Het gemis van de zeer competente Charlie Whiting deed zich dit jaar wel erg duidelijk voelen in de Formule 1. Tussen 1988 en 2019 was de flegmatieke Brit koersdirecteur van het Formule 1 circus. Tevens was hij veiligheidsgedelegeerde, permanente starter en hoofd van het technische departement. Whiting kende zijn pappenheimers en hield ze kort. Zijn wil was wet en niemand discussieerde daarover want naast zeer bekwaam was Charlie ook absoluut onkreukbaar.
1:
Zelfs Bernie Ecclestone had geen enkele vat op Charlie Whiting
Hoe
(on)kreukbaar zijn opvolger Michael Masi is, weet ik niet maar qua competentie
loopt hij in elk geval een paar ronden achter op zijn voorganger.
Denken
we even terug aan de poppenkast van Francorchamps in augustus, waar halve
punten werden toegekend na twee rondjes rijden achter de safety car. Sinds
mensenheugenis worden er in de F1 halve punten toegekend als een race om
welke reden dan ook wordt afgevlagd voor hij halfweg is, da's waar, maar in dit
geval was er niet één meter geracet. De race startte en werd afgevlagd onder
geel, en dus had Francorchamps simpelweg geen punten mogen opleveren. Een start
onder geel is geen start in de gangbare zin van het woord. Ofwel was het weer
te slecht om te racen, en dan hadden de auto's niet mogen uitrijden, ofwel was
het weer NIET te slecht, en dan hadden ze ook moeten racen, niet een paar
rondjes in processie rijden tegen zestig per uur. Eieren of joeng.
Niet dat het uiteindelijk een verschil uitmaakte in de eindafrekening maar het
fiasco had correct moeten afgehandeld worden. In Francorchamps was het
duidelijk dat het Masi allemaal een beetje boven z'n pet ging en dat hij
beslissingen nam die weinig met de racerij as such te maken hadden. Hij
volgde de letter van het reglement, zonder zich veel aan te trekken van de
geest ervan.
Dat
was in Abu Dhabi niet anders, en ook daar was het vermoeden dat hij misschien
andere motieven had dan het correct afhandelen van een titelrace, niet geheel
onbegrijpelijk of ongegrond. Formule 1 verliest publiek aan een ijltempo. Zowel
aan de gate, waar de prijzen op een obscene de pan uit swingen, als op
de buis – niet iedereen is bereid om zich te abonneren op betaalzenders om een
competitie te volgen die nu al meer dan een decennium bestaat uit slechte,
str*ntvervelende en voorspelbare races, die daar bovenop beslist worden door
technische gizmos. Waarom de Formule 1 nog een drivers championship
wordt genoemd is een raadsel, vermits het al twintig jaar een
ingenieurskampioenschap is.
Maar
goed. Er werd dit jaar een hoop controverse gecreëerd teneinde de
media-aandacht en de kijkcijfers wat op te vijzelen. Laat het over aan een kaffer
als Mad Max en een wandelend deugdzaamheidsverkeerslicht als Lulu
Hamilton om voor die controverse te zorgen, en met verve. Tot de kijkcijfers
heeft een en ander ongetwijfeld bijgedragen, tot de geloofwaardigheid van het
gebeuren, dat is een ander paar mouwen. Helaas zakte de hele hype in Abu Dhabi
als de spreekwoordelijke pudding in mekaar. Ondanks alle opgeklopte verhalen,
ontaardde "de race van de eeuw" in een typische langdradige
bedevaart. En dus moest er ingegrepen worden. Zou men kunnen zeggen.
In
de Formule 1 is de safety car een relatief nieuw fenomeen. Ze
verscheen voor het eerst ten tonele in de Canadese Grand Prix van 1973 in een
soort generale repetitie, en daar wordt nu nog altijd mee gelachen.
De allereerste safety car uit de
geschiedenis van de F1 komt op de verkeerde plek de piste op; het nummer 25 is
Howden Ganley.
5: Canada 1973: andere tijden. De ambulance deelt
de piste met de racewagens.
De
allereerste safety car in de geschiedenis van de F1 kwam uit
na een aanrijding tussen twee deelnemers. Leider van de race was op dat moment
Jackie Stewart maar die dook net de pits in voor nieuwe banden toen de safety
car op de baan kwam. Met als gevolg dat de bestuurder van de safety
car vruchteloos zocht naar de plotsklaps spoorloos verdwenen
leider...
Uiteindelijk
manoeuvreerde hij zich in positie, niemand weet precies hoe en waarom, voor de
neus van de Nieuw-Zeelander Howden Ganley, die voor de crash ergens in tiende
of elfde positie rondtoerde. Omdat er heel wat gepit werd tijdens de safety
car periode, wist op den duur niemand meer wie er eigenlijk aan de leiding
reed, al wist iedereen dat het stellig NIET Howden Ganley was. Bij de aankomst
was Colin Chapman ervan overtuigd dat zijn rijder Emerson Fittipaldi de race
had gewonnen. Colin stond in het midden van de piste en gooide naar gewoonte
zijn zwarte ribfluwelen petje hoog in de lucht. "Proberen gaat mee",
moet hij gedacht hebben. Colin was een beetje een leperd.
Alleen...
Emerson was niet afgevlagd... De dambordvlag kwam pas tevoorschijn toen Howden
Ganley over de meet kwam, lang na Emerson. De chaos was compleet. Howden wist
goed genoeg dat hij niet de winnaar was en kon wel lachen met de hele poespas.
Maar zowel Emerson Fittipaldi als Peter Revson en Jackie Oliver waren ervan
overtuigd dat ZIJ de winnaar waren. Na veel vijven en zessen werd de zege
uiteindelijk toegekend aan Revson, voor Fittipaldi, Oliver, Beltoise, Stewart
en... Howden Ganley!
De
première van de safety car was, met andere woorden, niet echt een succes
geweest en het zou dan ook nog duren tot 1993 alvorens het systeem officieel
werd ingevoerd in de F1.
In
de Verenigde Staten, waar races traditioneel beginnen met een vliegende start,
is men bedrevener in het gebruik van wat ginder de pace car heet. Is het
een feilloos systeem? God, neen. Kan het gebruikt worden om een race te
manipuleren? Ja, al is de marge van manipulatie niet erg groot. Er moet per
slot van rekening om te beginnen een reden zijn om de pace car uit te
sturen.
Die
reden werd in Abu Dhabi verstrekt door Nicolas Latifi, die zo vriendelijk was
zijn Williams in het decor te boren op vijf ronden van het einde. Vermits
Latifi's auto is uitgerust met een Mercedesmotor, kunnen we vals spel wel
uitsluiten. De Mercedes van Hamilton hing op het moment van de crash veilig aan
de leiding van de race; Mercedes kon een gele-vlagperiode missen als
kiespijn.
Hoe
ze het in de VS zouden aangepakt hebben? Daar zouden ze, zeker in een
titelbeslissende race op vijf ronden van het einde, de rode vlag hebben
uitgestoken en de race hebben stilgelegd. De auto's stoppen dan in één rij in
de pits, aan "de overkant" van de pitstraat; coureurs blijven in de
auto en niemand mag aan de auto's raken, behalve om ze eventueel opnieuw te
starten als de raceconditie weer van rood naar geel gaat. Er wordt dan, onder
geel, één ronde achter de pace car gereden en vervolgens blijven er
nog vier ronden pure race over. Is dat een betere aanpak? Ja, al is ie evenmin
helemaal koosjer. Elke voorsprong die voor de gele-vlagperiode is opgebouwd,
verdwijnt uiteraard; dat is nu eenmaal inherent aan het pace/safety car
systeem. (Ooit is er geprobeerd om de onderlinge afstanden tussen de deelnemers
te handhaven tijdens een gele-vlagperiode, maar die pogingen waren niet echt
succesvol.)
Ook
in de VS worden, in de eindfase van een race, gedubbelde deelnemers verwijderd
van tussen de leiders. Naast het verdwijnen van elke achterstand, is dat een
tweede voordeel voor de achtervolgers. Geen enkele leider wil een gele vlag in
de eindfase van een race.
Kan
er gediscussieerd worden over de aanpak in Abu Dhabi? Vermoedelijk wel. Het zou
trouwens niet de eerste keer zijn dat een safety/pace car voor problemen
zorgt en een lange juridische strijd inluidt. In de Indy 500 van 1981 kwam
Bobby Unser als eerste over de eindmeet. Echter. Uit tv-beelden bleek dat
Bobby, bij het uitkomen van de pits, concurrenten had ingehaald onder de gele
vlag, wat uitdrukkelijk verboden is. Op maandagochtend werd de zege bijgevolg
officieel toegekend aan Mario Andretti. Bobby en zijn team, Penske, dienden
bezwaar in. Op woensdag werd hun bezwaar afgewezen, Mario bleef winnaar.
24 mei 1981 Indy 500:
onmiddellijk na de race viert uncle Bobby zijn derde zege in de 500.
Team
Penske ging in hoger beroep en kon aantonen dat ook
Mario onder dezelfde gele vlag concurrenten had voorbijgestoken bij het
uitkomen van de pitlane. Het probleem zat 'm in de onduidelijkheid over
de zogenaamde "invoegregel": wat wel en niet mocht als een auto
tijdens een gele-vlagperiode de pitlane uitreed en weer moest
"invoegen" in de troep.
Uiteindelijk, na een half jaar juridisch gehakketak, ging de zege in
oktober opnieuw "officieel" naar Bobby Unser. Tegen die tijd echter,
had een gedegouteerde uncle Bobby Indycar al lang de rug
toegekeerd.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten