijd met "Het is november, dus Boekenmaand." Ik begin vandaag met "Ik had een weekje leesvakantie op een eiland waar de zon altijd schijnt."
Het eerste boek dat ik las was van Joseph Roth, van wie ik vorig jaar vier boeken na elkaar las. Joden op drift (Uitgeverij Bas Lubberhuizen) is weliswaar geen roman, maar het leest wel als een. Het werd een reis, want Roth gaat samen met de Joden uit hun getto's in het oosten naar Berlijn, Wenen, Parijs en zelfs de Verenigde Staten. Ondertussen maakt hij een analyse van de joodse onderklasse. Het boek verscheen voor het eerst in 1927, maar het werd helemaal hallucinant met het vreselijke hoofdstuk, namelijk het tweede woord vooraf voor de heruitgave van 1937, waarin Roth letterlijk de holocaust voorspelde. Ik vind het spijtig dat ik Joden op drift niet heb gelezen voor ik Nacht van Elie Wiesel, of Is dit een mens van Primo Levi las.
Laat me even bij Roth blijven, maar dan diegene die de voornaam Philip meekreeg. Ik pikte een vertaling op van The Breast, De borst dus. Het is het verhaal van de metamorfose van David Kepesh, hoogleraar in de literatuurwetenschap, tot een vrouwenborst. Philip heeft heel duidelijk zijn stof gehaald bij andere grootmeesters (ja Philip hoort erbij) zoals daar zijn: Gogol die achter zijn neus aangaat en Kafka die een man in een kakkerlak veranderde. Alleen kon Philip weer niet wegblijven van zijn meest geliefde onderwerp: Seks!
Wat een totale verrassing voor me was, was De Vliegenvanger van John Steinbeck, terwijl ik dacht zowat bijna alles van hem gelezen te hebben. De Vliegenvanger is de vertaling van The Moon is Down (1942) en verscheen voor het eerst in het Nederlands in 1944 in Bezet Nederland bij De Bezige Bij in een luxe-editie die 100 gulden kostte. In deze novelle wordt een Noord-Europees dorp bezet door een buitenlandse bezettingsmacht, die erop uit is om de aanwezige kolenmijn uit te baten om hun oorlogsindustrie op gang te houden. De bezetting is blijkbaar voorbereid door een collaborateur die er ook voor gezorgd heeft dat er nauwelijks weerstand werd geboden. Maar onder leiding van de burgemeester en de plaatselijke dokter ontstaat er een verzetsbeweging. Steinbeck beschrijft dit zo beklemmend dat men de verdrukking, hoe 'humaan' ze ook probeert te zijn, aan den lijve ondervindt. Al in 1943 werd er een film gemaakt, nu echter geen onbekend land en geen onbekende bezetters, neen het is Noorwegen en het zijn de Duitsers. De burgemeester kreeg de gestalte van Henry Travers en zijn vriend en toeverlaat dokter Albert Winter was Lee J. Cobb. Nog even vermelden dat Peter Van Eyck een Duitse luitenant speelt (hoe kan het anders?). De film is net als het boek een pareltje tussen de WOII-literatuur en film.
De rest van mijn tijd vulde ik op met de anthologie American Pulp (samenstelling Ed Gorman, Bill Pronzini en Martin H. Greenberg) die verscheen bij Carroll & Graf Publishers, Inc. Evan Hunter (The Blackbord Jungle) opent met het supersonische zwarter dan zwart verhaal 'Easy Money' en verder moet ik nog vermelden 'The Plunge' van David Goodis (The Moon in the Gutter) en 'The Horn Man' van Clark Howard (Six Against the Rock), maar in het geheel genomen zijn alle 35 verhalen pareltjes in het genre.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten