Toen
we nog niet de leeftijd hadden bereikt om met oudejaar legaal dronken te mogen
worden, keken we toch al uit naar 1 januari want op die dag begon
traditiegetrouw een fonkelnieuw Formule 1 seizoen. De locatie was steevast het
circuit van Kyalami, enkele kilometers noordwaarts van Johannesburg in
Zuid-Afrika. De naam kwam, komt, van het Zoeloe khaya lami, wat zoveel betekent
als “mijn (t)huis”.
Het
zou vervolgens enkele dagen duren alvorens we zouden te weten komen hoe een en
ander was verlopen, want in die tijd was nog zo goed als niemand geïnteresseerd
in de Formule 1 en al zeker niet hier te lande, waar er in de pers meer
aandacht ging naar duivenmelken dan naar de autoracerij. Opeens moet ik denken
aan Pol Jacquemyns, maar laat ik proberen bij de les te blijven.
Zuid-Afrika
was nog het thuisland van de Apartheid, al trok niemand zich daar gek veel van
aan, en al zeker het F1-circus niet. F1 was één van de laatste sporten om het
Apartheidsregime de rug toe te keren. Virtue signaling was nog niet
uitgevonden.
Kyalami
werd door de teams bezien als een gemoedelijke plek om een eerste indruk op te
doen van de concurrentie en onderwijl een kleurtje te krijgen onder de zomerse
zon. Het was een razendsnel circuit met het langste rechte stuk van de kalender,
al was dat “rechte” stuk niet echt recht; op ongeveer één derde zat The Kink,
een flauwe bocht naar rechts die echter plankgas werd genomen. Aan het eind zat
Crowthorne Corner, een trage bocht van iets meer dan 90° naar rechts, een
uitstekende plek om concurrenten uit te remmen en bijgevolg een geliefkoosd
uitzichtpunt voor/van het publiek. Crowthorne stelde nooit teleur.
In
een tijd waarin het wereldkampioenschap nog te verhapstukken was en hooguit een
dozijn races telde, was de verplaatsing naar Zuid-Afrika een flinke deuk in een
teambudget. De meeste wedstrijden gingen door in Europa. Waar de F1 trouwens
thuishoort, niet in apenlanden als Abu Dhabi, Bahrein, Saoedi-Arabië of
Azerbeidzjan. Er was weliswaar een Amerikaans luik, met de VS, Canada en
Mexico, maar die drie races volgden direct op mekaar en dus waren de onkosten
beter gespreid. F1 was nog niet de obscene trog die het ondertussen geworden
is.
Zuid-Afrika was er, zeker voor de kleine privéteams (die bestonden nog… Siffert, Scirocco, ATS, Centro Sud, Rob Walker…), een beetje over en dus bleven er heel wat afwezig. Daarom niet getreurd echter! Er was altijd een uitgebreid lokaal contingent voorhanden om de start grid aan te dikken. De race maakte namelijk ook deel uit van het Kampioenschap van Zuid-Afrika. Voor zakformaat F1 buffs, zoals wij die waren, klonken namen als Jackie Pretorius, Basil van Rooyen, Pieter de Klerk en Sam Tingle heel bekend.

John Love
En
John Love. Vooral John Love, de man met de vreemde bakkebaarden en de zware
voet. In 1967 ontglipte de overwinning in zijn thuisrace hem slechts op het
nippertje, in de laatste ronden. Hij eindigde met zijn eigen, vijf of zes jaar
oude Cooper-Climax tweede achter een ontketende Pedro Rodriguez.
In
1963 (toen de race het seizoen afsloot en op 28 december doorging) bestond het
halve deelnemersveld uit Zuid-Afrikaanse privéteams, weze het soms met Europese
coureurs aan het stuur. Naast the usual suspects verschenen ook Doug Serruier,
Ernie Pieterse, Trevor Blokdyk, Brausch Niemann, David Prophet, Paddy Driver en
Neville Lederle aan de start. Alhoewel, Lederle kwam niet “aan de start”. De
dag voor de race reed hij zijn auto in de prak.
Een ander privéteam dat niet had opgekeken
tegen de kosten van de reis was de
Ecurie Maarsbergen van de bizarre Nederlandse edelman jonkheer Karel Pieter
Antoni Jan Hubertus (“Carel”) Godin de Beaufort, die door iedereen gemoedelijk
“Kareltje” werd genoemd. Kareltje was meer dan twee meter lang en behoorlijk
breed in de schouders. Hij paste in geen enkele van de kleine badkuipjes die de
F1-auto’s geworden waren, dus reed hij met een stokoude Porsche Formule 2, die
hij in uitbundig oranje had geschilderd.
Kareltje was enigszins aan de excentrieke kant. Hij racete op blote voeten en toen begin jaren 60 de Beatlemania toesloeg, werd hij tijdens de oefenritten voor de Britse Grand Prix gespot met een Beatlepruik in plaats van een helm op
z’n
hoofd.
:
Het einde voor Kareltje.
Nürburgring 1964
In
1963 bestond Ecurie Maarsbergen in Kyalami uit één man: Kareltje. Toen hij, de
dag voor de wedstrijd, de motor van zijn Porsche opblies, moest hij ‘m op z’n
eentje vervangen. Na voldane arbeid was het middernacht voorbij en het circuit
was gesloten. Dus ging Kareltje zijn nieuwe motor in het holst van de nacht
uitproberen op de openbare wegen. Wat hem prompt een gigantische verkeersboete
opleverde. In de race eindigde hij tiende op twintig starters.
Met
ander woorden: sleutelen en rijden kon-ie, Kareltje! Met zijn aftandse Porsche
werd hij op twee jaar tijd vier keer zesde in een WK Grand Prix, een prestatie
die hem in latere tijden wereldberoemd zou hebben gemaakt en die hem, in mijn
ogen, ver boven het twijfelachtige niveau van Mad Max uittilt.
Op
1 januari 1968 scoorde de grote Jim Clark in Kyalami zijn vijfentwintigste
overwinning in een WK Grand Prix, daarmee het record van Juan Manuel Fangio
(24) brekend. Clark’s overwinningspercentage -25 zeges op 72 starts; een
winstpercentage van 35%- is nog altijd groter dan dat van Senna (25%),
Schumacher (30%), Hamilton (33%) en Vettel (18%) en andere zogenaamde GOATs.
Het ligt lager dan dat van Fangio (48%) en Alberto Ascari (40%).
Kyalami
was de laatste zege van Jim Clark en de laatste zege van een Lotus in British
Racing Green. Vanaf de eerstvolgende race -de buiten WK Tasman Series- waren de
Lotussen uitgedost in de kleuren van hun belangrijkste sponsor, Gold Leaf
sigaretten. Dat mocht toen nog, reclame voor sigaretten. Zoals eerder gezegd:
virtue signaling bestond nog niet.
Nauwelijks
vier maanden na Kyalami verloor Clark
het leven tijdens een F2-race op de lamme Hockenheimring.
Sundays were never quite the same after that.
Met
de intrede van het grote geld werd de autoracerij meer en meer een business
en/of redelijk stompzinnig entertainment dan de bikkelharde sport die ze in de
jaren 50, 60 en 70 was geweest. Ze verloor, alleszins voor mij, veel van haar
aantrekkingskracht.
Af en toe gebeurde er nog eens iets dat die hoogtijdagen van Kyalami even terugbracht. Zoals in 2009, toen Jackie Pretorius werd vermoord. Hij was in zijn huis in coma geslagen door dezelfde bende uitschot dat enkele jaren eerder, 2003, datzelfde huis met dezelfde bewoners al eens had overvallen. Toen was Pretorius’ echtgenote Shirley vermoord en had Pretorius zelf maanden in het hospitaal gelegen. De moordenaars werden gearresteerd aan de hand van Jackie’s beschrijving, werden berecht en veroordeeld maar na korte tijd weer vrijgelaten. Dit was het nieuwe, Apartheidvrije Zuid-Afrika, per slot van rekening.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten