Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

zondag 22 december 2019

THE LAST AMERICAN HERO



Junior Johnson 1931-2019




Afgelopen vrijdag overleed Robert Glenn "Junior" Johnson, de moonshine-smokkelaar die een van de beste NASCAR-coureurs en -teambazen uit de geschiedenis werd. Junior groeide op in diepe armoede in Ronda, North Carolina, in een landbouwersgezin met zeven kinderen dat geteisterd werd door De Grote Depressie en The Dust Bowl. De familie was van Schots-Ierse afkomst en vestigde zich in North Carolina in het begin van de 17de eeuw.

Junior's overgrootvader langs moederskant was generaal-majoor Bryan Grimes van de Confederatie. De familie Johnson stortte zich, teneinde te overleven, in de productie van en handel in moonshine lang voor Junior geboren werd. Zijn vader zou bijna twintig van zijn drieënzestig jaren in de gevangenis doorbrengen. Ook Junior zelf werd veroordeeld voor het opereren van een illegale stokerij en bracht 1956-57 in een cel door. Nochtans slaagde het FBI er nooit in hem te klissen op de weg bij het transport van de illegale alcohol. Daar was Junior, die altijd op blote voeten reed, gewoon te snel voor. 

Hij was zo een beetje de uitvinder van de high speed U-turn, een tactiek die de revenooers* (speciale agenten van de belastingdienst), verbijsterde. Het ene moment achtervolgden ze een Ford Coupe smokkelauto, het volgende moment draaide die auto, zonder snelheid te minderen, 180° in het midden van een landweggetje van keskeschiet en kwam vol gas pal op hen af! Bliksemsnel gingen ze aan de kant en een grijnslachende Junior maakte zich uit de voeten. 

Zijn NASCAR carrière begon in 1955 met vijf overwinningen en een zesde plaats in het kampioenschap. Zoals gezegd waren 1956 en 1957 minder succesrijk maar in '58 kwam Junior terug met zes overwinningen. 

In 1960 won hij de Daytona 500, de iconische NASCAR-race. Hij reed een oudere Chevrolet Biscayne die 35 km/u trager was dan de snelste concurrenten. Johnson, die er altijd een beetje slaperig uitzag maar bij de pinken was als geen ander, paste in de race voor het eerst de tactiek van het draften toe: vlak achter een voorganger blijven zodat die je meesleept in het vacuüm van zijn kielzog zonder dat je je gaspedaal moet aanraken, en dan op het laatste moment uit dat kielzog komen en met een dot gas een veel snellere auto voorbijsteken. Eens te meer stond de concurrentie er verbijsterd bij te kijken. Tegenwoordig is draften een onmisbare techniek geworden in de oval-racerij.

Johnson hing de helm aan de wilgen in 1966 met 50 overwinningen op zijn palmares. Hij bleef in NASCAR als teameigenaar en -racemanager en behaalde zes titels, drie met coureur Cale Yarborough (drie op rij, 1976, '77 en '78, op dat moment nooit eerder vertoond) en drie met Darrell "Jaws" Waltrip (1981, '82 en '85).

Benevens een Goed Mens, met hoofdletters, was Johnson een 
begenadigde coureur, een efficiënte teamleider en een gewiekste zakenman. Het was Johnson die sponsor Reynolds Tobacco Company introduceerde bij NASCAR. Van 1971 tot 2003 heette het NASCAR-kampioenschap "The Winston Cup" – naar één van de sigarettenmerken van Reynolds – wat in de 2006 PIXAR-film 'Cars' (de laatste rol van Paul Newman) "The Piston Cup" werd. 



Junior, die er meestal een beetje bijslofte alsof het hem allemaal niet aanging, sprak tot de verbeelding als geen ander. In 1965 schreef Tom Wolfe (later van 'The Right Stuff' en 'The Bonfire of the Vanities' faam) een groot artikel over Johnson voor het tijdschrift Esquire waarin hij hem voorzag van de bijnaam "The Last American Hero", een bijnaam die voor altijd zou blijven hangen. In 1973 werd het artikel de basis voor een biografische film met Jeff Bridges in de hoofdrol.



In 'Cadillac Ranch' van Bruce Springsteen horen we 

James Dean in that Mercury '49
Junior Johnson runnin' through the woods of Carolina
Even Burt Reynolds in that black Trans Am
All gonna meet down at the Cadillac Ranch


In 1986 verleende president Ronald Reagan Junior een presidential pardon voor zijn veroordeling als moonshiner. 

Junior, die leed aan Alzheimer, overleed op 20 december in de palliatieve afdeling van een ziekenhuis in Charlotte, North Carolina. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten