In Kurt Van
Eeghem’s boek “Oostende in de Belle Époque”
(Pelckmans) kom je te pas en te onpas het woord ‘eclectisch’ tegen. Veel van de
gebouwen zijn eclectisch, ja, je kunt het zo zeggen, maar eigenlijk weten die
gebouwen zelf niet meer uit welke stijl ze zijn opgetrokken, omdat er zoveel
stijlen door elkaar werden gebruikt bij de verbouwingen.
Dat kun je
bijvoorbeeld niet zeggen over het kursaal, want nadat de Duitsers het voormalig
kursaal afbraken om er een bunker op te zetten, kwam er een nieuw kursaal,
waarmee de architect het niet helemaal eens was wegens de herhaaldelijke
aanpassingen. Verschillende stijlen op elkaar gestapeld? Als Kurt het heeft
over de scheve schaats die Leopold I en Leopold II* reden, heeft hij het over
onderaardse gangen die des konings villa’s verbonden met het liefdesnest van
hun meestal minderjarige minnaressen. Ik zou die gangen graag eens zien, maar
daar wordt in het huidige Oostende niet over gesproken.
Kurt valt ook
dikwijls in herhaling, een goede redacteur zou er die herhalingen uit hebben
gehaald.
Kurt de treiteraar komt dan weer in actie
wanneer hij bezig is een mooi stukje op te bouwen en dan zegt dat hij het er in
een verder hoofdstuk over zal hebben.
Er zijn ook
diverse verwijzingen naar de Visschersopstand van 1877 - Ensor stond aan de
kant van de opstandelingen - en de verschillen tussen de haves en de haves-not.
Maar genoeg
gekanker, het boek is erg lezenswaardig en in een mooie taal en het eet
gemakkelijk.
· Lees ook (https://archive.org/details/de-mythe-van-de-afgehakte-handen-in-congo-vrijstaat-johan-op-de-beeck)
en berichten van het handjes hakken door de Taliban.










