Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

vrijdag 10 mei 2019

CONRAD VINTAGE



Magisch realisme en surrealisme zijn iets wat én in de literatuur én in de schilderkunst voorkomt. In deze categorieën vinden we de magisch realist Paul Delvaux terug, net zoals de surrealisten René Magritte en de Antwerpenaar Karel Wollens – om het dicht bij huis te houden. Terwijl in Vlaanderen het magisch realistisch schrijven vooral bedreven werd door auteurs zoals Hubert Lampo (zowat het hele oeuvre) en Johan Daisne (De trein der traagheid (1950) waren er in Nederland ook enkele schrijvers die het voorbeeld van Ferdinand Borderwijk (Fantastische vertellingen 1/2/3 -1919/1923/1924) volgden, met voornamelijk Simon Vestdijk (De kellner en de levenden (1949) en Bericht uit het hiernamaals (1964).

De laatste jaren echter is het het viervoudig talent Patrick Conrad – dichter, cineast, schilder, tekenaar – dat zich onder het mom van ‘noir’ op het pad van het magisch realisme begeeft. Eigenlijk is alles begonnen met de film Mascara (1987) waarin Conrad het geheel van sociale- en culturele kenmerken van een sekse overhoop haalde en het vooral over de maskers had waarachter mensen zich verschuilen. Hij liet in opeenvolgende jaren enkele  boeken verschijnen die hijzelf ‘noir’ noemt, maar die echter veel dichter aanleunen bij het magisch realisme. Het begon met het tegelijk gruwelijke maar magische Leven & werk van Marcel van Acker (2009), enkele jaren later gevolgd door Residentie van Artevelde (2017) en Diep in december (2018). Zijn nieuwste, Good night, Charlie (2019), leunt zeer dicht aan bij Leven & Werk uit 2009. Beide boeken hebben een imaginaire verteller als hoofdpersonage; Charlie is echter meer alledaags en ik vraag me af of Conrad veel van zijn lezers niet afstoot met de beschrijvingen van natuurfenomenen die veel weg hebben van de schilderingen van Carel Willink en Paul Delvaux, terwijl de vrouwen dan weer door Pyke Koch geschilderd lijken, die laatste was een meester in het uitbeelden van hoeren. En het is niet toevallig dat de vaderfiguur in Charlie, een september (1944)-weerstander, die de hele oorlog leefde van het bedriegen van joodse mensen, dweept met Wagner, de muziek bij uitstek van het Derde Rijk.

Is Conrad afgestapt van zijn fin-de-siècle, zijn decadentisme, dandyisme, estheticisme en maniërisme? Ja en neen, maar het decadente gaat nu de boventoon voeren. Aan de basis van zijn kunst – boeken, etsen en tekeningen – ligt het bewustzijn van verval, van de vergankelijkheid. Conrad bekijkt de wereld sceptisch, hij is een voyeur met afschuw voor de daad, die probeert inzicht te krijgen in een anachronistische wereld. Zijn aandacht voor de droom, zijn drang naar het unheimliche, zijn antiburgerlijke trekjes en de l’amour fou klasseren Conrad dan weer meer bij het surrealisme. Maar genoeg, als je een fan bent van Conrad dan is Good night, Charlie een sterke voortzetting van zijn vroegere ‘romans noirs’. Conrad vintage, hoewel hij me met dit boek deed denken aan Four Past Midnight: Secret Window, Secret Garden van Stephen King.



Boekhandel De Slegte aan de Wapper, Antwerpen, stelt het boek voor op Donderdag 16 mei om 20 uur. 

1 opmerking: