![]() |
| Ronnie & Mario |
Veertig jaar
geleden werd de Italiaanse Amerikaan Mario Andretti wereldkampioen Formule 1.
Mario was
geboren in 1940, in Montona in het Italiaanse Istrië. Istrië is één van die
droeve grensgebieden die voortdurend aan eerst het ene dan weer het andere land
werden toegewezen. Een beetje zoals de Elzas en, korter bij huis, de
Oostkantons. Tegenwoordig heet Montona Motovun en ligt in Kroatië.
Want na de
Tweede Wereldoorlog werd Istrië Joegoslavisch. En, zoals we rond de laatste
eeuwwisseling opnieuw gezien hebben, ze kennen daar iets van etnische
zuiveringen. Ook toen al. In 1948 ontvluchtte het gezin Andretti de vervolging
van etnische Italianen en Sloveense en Croatische anti-communisten door het
regime van Tito. Vader Alvise, moeder Rina en de tweelingbroers Mario en Aldo
maakten deel uit van een vluchtelingenstroom van meer dan 300.000 die De
Istrische Exodus zou worden genoemd. De Andrettis kwamen terecht in een
vluchtelingenkamp in Italië . In 1955 weken ze uit naar de Verenigde Staten en
vestigden zich in Nazareth, Pennsylvania.
Mario werd
één van de topcoureurs van zijn generatie, van alle tijden eigenlijk. Hij won
de Indy 500, de Daytona 500… Hij werd “Super Mario” genoemd tot Nintendo zich
vergreep aan die naam. Vanaf dan was het “Magic Mario”. In de VS werd zijn naam
synoniem van snelheid, zoals Stirling Moss dat was aan deze kant van de oceaan.
In de jaren
70 zette Mario zijn zinnen op de Formule 1. Na wat huurwerk links en rechts,
werd hij in 1976 geëngageerd door de legendarische Colin Chapman, wiens Team
Lotus in een dipje zat. Mario en Colin vormden een geweldige tandem. Mario
stelde technische spitsvondigheden voor die hij kende van op de Amerikaanse ovals en Colin was enthousiast om ze toe
te passen.
In 1978 kreeg
Mario de Lotus 79, die officieel John Player Special heette, onder zijn gat. De
JPS was een zogenaamde wing car. De
volledige body van de auto functioneerde als een (omgekeerde) vliegtuigvleugel
en plakte de auto tegen de piste. Mario en ploegmaat Ronnie Peterson, aka
SuperSwede, draaiden rondjes rond de concurrentie. Hun dominantie was totaal.
Tegen de op
twee na laatste race van het seizoen, Monza, waren er nog maar twee kandidaten
voor de titel: Mario en Ronnie.
Eigenlijk
was er nog maar één kandidaat voor de titel: Mario. Want Mario was contractueel
de eerste coureur van het team. Velen waren er van overtuigd dat Ronnie in
feite sneller was dan Mario en enkel tweede was in de stand om het WK omdat
teamorders hem beletten de strijd aan te gaan. Gedeeltelijk was dat zo. Maar
Ronnie was er ook nog een van de oude stempel: iemand die gemaakte afspraken
respecteerde. Colin had hem ingehuurd als tweede rijder om Mario naar de
wereldtitel te brengen en dat was wat Ronnie zou doen. Hij hield zich aan zijn woord
en de afspraak.
Dat
betekende daarom niet dat hij het allemaal even leuk vond. Ronnie was het zat
om tweede viool te spelen en had voor het volgende seizoen een contract
ondertekend bij McLaren. Het nieuws was pas, in Monza, bekend gemaakt.
Mario leidde
het klassement met 63 punten. Ronnie was tweede met 51. Met nog drie races te
gaan, 27 punten, was alles nog mogelijk, alleszins mathematisch, en met
motorische sporten weet je nooit. (In die tijd gingen er 9 punten naar de
winnaar, 6 naar de tweede, 4 naar de derde, en 3, 2 en 1 naar plaatsen vier,
vijf en zes.)
![]() |
| Monza 1978 |
Mario
vertrok van op de pole, met naast hem Gilles Villeneuve. Ronnie stond op
de tweede rij naast Jean-Pierre Jabouille. De Italiaanse starter maakte er een
zootje van. Hij liet de meute los vooraleer iedereen stil stond. Dat maakte dat
coureurs uit de achterhoede bliksemsnel naar voor konden rijden. De hele troep
stormde zes auto’s breed op de eerste chicane af. Het resultaat was een van de
grootste massacrashes uit de geschiedenis van de F1. Met twee gebroken benen
zat Ronnie geblokkeerd in zijn JPS, die brandde als een fakkel. James Hunt,
Clay Regazzoni en Patrick Depailler slaagden er in hem te bevrijden uit het
wrak alvorens hij ernstige brandwonden opliep. Het duurde twintig minuten
vooraleer Ronnie medische hulp kreeg, en dan nog enkel omdat Mario, die
uiteraard Italiaans spreekt, een dokter doorheen het cordon hysterische
carabinieri en andere Italianen wist te loodsen. Ronnie werd naar het Niguarda
hospitaal in Milaan gebracht, samen met Vittorio Brambilla, die een wiel tegen
zijn hoofd had gekregen en bewusteloos was.
Ronnie’s
verwondingen waren ernstig maar niet levensbedreigend. Gedurende het hele
avontuur was hij alert geweest en volledig bij zinnen. De race werd herstart en
gewonnen door Niki Lauda. Die nacht overleed Ronnie Peterson. Niet aan zijn
verwondingen maar door geklungel aan de operatietafel.
Mario
Andretti werd de tweede (en tot nader order laatste) Amerikaanse
wereldkampioen. Vreemd genoeg was ook de EERSTE Amerikaanse wereldkampioen, de
beminnelijke Phil Hill, in 1961 wereldkampioen geworden op het circuit van
Monza toen zijn enige concurrent voor de titel, zijn ploegmaat Wolfgang von
Trips, om het leven kwam tijdens de race…



Geen opmerkingen:
Een reactie posten