Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

vrijdag 31 mei 2013

JACK DE GRAEF ( 4 februari 1927 - 29 mei 2013)


Jack De Graef werkte van 1956 tot einde 1957 voor ‘De Rode Vaan’, en dat is waar zijn hart lag: bij het gewone volk. In 1958 werd hij opgenomen in het schildersgilde van de Antwerpse Stadsdiensten, maar belandde dadelijk in een administratieve functie. Tussen 1959 en 1963 was hij hoofdredacteur van het satirisch personeelsblad ‘’t Ajuintje’ en begon hij korte verhalen te publiceren in diverse tijdschriften.


Ook in 1958 werd hij drummer in ‘The Rivertown Dixieband’ die lang genoeg bleef bestaan om enkele prijzen weg te kapen in wedstrijden voor amateur jazzformaties, en die de grote eer genoot om te mogen optreden op een receptie voor Louis Armstrong, rechtstreeks uitgezonden op Radio Luxemburg. Na de ontbinding van het Dixieland orkest vormde hij een danscombo, ‘The Musicorners’, dat gedurende een tiental jaren de kleine en grotere zalen van Antwerpen en omstreken bespeelde.

Vanaf 1970 begon hij voor uitgeverij ‘De Dageraad’ te schrijven over Antwerpen en het volksleven en werd hij een begrip voor al wie zich interesseert aan Sinjoorse gebeurtenissen. Jack De Graef werd de voorloper van velen die zijn spoor volgden, maar er niet altijd in slaagden zijn humor te evenaren.

Als ik Jack De Graef echter moet vastpinnen op één boek dan is het zeker ‘De Swingperiode (1935 – 1947): Jazz in België’ uit 1980, de uitgave kwam er nadat Jack zijn medewerking verleende aan de BRT-televisie over Jazz in België. Een vroegere uitgave in eigen beheer belandde hoofdzakelijk in bibliotheken en discotheken en was onmiddellijk uitverkocht. Exemplaren ervan kwamen terecht in Engeland, Nederland, Duitsland en zelfs in The New York Public Library.

De inside info die men hier krijgt over Belgische jazzgroten zoals Stan Brenders – na de oorlog geboycot omdat hij voor het N.I.R. was blijven werken, Fud Candrix – volgeling van Coleman Hawkins die ongeveer 250 opnamen maakte en Gus Clark - Jazz van ’t Patersvaatje - kon men tot dan toe nergens anders vinden en de swing tijdens de bezetting, toen Swingtanzen Verboten was, had hij aan den lijve meegemaakt.

Maar natuurlijk zijn er zijn boeken over Antwerpen, zoals ‘Antwerpen bij Nacht’ die door Fernand Auwera werd beschreven als volgt: verteld op die stoere-jongens-onder-elkaar-toon die voor dergelijke publicaties blijkbaar verplicht is. Er waren ‘Fuifnummers in Antwerpen’ en ‘Het Antwerps Griezelboek’, ‘De Erotiek in het Antwerpse volksleven’, ‘In de tijd van de Romeinen’ en uiteraard de verschillende gedaanten van het meest afgeschreven boek, namelijk HET boek over het Antwerps dialect dat startte met de titel ‘Het Groot Woorden- en Liedjesboek over het Antwerps Dialect’ dat zijn 13de druk beleefde onder de titel ‘Het Antwerps dialect : van dezekestijd tot in de 21e eeuw’ (uitgeverij De Vries-Brouwers).

Jack De Graef sleet zijn laatste jaren in het Rust- en Verzorgingstehuis Cleo in Berchem en was helemaal weg van de wereld.



1 opmerking:

  1. Dag Bram, ik ben de dochter van Jack, en ben bezig een samenvatting van zijn leven te verzamelen, zou je me willen mailen met je fijne verhaal van jullie sessie?
    thanks; tinne De Graef
    pbeernijntje@hotmail.com

    BeantwoordenVerwijderen