Negentig jaar
geleden, 1928, werd in Keulen Wolfgang Alexander Albert Eduard Maximilian
Reichsgraf Berghe von Trips geboren, enige zoon –bijgevolg de laatste
naamdrager- in een oude Rijnlandse adellijke familie.
Wolfgang was
een ziekelijk kind. Hij leed aan chronische oorontstekingen,
hersenvliesontsteking en kinderverlamming.
Hoe de familie
von Trips in de aanloop tegenover Hitler en het nazisme stond, is niet meer te
achterhalen. Er is nergens een aanduiding te vinden dat ze Hitler actief
steunden. De Duitse aristocratie stond echter in de regel achter de Nieuwe
Orde, zij het enigszins weigerachtig, hopende dat het nazisme een dam zou
opwerpen tegen het communisme dat overal de kop opstak.
Wat er ook van
zij, Wolfgang begon aan de paramilitaire training van de Hitlerjugend. Veel
keuze zal hij wel niet gehad hebben.
Tegen het
einde van 1944 was het Rijnland een frontlijn geworden. Bommenwerpers legden
Keulen in puin. Wolfgang, zestien jaar oud, werd opgeroepen om lijken te bergen
uit het puin van flats, scholen, kantoren, theaters en winkels. “Ik gaf het
snel op het aantal lijken te tellen”, zei hij later.
In de laatste,
wanhopige maanden van de oorlog, werd Wolfgang naar het front gestuurd. Om een
of andere reden, waarschijnlijk een medische, kreeg hij zijn congé. Wolfgang en
zijn ouders gingen op de vlucht voor de naderende geallieerden. Na de
wapenstilstand keerden ze terug naar huis naar Burg Hemmersbach.
Het
familieslot werd als hoofdkwartier gebruikt door het Amerikaanse Eerste Leger.
Zoals Jim, het jongetje uit ‘Empire of the Sun’, identificeerde Wolfgang zich
met “de vijand”. Van de, meestal zwarte, soldaten leerde hij vlekkeloos
Amerikaans Engels. Hij luisterde naar jazz, liep rond in Lederhosen en
Amerikaanse battledress-jasjes en werkte aan, en racete met, legerjeeps en om
het even wat met wielen dat ‘m onder handen kwam.
Wolfgang kwam
in de autoracerij terecht, aanvankelijk met weinig succes. Hij kreeg de weinig
vleiende bijnaam Graaf von Crash. Maar gaandeweg werd hij beter. Hij reed voor
Porsche en Mercedes en uiteindelijk voor Ferrari, eerst in sportwagens, tenslotte
in Formule 1.
Zijn
ploegmaats waren de piepjonge Mexicaan Ricardo Rodriguez en de Californiërs
Richie Ginther en Phil Hill. Wolfgang schoot goed op met iedereen maar
uitzonderlijk goed met Phil, een intelligente, introspectieve man, liefhebber
van klassieke muziek en opera. Von Trips veritalianiseerde Hill’s naam tot
“Philee Hillee”. Hill noemde von Trips “Taffy”, een bijnaam waarvan niemand nog
weet waar hij ooit vandaan kwam. In elk geval bekt “Taffy” beter weg dan
“Wolfgang Alexander Albert Eduard Maximilian”.
1961 werd het
cruciale jaar. Ferrari beschikte over het superieure model 156, de beroemde
“Sharknose”. Wolfgang won de Nederlands en Britse Grands Prix. Phil won in
België. In september arriveerde de F1-karavaan in Monza, la Pista Magica,
voor de zevende en voorlaatste WK Grand Prix van het seizoen.
De
puntenverdeling in de Formule 1 in die tijd was 9 punten voor de winnaar,
6 voor de tweede, 4 voor de derde en 3, 2 en 1 voor plaatsen vier, vijf en zes.
Wolfgang was met 33 punten WK-leider voor Phil, die er 29 had. Een derde
plaats of beter in de Grand Prix van Italië zou Wolfgang wereldkampioen
maken. Het leek eigenlijk een uitgemaakte zaak dat Wolfgang von
Trips de eerste Duitse wereldkampioen zou worden. Hij was in
bloedvorm en Phil Hill was nog nerveuzer dan normaal al het geval was.
Maar
Taffy maakte zich ook zorgen. Al twee keer eerder, in 1956 en 1958, was
hij zwaar gecrasht in Monza. (Een journalist vroeg hem of hij sindsdien
een betere coureur was geworden. “No, only luckier”, antwoordde Wolfgang.)
En hij was
bezorgd omdat hij naast Ricardo Rodriguez, volle 19 jaar oud, op de grid
stond. Hij bewonderde Ricardo maar vond hem ook overmoedig, om niet te zeggen
roekeloos.
In de tweede
ronde haakten von Trips’ Ferrari en Jim Clark’s Lotus in mekaar. De Ferrari
boorde zich als een projectiel in het publiek en flipte terug op de piste. Von
Trips werd uit zijn auto geslingerd en was op slag dood. Elf toeschouwers
stierven ter plekke, vier meer in de volgende dagen.
De race ging
door –zo ging dat in die dagen- en werd gewonnen door Phil Hill, die daarmee de
ongelukkigste wereldkampioen ooit werd. Hij was de eerste Amerikaan die de
titel veroverde.
Zevenentwintig
jaar later, 1978, werd voor de tweede keer een Amerikaan wereldkampioen. Mario
Andretti veroverde de titel in Monza. Nadat zijn enige concurrent, zijn
ploegmaat Ronnie Peterson, in de race verongelukte.
(de fatale klap)


1978 is zeventien jaar later, geen zevenentwintig.
BeantwoordenVerwijderensorry!!!
Verwijderen