Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

zondag 6 december 2015

WIJ ZIJN MET WEINIGEN MAAR WORDEN ARMENIËRS GENOEMD



DIT EVEN TER INLEIDING:

Het leven in het Ottomaanse Rijk was onmogelijk geworden. Door
de niet-aflatende pogroms/bloedbaden tussen 1822 en 1897 onder
ongewapende christenen (1822: op Grieken op het eiland Chios:
50.000 doden, in 1850 op Armeniërs en Nestorianen in Armenië:
12.000 doden, in 1860 op Maronieten en Syriërs in Damascus en
Libanon: 11.000 doden, in 1876 op Bulgaren: 15.000 doden, in 1877
op Armeniërs tijdens de Russisch-Turkse oorlog: 6.000 doden, in
1892 op Yezidis in Armenië bij Mosoel: 8.000 doden, in 1894 op
Armeniërs met name te Sassoun: 12.000 doden, in 1895-1896 op
Armeniërs, algemene pogrom: 300.000 doden, in 1896-1897 op
Grieken op het eiland Kreta: 55.000 doden) en het ontvoeren van
vrouwen en kinderen in slavernij, verlieten veel Grieken en Armeniërs
hun land. Andere niet-christelijke minderheden zoals Koerden
zijn hierbij niet meegeteld, de aantallen gedode Koerden door systematisch geweld in dezelfde periode bedragen ten minste 500.000.

(Uit: Walter A.P. Soethoudt: Duister Verleden: Pulpfiction Schrijvers, films noirs, communistenjager – pag 371)

 

Zaterdagavond even na achten begon een recital van Armeense muziek en Armeense gedichten ter herinnering van de Armeense genocide in 1915 in het mooie decor van kasteel Sorghvliedt in Hoboken.

Dichter Frank De Vos leidde de avond in met het gedicht

Aghet, de catastrofe van1915.

Nog steeds sprokkelt de aarde de botten en benen,
streelt het verkrachtte stemmen die knisperend blijven kermen.
Genadeloos wankelt de leugen op deze afgemaakte namen.
Elke dag opnieuw ontploft hun gezucht in sepia beelden
die we nooit mogen vergeten.

 
Vervolgens was het afwisselend de beurt aan pianiste Mariam Avetyan en violiste Anoush Terterian en Frank De Vos die de avond aan elkaar lijmde met enkele uitzonderlijk mooie gedichten.

Mariam begon met het door iedere Armeniër gekende Garun a Komitas, hierbij een voorbeeld dat ik op youtube vond:


Het liep verder over verschillende optredens door Mariam en Anoush, toen ze aan Aram Katchaturian waren aangekomen, was de maat voor mij vol wanneer ze een wiegelied van hem speelden, dat was zo hard dat ik waarschijnlijk uit mijn wieg zou gekropen zijn en gillend op de vlucht geslagen uit angst voor duizend krijsende, woest uitziende Turken die deze muziek voor mijn ogen opriep, het volgende stuk van Katcha was helemaal niet gotcha en dit ondanks de virtuositeit van de beide meisjes, want de hoge viooltonen (Katcha moet gedacht hebben “laten we het eens om ter hoogste doen”) leken wel castraten.

De avond werd afgesloten met het prachtige gedicht van de Armeense dichter Siamanto “Mijn Tranen”.

MY TEARS.

I WAS alone with my pure-winged dream in the valleys my sires had trod;
My steps were light as the fair gazelle’s, and my heart with joy was thrilled;
I ran, all drunk with the deep blue sky, with the light of the glorious days;
Mine eyes were filled with gold and hopes, my soul with the gods was filled.

Basket on basket, the Summer rich presented her fruit to me
From my garden’s trees—each kind of fruit that to our clime belongs;
And then from a willow’s body slim, melodious, beautiful,
A branch for my magic flute I cut in silence, to make my songs.

I sang; and the brook all diamond bright, and the birds of my ancient home,
And the music pure from heavenly wells that fills the nights and days,
And the gentle breezes and airs of dawn, like my sister’s soft embrace,
United their voices sweet with mine, and joined in my joyous lays.

To-night in a dream, sweet flute, once more I took you in my hand;
You felt to my lips like a kiss—a kiss from the days of long ago.
But when those memories old revived, then straightway failed my breath,
And instead of songs, my tears began drop after drop to flow.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten