Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

dinsdag 8 mei 2018

1938 IT WAS A VERY GOOD YEAR



De schelmse snaak Tom Sawyer  doet onwillekeurig denken aan de “Witte", er zit ook een beetje “Ciske de rat” in, soms ook “Pietje Bell” en ja, zelfs “Dik Trom”.
Tom heeft een levendige fantasie en die zet hij dikwijls om in kattenkwaad. Tom woont bij zijn tante Polly in St. Petersburg en heeft een halfbroer met de naam Sid. Zijn beste vriend is Huckleberry Finn, Huck voor de vrienden, en die is de zoon van een steeds dronken heerschap.
Tom raakt betrokken in een ruzie waarbij er klappen vallen en als straf moet hij de volgende zaterdag het hek schilderen. Maar Tom is niet op zijn hoofd gevallen en met zijn charme heeft hij al snel enkele andere kinderen overgehaald om de klus voor hem op te knappen. 

Tom wordt op slag verliefd op Becky Thatcher, een meisje dat net in de stad kwam wonen. Maar als die ontdekt dat hij voordien al een meisje had, Amy Lawrence, ziet ze Tom niet meer staan.
Wanneer de twee onafscheidelijke vrienden, Tom en Huck, op een avond naar het kerkhof gaan omdat daar een medicijn tegen wratten geoogst zou kunnen worden, zijn ze getuige van de moord op Dr. Robinson door Injun Joe. Tom en Huck zweren elkaar dit nooit aan iemand te vertellen, omdat Joe nu eenmaal geen simpele is. Injun slaagt er echter in dat om alles in de richting van Muff Potter te doen wijzen en die wordt beschuldigd van de moord. Toms schuldgevoel groeit zienderogen.
Tom, Huck en hun avontuurlijke vriend, Joe Harper, besluiten om weg te lopen en zich op de piraterij te werpen. Maar hen komt hun ter ore dat de mensen in St. Petersburg denken dat het drietal verdronken is. Ze besluiten naar hun eigen begrafenis te gaan en het wordt een succes, want alle kinderen van het dorp zien hen als helden, zelfs Becky.
Wanneer Muff Potter voor de rechter staat, breekt Tom zijn eed en getuigt tegen Injun Joe. Joe ontsnapt echter en is onvindbaar.
Wanneer de zomer in het land komt besluiten Tom en Huck op zoek te gaan naar een schat die verborgen zou zijn in een huis waar het spookt. Van dit bijgeloof heeft Injun Joe gebruik gemaakt: het huis dient hem en zijn ‘vrienden’, als schuilplaats. Als ze echter ontdekken dat niet iedereen bang is om het huis te betreden gaan ze hun buit elders onderbrengen.
Huck staat op wacht voor het huis en hij begint Injun Joe te schaduwen, in een poging om het goud van hem af te pakken. Vooraleer hij echter tot actie kan overgaan hoort hij Joe en enkele andere boeven plannen smeden om de weduwe Douglas wat lichter te maken. Huck heeft net de tijd om haar te waarschuwen.
En dan op een dag zonderen Tom en Becky zich iets teveel af, en samen verdwalen ze in een grot. Laat dat nu de grot zijn die Injun Joe als schuilplaats gebruikt. Tom en Becky vinden de weg terug en waarschuwen de politie, die de grot hermetisch afsluit. Joe heeft de keuze tussen zich overgeven of verhongeren.
Dan vinden de jongens de goudschat van Injun Joe, en omdat er geen wettige eigenaar is, zijn Tom en Huck plotseling erg rijk.

Dit verhaal vraagt om verfilming en er zijn inderdaad nogal wat versies.
Tom Sawyer (1907), Tom Sawyer (1917), een Hongaarse versie in 1920, Tom Sawyer (1930), een versie uit de Sovjet Unie uit 1973,Tom Sawyer (1973), een Tsjechische versie uit 1976, de animatiefilm The Adventures of Tom Sawyer (1986), Tom and Huck (1995), Tom Sawyer (2011), een Duitse versie in 2012 en diverse tv-series en verschillende tv-films.
Maar het is Norman Taurog die tachtig jaar geleden, in 1938, alle voordien gemaakte en alle latere versies van The Adventures of Tom Sawyer in de schaduw zet. Taurog had kindsterretje Jackie Cooper al voor de camera gehaald in Skippy (1931), film waarin Skippy, de schalkse zoon van een rijke dokter, een ontmoeting heeft met Sooky uit de armenbuurt, en samen met hem zal hij proberen Sooky’s lievelingshond uit de handen van de hondenvanger te houden. Ook in 1938 leverde Taurog een meesterwerk af met Boys Town − met Spencer Tracy (Oscar voor best actor) en de toen achttienjarige Mickey Rooney − en werd genomineerd voor best director. Vanaf 1960 zal Taurog, die dan 61 jaar is, de jongerencultus rond Elvis achtereenvolgens met G.I. Blues (1960), Blue Hawaii (1961), Girls! Girls! Girls!(1962), Tickle Me (1965), Double Trouble (1967) en Speedway (1968) op peil houden.

THE ADVENTURES OF TOM SAWYER (1938)
REGIE: Norman Taurog
SCENARIO: John W.A. Weaver naar het boek van Mark Twain
MET: Tom Kelly, Jackie Moran, Ann Gillis, May Robson, Walter Brennan, Victor Jory, David Holt

Niet alles liep van een leien dakje met deze The Adventures Of Tom Sawyer. David O. Selznick, die sinds enkele jaren hoofd was van zijn eigen productie-eenheid onder de M.G.M. banier, − hij was vice-president van M.G.M. en overgekomen van R.K.O.− moest in maart 1937 Taurog alvast laten beginnen in zwart-wit, omdat nu eenmaal geen bevoegd personeel gevonden kon worden om in kleur te draaien, want dat was al geboekt voor andere opdrachten. Dan was er het feit dat de oorspronkelijke regisseur H.C. Potter, die tot dan toe zegge en schrijve twee films op zijn credit had (later zou hij het GENIALE Hellzapoppin’ (1941) maken) er de brui aan gaf nadat de productie voor de tweede keer werd stilgelegd en omdat hij alle bemoeiingen van grote baas Selznick ("Selznickian interference”) moe was als koude pap. Opnamen in zwart-wit gingen door tot juni, maar toen kwam er plots een unit kleurenkenners vrij, zodat het geheel moest worden overgedaan in kleur… Gevolg was dat Selznick de kans zag om enkele veranderingen aan te brengen in de cast. Wie wel geselecteerd bleef was Tommy Kelly (een piepjonge Montgomery Clift zou auditie doen voor deze rol, maar zijn acne was zo schrikwekkend dat het niet doorging). Kelly was een niet professionele-acteur, maar de zoon van een brandweerman uit de Bronx die zonder werk zat. De twaalfjarige kreeg een weekloon van honderd dollar (vandaag zou dat ± 1700 $ zijn) en zijn pa kreeg een baan als bewaker van het Selznick-International gebouwencomplex. Hoewel men van de basisidee was uitgegaan dat alle kinderen uit een weeshuis zouden worden gehaald (so as to arouse such a warm public feeling that it would add enormously to the gross of the picture volgens Selznick), stapte  diezelfde Selznick af van dat idee en werd het alleen Kelly als niet-professioneel, voor de rest werden profs aangezocht. En iedereen knikte instemmend, Selznick mocht je niet tegenspreken. Scenarioschrijver Ben Hecht werd er bijgeroepen om het bestaande scenario wat bij te werken, terwijl George Cukor (die al onder Selznick werkte bij R.K.O.) ook geholpen zou hebben bij de regie van enkele scènes, vooral die delen die zich in de school en op het pirateneiland afspelen. Pas dan verscheen regisseur Norman Taurog op het toneel omdat hij dus wist met kinderen om te gaan.
Maar uiteindelijk kwam de film er en er werden vooraf vertoningen georganiseerd waar kinderen en hun moeder op werden uitgenodigd.
Maar de moeders bleken niet erg gelukkig omdat hun angstige kinderen blijkbaar wel erg onder de indruk waren van de intense spanning die soms werd opgeroepen. Er kwamen twee draaidagen bij en die werden dan weer geregisseerd door William Wellman. Alles moest klaar zijn om de film in februari 1938 in de zalen te brengen. In België kwam hij op 16 december 1938 in Brussel uit, in Antwerpen werd het 20 januari 1939.
De film is om te beginnen van historische waarde. Kinderen krijgen nu en dan wel eens een tik tegen het hoofd, een knip tegen het oor, en soms zelfs van de zweep van onbuigzaam notenhout. De volwassenen hebben blijkbaar geen enkele empathie en bij hen ontbreekt ook alle humor. (Toen ik dertien jaar was, dat was dus 1952, kreeg ik een pandoering van een leraar die me tot op de dag van vandaag in het geheugen blijft. Om maar niet te spreken over een non, zuster Klara, die me op zesjarige leeftijd in een donkere, muffe kelder opsloot!)
Als ik dus een film zou maken, zouden deze twee voorvallen er waarschijnlijk in worden opgenomen, en dat is wat Taurog vermoedelijk ook heeft gedaan, alleen moet hij heel wat meer afkeer van de school hebben gehad dan ik en dus meer van het zweepje gekregen hebben.
Net als de schrijver Twain zet Taurog authentieke negentiende-eeuwse personages neer. Tom Sawyer krijgt herhaaldelijk slaag en dat was niet om te lachen. Er wordt niet rond de pot gedraaid: de volwassenen van die dagen waren wreed tegenover kinderen.
De boef Injun Joe kan bogen op het feit dat hij waarschijnlijk de meest angstwekkende misdadiger van alle films uit de jaren dertig is, en in de die periode werden er heel wat noir films gemaakt. Zijn gezicht straalt geen enkele menselijkheid uit. Nemen we dan de achtervolging in de grot van Tom en Becky door Injun, dan zitten we naar een horrorfilm te kijken die ook vandaag nog schrikwekkend is. Eigenlijk laat het geheel een huiveringwekkend gevoel achter, en het kerkhof, de grotten en zelfs de schoolklas dragen tot de sfeer bij.
En toch vormt de humor in The Adventures Of Tom Sawyer het perfecte tegengewicht voor de horror.

© Walter A.P. Soethoudt




2 opmerkingen:

  1. “So endeth this chronicle. It being strictly a history of a boy, it must stop here; the story could not go much further without becoming the history of a man.” Mark Twain - Tom Sawyer

    BeantwoordenVerwijderen
  2. In 'Three Roads to the Alamo' oppert auteur William Davis dat Twain -geboren als Samuel Clemens in 1835, minder dan een half jaar voor de Slag om de Alamo- zijn Huckleberry Finn modelleerde op de jonge David Crockett, die sneuvelde in the Alamo, samen met James Bowie, William Travis en enkele honderden anderen.

    "When he (Clemens) grew to manhood he would use his pen to continue and expand the evolution of a distinctive brand of American literary humor that had its roots in Crockett. Huckleberry Finn would be the young David Crockett, still on the road, still having adventures, and still amusing and charming generations. Americans were reluctant to let him die".

    BeantwoordenVerwijderen