skip to main |
skip to sidebar
JA, JA, SCHOENAERTS
Deze namiddag werd in restaurant Symforosa aan het Antwerpse Vleminckveld, onder grote persbelangstelling het boek Schoenaerts (Manteau) van Stan Lauryssens voorgesteld. Stan werd weer eens op en top journalist, de journalist die indertijd op zoek ging naar Martin Bormann en Jozef Mengele, die Mijn heerlijke nieuwe wereld - Leven en liefdes van Maria Nys Huxley schreef over het Vlaamse meisje Maria Nys die de echtgenote werd van Aldous Huxley, en zijn boek Dali dat in heel wat landen werd vertaald en waarvoor Al Pacino zou hebben getekend om in de film te spelen, maar dat gelooft niemand meer.
Voor Schoenaerts interviewde hij een lange
sliert mensen (die
achteraan in het boek zijn opgenomen) die de acteur kenden aan het eind van de jaren zestig, beginjaren zeventig. In die dagen had schrijvers deze een aanvaring (die in het boek voorkomt) met de 'degoutante' Schoenaerts, want dat kon hij zéér dikwijls zijn, aanvaring die in Schoenaerts nadeel uitviel toen deze in VECU(zaliger) plat op zijn rug uitgeteld lag.
Hier en daar twijfel ik wel een beetje aan wat mythe en waarheid is. Stan beweert dat Julien (laten we hem verder zo noemen) nooit geld had, ik wil daaraan twijfelen. Ik herinner me een avond dat Julien in Amsterdam in een taxi stapte en zich naar de VECU liet brengen, waar hij verder de hele avond en nacht poker met de pokerstenen (chapeau in het Antwerps) speelde en nog wat geld verloor. Stan vertelde ook dat hij geld strooide over de stakende mijnwerkers die belaagd werden door de tot de tanden gewapende rijkswachters (waar kwam dat geld dan vandaan?) en dat Julien op een kamer onder het dak aan het Vleminckveld woonde is ook niet echt de waarheid, het is daar een leuke flat met een redelijke oppervlakte (al zeg ik het zelf).
Onder de aanwezigen zagen we mensen van de filmpers o.w. Willy Magiels, Hugo Genbrugge en Freddy Michiels, enkele vertegenwoordigers van kranten, Henri-Floris Jespers, Pruts Lantsogt, Leen (Letterenhuis) Van Dyck, Frank-Ivo van Damme, Erik van Malder (waar kwam die plots vandaan?), oud-burgemeester Bob Cools en dame, en Danny De Laet, die echter niet ver raakte, want hij kwam zo veel mensen tegen waarmee hij getroebleerd is en waarmee hij niet spreekt dat hij al snel terug verdween.
Hier en daar twijfel ik wel een beetje aan wat mythe en waarheid is.
BeantwoordenVerwijderenDaar staat hij wel om bekend, hé Walterke. Heb ooit 'De man in de chacra' proberen te lezen, het boek over zijn zogenaamde speurtocht naar Bormann en Mengele. Niet te doen. Het is na drie bladzijden al duidelijk dat hij dingen uit zijn duim zit te zuigen. In het geval van Bormann legt hij voor het gemak geregistreerde feiten naast zich neer. Ah ja, want anders zou er niet veel te "onderzoeken" zijn. Er bestaan overtuigende documenten die de dood van Bormann in Berlijn in 1945 situeren. Maar goed, ook Charles Whiting heeft zich daar aan laten vangen. In elk geval ben ik toen (moet ergens in de jaren 90 geweest zijn) een beetje gaan snuffelen naar deze Stan Lauryssens, waar ik toen nog nooit van gehoord had. De man bleek een veroordeelde oplichter te zijn.
Op zich kan een oplichter natuurlijk een uitstekende schrijver zijn. Maar je hebt automatisch een beetje de neiging om aan zijn betrouwbaarheid te twijfelen als hij aan "journalistiek" doet of "historische" nonfictie pleegt.
Staat in dit (opgeklopte) boek dat Julien de dure meubelen verbrandde van het pand waarin hij gratis woonde in de Mutsaertstraat? Hij was gewoon gek en overschat
BeantwoordenVerwijderen