Albert Szukalski kwam men nogal eens tegen in de VECU, de Antwerpse club en galerie waar heel wat schrijvers, beeldhouwers, schilders en acteurs hun biertje kwamen degusteren, in vele gevallen was de Cutty Sark Whisky niet ver weg en voor de vrouwelijke aanwezigen was er meestal een goede wijn, wit of rood. De lezingen van bekende auteurs, de tentoonstellingen van bekende kunstenaars en de muziekavonden met jazzgrootheden zoals Toets Tielemans waren een trekpleister voor veel van de leden. Toen Jan Decleir een half uur over stront kwam praten met de opvoering van Het Beleg van Bologna - een der Obscene Fabels - van Dario Fo, kon men nog nauwelijks voorbij de ingang komen.
Toen Szukalski op 25 januari 2000 overleed, was er al lang geen sprake meer van VECU en was café De Raaf een toevlucht voor hem geworden, waar hij nieuwe vrienden maakte zoals Jean-Marie Berckmans en Léon Lemahieu (bezitter van origineel werk van Albert en Berckmans), die geobserveerd werden door stripauteur Marc Meul wanneer hij in het land was. De VECU-elite had zijn weg gevonden naar de diverse gelegenheden op het Mechelse Plein waar café In Den Boer Van Tienen grote aantrekkingskracht uitoefende op nogal wat acteurs die in de nabije Studio Herman Teirlinck hun vak hadden geleerd.
Het is uitgever, dichter, auteur, beeldhouwer, designer en soms ook wel mecenas Walter Beckers die Szukalskis werk in de kijker bracht toen hij voor zijn huis een aantal spoken van 'den Bert' in zijn voortuin in Kapellen plaatste. Het begin van Szukalskis spokenperiode, periode waarin hij in dialoog is met zijn publiek, een publiek waarvan hij betrokkenheid verlangt.
Het is het begin van de wereldtour die Alberts 'spoken' zullen maken. In 1984 vertrok hij zelf naar Amerika om er midden in de woestijn een openlucht galerie te creëren, het Goldwell Open Air Museum in Nevada nabij Death Valley.
Waarom 'den Bert' niet de beroemdheid kreeg die Edward Kienholz en George Segal genieten, blijft voor mij een raadsel, maar ja, dat waren Amerikanen, ja toch?
Szukalski in Nevada:




Ik blijf erbij dat de erven Szukalski eens werk moeten maken van modelletjes van de spoken van "den Bert".
BeantwoordenVerwijderenEn Den Boer van Tienen was (jaren 90) een kak-café.
Uitstekend dat je ons even herinnert aan dit mooie werk van ‘Bèrreke’ !!!
BeantwoordenVerwijderenHeb hem ooit nog zo’n spook zien maken tijdens de nacht van de poëzie in Turnhout – en na afloop waren de toneelgordijnen naar de kloten, want daar veegde hij zijn handen aan af, gevolg: vol gips… ik dacht trouwens dat toen Conrad als “model” heeft gediend.
Het was inderdaad Turnhout, het was niet Conrad die model stond maar Robert Lowet de Wotrange. Maar een juist verslag van de feiten kun je lezen in mijn UITGEVERS KOMEN IN DE HEMEL pagina's 168-169
Verwijderen