later in 1971 als ‘The Grissom Gang’ door Robert Aldrich. Nog later (1978) omhelsde Claude Barma het nog eens voor tv met dialogen van Frédéric Dard.)Maar niet getreurd, naast enkele Engelse en Duitse films (waaronder eentje van Volker Schlöndorff) werd Chase in de Franse filmwereld, waar de roman noir misschien nog populairder is dan in Amerika, als held binnengehaald en werd er tientallen malen verfilmd. Staken er hun handen aan: Julien Duvivier, Henri Verneuil, Bernard Borderie, Joseph Losey (met Frans-Italiaans geld), Guy Hamilton (co-productie Frankrijk-USA), Georges Lautner om er enkelen te noemen.
Het is niet dat Bertrand Tavernier te klagen heeft als filmmaker, maar in Amerika moet men hem niet zo. Als hij door de Mississippi delta trekt om er de documentaire ‘Mississippi blues’ te maken over de muziek aldaar heeft men geen goed woord voor hem over, als hij ‘Coup de torchon’ naar de roman van Jim Thompson ‘Pop. 1280’ van Potts County in het diepe zuiden van Amerika verplaatst naar een Franse kolonie in noordelijk Afrika, maait de kritiek hem neer. Het betere Amerikaanse publiek echter gaat in drommen kijken naar deze onnavolgbare film noir met een even onnavolgbare Philip Noiret. Frankrijk geeft hem 10 César nominaties (hij krijgt er geen) en zendt hem in voor de Oscar voor beste Buitenlandse film nadat de Unie van de Franse Filmkritiek hem de hoogste prijs toekent. De schitterende muziekfilm ‘Round midnight’ (1986), losjes gebaseerd op het leven van de jazzgroten Bud Powell en Lester Young, krijgt wel twee Oscarnominaties, de Amerikaan Dexter Gordon als beste acteur in de hoofdrol en de Amerikaan Herbie Hancock die hem ook wint voor de beste originele muziek. Tavernier wordt voor het gemak vergeten.
Wie dacht dat de globalisering ook in de film zou toeslaan, heeft het verkeerd gedacht. Ook de nieuwe film van Bertrand Tavernier ‘Into the electric mist’ – de
roman dateert uit 1993 - krijgt de Amerikaanse kritiek over zich heen. Oké, er zitten heel wat gaten in, maar dat ligt dus niet aan Tavernier maar aan de Amerikaanse auteur James Lee Burke. Burke, tweemaal winnaar van de prestigieuze Edgar Award en sinds vandaag ook Grandmaster van de Mysterie Writers of America, werd pas laat ontdekt voor de film. ‘Two for Texas’ uit 1982 werd in 1998 een tv-film met Kris Kristofferson en speelt zich tijdens de Texaanse vrijheidstrijd. Twee jaar eerder werd ‘Heaven’s prisoners’ (1996) verfilmd – de roman dateert uit 1988 - Alec Baldwin speelt daarin de rol van Dave Robicheaux. Robicheaux is nu in de vaardige handen van Tommy Lee Jones. Wat zegt de kritiek: Tommy zou niet geloven in wat hij doet (terwijl hij volgens mij beter is dan in ‘No country for old man’) en John Goodman is een ongeloofwaardige boef.James Lee Burke werd geboren in Houston (Texas) en groeide op aan de kust van de golf Texas-Louisiana. Hij woont nu afwisselend in Montana en Louisiana en kent daarom zijn Cajun pappenheimers erg goed. Deze Engels-Franse mengeling blijkt ook Tavernier te liggen want zijn electric mist is doorspekt met cajunmuziek van de bovenste plank. De Louisiana-moerassen en de haast eeuwige nevel die er boven hangt werden perfect in beeld gebracht en als er dan schimmen opduiken die in de Amerikaanse Burgeroolog thuishoren, is men bereid ook dit te aanvaarden. Misschien zijn de Amerikaanse critici wel in hun gat gebeten omdat in een film van een Fransman het Amerikaanse racistische verleden aan de kaak wordt gesteld, en vinden zij dit eerder voorbehouden aan de Amerikanen zelf? Ik ben het met de humo criticus eens: een merkwaardige, hypnotiserende thriller.







