Bedenkingen, mijmeringen, oprispingen.

woensdag 22 december 2021

Sportwedstrijden, zowel binnen en buiten, zullen moet doorgaan zonder publiek.


SORRY MAAR IK HEB DE TITEL RECHSTREEKS UIT DE STANDAARD GEHAALD.


EN WAAR MOETEN DE SUPPORTERS DAN HUN HART LUCHTEN? 


EERST EVEN DIT LEZEN


Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren

Briefadvies inclusief taalgebruik

 

 

Auteur

Datum

Aantal pagina’s

Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren

17 november 2021

1 van 4

Onderwerp

 

 

Inclusief taalgebruik

 

 

 

 RNTL: inclusief taalgebruik

 

De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren vraagt het Comité van Ministers om aandacht voor het belang van ‘inclusief taalgebruik’ en om het onderwerp integraal deel te laten uitmaken van het Taalunie-beleid vanaf 2022.

 

1                Probleemschets

 

In een open en democratische samenleving kan iedereen volwaardig deelnemen en voelt iedereen zich welkom. Zo’n inclusieve samenleving houdt rekening met sociale, culturele, religieuze, etnische en genderverschillen tussen mensen. Taal speelt daarbij een rol, want taal kan verbinden. Als individuen zich echter door de taal die in het openbaar wordt gehanteerd niet herkennen en zich buitengesloten voelen, dan is dat een zorgelijke situatie, die een democratische samenleving schaadt.

 

De Raad constateert dat sommige mensen of groepen mensen zich uitgesloten voelen door taal. Mensen met een diverse culturele achtergrond, een fysieke, mentale, communicatieve beperking of een andere geaardheid die zich soms door de taal die gebruikt wordt, gestigmatiseerd of gekwetst kunnen voelen, willen zichtbaarder zijn en erkenning krijgen van hun identiteit in de taal. De afgelopen jaren zien we een toenemend aantal mensen dat hiervoor aandacht vraagt. Veel culturele en publieke instellingen, bedrijven en politieke organisaties zoeken naar manieren om tegemoet te komen aan de roep in de samenleving om taalgebruik dat niet uitsluit, kwetst of stigmatiseert. Een aantal organisaties heeft inclusief communiceren daarom duidelijk op de agenda geplaatst. Maar er is nood aan concrete en eenduidige handvaten en adviezen over dit thema.

 

De Raad stelt ook vast dat er een groep taalgebruikers is die door bestaande adviezen en discussies over inclusief taalgebruik het gevoel krijgen dat er iets van hen wordt afgenomen, zeker wanneer (al dan niet terecht) de indruk ontstaat dat bestaande woorden ‘verboden’ zijn. We stellen vast dat het thema tot polarisatie leidt, vaak zonder dat er een constructieve dialoog tussen betrokken partijen mogelijk blijkt te zijn. Ook dit is schadelijk voor de samenleving. Een dergelijke sterk gepolariseerde discussie kan leiden tot misverstanden, en een gevoel van onbehagen veroorzaken bij diverse groepen taalgebruikers. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer er discussie ontstaat over het gebruik van bepaalde woorden die historisch gezien geladen zijn, zoals woorden die associaties met de koloniale tijd oproepen. De toenemende aandacht voor inclusieve taal vergroot de noodzaak aan een brede dialoog. De Raad acht het daarom van belang dat er meer bewustzijn en dialoog komt over het gebruik van inclusieve taal.

 

Tot slot constateert de Raad ook dat er verhalen en getuigenissen ten over zijn over het thema, maar dat er nog te weinig wetenschappelijk onderzoek gebeurt naar de concrete effecten van inclusief taalgebruik voor het Nederlands, en dat er te weinig gegevens beschikbaar zijn over hoe specifieke gecontesteerde woorden, uitdrukkingen of constructies door verschillende doelgroepen worden gebruikt en ervaren.

Bestaande adviezen spreken zichzelf en elkaar soms tegen, en zijn soms eerder gestoeld op intuïties dan op empirisch onderzoek naar taalgebruik en attitudes van sprekers en toehoorders. De Raad roept op tot meer wetenschappelijk onderzoek over het thema in kwestie.

 

Recent onderzoeki geeft aan dat het gebruik van inclusieve taal door individuele taalgebruikers wel degelijk een effect kan hebben op de attitudes tegenover inclusie en diversiteit in bredere zin, bijvoorbeeld om stereotypering en zo discriminatie tegen te gaan. Om bij te dragen aan een inclusievere maatschappij waarin de gelijkwaardigheid van mensen en tolerantie onderling wordt vergroot, is het van groot belang om het thema op de agenda te plaatsen en via onderzoek, dialoog en beleid het pad naar een inclusievere samenleving te bewandelen.

 

2                Inclusief taalgebruik

 

Met inclusief taalgebruik wordt taalgebruik bedoeld dat insluit in plaats van uitsluit, niet discrimineert en dat correct benoemt en/of neutraal is. Inclusief taalgebruik kan ervoor zorgen dat meer individuen in de samenleving zich aangesproken voelen en zich niet buitengesloten voelen door de taal die wordt gehanteerd. Het leidt bij de taalgebruiker tot meer bewustzijn en draagt bij aan de vermindering van stereotypering, bijvoorbeeld door het vermijden van woorden die als discriminerend of denigrerend kunnen worden ervaren. In dit verband wordt ook wel gesproken van ‘gedekoloniseerde’ taal: taal die niet de heersende structuren uit de koloniale tijd bestendigt, omdat ze nadelig zijn voor bepaalde groepen, met als gevolg dat die groepen zich buitengesloten voelen in de gehanteerde taal. Het stimuleren van het gebruik van inclusieve taal is een manier om de diversiteit van de samenleving te respecteren.

 

Tegelijkertijd zien we dat de roep om inclusieve taal weerstand kan oproepen en daardoor tot polarisatie kan leiden, onder andere omdat taal gekoppeld is aan identiteit en emotie. Het verschilt per persoon hoe taal opgevat en uitgelegd wordt. Taal is een beschrijving van de werkelijkheid en draagt onvermijdelijk historische, culturele en politieke bagage met zich mee. Daarmee kan taal een wereldbeeld in stand houden of versterken. Taalgebruik weerspiegelt niet alleen een bepaalde sociale realiteit en maatschappelijke verhoudingen, maar geeft die ook mee vorm. Hierdoor kunnen individuen in de samenleving zich niet herkennen, zich niet gehoord voelen of zich buiten de samenleving voelen staan. Dat is een situatie die zorgen baart en de nood aan een constructieve dialoog vergroot.


 3                Wat kan de Taalunie doen?

 

In het meerjarenbeleidsplan 2020-2024 van de Taalunie worden diversiteit en inclusie genoemd als urgente thema’s om aandacht aan te schenken. Bij uitstek kan de Taalunie als Nederlands-Vlaamse instelling een rol spelen in het verbinden van mensen in taal, tot wederzijds begrip en dialoog in een diverse samenleving. Het onderwerp inclusief taalgebruik vraagt allereerst om informatie, bewustwording en dialoog, en daarnaast om kennisopbouw door aanvullend onderzoek.

 

De Raad adviseert dat taalgebruikers en organisaties grondig voorgelicht worden over wat er speelt. Goed onderbouwde, duidelijk gecommuniceerde informatie en helderheid over de situatie en het benoemen van wat bepaald taalgebruik met mensen doet, kan uiteindelijk leiden tot bewustwording en sensibilisering, waardoor meer mensen hun taal, waar nodig, adequaat kunnen gebruiken. De Taalunie kan een rol spelen bij het stimuleren van taalgebruikers en organisaties om hun taalgebruik inclusiever te maken en hoe dat te doen. Daarin kan de Taalunie (ook) zelf een voorbeeldfunctie vervullen.

 

De Raad stelt de volgende drie initiatieven voor die invulling geven aan de behoefte aan informatie, bewustwording en kennisopbouw:

 

1)      Informatie: de taalgebruiker handvatten bieden

Met Taaladvies.net beschikt de Taalunie over een krachtig instrument om de taalgebruiker verantwoorde, neutrale en betrouwbare antwoorden te geven op alle mogelijke taalvragen. Ook adviezen over hoe taal inclusief te gebruiken kunnen een plek krijgen op Taaladvies.net. De Taalunie werkt hiervoor samen met Onze Taal, het Team Taaladvies van de Vlaamse Overheid en het INT als samenwerkingsverband voor taaladvies.

 

2)      Bewustwording: een permanente dialoog opzetten

Juist omdat de oproep tot inclusief taalgebruik soms weerstand oproept en daarmee polarisatie in de hand kan werken, roept de Raad op tot een brede dialoog. In een doorlopend gesprek of een serie open dialogen tussen individuele taalgebruikers en organisaties die actief met dit thema bezig zijn, kunnen heel wat praktijken, gevoeligheden, getuigenissen en verhalen een plaats krijgen. De Taalunie kan hierin een verbindende rol op zich nemen en samenwerken met organisaties die hier al mee bezig zijn zoals Vlaams-Nederlands Huis de Buren en de Code Diversiteit & Inclusie van het Nederlandse LKCA (Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst).

 

3)      Kennisopbouw: wetenschappelijk onderzoek naar inclusief taalgebruik

De Raad adviseert dat er meer wordt ingezet op, en geïnvesteerd in, wetenschappelijk onderzoek naar de rol, functie en impact van inclusief taalgebruik in het algemeen, en naar de gebruikswaarde en perceptie van de talige elementen die vaak gezien worden als deel van inclusief taalgebruik. Dit soort gegevens en inzichten zijn essentieel voor een gericht en efficiënt beleid rond inclusieve taal. Vanuit de Taalunie kunnen relevante onderzoekers benaderd worden uit de sociolinguïstiek, de antropologie, de taalkunde of de sociale psychologie en geschiedwetenschap, die aanvullend onderzoek kunnen doen waardoor de gaten die er nu nog zijn in de kennis over gevoeligheden rond en de effecten van het gebruik van inclusieve taal en taalverandering worden opgevuld.


 De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren hoopt dat het Comité van Ministers deze visie en voorstellen ondersteunt, en hoort ook graag van de ministers of zij eventueel aanvullende aandachtspunten of kenniswensen hebben.Annette Roeters

Voorzitter van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren

 


i Sociolinguïstisch, antropologisch en sociaal psychologisch onderzoek naar het gebruik van taal wijst voorzichtig in die richting, zie onder andere:

     Sczesny, S., Formanowicz, M., & Moser, F. (2016). Can Gender-Fair Language Reduce Gender Stereotyping and Discrimination? Frontiers in Psychology, 7.

     Onderzoek dr. Claartje Vinkenberg naar ‘linguistic gender bias’: https://magazine.itv- hogeschool.nl/2020/05/gebruik-van-seksestereotypen-in-onze-taal-leidt-tot-ongelijke-kansen/.

     Willem Schoonen, ‘Wetenschappers maken de balans op: genderneutrale taal werkt in Zweden’, Het Parool, 8 augustus 2019. https://www.parool.nl/nieuws/wetenschappers-maken-de-balans-op- genderneutrale-taal-werkt-in-zweden~bbcfb48d/.

     Hoe we taal continu gebruiken om mensen in- en uit- te sluiten komt naar voren in het onderzoek van Lotte Thissen, antropoloog aan Maastricht University. Voor haar proefschrift deed ze ‘participerende observatie’: https://www.socialevraagstukken.nl/racisme-zit-ook-in-alledaagse-taal/. 


DAARNA MAG U DIT LEZEN

Er was een tijd dat mensen oplossingsgericht dachten. Onze generatie leerde dat meestal vroeg. Als wij een platte band kregen op weg naar huis van school, dan doken wij ergens binnen in een huis langs de route. Meestal was dat bij wildvreemden en dan probeerden wij onze band te plakken of zoiets. Bij ons thuis hadden ze geen telefoon en geen auto, dus bellen kon niet en zou sowieso geen oplossing hebben opgeleverd. Soms konden we ergens een andere fiets lenen terwijl de vader des huizes (het wezen met het XY-chromosoom, je weet wel...) onze eigen fiets repareerde, die we dan later weer gingen omruilen.

Als we dan thuis arriveerden, een uur later dan gewoonlijk in het geval we zelf de band hadden moeten herstellen, werden we niet opgewacht door een vloot rijkswachtcombi's met zwaailichten, maar door een moeder (XX-chromosoom) die informeerde waar we nù weer gezeten hadden, en of we gezien hadden hoe laat het was?!

 

O tempora, o mores.

 

Het is een manier van denken die bijblijft. Ik rijd momenteel met een vervangwagen, had gisterenochtend een afspraak en merkte te laat dat het ding was dichtgevroren. Op de koop toe vond ik geen ruitenkrabber in die vreemde wagen. Ik heb mijn ruiten schoongeveegd met mijn schoentrekker.

 

Ooit -einde vorige eeuw,begin deze- heb ik een lange verhouding gehad met een dame (I use the word rather lightly...) die bij Tele-Onthaal vrijwilligde als telefoonbeantwoorder. In eerste instantie had ik daar bewondering voor, tot ik begon door te krijgen hoe die onnozeliteit "functioneerde". Voorbeeld: B (mijn lief) krijgt telefoon van iemand die zegt dat ze het leven beu is en zich uit het raam wil werpen. Want wat is er gebeurd? Beller is depri omdat ze geen geld heeft om op skivakantie te gaan. Wat mij in deze vooral trof, was dat deze anecdote zich afspeelde in juli. Dat was ook wat ik tegen B zei: "Ge hebt dat kalf toch gezegd dat ze nog eens moest terugbellen als er sneeuw lag?" Hola! Dàt was nauwelijks minder erg dan de uitvinding van Zyklon-B en de waterstofbom! Want wat kregen die vrijwilligers van Tele-Onthaal als EERSTE richtlijn mee? Dat ze NIET oplossingsgericht MOCHTEN denken!

 

Nou, zo lus' je d'r nog wel één, zou Sonneveld zeggen. 

 

Stilaan begon ik dan ook door te krijgen waarom B telkens opnieuw aan de Sisyfusarbeid van zo'n Tele-Onthaalsessie begon: om goed te staan met zichzelf. Nu zie ik daar een voorbode in van deze Eindtijden, zowel in de werking van Tele-Onthaal als in de houding van B. Problemen zijn er niet om opgelost te worden, God verhoede, maar om opgeschroefd te worden tot bergen van Eerste Categorie. Er wordt oeverloos gepalaverd over (vaak verzonnen) problemen die nooit opgelost geraken, die integendeel altijd gecompliceerder worden tot de Gordiaanse Knoop lekker strak zit!

 

(Sisyfus, Gordiaanse Knoop... Wat bezielt mij hier vanmorgen...?)

 

Enfin. In alle geval weten we wat Alexander met de Gordiaanse Knoop heeft gedaan: het enige wat er nog kon mee gedaan worden. 

 

Over Gordiaanse Knopen gesproken, nu we toch bezig zijn...

 

In oktober 1962 zaten Kennedy en Chroesjtjov hard te trekken aan hun eigen Gordiaanse knoop. Tot ze beseften dat ze op een road to nowhere zaten, voorzichtig terugkrabbelden en een Derde Wereldoorlog op het allerlaatste nippertje wisten te vermijden.

 

Stel je nu even The Missiles of October voor in 2021...

 

JFK had de democratische nominatie nipt gewonnen van Adlai Stevenson. Daarna won hij nipt de presidentsverkiezingen van Richard Nixon. Zowel Stevenson als Nixon hadden heel goed president kunnen zijn ten tijde van de Cubacrisis. Het angstaanjagende (als men het NU bekijkt) is dat zowel Stevenson als Nixon het er even goed hadden kunnen afbrengen als Kennedy. Er zaten nog competente mensen in de politiek, mensen die het vaak werkelijk goed meenden, zoals Adlai Stevenson, de Kennedybroers (ook al liepen ze vaak hun lul achterna; niemand is perfect) en ook Nikita Chroesjtjov.

 

Maar nu...? Joe de Meisjessnuffelaar won zijn nominatie van Pocahontas, een dame die zo blank is als een Ierse rugbyspeler maar die het publiek bezwoer dat ze native American roots heeft. Zijn tegenstander was Donald Trump; dat had alle kanten opgekund maar echt bekend om zijn empathie stond The Donald niet... In Moskou zit nu Vlad the Impaler, die waarschijnlijk nog de meest intelligente is van het hele stel, en dat wil wat zeggen maar niet veel goeds. Allemaal zijn ze overgeleverd aan een volslagen onverantwoorde, barbaarse, lompe pers...

 

Laat de Cubacrisis van 1960 zich zestig jaar later afspelen, en het is dag met het handje voor de menselijke soort en de planeet. 

 

Dat is zowat het enige wat de hele politiek correcte, woke hersenschim bewerkstelligd heeft: dat we opnieuw staan te dansen aan de rand van een heel diepe afgrond. En er zijn geen Kennedybroers of Nikita Chroesjtjoven meer voorhanden.


EEN TOEMAATJE

Mogen we nog wel "dialect" spreken? dat is hélemaal niet inclusief, toch?

zondag 19 december 2021

De Fédération Internationale de l'Automobile, het orgaan dat onder meer de Formule 1 bestiert, heeft een nieuwe president. Er is merkwaardig weinig, om niet te zeggen volstrekt niets, terug te vinden over Mohammed Ahmed bin Sulayem, zoals de opvolger van Jean Todt heet. (Niet echt "Ben Sulayem", zoals bv 'Racer' hem gemoedelijk noemt...) Zelfs de kleur van z'n ogen is "not available". Source of income is "entrepreneur"; daarmee kan een mens natuurlijk alle kanten op. Spouse is "not known". Ethnicity, religion en race? "Not known". Misschien is een hoogst dubieuze figuur als Mohammed wel de juiste man (voor zover dàt "known" is...) op de juiste plaats in deze Eindtijden.

maandag 13 december 2021

ANNE RICE DIED AT 80

SAFETY CAR

 

Het gemis van de zeer competente Charlie Whiting deed zich dit jaar wel erg duidelijk voelen in de Formule 1. Tussen 1988 en 2019 was de flegmatieke Brit koersdirecteur van het Formule 1 circus. Tevens was hij veiligheidsgedelegeerde, permanente starter en hoofd van het technische departement. Whiting kende zijn pappenheimers en hield ze kort. Zijn wil was wet en niemand discussieerde daarover want naast zeer bekwaam was Charlie ook absoluut onkreukbaar.

1: Zelfs Bernie Ecclestone had geen enkele vat op Charlie Whiting 

 

 











Hoe (on)kreukbaar zijn opvolger Michael Masi is, weet ik niet maar qua competentie loopt hij in elk geval een paar ronden achter op zijn voorganger. 

 

Denken we even terug aan de poppenkast van Francorchamps in augustus, waar halve punten werden toegekend na twee rondjes rijden achter de safety car. Sinds mensenheugenis worden er in de F1 halve punten toegekend als een race om welke reden dan ook wordt afgevlagd voor hij halfweg is, da's waar, maar in dit geval was er niet één meter geracet. De race startte en werd afgevlagd onder geel, en dus had Francorchamps simpelweg geen punten mogen opleveren. Een start onder geel is geen start in de gangbare zin van het woord. Ofwel was het weer te slecht om te racen, en dan hadden de auto's niet mogen uitrijden, ofwel was het weer NIET te slecht, en dan hadden ze ook moeten racen, niet een paar rondjes in processie rijden tegen zestig per uur. Eieren of joeng. Niet dat het uiteindelijk een verschil uitmaakte in de eindafrekening maar het fiasco had correct moeten afgehandeld worden. In Francorchamps was het duidelijk dat het Masi allemaal een beetje boven z'n pet ging en dat hij beslissingen nam die weinig met de racerij as such te maken hadden. Hij volgde de letter van het reglement, zonder zich veel aan te trekken van de geest ervan.

 

Dat was in Abu Dhabi niet anders, en ook daar was het vermoeden dat hij misschien andere motieven had dan het correct afhandelen van een titelrace, niet geheel onbegrijpelijk of ongegrond. Formule 1 verliest publiek aan een ijltempo. Zowel aan de gate, waar de prijzen op een obscene de pan uit swingen, als op de buis – niet iedereen is bereid om zich te abonneren op betaalzenders om een competitie te volgen die nu al meer dan een decennium bestaat uit slechte, str*ntvervelende en voorspelbare races, die daar bovenop beslist worden door technische gizmos. Waarom de Formule 1 nog een drivers championship wordt genoemd is een raadsel, vermits het al twintig jaar een ingenieurskampioenschap is. 

 

Maar goed. Er werd dit jaar een hoop controverse gecreëerd teneinde de media-aandacht en de kijkcijfers wat op te vijzelen. Laat het over aan een kaffer als Mad Max en een wandelend deugdzaamheidsverkeerslicht als Lulu Hamilton om voor die controverse te zorgen, en met verve. Tot de kijkcijfers heeft een en ander ongetwijfeld bijgedragen, tot de geloofwaardigheid van het gebeuren, dat is een ander paar mouwen. Helaas zakte de hele hype in Abu Dhabi als de spreekwoordelijke pudding in mekaar. Ondanks alle opgeklopte verhalen, ontaardde "de race van de eeuw" in een typische langdradige bedevaart. En dus moest er ingegrepen worden. Zou men kunnen zeggen.

 

In de Formule 1 is de safety car een relatief nieuw fenomeen. Ze verscheen voor het eerst ten tonele in de Canadese Grand Prix van 1973 in een soort generale repetitie, en daar wordt nu nog altijd mee gelachen.



De allereerste safety car uit de geschiedenis van de F1 komt op de verkeerde plek de piste op; het nummer 25 is Howden Ganley.


5: Canada 1973: andere tijden. De ambulance deelt de piste met de racewagens.


De allereerste safety car in de geschiedenis van de F1 kwam uit na een aanrijding tussen twee deelnemers. Leider van de race was op dat moment Jackie Stewart maar die dook net de pits in voor nieuwe banden toen de safety car op de baan kwam. Met als gevolg dat de bestuurder van de safety car vruchteloos zocht naar de plotsklaps spoorloos verdwenen leider... 

 

Uiteindelijk manoeuvreerde hij zich in positie, niemand weet precies hoe en waarom, voor de neus van de Nieuw-Zeelander Howden Ganley, die voor de crash ergens in tiende of elfde positie rondtoerde. Omdat er heel wat gepit werd tijdens de safety car periode, wist op den duur niemand meer wie er eigenlijk aan de leiding reed, al wist iedereen dat het stellig NIET Howden Ganley was. Bij de aankomst was Colin Chapman ervan overtuigd dat zijn rijder Emerson Fittipaldi de race had gewonnen. Colin stond in het midden van de piste en gooide naar gewoonte zijn zwarte ribfluwelen petje hoog in de lucht. "Proberen gaat mee", moet hij gedacht hebben. Colin was een beetje een leperd.

 

Alleen... Emerson was niet afgevlagd... De dambordvlag kwam pas tevoorschijn toen Howden Ganley over de meet kwam, lang na Emerson. De chaos was compleet. Howden wist goed genoeg dat hij niet de winnaar was en kon wel lachen met de hele poespas. Maar zowel Emerson Fittipaldi als Peter Revson en Jackie Oliver waren ervan overtuigd dat ZIJ de winnaar waren. Na veel vijven en zessen werd de zege uiteindelijk toegekend aan Revson, voor Fittipaldi, Oliver, Beltoise, Stewart en... Howden Ganley!

 

De première van de safety car was, met andere woorden, niet echt een succes geweest en het zou dan ook nog duren tot 1993 alvorens het systeem officieel werd ingevoerd in de F1.

 

In de Verenigde Staten, waar races traditioneel beginnen met een vliegende start, is men bedrevener in het gebruik van wat ginder de pace car heet. Is het een feilloos systeem? God, neen. Kan het gebruikt worden om een race te manipuleren? Ja, al is de marge van manipulatie niet erg groot. Er moet per slot van rekening om te beginnen een reden zijn om de pace car uit te sturen.

 

Die reden werd in Abu Dhabi verstrekt door Nicolas Latifi, die zo vriendelijk was zijn Williams in het decor te boren op vijf ronden van het einde. Vermits Latifi's auto is uitgerust met een Mercedesmotor, kunnen we vals spel wel uitsluiten. De Mercedes van Hamilton hing op het moment van de crash veilig aan de leiding van de race; Mercedes kon een gele-vlagperiode missen als kiespijn. 

 

Hoe ze het in de VS zouden aangepakt hebben? Daar zouden ze, zeker in een titelbeslissende race op vijf ronden van het einde, de rode vlag hebben uitgestoken en de race hebben stilgelegd. De auto's stoppen dan in één rij in de pits, aan "de overkant" van de pitstraat; coureurs blijven in de auto en niemand mag aan de auto's raken, behalve om ze eventueel opnieuw te starten als de raceconditie weer van rood naar geel gaat. Er wordt dan, onder geel, één ronde achter de pace car gereden en vervolgens blijven er nog vier ronden pure race over. Is dat een betere aanpak? Ja, al is ie evenmin helemaal koosjer. Elke voorsprong die voor de gele-vlagperiode is opgebouwd, verdwijnt uiteraard; dat is nu eenmaal inherent aan het pace/safety car systeem. (Ooit is er geprobeerd om de onderlinge afstanden tussen de deelnemers te handhaven tijdens een gele-vlagperiode, maar die pogingen waren niet echt succesvol.)

 

Ook in de VS worden, in de eindfase van een race, gedubbelde deelnemers verwijderd van tussen de leiders. Naast het verdwijnen van elke achterstand, is dat een tweede voordeel voor de achtervolgers. Geen enkele leider wil een gele vlag in de eindfase van een race. 

 

Kan er gediscussieerd worden over de aanpak in Abu Dhabi? Vermoedelijk wel. Het zou trouwens niet de eerste keer zijn dat een safety/pace car voor problemen zorgt en een lange juridische strijd inluidt. In de Indy 500 van 1981 kwam Bobby Unser als eerste over de eindmeet. Echter. Uit tv-beelden bleek dat Bobby, bij het uitkomen van de pits, concurrenten had ingehaald onder de gele vlag, wat uitdrukkelijk verboden is. Op maandagochtend werd de zege bijgevolg officieel toegekend aan Mario Andretti. Bobby en zijn team, Penske, dienden bezwaar in. Op woensdag werd hun bezwaar afgewezen, Mario bleef winnaar.


24 mei 1981 Indy 500: onmiddellijk na de race viert uncle Bobby zijn derde zege in de 500.


 

Team Penske ging in hoger beroep en kon aantonen dat ook Mario onder dezelfde gele vlag concurrenten had voorbijgestoken bij het uitkomen van de pitlane. Het probleem zat 'm in de onduidelijkheid over de zogenaamde "invoegregel": wat wel en niet mocht als een auto tijdens een gele-vlagperiode de pitlane uitreed en weer moest "invoegen" in de troep. 

 

Uiteindelijk, na een half jaar juridisch gehakketak, ging de zege in oktober opnieuw "officieel" naar Bobby Unser. Tegen die tijd echter, had een gedegouteerde uncle Bobby Indycar al lang de rug toegekeerd.

 


WAAR HELDEN STERVEN

 

Big Al Unser     29 mei 1939 - 9 december 2021

 



 

Een goed half jaar na zijn oudere broer Bobby -uncle Bobby!- is nu ook Al Unser overleden. Het is te zeggen: Big Al is overleden; er is ook een Little Al (de zoon van Big Al) en even was er een Mini Al (het zoontje van Little Al). Omdat Mini Al ondertussen ook al bijna 40 is, wordt hij nu 'Al III' genoemd, of 'Just Al'.

 

Meer nog dan de Vukovichen, de Bettenhausens, de Andrettis, de Carter/Parsons, de Rathmanns, de Snevas, de Laziers en de Rahals, zijn de Unsers Indycar royalty. Big Al, Bobby en Little Al hebben samen niet minder dan NEGEN overwinningen gescoord in de legendarische 500 Mijlen van Indianapolis. Vier op het conto van Big Al, die daarmee deel uitmaakt van een zeer select groepje van coureurs die de race vier keer wisten te winnen; de anderen zijn A.J. Foyt, Rick Mears en, sinds 30 mei van dit jaar, Helio Castroneves. Bobby won The Greatest Spectacle in Racing drie keer, Little Al twee keer.

zondag 12 december 2021

FRANK WILLIAMS

 

Onlangs overleed Frank Williams, grondlegger van de Formule 1 renstal met dezelfde naam. Op 757 starts in de F1 als zelfstandig constructeur, scoorde Williams 114 overwinningen. Het team won negen wereldtitels voor constructeurs en zeven voor bestuurders. Sommige van die titels waren the stuff of legends. Keke Rosberg in het rampjaar 1982... Damon Hill in 1996, de eerste keer dat de zoon van een F1 wereldkampioen zelf kampioen werd… 

Sommige zeges waren dan weer eerder van het twijfelachtige soort. Neem bijvoorbeeld de overwinning, geheel out of the blue, van de Venezolaan Pastor Maldonado in Spanje in 2012. Het was op die meidag op het Circuit de Catalunya niet minder dan acht jaar geleden dat Williams nog een race had gewonnen; dat was met the chubby little fella, Juan Pablo Montoya, aan het stuur, Brazilië 2004. 

Ondertussen zijn we 2021, negen jaar verder, en Pastor’s overwinning is tot op vandaag nog steeds de laatste zege van Team Williams… De enige zege in 17 jaar, pal in het midden van die periode...

Ongetwijfeld is het toeval dat die witte raaf neerstreek vlak nadat sir Frank 70 kaarsjes had mogen uitblazen. (Zoals het “toeval” was dat in 1988, een seizoen waarin verder elke godvergeten Grand Prix werd gewonnen door McLaren, Ferrari een een-twee scoorde in Monza, “toevallig” enkele weken na het overlijden van Enzo.)  

Formule 1 is een (wereld)vreemd clubje geworden. 

De loftuitingen voor sir Frank waren niet van de lucht, na zijn overlijden, en dat was zeker niet overdreven of onverdiend. Integendeel. 

Frank had echter ook een nek met een eigen postcode, zeker in zijn Gouden Jaren, de periode waarin iedereen een moord zou hebben begaan om in een Williams te rijden. Frank maakte het de wereld omstandig diets dat races en wereldtitels werden gewonnen door zijn auto’s, niet door de coureurs. Coureurs waren loontrekkenden, ze hadden volstrekt niets te betekenen. Daarom dat Frank kersverse regerende wereldkampioenen als Nigel Mansell en Damon Hill zonder meer de deur wees. Hij zou wel eens laten zien dat om het even wie wereldkampioen kon worden met een Williams! 

Het was niet voor niets dat Frank achter zijn rug in de paddock grinnikend Wanker Williams werd genoemd. Zijn sociale vaardigheden waren niet bepaald om over naar huis te schrijven, al verbeterden ze wel toen eind jaren 90 het Grote Succes opdroogde.

Frank was een trotse Brit. Zijn hele leven lang had hij gevochten als een leeuw, ook na het auto-ongeval van 1986 dat hem voor altijd aan een rolstoel kluisterde. Het feit dat hij zijn team een paar jaar geleden noodgedwongen heeft moeten verkopen aan een Amerikaans investeringsfonds, zal zijn wil om nog veel verder te leven niet gestimuleerd hebben. Sir Frank was de laatste nog overlevende reus in de Formule 1. Wat nu nog overblijft zijn kneusjes.






Frank, links, met Keke Rosberg, de vader van Nico.