ALLEEN WAAR GEEN MENSEN ZIJN IS EEUWIGE VREDE
Jos De Freine (Spel der dwazen)
Jos de Freine is vanaf zijn collegejaren betrokken bij het Vlaams
verzet. In 1943 maakt hij deel uit van het Geheim Leger dat sabotage daden
pleegt. Na de oorlog krijgt hij de
Weerstandsmedaille (gewapend verzet) opgespeld, de Herinneringsmedaille
1940-1945 en het Oorlogskruis met Bronzen Leeuw (vermelding op de dagorde van
het Geheim Leger), dit alles met de nodige bewijzen, die jammer genoeg in het
Frans zijn opgesteld. Vanaf 1948 vinden
we hem op tankers en vrachtschepen. Enkele jaren later zit hij op het
Ministerie van Wederopbouw, terwijl hij cursussen aan de koloniale hogeschool volgt,
wat hem ten slotte de positie van gewestbeambte oplevert, eerst in het Kwilu District,
nadien in Katanga (Belgisch-Kongo). In 1951 debuteert hij met Spel der dwazen (P.Vink) dat speelt tijdens
de burgeroorlog in Griekenland en het politiek gebeuren in Zuid-Joegoslavië,
Palestina en Cyprus en waarin twee mensen hun symbolische strijd tegen het
politieke spel der dwazen voeren. 1957 brengt een tweede roman Nacht van ontaarding – Windtij, Wolftijd…
over een Europa na een gruwelijke Derde Wereldoorlog.
In 1966 verschijnt Van verzetsstrijder tot heel-nederlander en flamingant, een pamflet waarin hij vraagt – vanuit een gevoel van rechtvaardigheid – om zich in te zetten voor een assertiever Vlaanderen, wel binnen de Belgische staatsstructuur. In 1969 verschijnt bij Walter Soethoudt op voorspraak –geef nu eindelijk eens een goed boek uit – van Jef Sprankenis (De Groene Waterman) De goeden zullen gevallen zijn (1969), over de Algerijnse oorlog en zijn nasleep, een goed geconstrueerde oorlogsroman.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten