Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

woensdag 7 april 2010

BENNO SCHRIJFT WAT AF


Een vraagje aan Hippias


Sommige commentaren rond mijn recente belevenissen met het salafisme zijn te grappig om onvermeld te laten – dat van Hilde Sabbe in Het Laatste Nieuws bijvoorbeeld, een mevrouw die dikwijls over haar liefdesavonturen geschreven heeft en uit wier woorden je kunt opmaken dat ze graag gestenigd zou worden wegens overspel.
Ook onder homoseksuelen tref je die onverklaarbare alliantie tussen linkse verlichting en islamitisch extremisme aan. Op de website van De Morgen schrijft een zekere Yvan Brys, ‘actief in de holebi-transgenderbeweging’, omtrent mijn verwerpelijke opvattingen. Hij krijgt bijval van anderen: ik ben een slecht mens, want ik steun Israël, zo luidt een van de inzichten.
Nu, dat ik een slecht mens ben, is juist: ik ben doordrongen van mijn eigen zondigheid, in dat opzicht is enige kennis van het christendom heel nuttig. Niet juist is dan weer de bewering van Brys dat ik zelf een extremist zou zijn, wiens agenda heel goed met die van ‘extremistische moslimbarbaren’ te vergelijken valt. Wie zoiets schrijft – en hij is niet de enige – is niet goed lekker. Maar hij zou natuurlijk emigratie naar Iran kunnen overwegen, een land waar homo’s op overheidskosten een transgenderoperatie kunnen laten uitvoeren, zodat ze niet opgehangen hoeven te worden.
Ook was er een islamitische sociologe van BOEH, die op ter Zake geen veroordeling van het salafisme over haar lippen kon krijgen, maar wel in Etienne Vermeersch en schrijver dezes de extremisten had herkend.
Er waren en zijn respectabele intellectuelen die ergens een hersenspoeling hebben opgedaan en vergelijkbare dingen zeggen. Zo iemand is Alain Verschoren, de rector van de Universiteit Antwerpen. Na afloop van het tumult, toen hij eindelijk zijn universiteit had gevonden, ongeveer een halfuur later dan de eerste journalisten, zei hij in eigen persoon tegen me dat ik ‘extreme meningen’ verkondigde. Ik, ouwe sociaaldemocraat, die mijn meningen niet eens had kunnen verkondigen! Hijzelf daarentegen praktiseerde een ‘actief pluralisme’, zo verzekerde hij me.
Ik zal u vertellen waar dat actieve pluralisme in bestaat: de Universiteit Antwerpen heeft een leerstoel ‘verdieping in de islamitische godsdienst’ en faciliteert langs die weg het salafisme. De cursussen van die studie hebben namelijk als uitgangspunt je reinste sharia.
Rector Verschoren! Zeergeleerd en totaal wereldvreemd, een soort idiot savant, met een lichte nadruk op het nomen. En zo zijn er honderden hoogopgeleiden in dit land en elders in Europa.
Maar hemeltje, nu provoceer ik weer! Net als met de titel van mijn geaborteerde lezing, waarvan de twee openingszinnen mij meer roem hebben bezorgd dan al mijn boeken samen, en dat terwijl die boeken toch heel wat interessanter zijn. Provocatie is een oude retorische methode, in onze cultuur gangbaar sinds Socrates in een dialoog aan Hippias vroeg: ‘Welke ogen zoudt gij dan ’t liefst hebben voor uw hele leven: ogen waarmee ge expres, of ogen waarmee ge zonder het te willen slecht en verkeerd ziet?’
Kijk, dat zou ik nu ook wel eens aan Verschoren en gelijkgestemde zielen willen vragen.
Een andere provocatie was toen ik zei dat Philip Dewinter eerder een profeet van de islamisering dan een fascist was. De journalist die ik aan de telefoon had, schreef het onmiddellijk in deze krant op, zonder mijn stembuiging, want die kun je niet afdrukken, en zonder mijn sarcastische verwijzing naar die ‘immorele bedoeïen’, zoals Kemal Atatürk de Profeet aanduidde.
Maar het cultuurrelativisme van het postmoderne tijdsgewricht heeft helaas ook de aloude traditie van de provocatie in diskrediet gebracht.
In het hoofd van sommige commentaren weegt dat cultuurrelativisme als lood op het denken, bijvoorbeeld in het hoofd van Yves Desmet. Of in dat van Bart Sturtewagen. De salafisten moeten zich ondanks hun notoire gebrek aan humor hebben doodgelachen boven een krant die schrijft dat ik niet van die grote woorden moet gebruiken en insinueert dat mijn kijk op de islam overeenkomsten vertoont met de salafistische analyse van de democratie.
Werkelijk, er is een apocalyptische scheiding der geesten gaande, als Bart Sturtewagen mij de omvang van deze woorden toestaat. Er was bij mijn lezing geen sprake van ‘wat geroep’, vergelijkbaar met de interventies van nationalisten en communisten bij debatten eertijds. Gouden tijden toen dat nog onze bekommernissen waren! In Antwerpen afgelopen woensdag betrof het iets wat mijn tijdgenoten plegen weg te lachen als een louter nominaal fenomeen, maar waar ik als een van de weinigen in geloof – hier manifesteerde zich het Kwaad. Het droeg een Saoedische hoofddoek.
Maar toen ik mijn ogen boven de commentaren van Sturtewagen en Desmet had uitgewreven, las ik ook andere dingen, vooral bij de lezerscommentaren links en rechts. Er bestaan natuurlijk vele ethisch hoogstaande moslims en sommige van hen hebben zich tegenover mij verontschuldigd voor iets waar zij part noch deel aan hadden, en dat heeft me werkelijk ontroerd.

BENNO BARNARD

1 opmerking:

  1. Dit misschien toch ook even ondertekenen met Benno Barnard, Walter? Dank voor het plaatsen van die reacties van BB, dit is gemakkelijker te vinden dan in de kranten :-)

    BeantwoordenVerwijderen