Op 1 mei verschijnt bij de Engelse uitgever W W Norton 'The annotated Wind in the Willows' van Annie Gauger. Dit kinderboek van Kenneth Grahame - ook wel familieboek genaamd – is sinds zijn verschijnen in 1908 in Engeland en andere Engelssprekende landen een longseller. In het Nederlands - voor het eerst verschenen in 1949 als 'De wind in de wilgen' - is het nooit echt iets geworden. Blijkbaar d
oen, op enkele uitzonderingen na, leesboeken met dieren in de hoofdrol het niet zo goed in onze taal. Na enkele miserabele uitgaven verscheen er in 2000 een luxe-editie bij Ploegsma en dit met de originele tekeningen.
Grahame zou zijn hoofd in ongeloof hebben geschud als na het verschijnen van zijn boek iemand had beweerd dat zijn verhalen rond Toad, Mole, Ratty en Badger honderd jaar later nog zouden worden gelezen. Want ze waren helemaal niet voor publicatie bedoeld, laat staan als boek. Ze werden geschreven om zijn enige zoon Alastair te vermaken. Deze was een prematuutje met een aangeboren cataract, welke hem blind liet in zijn rechteroog en met zijn linkeroog loenste hij. Dat maakte dat zijn vader zijn ‘Mouse’, zoals hij hem noemde, verwendde tot op het randje van het onredelijke. En Alastair was een bizarre knaap, zonder enige reden viel hij andere kinderen aan die speelden in Londen’s Kensington Gardens, of hij ging in het midden van de straat liggen waardoor hij het hele verkeer stillegde. Grahame moest dus duidelijk niet ver zoeken om het slechte gedrag van Mister Toad neer te pennen. Toen zoonlief naar het pensionaat werd gezonden en brieven schreef aan zijn vader met het smekend verzoek om een bezoek, kreeg hij meestal een afwijzend antwoord van Mister Toad. Psychiaters zeggen wel eens dat Grahame op de loop was voor het vaderschap en Toad als zijn plaatsvervanger had aangesteld. Het zijn die antwoorden van Mister Toad die uiteindelijk 'De wind in de wilgen' werden. Het was de Amerikaanse literaire agente Constance Smedley die Grahame benaderde, nadat hij succes had geoogst met zijn jeugdherinneringen 'The Golden Age', om zijn brieven tot een boek te maken. Het werd een onnavolgbaar succes. Met Alastair liep het echter minder goed af, hij mislukte aan de eliteschool Rugby, later in Eton liep het ook al niet lekker, vooral omdat de school helemaal niet was aangepast aan gehandicapte leerlingen. Alastair pleegde zelfmoord in Oxford vijf dagen voor zijn twintigste verjaardag door zich op de treinrails te leggen. Na de dood van zijn zoon droogde de pen van Grahame langzaam op. Maar hij bleef veel anderen inspireren en dat tot op de dag van vandaag.
In 1996 waagde de Franse tekenaar en scenarist Michel Plessix zich aan een vierdelige, erg geslaagde stripversie die in 2003 bij Standaard Uitgeverij begon te verschijnen. Het werd een der leukste kinderstrips van de laatste jaren. Het succes zette Plessix ertoe aan om een vervolg met dezelfde figuren te maken: 'De wind in de woestijn'. Ook het theater speelde in op het succes van het boek en in 1929 creëerde A.A. Milne (ja, de maker van Winnie the Pooh!) het toneelstuk 'Toad of Toad Hall' naar het boek van Grahame. In deze bewerking zou acteur Ian McKellen in 1962 in het Belgrade Theatre in Coventry zijn eerste rol als boef spelen. De Coventry Evening Telegraph schreef dat hij een perfecte, hatelijke Wezel speelde. Alan Bennett’s bewerking werd in 2005 gespeeld in het Coliseum Theatre (Oldham) en bleef te dicht bij het boek, waarin erg lange passages de aandacht niet echt lang kunnen vasthouden. Zeer recent nog zond PBS televisie 8 april 2007 in de serie Masterpiece Theatre een schitterende bewerking van Lee Hall uit, met de Britse komiek Matt Lucas in de hoofdrol en met Imelda Staunton.
De belangrijkste personages uit het boek zijn:
Water Rat: uiteraard woonachtig aan een rivier. Een verstandige, intelligente levensgenieter.
Mole (Mol): trouw, eenvoudig en een bangbroek. Woont in een ondergronds huis.
Badger (Das): Wijs, gerespecteerd en gevreesd. Woont in Wild Wood. Is erg verstandig, maar zijn humeur is soms niet te pruimen, daarom is hij het liefst alleen.
Toad (Pad): Woont op Toad Hall (Paddenburg). De deuren van zijn landgoed staan open voor alleman en iedereen, maar hij is erg verwaand en nog meer onvolwassen, wat dan weer wordt goedgemaakt door zijn vriendelijkheid en welbespraaktheid. (Ik verdenk heer Bommel er soms van dat hij familie van Toad is.) Pad is gek op boten, hete luchtballons, auto’s (die erg schaars waren toen Grahame het boek schreef) en tweedpakken. Zijn imitatie van een toeter is historisch: ‘Poop-Poop”. Zijn dwaasheid over auto’s gaat zelfs zover dat hij er op een dag een steelt en hem vervolgens in de prak rijdt, wat hem een gevangenisstraf oplevert. Maar muren kunnen hem niet tegenhouden en hij ontsnapt, verkleed als een wasvrouw en wint de oorlog tegen de wezels om Toad Hall. Hij wordt nooit opnieuw opgepakt, wat een raadsel blijft.
Een eerste verfilming komt er in 1946 en dit naar de toneelbewerking van A.A. Milne. De mij onbekende Alan Reid is Toad en Kenneth More die een van zijn eerste optredens in film maakt is Badger. In 1949 is er een animatiefilm uit de Disneystudios. The adventures of Ichabod and Mr. Toad (verteld door Basil ‘Sherlock Holmes’ Rathbone) vormt samen met het behoorlijk wrede 'The legend of Sleepy Hollow' – over de hoofdloze ruiter - van auteur Washington Irving (vertelt door Bing Crosby) een geheel. Eric Blore gaf zijn stem aan Toad.
Het jeugdprogramma van de BBC ‘Jackanory’ bracht tussen 1966 en 1970 zowat 25 vertelafleveringen. In 1983 maakte studio Cosgrove Hall een animatiefilm van 75 minuten. Een BAFTA award en een Emmy award vallen deze versie ten deel. David ‘Frost’ Jason is Toad. Als gevolg van dit succes werd er een tv serie van 52 afleveringen geproduceerd in opdracht van Thames Television en ITV zond uit tussen 1984 en 1987. Het succes bleef duren en er werden nog eens 60 minuten 'A tale of two toads' (1989) en 13 afleveringen 'Oh! Mr Toad' (1990) aan toegevoegd. Er wordt foutief beweerd dat er werd gefilmd in ‘claymation’, maar het is een stop-motion animatie proces met schaalmodellen en figuurtjes die in pose kunnen worden gezet, te weten een metalen skelet overdekt met latex rubber. Wat deze serie enig maakt.
Een animatiefilm die Kenneth Grahame’s goedkeuring zeker zou hebben meegekregen werd in 1985 geproduceerd door Rankin/Bass productions. De versie was trouw aan het boek, maar kreeg er nog zes liedjes aan toegevoegd, ‘Wind in the willows’ incluis en gezongen door Judy Collins. Toad kreeg de stem mee van Charles Nelson Reilly en ook deze van de Nederlandse acteur Coen Flink (De kleine waarheid, Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen mijnheer, Kapitein Haddock in de Kuifje animatie van Ray Goossens). Is het hierdoor dat de productie uiteindelijk pas in 1987 zijn eerste uitzending kreeg? José Ferrer was Badger, Roddy McDowall was Ratty.
In 1988 waagde men zich aan een Australische tv-animatieversie, dit in een serie films die waren gebaseerd op meestal Europese klassiekers. Burbank Films was de producent en nam het niet zo nauw met de originele tekst, deze werd naar kinderen toe aangepast, de plot werd ingekort en sommige personages werden toegevoegd en andere weggelaten.
Enkele zeer grote acteurs, zoals Alan Bennet (Ratty) die zoals voordien gezegd een eigen toneelversie maakte, Michael Palin (Mole), Michael Gambon (Badger), Rik Mayall (Toad) zijn de helden in de 1996 animatiefilm van Television Cartoons in Londen. Zelfs Vanessa Redgrave kwam opdraven om haar stem te geven aan de grootmoeder.
oen, op enkele uitzonderingen na, leesboeken met dieren in de hoofdrol het niet zo goed in onze taal. Na enkele miserabele uitgaven verscheen er in 2000 een luxe-editie bij Ploegsma en dit met de originele tekeningen.Grahame zou zijn hoofd in ongeloof hebben geschud als na het verschijnen van zijn boek iemand had beweerd dat zijn verhalen rond Toad, Mole, Ratty en Badger honderd jaar later nog zouden worden gelezen. Want ze waren helemaal niet voor publicatie bedoeld, laat staan als boek. Ze werden geschreven om zijn enige zoon Alastair te vermaken. Deze was een prematuutje met een aangeboren cataract, welke hem blind liet in zijn rechteroog en met zijn linkeroog loenste hij. Dat maakte dat zijn vader zijn ‘Mouse’, zoals hij hem noemde, verwendde tot op het randje van het onredelijke. En Alastair was een bizarre knaap, zonder enige reden viel hij andere kinderen aan die speelden in Londen’s Kensington Gardens, of hij ging in het midden van de straat liggen waardoor hij het hele verkeer stillegde. Grahame moest dus duidelijk niet ver zoeken om het slechte gedrag van Mister Toad neer te pennen. Toen zoonlief naar het pensionaat werd gezonden en brieven schreef aan zijn vader met het smekend verzoek om een bezoek, kreeg hij meestal een afwijzend antwoord van Mister Toad. Psychiaters zeggen wel eens dat Grahame op de loop was voor het vaderschap en Toad als zijn plaatsvervanger had aangesteld. Het zijn die antwoorden van Mister Toad die uiteindelijk 'De wind in de wilgen' werden. Het was de Amerikaanse literaire agente Constance Smedley die Grahame benaderde, nadat hij succes had geoogst met zijn jeugdherinneringen 'The Golden Age', om zijn brieven tot een boek te maken. Het werd een onnavolgbaar succes. Met Alastair liep het echter minder goed af, hij mislukte aan de eliteschool Rugby, later in Eton liep het ook al niet lekker, vooral omdat de school helemaal niet was aangepast aan gehandicapte leerlingen. Alastair pleegde zelfmoord in Oxford vijf dagen voor zijn twintigste verjaardag door zich op de treinrails te leggen. Na de dood van zijn zoon droogde de pen van Grahame langzaam op. Maar hij bleef veel anderen inspireren en dat tot op de dag van vandaag.

In 1996 waagde de Franse tekenaar en scenarist Michel Plessix zich aan een vierdelige, erg geslaagde stripversie die in 2003 bij Standaard Uitgeverij begon te verschijnen. Het werd een der leukste kinderstrips van de laatste jaren. Het succes zette Plessix ertoe aan om een vervolg met dezelfde figuren te maken: 'De wind in de woestijn'. Ook het theater speelde in op het succes van het boek en in 1929 creëerde A.A. Milne (ja, de maker van Winnie the Pooh!) het toneelstuk 'Toad of Toad Hall' naar het boek van Grahame. In deze bewerking zou acteur Ian McKellen in 1962 in het Belgrade Theatre in Coventry zijn eerste rol als boef spelen. De Coventry Evening Telegraph schreef dat hij een perfecte, hatelijke Wezel speelde. Alan Bennett’s bewerking werd in 2005 gespeeld in het Coliseum Theatre (Oldham) en bleef te dicht bij het boek, waarin erg lange passages de aandacht niet echt lang kunnen vasthouden. Zeer recent nog zond PBS televisie 8 april 2007 in de serie Masterpiece Theatre een schitterende bewerking van Lee Hall uit, met de Britse komiek Matt Lucas in de hoofdrol en met Imelda Staunton.
De belangrijkste personages uit het boek zijn:
Water Rat: uiteraard woonachtig aan een rivier. Een verstandige, intelligente levensgenieter.
Mole (Mol): trouw, eenvoudig en een bangbroek. Woont in een ondergronds huis.
Badger (Das): Wijs, gerespecteerd en gevreesd. Woont in Wild Wood. Is erg verstandig, maar zijn humeur is soms niet te pruimen, daarom is hij het liefst alleen.
Toad (Pad): Woont op Toad Hall (Paddenburg). De deuren van zijn landgoed staan open voor alleman en iedereen, maar hij is erg verwaand en nog meer onvolwassen, wat dan weer wordt goedgemaakt door zijn vriendelijkheid en welbespraaktheid. (Ik verdenk heer Bommel er soms van dat hij familie van Toad is.) Pad is gek op boten, hete luchtballons, auto’s (die erg schaars waren toen Grahame het boek schreef) en tweedpakken. Zijn imitatie van een toeter is historisch: ‘Poop-Poop”. Zijn dwaasheid over auto’s gaat zelfs zover dat hij er op een dag een steelt en hem vervolgens in de prak rijdt, wat hem een gevangenisstraf oplevert. Maar muren kunnen hem niet tegenhouden en hij ontsnapt, verkleed als een wasvrouw en wint de oorlog tegen de wezels om Toad Hall. Hij wordt nooit opnieuw opgepakt, wat een raadsel blijft.
Een eerste verfilming komt er in 1946 en dit naar de toneelbewerking van A.A. Milne. De mij onbekende Alan Reid is Toad en Kenneth More die een van zijn eerste optredens in film maakt is Badger. In 1949 is er een animatiefilm uit de Disneystudios. The adventures of Ichabod and Mr. Toad (verteld door Basil ‘Sherlock Holmes’ Rathbone) vormt samen met het behoorlijk wrede 'The legend of Sleepy Hollow' – over de hoofdloze ruiter - van auteur Washington Irving (vertelt door Bing Crosby) een geheel. Eric Blore gaf zijn stem aan Toad.
Het jeugdprogramma van de BBC ‘Jackanory’ bracht tussen 1966 en 1970 zowat 25 vertelafleveringen. In 1983 maakte studio Cosgrove Hall een animatiefilm van 75 minuten. Een BAFTA award en een Emmy award vallen deze versie ten deel. David ‘Frost’ Jason is Toad. Als gevolg van dit succes werd er een tv serie van 52 afleveringen geproduceerd in opdracht van Thames Television en ITV zond uit tussen 1984 en 1987. Het succes bleef duren en er werden nog eens 60 minuten 'A tale of two toads' (1989) en 13 afleveringen 'Oh! Mr Toad' (1990) aan toegevoegd. Er wordt foutief beweerd dat er werd gefilmd in ‘claymation’, maar het is een stop-motion animatie proces met schaalmodellen en figuurtjes die in pose kunnen worden gezet, te weten een metalen skelet overdekt met latex rubber. Wat deze serie enig maakt.
Een animatiefilm die Kenneth Grahame’s goedkeuring zeker zou hebben meegekregen werd in 1985 geproduceerd door Rankin/Bass productions. De versie was trouw aan het boek, maar kreeg er nog zes liedjes aan toegevoegd, ‘Wind in the willows’ incluis en gezongen door Judy Collins. Toad kreeg de stem mee van Charles Nelson Reilly en ook deze van de Nederlandse acteur Coen Flink (De kleine waarheid, Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen mijnheer, Kapitein Haddock in de Kuifje animatie van Ray Goossens). Is het hierdoor dat de productie uiteindelijk pas in 1987 zijn eerste uitzending kreeg? José Ferrer was Badger, Roddy McDowall was Ratty.
In 1988 waagde men zich aan een Australische tv-animatieversie, dit in een serie films die waren gebaseerd op meestal Europese klassiekers. Burbank Films was de producent en nam het niet zo nauw met de originele tekst, deze werd naar kinderen toe aangepast, de plot werd ingekort en sommige personages werden toegevoegd en andere weggelaten.
Enkele zeer grote acteurs, zoals Alan Bennet (Ratty) die zoals voordien gezegd een eigen toneelversie maakte, Michael Palin (Mole), Michael Gambon (Badger), Rik Mayall (Toad) zijn de helden in de 1996 animatiefilm van Television Cartoons in Londen. Zelfs Vanessa Redgrave kwam opdraven om haar stem te geven aan de grootmoeder.
Het werd weer eens tijd voor een live-action film moet Terry Jones hebben gedacht in 1996 en riep enkele van zijn vriend
en bij elkaar. Steve Coogan die gestalte geeft aan Alan Partridge werd Mole, Eric Idle was Rat, Terry Jones wilde en kreeg uiteraard Toad, John Cleese was de advocaat van Toad, Michael Palin mocht de zon zijn en ook Stephen Fry, Julia Sawalha en Victoria Wood waren van de partij. De film werd nooit uitgebracht in België.
We zijn tien jaar later, 2006, en opnieuw komt er een live-action adaptatie, een samenwerking tussen UK, Canada en Roemenië. Matt Lucas die roem heeft verworven met Little Britain wordt Toad, Bob Hoskins is Badger en Lee Ingleby is Mole.
In 2003 werkte Guillermo del Toro aan een nieuwe adaptatie voor Disney, het zou een live-action mix met CG animatie worden, maar Del Toro die het boek prachtig vond, werd door de Disneyheren gevraagd om Toad een skateboard te geven en hem dingen zoals ‘radical dude’ te laten zeggen en dat was hem te veel.
en bij elkaar. Steve Coogan die gestalte geeft aan Alan Partridge werd Mole, Eric Idle was Rat, Terry Jones wilde en kreeg uiteraard Toad, John Cleese was de advocaat van Toad, Michael Palin mocht de zon zijn en ook Stephen Fry, Julia Sawalha en Victoria Wood waren van de partij. De film werd nooit uitgebracht in België.We zijn tien jaar later, 2006, en opnieuw komt er een live-action adaptatie, een samenwerking tussen UK, Canada en Roemenië. Matt Lucas die roem heeft verworven met Little Britain wordt Toad, Bob Hoskins is Badger en Lee Ingleby is Mole.
In 2003 werkte Guillermo del Toro aan een nieuwe adaptatie voor Disney, het zou een live-action mix met CG animatie worden, maar Del Toro die het boek prachtig vond, werd door de Disneyheren gevraagd om Toad een skateboard te geven en hem dingen zoals ‘radical dude’ te laten zeggen en dat was hem te veel.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten