Ik
denk dat het tien of elf september van dit jaar was dat ik Eric Kloeck op een
terrasje dicht bij de Vrijdagmarkt zag zitten. We waren elkaar al een tijdje
uit het oog verloren, hoewel uit het oog niet altijd uit het hart moet
betekenen. Het was alsof we de dag ervoor elkaar nog hadden gezien. Hij zat daar achter een koffie en nodigde mij uit om er bij te komen
zitten. We praatten en ik vertelde hem van mijn twee boeken over film noir: Duister Verleden, hij vroeg me ze hem in
PDF te sturen op zijn mailadres dat nog steeds hetzelfde was. Een dag later zou
ik ondervinden dat het te veel was voor zijn mailbox en moest ik de hele zwik
opnieuw sturen aan zijn vriend Tim van der Poel.
De
ontmoeting bracht me terug naar het laatste wat hij me bezorgde: You Belong to Me, een scenario dat hij
schreef naar een idee van Erik Engelen (eerste versie 10 april 2009), welke hij ook zag als roman. Het werd niets.
Eveneens
op het definitieve afscheid in het crematorium was kunstkenner Jan Ceuleers,
die samen met Eric het boekje De bloedige
terugkeer van C. Verschaeve (1975) schreef onder het pseudoniem Guillaume
De Rouck (uitgeverij Walter Soethoudt), waarbij de twee heren nog een hele rist
vervolgen aankondigden, die er jammer genoeg nooit kwamen. Wim Zaal noemde het
boekje in Elseviers Weekblad een der meest hilarische boeken uit Vlaanderen. En
dat was het, Jan en Eric samen waren Laurel en Hardy.
Eric
die door het beeld (strips/films) en tekst (boeken) bezeten was, was maar wat
blij dat hij in 2003 in Any Way the Wind
Blows van Tom Barman een rolletje mocht spelen (alle latere kleine
rolletjes verbleken in vergelijking met deze), Barman die ooit nog met zijn
beginnend groepje was opgetreden in cinema Cartoon’s toen Eric daar de plak
zwaaide, Barman die er ook zeer dikwijls de projectie deed.
Een
paar dagen geleden, het was donderdag, heb ik Bagdad
Café nog eens in de dvd-speler gestoken en voor de zoveelste maal genoten.
Het was Eric die me Stonewall en de gay awakening leerde kennen tijdens een van
zijn beruchte gay-filmfestivals in Cartoon’s, waar ik ook Gus Van Sant (Drugstore Cowboy/My own private Idaho) leerde
kennen. Later, toen hij cinema Calypso uitbaatte, vroeg hij me na de persvisie van het
geniale Farinelli of de film het wel goed zou doen aan de kassa (hij stelde prijs op mijn inzicht), verzekerde ik hem dat het een gloeiend succes zou worden,
wat ook gebeurde. Die
Eric is er dus niet meer.
Dag Eric.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten