Residentie van Artevelde van Patrick Conrad vangt aan
met “Bij dageraad tijdens de hondsdagen in augustus, genoot ik ervan om, ver
van het toeristisch gejoel rond de kathedraal en op de Grote Markt, door de
warme, stille straten van Antwerpen naar huis te flaneren en… enz”.
Ik is Bernard Steveniers en die
woont boven de B.S.-P.V. Gallery aan de Minderbroedersrui op nummer 18.
P.V. staat voor Paul Vermeiren, maar
die is sinds een tijdje verdwenen. Volgens de vriendin van Steveniers,
inspecteur van politie Claude de Man, zou Vermeiren samen met de Roemeense
videast Bogdan naar Berlijn vertrokken zijn (hoewel er van het tweetal niets
meer werd gehoord!).
P.V. was de levenspartner van B.S.
en deze laatste houdt er in zijn alleenheid een nieuwe hobby op na, namelijk
het bespieden van zijn overburen in Residentie van Artevelde, waar ooit het
huis stond van een collaborateur, die op een nacht aan het einde van de oorlog
verdween naar Zuid-Amerika. Steveniers kent alle bewoners, hoewel die hem op
straat straal voorbijlopen. Hij schreef er zelfs de aanzet tot een boek over en
het is dat boek dat Claude de Man vindt wanneer Steveniers plotseling van de
aardbodem verdwenen lijkt en men op zijn bed een stapel ingewanden vindt.
Steveniers wordt erg gemist in het café DE TWEE B’S, vooral door Bob en Brendan
die er tappen, door Bob de Boekhouder en Halve Swa, die zijn andere helft
verloor bij een ongeval. Halve Swa zal Claude de Man helpen bij haar onderzoek.
Wie er ook helpt is Gabriel, een Argentijnse jongen van een onwereldse
schoonheid die werd opgepikt door Steveniers wanneer hij op zoek was naar een
nachtje genot en hoopte dat te vinden bij de jongens van de Abattoir (op het
Damplein nabij het Antwerpse slachthuis), die allemaal aan hun spul en soms ook
onderdak komen bij Pa Coke en Kristel Meth, die een bouwval bewonen die
rechtstreeks in verbinding staat met het Antwerpse riolenstelsel.
Maar het onderzoek gaat ook een
andere richting uit, namelijk naar de bewoners van Residentie van Artevelde, waar
enkele ‘waardevolle’ burgers wonen. Onder hen zijn een ex-politiecommissaris
die boeken schrijft en ze dankzij betaling ook gepubliceerd ziet, een stel
winnaars van een grote lottopot die hun tijd meestal in het buitenland
doorbrengen, mijnheer Rosignol, een handelaar in van alles en nog wat, waaronder
enkele Precolumbiaanse mummies, wat mevrouw Perelmans ertoe aanzette om
Rosignol regelmatig te bezoeken omdat ze, zoals ze zelf zei als lerares
aardrijkskunde van alles op de hoogte moest zijn, maar nooit praatte ze over
het feit waar Rosignol zijn handen wel eens liet fladderen en dan is er ook nog
de heer De Wit en Blonde Chantal waar mijnheer Perelmans dan weer graag op
bezoek gaat.
Kortom, een Conrad die opnieuw de
wereld van zijn BA! en Moço bezoekt en grapjes uithaalt met
zijn lezer wanneer hij in een opsomming van kunstenaars: Nam June Paik,
Christo, de monochromist Yves Klein, plotseling Marcel van Acker opneemt,
dezelfde Van Acker over wie hij een ingenieuze biografie schreef (Leven & Werk van Marcel van Acker –
Houtekiet, 2009), spijtig dat Van Acker nooit heeft bestaan. Daarnaast zijn er
ook nog de Antwerpse figuren, zoals stadsgids Castelijns die steeds in zijn
duffelcoat rondloopt en de kunstenaar Kobalski, die je dan weer doen denken dat
het hier om een sleutelroman gaat, zoals een van Conrads vorige boeken Walker.
Het moet niet altijd Vera, CSI,
Tatort, Politeiruf 110 of Spreewaldkrimi zijn, voor een uitstekende thriller
met een Antwerpse setting moet je bij Patrick Conrad zijn.
(Patrick Conrad – Residentie van Artevelde, ISBN: 9789460015236,
uitgeverij Vrijdag, 320 pag, paperback 19,95)


Lijkt me een mix van bijvoorbeeld Hitch's Family Plot en Greene's The Third Man.
BeantwoordenVerwijderen