Honderd
jaar geleden werd in Fresno, Californië, Vaso Vucurovic geboren, de jongste zoon in een
Servisch immigrantengezin van tien, hardwerkend en fier, “arm maar proper”
zoals ze zeggen.
Met de tijd werd Vucurovic
veramerikaniseerd tot Vukovich. Vaso werd Bill.
Na de dood van vader Yvoan – hij pleegde,
moegestreden, zelfmoord op Bill’s veertiende verjaardag - en met de oudste
kinderen al het huis uit, kwam de verantwoordelijkheid voor het gezin op de
schouders van Bill en zijn broer Eli terecht. In volle Grote Depressie hadden
de jongens geen andere keus dan de school eraan te geven en te gaan werken voor
het gezin. De twee tieners deden het met liefde, moed, toewijding en veel
doorzettingsvermogen. Want het was hard labeur, omzeggens de klok rond. Hun
enige verzetje was de aftandse
Ford T die Yvoan ooit had aangeschaft. Ze
raceten ermee door de velden, op jacht naar een prairiehaas voor het avondeten,
Bill aan het stuur.
Altijd op zoek naar manieren om een dollar bij te
verdienen, kwamen de jongens in de racerij terecht, in die dagen een quasi
loutere amateurbedoening. Aspirant coureurs verkochten hun diensten aan rijke
en minder rijke auto-eigenaars. Wie talent had, ook al was hij zo arm als een
kerkrat, kon een heel end komen in die tijd. Bill hàd talent, en voor de eerste
keer in zijn leven had hij zowaar ook wat geluk. In de jaren 30 werden “midget”
races, sprintwedstrijden voor snelle eenzitters in zakformaat, van de ene
dag op de andere razend populair aan de Amerikaanse Westkust. Bill bevond zich
op het juiste moment op de juiste plaats. Hij werd de ster van de Californische midget racerij.
“The Giant of the Midgets” werd hij genoemd.
In 1950 trok hij naar de Indy 500. De Indianapolis
Motor Speedway is een weidse, intimiderende plek. Veel coureurs kunnen er nooit
hun draai vinden. Bill wel. Hij voelde er zich meteen als een vis in het water.
![]() |
| Marlene, Esther, Bill, Bill jr |
De Vukovich legende begon in 1952. Bill reed superieur
aan de leiding toen hij, op 20
mijl van de finish, door mechanische pech werd
uitgeschakeld. In 1953 leidde hij de race vrijwel van start tot aankomst. Hij
dubbelde het hele deelnemersveld. Net zo in 1954. Slechts twee coureurs, Mauri
Rose en Wilbur Shaw, was het eerder gelukt back
to back te winnen, en nooit met zò veel overwicht. 1955 moest de ultieme consecratie worden. Bill, “die
kleine Slaaf” zoals hij zichzelf noemde, moest en zou de eerste coureur worden
die drie zeges op rij scoorde. In de 57ste ronde van de wedstrijd
kwam hij om het leven in een dwaas ongeval waaraan hij part noch deel had.
Zoon Bill junior was elf, zijn zusje Marlene veertien,
even oud als Bill senior toen die zijn vader verloor. Marlene zou later, als ze
thuiskwam van school, haar moeder Esther vaak aantreffen in haar kamer, waar ze
keer op keer “Memories are made of this” van Dean Martin draaide op de platenspeler.
Bill junior werd tweede in de Indy 500 van 1973. We
gunden Gordon “Gordy” Johncock de overwinning, daar niet van, maar het ware zo
mooi geweest als Bill junior de race had kunnen winnen, twintig jaar na zijn
vader…



Geen opmerkingen:
Een reactie posten