Hilde Vandermeeren
kreeg deze ochtend op de Antwerpse Boekenbeurs de Hercule Poirotprijs (5000 €) uitgereikt
voor haar boek Schemerzone. Ik heb
het niet gelezen, dus kan ik er ook niets over zeggen. Wel weet ik dat Hilde
enkele goede jeugdboeken heeft geschreven en dat ze dus een pen heeft zoals ze hier zeggen en met de bij de prijs horende Mont Blanc-pen kan het misschien nog mooier ook.
Jo Claes bleek de lieveling van
het publiek want hij kreeg voor Het
gewicht van de haat de publieksprijs van de lezers van
KNACK.
Tot nu toe
geen vuiltje aan de lucht, maar toen ze Geert
Van Istendael de prijs voor het beste debuut in het detective-thriller
genre gaven voor zijn Het lijk in de
boomgaard brak mijn klomp.
Als ze Geert
nu de prijs voor de meest chauvinistische Brusselaar hadden gegeven, tot daar aan
toe, of de prijs van de meest doorgewinterde Antwerpen- en Antwerpenaars- en
Antwerpsdialect-hater hadden gegeven, tant pi, of de een of andere essayprijs,
alles was mij goed geweest, maar de Fred Braeckman-award voor het beste
thrillerdebuut, nou moe. Het beste verwijs ik naar mijn blog van woensdag 5
juli 2017, die hierna volgt.
woensdag 5 juli 2017
HET LIJK IN DE
BOOMGAARD van Geert van Istendael kreeg het etiket misdaadroman opgeplakt. Maar
is het dat wel? Beginnen we met de karikaturale omslag van de nogal ruim
gesubsidieerde Judith van Istendael die haar inspiratie ging halen in Engeland
(VK) waar dit soort omslagen een tijdje geleden opgang maakten voor literaire
titels. (Zie hiernaast). Of was dit een poging om het boek in een andere
categorie onder te brengen?
Als ik op de
achterflap lees: “Satirisch, bij flarden grimmig, bij flarden hilarisch” zie ik
flarden mist voor mijn ogen verschijnen en hoewel ik geen tandartsbezoek in het
verschiet heb, lach ik toch als een boer die kiespijn heeft. (Geert lees Bavo
Dhooges Stiletto Libretto eens, dat
is pas satire.) Grimmig? Als ik het synoniemen woordenboek raadpleeg vind ik:
woedend, bar, boosaardig, fel, furieus, kwaad, laaiend, woest, bedreigend,
huiveringwekkend, macaber, boos en wrevelig. Juist ja: De kettingrokende
Brusselse commissaris Kluft wekt mijn wrevel op, de keren dat hij pijn heeft in
zijn stierennek, omdat het onderzoek niet loopt zoals hij het wenst, zijn
ontelbaar (weer een pagina meer). Natuurlijk is de stagiaire Amber Putzeys een
intelligente jonge vrouw en zijn de assistent-inspecteur Demir (een Turk die
Arabisch spreekt) en de West-Vlaming Noël Vercruysse (met een zware
West-Vlaamse tongval) karikaturen.
De vermoorde man, met de naam Overman, die is gevonden
in de boomgaard (in een Brusselse voorstad of all places) met doorgesneden
(niet overgesneden Geert) keel blijkt een tiran in alles, kinderen, vrouw,
liefjes, personeel, wat Kluft bijna doet besluiten de hele zaak te klasseren,
maar dan vind hij een nieuwe weg misschien wel door die ‘tafel vol vrome
brochures’ (heb al wel vrome mensen ontmoet, maar vrome brochures nog nooit!)
in de kerk waar de tiran les neemt op het orgel. En als Geert iets heeft
gevonden gebruikt hij het uiteraard nog eens: “Ze betraden het hok. Het was
binnen ruimer dan je van buitenaf zou vermoeden.” (pag 12) en “Kluft en Demir
betraden de kerk. De binnenkant leek veel groter dan de buitenkant liet…”.
Om dan bij hilarisch te belanden: eigenlijk is het
helemaal hilarisch dat dit boek een uitgever vond. Ja, wat een naam kan doen!
Weten ze het bij de jury van de prijs nog wel goed?




Van Istendael en zijn dochter, de freule Judith, zijn vaste steuntrekkertjes van het VFL en boegbeelden van die bepaalde fractie van het boekenvak die bestaat uit kneusjes die legendes in hun eigen spiegel zijn. Misschien heeft het daar iets mee te maken.
BeantwoordenVerwijderenbest leuk, maar laat toch de dt-fouten achterwege ("dan vind hij ?")
BeantwoordenVerwijderende lukas
Ik zal de fout maar laten staan, het is nu eenmaal zo.
BeantwoordenVerwijderen