Onlangs overleed Frank Williams, grondlegger van de Formule 1
renstal met dezelfde naam. Op 757 starts in de F1 als zelfstandig constructeur,
scoorde Williams 114 overwinningen. Het team won negen wereldtitels voor
constructeurs en zeven voor bestuurders. Sommige van die titels waren the stuff of legends. Keke Rosberg in het rampjaar 1982... Damon Hill in 1996, de
eerste keer dat de zoon van een F1 wereldkampioen zelf kampioen werd…
Sommige zeges waren dan weer eerder van het twijfelachtige soort.
Neem bijvoorbeeld de overwinning, geheel out of the blue, van de
Venezolaan Pastor Maldonado in Spanje in 2012. Het was op die meidag op
het Circuit de Catalunya niet minder dan acht jaar geleden
dat Williams nog een race had gewonnen; dat was met the chubby little
fella, Juan Pablo Montoya, aan het stuur, Brazilië 2004.
Ondertussen zijn we 2021, negen jaar verder, en Pastor’s
overwinning is tot op vandaag nog steeds de laatste zege van Team
Williams… De enige zege in 17 jaar, pal in het midden van die periode...
Ongetwijfeld is het toeval dat die witte raaf neerstreek vlak
nadat sir Frank 70 kaarsjes had mogen uitblazen. (Zoals het “toeval” was dat in
1988, een seizoen waarin verder elke godvergeten Grand Prix werd gewonnen door
McLaren, Ferrari een een-twee scoorde in Monza, “toevallig” enkele weken na het
overlijden van Enzo.)
Formule 1 is een (wereld)vreemd clubje geworden.
De loftuitingen voor sir Frank waren niet van de lucht, na zijn
overlijden, en dat was zeker niet overdreven of onverdiend. Integendeel.
Frank had echter ook een nek met een eigen postcode, zeker in zijn
Gouden Jaren, de periode waarin iedereen een moord zou hebben begaan om in een
Williams te rijden. Frank maakte het de wereld omstandig diets dat races en
wereldtitels werden gewonnen door zijn auto’s, niet door de coureurs. Coureurs
waren loontrekkenden, ze hadden volstrekt niets te betekenen. Daarom dat Frank
kersverse regerende wereldkampioenen als Nigel Mansell en Damon Hill zonder
meer de deur wees. Hij zou wel eens laten zien dat om het even wie
wereldkampioen kon worden met een Williams!
Het was niet voor niets dat Frank achter zijn rug in de paddock
grinnikend Wanker Williams werd genoemd.
Frank was een trotse Brit. Zijn hele leven lang had hij
gevochten als een leeuw, ook na het auto-ongeval van 1986 dat hem voor altijd
aan een rolstoel kluisterde. Het feit dat hij zijn team een paar jaar geleden
noodgedwongen heeft moeten verkopen aan een Amerikaans investeringsfonds, zal
zijn wil om nog veel verder te leven niet gestimuleerd hebben. Sir Frank was de
laatste nog overlevende reus in de Formule 1. Wat nu nog overblijft zijn
kneusjes.
Frank, links, met Keke Rosberg, de vader van Nico.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten